zondag 29 januari 2012

Toeval


DE VRIJE WIL



Het heeft mij behaagd mij reeds vroeg te begeven
naar wat toevallig mijn werk is. Om vijf uur
behaagde het mij het diner te gebruiken
in wat toevallig mijn huis is. Daarna
behaagde het mij behagen te scheppen
in wie toevallig mijn vrouw is. Tenslotte
behaagde het mij 's nachts zeer wel te rusten.
Het heeft mij behaagd dit te hebben gezegd.


©  Jan Emmens




Uit: Jan Emmens Gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1974

zaterdag 28 januari 2012

Vanmiddag


Er staat een man voor het open raam.

Op driehoog een man met wie zij
de hare bedroog.

In de pauze herinnert ze zich misschien
zijn naam, nu staat de vrouw op straat
en kijkt naar het open raam.

Ze wil dat de dekens in de portiek
haar strelen. Of de hele dag in de tram
zich vervelen en

luisteren naar een monotoon gebed:
als ik vanmiddag sterf weet jij niet
hoe je de wasmachine uitzet.

De vrouw staat op straat en sluit
haar ogen: ze is een goochelaar
vlak voor hij lusteloos

zijn hoed afzet. Ook wanneer zij wil
herhaalt zich het wonder. Nu
desnoods:

als ze ongeïnteresseerd knipoogt
naar iemand in het 
bijzonder.


 © Wim Brands




Uit: De vijftig beste gedichten van Wim Brands (bloemlezing, samenst. Chrétien Breukers),
Maassluis, Compaan uitgevers, januari 2012

vrijdag 27 januari 2012

Elke dag


Wist je dat ons haar elke dag weer uitvalt zich

in die verre zee vermengt met het smeltwater van
een ijsberg? Of wist je dat niet.



Kim Hyesoon (1955, Zuid-Korea)





- Schone regels, Rotterdams vuilniswagengedicht -

donderdag 26 januari 2012

Handdoek




Gekozen tot het populairste gedicht van Vlaanderen: Zonnehemel van Paul Demets, uit zijn bundel De Bloedplek (Bezige Bij Antwerpen, 2011). Vanaf vandaag in boekhandels en bibliotheken van België af te halen als - gratis - poëzieposter.

Demets won niet alleen de Herman de Coninck Publieksprijs voor het Beste Gedicht, hem viel een dubbele eer te beurt. De bloedplek kreeg ook nog de Herman de Coninck Prijs 2012 voor de beste dichtbundel van het afgelopen jaar.

dinsdag 24 januari 2012

Naast mij


Daar komen de paarden aan

staan stil of zij luisteren

terwijl het duister hen nadert
beademen zij met hun adem
hun vleugels van koper

voordat zij weg willen gaan
komen zij naast mij staan
en wenen



© Leo Herberghs



Uit: Leo Herberghs Hij, de langzaamste van allen Utrecht, De Contrabas, 2011

Neem gerust nog


DE PIJNFUIF



vrienden ik heb de pijn
maar op de kachel gezet
om ze warm te houden

als iemand pijn wil
ze is lekker vers
neem gerust

en neem wat meer
er is pijn genoeg
voor iedereen


© Gust Gils



Uit: Gust Gils Uniek onkruid Antwerpen, A. Manteau, 1982

maandag 23 januari 2012

Mandarijn


morgen is de dag die de andere

dagen verdeelt als een moeder de
maaltijd voor haar kleine kinderen

wij zijn arm van vreugde schip
en wind zullen wij trotseren zonder
een partje van de mandarijn te krijgen

en wanneer wij landen is het schemer.


© Hans Lodeizen



Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996

Voor de volgende stroomstoring


OLIFANT



De kamer is donker.
Op de tast voelen we,
allemaal.

De een voelt een slurf:
het lijkt wel een tuinslang.
De ander een poot:
nee, 't is een pilaar.
Een oor: een waaier.
Een rug: een troon van leer.

Allen voelen een deel,
en denken aan het geheel.

Wat we nodig hebben is licht,
een enkele kaars volstaat
en weg zijn de verschillen.


© Rumi



Uit: Rumi [1207-1273] Gedichten - redactie en vertaling W. van der Zwan - 
Deventer, Ankh-Hermes (2e aangev. dr.), 2003.
 
