dinsdag 4 augustus 2009
Hengelaars
KEIZERSGRACHT, AMSTERDAM
Onscheidbaar het nodige en het onnodige
in de troebele spiegel van onhelder water
tussen de grachten begeleid
door roerloze hengelaars
diep in het verleden de lijn
om de voorbije dag op te vissen
die van gisteren en de zin
van de eigen aanwezigheid sinds anno 1610
of sinds verleden week
gebogen over een stromende stilte
voorbeeldig gelijkend:
maar wie vergelijkt nog
het onnodige met het nodige
om zo te verkrijgen
het een door het ander.
© Günter Kunert
Uit: Günter Kunert Dagdromen in Berlijn, Amsterdam en elders. Samenstelling, vertaling uit het Duits en nawoord door Martin Mooij. Amsterdam, Meulenhoff, 1980
vrijdag 3 april 2009
Allemaal verzonnen
VENETIË
(Venedig II)
Na de ondergang van Venetië
zullen ze zeggen
(jullie weten al wie)
er heeft nooit een stad
bestaan in een lagune
Allemaal verzinsels
En wie daar Byzantium binnenviel
dat waren Duitsers
van lang geleden
(Frankische ridders aan een parachute)
Legenden beschrijven slechts
een bedachte plek
Venetië was alleen maar een begrip
voor een gekanaliseerd aanhangsel
Desondanks duiken na enige tijd
aan de horizon van het vergeten
de koepels van de San Marco op
het Dogenpaleis
het piazzetta met de twee zuilen
en
de gevangenissen zullen volstromen met
lieden die geloven
dat ze nog over het Canal Grande
gevaren zijn.
© Günter Kunert
- uit het Duits vertaald door Ben Herbergs -
Uit: Günter Kunert Warnung vor Spiegeln/Unterwegs nach Utopia/Abtötungsverfahren, Gedichte 1970-1980. DTV/Deutscher Taschenbuch Verlag, München, 1982
woensdag 1 april 2009
Behalve in ons geheugen
IN HET ANNE FRANK-HUIS
Het mirakel heeft ons bereikt,
het wonder ons beproefd: Wij
leven. Zodat wij niet langer vragen, waarom
wij en waarom niet meer zij.
Na allerlei vreselijke ongelooflijkheden
maken wij het ons hier gemakkelijk. Veel
hebben wij nodig, veel ook niet: van
bepaalde gezichten zien wij graag af,
konden namen noemen, was papier
niet nog altijd schaars en voorbehouden
aan de ander: ons zichtbaarzijn
voor onszelf.
Alleen daarvoor hebben wij deze hemel nodig,
een paar blauwen, een paar flessen, een paar
sterren, zon en regen, de Westerkerk-
koepel, haar klokkenspel, elk uur
het begin van een melodie, die afbreekt:
wij zijn er
voor alle doden, voor wie nergens
een graf is
behalve in ons geheugen.
© Günter Kunert
Uit: Günter Kunert: Een reis door Nederland - in: Dagdromen in Berlijn, Amsterdam en elders. Samenst., vertal. en nawoord Martin Mooij. Amsterdam, Meulenhoff, 1980
zaterdag 21 februari 2009
Onbezorgd
Op reis met M.
In de auto samen
onderweg door vergeten straten
gebroken wespen op het ruitglas
neerplenzende regen
zon en duisternis
en weer zon: weinig
woorden wisselen. Afwezig
bij elkaar zijn. Zorgeloos.
Geluk.
Günter Kunert
UNTERWEGS MIT M.
Im Auto gemeinsam
unterwegs auf vergessenen Straszen
geborstene Wespen am Glas
platzender Regen
Sonne und Dunkelheit
und wieder Sonne: Wechsel
weniger Worte. Abwesendes
Beieinandersein. Sorglos.
Glück.
Uit: Günter Kunert Warnung vor Spiegeln/Unterwegs nach Utopia/Abtötungsverfahren, Gedichte 1970-1980. DTV/Deutscher Taschenbuch Verlag, München, 1982. Oorspr. public. in: Warnung voor Spiegeln, Carl Hanser Verlag, München-Wien.
- vertaling uit het Duits: Ben Herbergs -