Met dank aan M.B. 

zaterdag 21 januari 2012

Spelen


Mijn opa draagt een lange, door de kleermaker gemaakte jas.

Later, als hij dood is, draagt mijn vader die. Dan is hij kort.
Mijn opa heeft een hoed op en een bril met een zwart glas.
Ik geef hem mijn hand als we naar de zwanen in de vijver gaan
bij de tanks. Hij staat erbij en kijkt door ons geklauter heen
naar de granaten die de grond inslaan, in schuilkelders
gegraven gaten met een deksel waarin een vader
en een moeder en hun vijf kinderen doodgaan. Maar hij zegt niks.
De verhalen komen later van mijn moeder. Hij staat
en kijkt en wacht tot het spelen is gedaan.



© Ineke Holzhaus



Uit de afdeling "Opa Overloon", in:
Ineke Holzhaus Waar je was, gedichten, Maastricht/Amsterdam, Azul Press, 2011

vrijdag 20 januari 2012

Dikwijls


Ik weet niet

of er woorden bestaan
die de geur van je huid
kunnen vangen, het beweeglijke
licht in je ogen, de warmte
die in me opspringt zodra
je me aanraakt, het rulle
gevoel van je haar
aan mijn vingertoppen,
de bloemblaadjestere huid
van je oogleden tegen
mijn lippen.

Als daar woorden voor waren,
kon ik alles snel
vastleggen op papier
voor als je er niet bent
(en dat is dikwijls).


© Hanny Michaelis



Uit: Hanny Michaelis (1922-2007) Verzamelde Gedichten, Amsterdam, G. A. van Oorschot, 1996.

donderdag 19 januari 2012

Tot de avond


MORGEN



Je bent wakker
Waar ben je?
In je eigen huis.
Je bent er nog steeds niet aan gewend
In je eigen huis te zijn als je wakker wordt!
Dat is een van de vreemde gevolgen
Van dertien jaar gevangenschap.
Wie is het die naast je slaapt?
Het is niet de eenzaamheid, maar je vrouw.
Zij slaapt als een roos.
Zwangerschap staat een vrouw goed.
Hoe laat is het? 
Acht uur.
Dat betekent dat je veilig bent
Tot de avond
Omdat het niet de gewoonte is
Dat de politie overdag huiszoeking doet. 


© Nâzim Hikmet 



Uit: Moderne poëzie uit Azië - bloemlezing, samenst. en vertaling Bertus Dijk. Amsterdam, Van Gennep, 1977.
 
Oorspr. in Nâzim Hikmet Selected Poems, done into English by Taner Baybars. London, Jonathan Cape Ltd. (1967). 

woensdag 18 januari 2012

In ruil voor fabels


THUIS IN VREEMDE dorpen, grotten, grachten,

slapeloos, doder dan de anderen,

zonder land van oorsprong of ster die leidt,
door alle stervelingen opgezegd,

hier, o angstig mens,
als het me vergund is,
als de gekke goden wijken -

wil ik brood met zout eten,
verwelkomd als een prins,
wil ik een laatste keer een lichaam krijgen
in ruil voor fabels over eeuwigheid.


(Istanboel)



© Johan de Boose



Uit: Johan de Boose Geheimen van Grzimek Antwerpen, Meulenhoff/Manteau, 2010

dinsdag 17 januari 2012

Babel



PATRIOTTENLIED




Ik ben een pyjama-Irakees, mijn vrouw een Roemeense
en onze dochter is de dief van Bagdad.
Mijn moeder kookt nog steeds de Eufraat en de Tigris,
mijn zus leerde pirosjki’s bereiden van de Russische moeder
van haar man.
Onze vriend, een Marokko-mes, steekt een vork
van Engels staal in een vis die geboren is op de Noorse kusten.
Wij zijn allemaal ontslagen bouwvakkers, van de steigers gehaald van de toren
die we wilden bouwen in Babel.
Allemaal verroeste speren die Don Quichot
naar de windmolens wierp.
Allemaal schieten we nog steeds op de oogverblindende sterren
vlak voordat ze verzwolgen worden
door de Melkweg.




© Ronny Someck




- uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach -


Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen (bloemlezing, vert. Hilde Pach), Maastricht, Azul Press, 2010

maandag 16 januari 2012

Weerloos


VUILNISZAKKEN



Zoals ze daar 's morgens
op de stoep tegen elkaar
aan geleund warmte zoekend
in hun plastic jassen
staan te wachten, grijs,
vormeloos, vol afgedankt
leven, tegelijk broos
en weerloos. Je zou ze
weer naar binnen willen
halen, je ouders
wachtend op de bus.


© Victor Vroomkoning


Uit: Victor Vroomkoning Echo van een echo, Antwerpen, A.Manteau, 1990

Vlees van de winter


IJS



Zij die belangstelden
in de verkoop van ijs
verzamelden zich eertijds
met lange zagen op de meren.

Toen kon je
als de dagen muisstil waren
tot in het dodenrijk toe horen
hoe brokken ijs uit het vlees van de winter werden gesneden
en zagen vissen een bron in de zon.



© Lennart Sjögren


- uit het Zweeds vertaald door Bernlef -



Uit: Lennart Sjögren Oog om oog Amsterdam, Querido, 1999

zondag 15 januari 2012

Ketel thee


Die avond klonk er salsa op

uit elke bar.

We aten kip en zoute aardappel
we dronken bier en witte rum
die zoet als water was

en naast ons stak er uit een muts
een aangezicht nog bruiner dan
en rimpelig als een walnoot.

We waren peilloos moe nadien
we sliepen in een kaal convent

en plots was het geen zeven graden meer
en hield zij, de Maleise, niet met rillen op.

Er werd een ketel hete thee gezet.
Ze droeg je zeemansblauwe trui.



© Erik Spinoy





Uit: Erik Spinoy Dode kamer, De Bezige Bij Antwerpen, 2011

Hoeft niet


Wie A heeft gezegd,
hoeft geen B te zeggen.
Hij kan ook toegeven
dat A fout was.

- Bertolt Brecht
 

in: Bertolt Brecht Teatereksperiment en politiek, Nijmegen, SUN, 1972 - uit het Duits vertaald door Jacq Firmin Vogelaar en Wim Notenboom (oorspr. Suhrkamp Verlag, Berlin/Frankfurt, 1957).

zaterdag 14 januari 2012

Archeoloog


ALLES MAG JE WORDEN




Het springzaad knapt, de brempeulen
knallen open en jij ligt daar in je wieg
als een popelend boontje bij.

Alles mag je worden van mij: zeeman
boswachter, archeoloog. Of -
als je leven ingewikkelder loopt -

geponsord ontdekker van aangroei
werende stoffen voor scheepsverf,
alleenstaand paddenstoelenfotograaf,
pacht- en beestenlijstenonderzoeker
van verdwenen Drentse keuterijen.

Alles. Behalve ongelukkig. Beloofd?


© Erik Menkveld


Uit: Erik Menkveld Schapen nu! Amsterdam, Bezige Bij, 2001

donderdag 12 januari 2012

Boven terrines


HET HERENHUIS



De tafel op 't gelijkvloers was gedekt
maar waar was iedereen?

Damp hing boven de terrines
en het onberispelijk bestek.

Een lamp van kleurig glas
maakte ook nog gezelligheid
en in de hoeken wuifden
palm en kamerplant

maar waar was iedereen?

Die van de kelder loerden
naar die van de zolder

en omgekeerd.


© Peter Ghyssaert



Uit: Peter Ghyssaert Jubileum en andere gedichten Amsterdam, Bert Bakker, 1997

dinsdag 10 januari 2012

Met haar mond


MAGNESIUMLICHT (SOMS)


2 - ring -


Soms lig je op een wiegend ponton in zee. Wijdbeens komt ze
boven je staan, haren in vuur en vlam. Glimlachend buigt ze
achterover, de beenspieren opsplitsend, duikt ruggelings in het water - 
ze zal met haar mond een ring van de bodem plukken en die keer op keer
over je vinger schuiven, zilverkleurig als een dolfijn.
                                                                                       's Nachts       
zullen vlammetjes over het water rennen. Aan land springen.
Door de bergflanken vreten. Wijngaarden bezielen. Ondergronds rijpt
het vuur. Uitverkoren zijn zij die een glimp opvangen. 


© Peter Verhelst




Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008

Zuster!



ZOMAAR EEN ZOMERAVOND




Mijn moeder maakte haar nagels schoon
de Marilyn Monroe-roodgelakte
met acetonacetylacetaat

Ik (her)las de Sprookjes van Grimm

Buiten daalde de avond in de perenboom
waar tussen jade bladeren
vruchten, kuis
als (half verborgen) borsten
hingen

Herinneringen
in goudkleurig Technicolor
aan Hollywood-films, eind Jaren Vijftig

Mijn moeder is al jaren dood
Mijn kinderen slapen
Mijn vrouw heeft zomeravonddienst
Zij werkt in het ziekenhuis Sint Annadal

Zuster Madeleine… kunt u komen?
Mijn infuus zit los!!!

Als ze in bed kruipt, vroeg in de ochtend
ruik ik op de moeheid van haar huid
dwars door een vleugje

L’Ange Heurtebise

haar favoriete parfum…

de bittere geur van toen

die van Marilyn Monroe’s
                   te
                vroege
                 dood

O, lange, lange
nagels, doodswitblauw
van Grandma Roodkapje

in Technicolor

in wolvenstad Hollywood!






© Manuel Kneepkens



- ongepubliceerd -


Aantekening van de dichter: 2012 wordt in zeker twee opzichten een gedenkwaardig jaar. Het is op de kop af vijftig jaar geleden dat de Amerikaanse actrice, zangeres en filmdiva Marilyn Monroe overleed. En het is binnenkort ook tweehonderd jaar geleden sinds, in 1812, deel één verscheen van de Duitse sprookjesverzamelaars en broers Jacob en Wilhelm Grimm, Kinder- und Hausmärchen.

maandag 9 januari 2012

Vriendschap


Als je mijn vriend bent

neem dan een jongere vrouw,
ik waag mij niet aan een huwelijk
waarin ik de oudste ben.



- Sappho





versfragm. 121 in: Sapfo Gedichten - uit het Grieks vertaald door Mieke de Vos, met een
nawoord van Doeschka Meijsing, Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011

zondag 8 januari 2012

Vaargeul


EILAND



Zeker een eiland zijn. Zeker de brug
nog weigeren zolang je kan, de dijk
niet denken. Buiten het bereik
blijven van wat daar op de grens
van lucht en water loert: het land
waar eindeloos hongerig land achter ligt.

Maar wel de steiger teren voor het veer,
de vaargeul open houden, het uitzicht
bewaren op wat voor ieder kind weer
in dromen opdoemt: later ooit nog van
hier oversteken naar wat daar onzicht-
baar lokkend ligt: de overkant.



© Willem van Toorn


Uit: Willem van Toorn Tegen de tijd Amsterdam, Querido, 1997

zaterdag 7 januari 2012

Niets houdt haar nog warm


BOODSCHAPPENTAS




Ze hangt als een boodschappentas
aan mijn arm en ik bedenk
wat er met haar

uit mijn leven verdwijnt: Buisman,
een stoof, de theemuts.

Niets houdt haar trouwens
nog warm.

Bevelend wijst ze naar
de supermarkt en
vraagt me

wat ik zie:
ik noem een naam.

Nee, idioot,
dat is de overkant
en hoe komen wij daar?

Ik wil haar nooit meer ontstemmen,
zeg me hoe.

Maak je maar klaar,
we zullen moeten zwemmen.


© Wim Brands



Uit: Wim Brands Ruimtevaart, Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2005

vrijdag 6 januari 2012

In vlam


VAN DE ZIGEUNERIN


Voor Anthi


Ik wil zigeuner worden
zei ik tegen een zigeunerin
om jou te krijgen

Kun je vroeg zij als avondmaal
bittere groente eten zonder zout
en dan gaan liggen?

Dat kan ik zei ik

Kun je vroeg zij gaan liggen
zonder te huilen van kou
op de bevroren modder?

Dat kan ik zei ik

Kun je vroeg zij op de modder
mijn lichaam in vlam zetten
en verbranden tot as?

En of ik dat kan zei ik

Kun je vroeg zij mijn as
in je wijn strooien
en je bedrinken, mij vergeten?

Nee, dat kan ik niet zei ik

Dan word je geen zigeuner zei ze.




© Yorgos Pavlópoulos


- uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda -


In: Hotel Parnassus, poëzie van dichters uit de hele wereld. Poetry International 2003,
Rotterdam/Amsterdam, De Arbeiderspers, 2003 

donderdag 5 januari 2012

Lakens van de dageraad


DE GALM




De hitte van de ergernis,
het hese woord,
de galm van het verhaal.

De lakens van de dageraad,
droger dan ooit tevoren.

Gebieden waar geen geluid meer was.


© Armando



Uit: Armando Ze kwamen, Amsterdam-Antwerpen, uitg. Augustus, 2011

Elkaar drinken


SCHEPPINGSVERHAAL



Mooie geliefden waren we niet, tussen
stoffige dekens in een halfvreemd bed,
moe van de vlucht terug naar huis,
ondankbaar, vastbesloten
tot eten, drinken, elkaar.

Toch lagen we dicht
bij de ruimte waarin toen een
speldenknop, microscopisch land,
een nader uit te werken plan.

Leg je hand in mijn hand, je hart
in mijn hart, weet je slagen geteld.
Ken de oorzaak daarvan.

Je werd die nacht verondersteld
zoals dat heet, of liever toch bedacht.

Aan het einde van de slaap bleef
jij nog maanden duren.



© Ester Naomi Perquin



Uit: Ester Naomi Perquin Servetten halfstok, Amsterdam, Van Oorschot, 2007

Omdat


Omdat een droom mij aankeek ben ik er vandaag


- C.O. Jellema


woensdag 4 januari 2012

Cassave


[…]




Wat moet ik je geven om je aan
mij uit te lenen? Deftig ben je
van naam, met vier lettergrepen.
We dreven in een smokkelboot,
op de stranden lagen blinkende
visjes te drogen. We bezochten
de chimpansees. We aten cassave
en niemand wees ons de weg.
Later zou het vlooien beginnen
en het tuiten van de lippen.




© Emma Crebolder


Uit: Emma Crebolder Vergeten Amsterdam, uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2010

Vogel


zegt Li: een pond veren

vliegt niet als
er geen vogel in zit


Bert Schierbeek



- Schone regels, Rotterdams vuilniswagengedicht -

Uitstapje


TERUG NAAR DE NATUUR



Er was een man, ik zeg niet wie
hij was, die hield van de natuur,

althans dat dacht hij, want hij had
gehoord dat daar zoveel te vinden was,

de stilte, vrijheid, blijheid en jezelf
en zo. Genoeg in elk geval om daar

eens heen te gaan.





© Rutger Kopland



Uit: Rutger Kopland Alles op de fiets, Amsterdam, Van Oorschot, 1969

dinsdag 3 januari 2012

Te koud


Spreken was het makkelijkste
commentaar.

Voor huilen was het te koud.

Voor waarheid hadden we
de verkeerde kleren aan.


© Jan Baeke


fragm. uit: Jan Baeke Brommerdagen, Amsterdam, De Bezige Bij, 2010

Storm!


KONVOOI OP DRIFT
[2]



Een konvooi van felgekleurde speelgoedbeesten
koerst op de Ierse en Britse kusten af
Drie jaar geleden zijn ze in een storm overboord geslagen
Sindsdien doorkruisen zij de wereldzeeën
gele eendjes, blauwe schildpadden, rode bevers
negenentwintigduizend in getal

Volgens een oceanograaf vandaag in The Times
heeft de bonte stoet al enkele leden verloren
Bij Sitka in Alaska spoelden vierhonderd beesten aan
en ook verderop bij Kodiak werden ze gesignaleerd
Die vondsten stellen de onderzoekers in staat
om hen te volgen op hun barre tocht
Momenteel bevindt het konvooi zich ergens in de Beringstraat
Keurig verpakt in schotsen ijs dobberen ze
met een snelheid van zo’n acht kilometer per uur
in de richting van de Atlantische Oceaan
In dat tempo zal hun ijselijke tocht wel vijf jaar duren
voor ze op de Ierse en Britse stranden rust zullen vinden

Door de beestenboel op drift te volgen
hopen oceanografen hun computermodellen
voor het zeegedrag te kunnen verfijnen

Volgens stromingsdeskundige Curtis Ebbesmeyer
lopen de beesten bij dit experiment geen enkel gevaar
‘Ze zijn veerkrachtig en kunnen zelfs
De zwaarste ontberingen doorstaan’


© K. Michel


Uit: K. Michel Waterstudies, Amsterdam, Meulenhoff, 1999

Haast



Wat onder het woordoppervlak
schuilt, schuilt daar haast
tevergeefs

                                                                     - Hans Faverey


maandag 2 januari 2012

Fiets


FINISH



De atleet stond op het veld
en rekte zijn oude benen
toen de dood langskwam en wenkte:
Dag jongen, loop je even mee?

Een korte steek in de zij,
dat was alles. Hij bukte zich
om zijn veters aan te trekken,
maar de schoenen waren al leeg en
hij rende de lucht in.

Gewichtloos en zonder
ooit buiten adem te raken
zwom hij door een sterrenzee,
fietste de melkweg rond
en liep ten slotte
in de witte tunnel van de zon,
als vuur door wind gedragen.

En bij de finish waren vele gezichten
die hem aankeken met zachte ogen,
en die zich verheugden,
want hij was er.


© Alexis de Roode


Uit: Alexis de Roode Geef mij een wonder, Amsterdam, Podium, 2005

De ander




THE WIFE


I know two woman
and the one
is tangible substance,
flesh and bone.

The other in my mind
occurs.
She keeps her strict
proportion there.

But how should I
propose to live
with two such creatures
in my bed -

or how shall he
who has a wife
yield two to one
and watch the other die.


© Robert Creeley





LA MOGLIE

Conosco due donne
e una
è di materia tangibile,
carne e ossa.


L'altra esiste nella mia
mente.
Lí tiene la parte che
le spetta.


Ma come potrei
suggerire di vivere
con due simili creature
nel mio letto -


o come potrebbe chi
ha una moglie
cederne due per una
e veder morire l'altra.


© Robert Creeley




Uit: Fernanda Pivano [ed.] Poesia degli ultimi Americani.  Milano, Feltrinelli | Universale Economica, 1964/2001 (8e dr.).
Poesia degli ultimi americani

Engels-Italiaanse bloemlezing met werk van Robert Creeley, Diane di Prima, Allen Ginsberg, Jack Kerouac, Norman Mailer, Gary Snyder, Bob Kaufman, Joel Oppenheimer, Jonathan Williams e.a.



Boekomslag: Jack Kerouac, gefotografeerd door Allen Ginsberg in New York in 1953, vier jaar voor verschijning van Kerouacs beroemde On The Road.

zondag 1 januari 2012

Hoe dichter


Denk.


Hoe dichter we bij het licht komen,
des te minder sterren we zien.

Hou nu op
met denken.


© Peter Verhelst



Uit: Peter Verhelst Zoo van het denken, Amsterdam, Prometheus, 2011

zaterdag 31 december 2011

Warme jaarwisseling (12 °C)


DORP OP DE BERG


In woorden die ik kies
in het chagrijn dat soms opduikt
in de reden dat ik ben waar ik ook ben

je bent de hoek van het café, de
schaduw van de dag, de kern van
de oude aan elkaar gegroeide stad.

Ik neem je argwaan voor wat er
niet vertrouwd uitziet voor lief.
Ik voed de rengelaote* aan mijn kind
en slinger honing uit de taal
die je in mijn geheugen vindt.

Ik ben de berg afgedaald
maar keer steeds terug om te weten wie ik ben.
Beloof dat ik altijd mag komen.
Beloof me, dat ik welkom ben.



© Sander Koolwijk



* Rengelaote: befaamde pruimensoort in Sweikhuizen (Sjweikese, L.), ook wel bekend als 'ringelotten'

Uit: Sander Koolwijk De patroon van dit huis Haarlem, uitg. mij. Holland | Windroosreeks, 2011.

Koolwijk [1974]  is  bergbeklimmer en dichter. In 2005 debuteerde hij  in de Windroosreeks met de bundel Onder dak (uitverkocht). In datzelfde jaar werd hij Nederlands Kampioen Podium Poëzie.
Als nationaal Slamkampioen treedt hij veel op en draagt hij voor van Poetry International tot en met Lowlands.



De  laatste dag, met sneeuw van vroeger: Sweikhuizen, gelegen op een heuvel, december 2010.
- naar een foto en idee van Har Wijnen -

Gebonden


KEER TERUG



Omdat vogels
mij zeiden

keer terug
naar het land

van je oorsprong
heb ik hun vleugels

gebonden
mijn hoofd reeds gebogen

naar alles
wat ik had vergeten


© Ton van Reen



Uit: Ton van Reen Blijvend vers. Verzamelde gedichten 1965 - 2007, Utrecht, De Contrabas, 2011.

Oorspr. gepublic. in Vogels, reeks De Bladen voor de Poëzie, 1965, Brugge (B.), uitg. Desclée de Brouwer

vrijdag 30 december 2011

Zwaluwen planten


DEZE REIS

(HIERDIE REIS)

Vir Jack

Deze reis die je gestalte uitwist
verscheurde bloedengel gegooid voor de honden
dit landschap is verlaten als mijn voorhoofd
Wond van de rozen

Graag had ik je zien lopen zonder ketenen
graag wilde ik weer je open gezicht zien
gezicht gebroken en dood als modder
Wond van de modder

In de nachten van afwezigheid zonder ogen
wilde ik een werkelijk ster zien in jouw hand
wilde ik de blauwe lucht blauw zien en één woord
horen van een echt mens

Bittere engel onwaarachtig met een vlam in je mond
onder je oksels zal ik twee zwaluwen planten
en over je lichaam een wit kruis trekken
Voor de man

aan wie jij me ooit hebt laten denken


© Ingrid Jonker


Laatste gedicht van Ingrid Jonker (1933-1965), kort voor haar dood geschreven, waarna ze de zee inliep en - zichzelf - verdronk.



In: Ingrid Jonker Ik herhaal je - uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Gerrit Komrij,
met een nawoord van Henk van Woerden - Amsterdam, Podium, 2000

Daarginds


graaf hier, zegt de een

nee, graaf daarginds, zegt
een ander, graaf totdat je het
hebt gevonden

ik leg mijn spade terzijde
ik graaf niet, ik ga beginnen
mijn tong op te halen
uit diepe grond 



© Leo Herberghs



 
Uit: Leo Herberghs Hij, de langzaamste van allen Utrecht, De Contrabas, 2011.
 
 
Kaart van dichter Leo Herberghs bij eindejaarspost: 'Zullen we in het nieuwe jaar wederom door het leven gaan met "h" en zónder "h", en voelen we ons daar dan gelukkig mee?'
 
Kaartillustratie: Black Venus (1967), manshoog figuur van beeldhouwer-kunstschilder Nikki de Saint Phalle
- afbeeldingen en delen van haar werk zijn te zien in o.a. Basel,
Museum Jean Tinguely

donderdag 29 december 2011

Soortelijk gewicht


FAMILIEPORTRET





Toen moesten we een foto nemen

verzamelden ons feestelijk om blauw
geaderde kaas, gefileerde vis onder citroen,
taart toe, room, chocoladesnippers met
af en toe een druppel zout uit een oog.

Je soortelijk gewicht veranderde, maar
wij aten de dood de deur uit, boter, brood
alleen de fruitschaal sloeg alarm met zijn
vroeg zomerse kleuren. We groepeerden

ons, verstrengelden armen, wierpen schaduw
dat je niet uitgeknipt kon worden, een gat
gestanst voor het jurkje van een aankleedpop.

Het was een mooie dag, zei je, dank je wel
wij werden later digitaal bewerkt tot glimlach.



© Ineke Holzhaus



Uit: Ineke Holzhaus Waar je was, gedichten, Maastricht/Amsterdam, Azul Press, december 2011

woensdag 28 december 2011

Mobiel briefje


Sms-gedicht van Ingmar Heytze [eerste Utrechtse stadsdichter 2009-2011],
op een muur aan de Heycopstraat. Utrecht, omgeving Croeselaan. 

Grap van water


DE RIVIER
5



Eenzaam ben je altijd aan het water
van een rivier, omdat het je achterlaat
met je gedachten aan de dood. En later
als het weerkomt nog altijd water

is maar ander water, terwijl jij dezelfde
blijft daar op de kant, waar het veer
is opgeheven en de schepen, meer
dan vroeger en blinder en sneller,
als treinen in hun eigen richting razen.

Maar dat zou ik immers voor je weglaten
uit deze prent. Is mijn klein schip al daar?
Laten wij dan nog één keer met elkaar
de heren zijn van dit lange papier,
ingrijpen in die boosaardige grap
van het water. Kijk naar de rivier.

Nu staat hij stil. Bewegingloos. En hier
stroomt het met jou en mij weg, stralend
en bloeiend zeewaarts, ons landschap.


© Willem van Toorn


Uit: Willem van Toorn De aardse republiek, Amsterdam, Querido, 1988

dinsdag 27 december 2011

De val


WANKEL



Jarenlang in strijd met de wanordelijke
wetten
rekent hij op de val van het getal.

Hij hoort het waaien van de modder, hij ziet
de wrede groei,
de leegloop der rivieren.
Hij wankelt en gaat liggen.


© Armando



Uit: Armando Gedichten 2009, Amsterdam-Antwerpen, Augustus, 2009

maandag 26 december 2011

Afdruk


DAT ZIJ VLUCHTEN ziet de wereld op haar scherm.

Zij dragen op hun schouders de geesten
van wie levend zijn verbrand,
onzichtbare moeders, botten van kinderen.
De olijfboom houdt niet op met verrijzen.

Ochtend glinstert op hun wimpers
en het regent zelden in augustus.
De rivier proeft zwavel en scarabee.
Op de bergen schimmelen millennia.

Zij die vluchten wringen bloed uit lakens
en honden uit zwartgeblakerd wasgoed.

Mannen die vertrekken laten hun geur
achter in de afdruk van hun bed.
Ze wachten op gunstige wind.
Ze strelen het vraagteken in de ruggengraat
van hun vrouw en zeggen:
Dit is de laatste, ik ben de laatste.

Thompsons ratelen: zevenhonderd kogels
per minuut. Daarna gaat iedereen dood
in de damp van heilig water.

(Knin)*


© Johan de Boose





Uit: Johan de Boose Geheimen van Grzimek Antwerpen, Meulenhoff/Manteau, 2010.


Knin is een oude stad in Kroatië, vlakbij de bron van de rivier Krka. Alle partijen, ook in dit vakantiegebied aan de Adriatische kust in Noord-Dalmatië, maakten zich eind twintigste eeuw tijdens de Balkanoorlog schuldig aan etnische zuiveringen. Daarbij werden hele bevolkingsgroepen verdreven, onder grote dwang dan wel met dodelijk geweld. Vóór de etnische conflicten in het voormalig Joegoslavië bedroeg het aantal Servische inwoners dat al eeuwen thuis was in en rond Knin 79%. Tijdens "Operatie Storm" werden de Serviërs verjaagd: in 2001 vormden Kroaten uiteindelijk de meerderheid  (ruim  80%).

Onder zand


MIJN TRUI
*



In mijn land is er zoveel meer zand
dan korrels mensen.

In mijn land staat men op, groet
elkaar, schudt elkaar de hand en gaat
aan het werk.

In mijn land werd ik als kleine jongen
voorgesteld aan de vrouw met wie ik
nu nog steeds slaap

In mijn land zag ik hoe ze mijn moeder
vermoordden en later begroeven onder
zand.

In mijn land was ik marktkoopman
en verkocht ik alles wat men maar
wilde.

In mijn land zei ik tegen een klant:
“Geef me je hand, dan geef ik jou
mijn trui, ok?”



© Mostafa Chefhaki


* Aankondiging van de debuutbundel van de Nederlands-Iraanse dichter Mostafa Chefhaki Dan geef ik je mijn trui op DeContrabas.com.
De naam M.Chefhaki is een pseudoniem, om veiligheidsredenen gekozen in verband met in het geboorteland achtergebleven familie van de auteur.

Voor méér, zie:
http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2011/12/debuut-mostafa-chefhaki.html