Posts tonen met het label Ronny Someck. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ronny Someck. Alle posts tonen

dinsdag 17 januari 2012

Babel



PATRIOTTENLIED




Ik ben een pyjama-Irakees, mijn vrouw een Roemeense
en onze dochter is de dief van Bagdad.
Mijn moeder kookt nog steeds de Eufraat en de Tigris,
mijn zus leerde pirosjki’s bereiden van de Russische moeder
van haar man.
Onze vriend, een Marokko-mes, steekt een vork
van Engels staal in een vis die geboren is op de Noorse kusten.
Wij zijn allemaal ontslagen bouwvakkers, van de steigers gehaald van de toren
die we wilden bouwen in Babel.
Allemaal verroeste speren die Don Quichot
naar de windmolens wierp.
Allemaal schieten we nog steeds op de oogverblindende sterren
vlak voordat ze verzwolgen worden
door de Melkweg.




© Ronny Someck




- uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach -


Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen (bloemlezing, vert. Hilde Pach), Maastricht, Azul Press, 2010

dinsdag 29 maart 2011

Hindernissen



DERTIG SECONDEN VOOR HET BESTORMEN VAN DE TEPEL





We hadden dertig seconden voor het bestormen van de tepel,
het was een heuvel
achter aan de hindernisbaan van de rekrutenbasis.
Daarboven de gestreken hemelkraag, gesteven door de wolken,
en het kaki van het zand zou, in een andere omgeving, uit een
natuurgedicht afkomstig zijn.
Maar wat kon natuur of een gedicht je schelen
met twee veldflessen klotsend op je heup,
een uzi in je hand
en een schep tegen je ruggengraat.
Dus propten we onze dagdromen in de tepels
van de secretaresse die altijd achteroverlag
in de jeep van de commandant
en dachten we aan Gauguin die niet wist of hij zijn kip
moest opeten of schilderen.


Daar, bij de heuvel, hadden we zo'n honger.




© Ronny Someck




Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen (bloemlezing), Maastricht, Azul Press, 2010
- uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach

vrijdag 27 augustus 2010

Vingers


TOESPRAAK VAN DE VADER TEGEN DE VRIJERS VAN ZIJN DOCHTER


Jullie, die zo meteen haar hand aanraken
en haar meenemen, waarheen dan ook,
vergeet niet de pianolessen
die haar vingers kenden toen ze negen was, de
basketballen die omklemd werden op weg naar
het net dat dromen zeefde
en het verband op de zogenaamde wond
boven op haar duim.
Stel je haar hand voor als een gouden driehoek
met als zijden: Kareem Abdul Jabbar, Mozart en
God.
En als jullie haar vinger zien wijzen naar de maan,
kijken jullie dan naar de vinger.


© Ronny Someck


Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen (bloemlezing), Maastricht, Azul Press, 2010 - uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach.


- Voor M. (met dank aan 1975) -

donderdag 8 juli 2010

Chocolade-ogen





ALGERIJE


Als ik nog een dochter had
noemde ik haar Algerije,
en dan ontdeden jullie je van je koloniale pijnen
en noemden mij 'Abοe Aldjir'.
's Ochtends, bij het opslaan van haar chocoladeogen
zei ik dan: 'Kijk, Afrika wordt wakker',
en ze streelde het blond οp het hoofd van haar zusje
en wist zeker dat ze het goud οpnieuw had ontdekt.
De korrels οp het strand waren haar zandbak,
en in de voetafdruk van de Fransen die daarvandaan waren gevlucht
verstopte ze de dadels die uit de bomen vielen.
'Algerije,' zou ik haar toeroepen met mijn handen οm de balkonrand geklemd,
'Algerije, kom naar huis, en kijk hoe ik de muur van het oosten verf
met de kwast van de zon.'



Ronny Someck


Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen (bloemlezing), Maastricht, Azul Press, 2010.
Uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach.

- illustratie uit betrokken bloemlezing © beeldend werk: Ronny Someck -

maandag 24 mei 2010

De magazijnen van de mond



WRAAK VAN HET STOTTERENDE KIND



Vandaag spreek ik ter herinnering aan de woorden die ooit bleven steken in
mijn mond,
ter herinnering aan de tandwielen die lettergrepen vergruisden
onder mijn tong en de geur van het slagveld verspreidden
in de ruimte tussen keelholte en duistere lippen.
Ik droomde ervan de woorden te smokkelen die verpakt stonden als
gestolen goed
in de magazijnen van de mond,
de kartonnen dozen open te scheuren en
de abc-speeltjes eruit te rukken.
De lerares legde een hand op mijn schouder en vertelde dat Mozes
ook stotterde en toch de berg Sinaï had bereikt.
Mijn berg was een meisje dat
naast me zat in de klas, en ik had geen vuur in het braambos van mijn mond
om, voor haar ogen,
de woorden te ontsteken die brandden van mijn liefde voor haar.


Ronny Someck


Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen, gedichten – vertaald uit het Hebreeuws door Hilde Pach. Maastricht, Azul Press, 2010

dinsdag 18 mei 2010

Geler dan citroen


IJS



Als ik groot ben, zeg je
wil ik ijsjesverkoopster en dichteres worden.
Hier zijn de ijsbolletjes die tussen je vingers door zullen glijden.
Geler dan citroen, oranje als een sinaasappelboomgaard
en het rood is afgetapt van het bloed van de watermeloen. Hier woont
de poëzie. Waar heb je dan nog woorden voor nodig?



*


DRUMSOLO


De hele nacht werd je geslagen
door je gedachten.
Je huid gespannen op de drum van het lichaam.
De stokken nam je mee naar de Chinees
en stak je in het vlees van de leviatan die in je hersens zwom.
's Ochtends grijp ik je vast
als een spijker tussen de lippen van de schoenmaker.
Je hoofd nat, wachtend op de klap van de hamer.
De hak die naar de schoen glijdt zal het moment verhogen
waarop je dichter bij me komt.


© Ronny Someck



Twee gedichten uit:
Ronny Someck Blues van de derde zoen, gedichten – vertaald uit het Hebreeuws door Hilde Pach. Maastricht, Azul Press, 2010

maandag 10 mei 2010

Opperbevel


DAT


Dat de hersenen de opperbevelhebber van het lichaam zijn
dat het lichaam begeerte verbergt in de grot van het schaamdeel
dat het schaamdeel de lippen van de gevangene bevochtigt
dat de gevangene een gebroken tand is in de mond die het bevel schreeuwde
dat het bevel geen grens kent
dat de grens gespannen is als een kous
dat de kous zwijgt
dat het zwijgen draden lostrekt uit de kluwens van woorden
dat in de hersenen de woorden vastzitten als een hek
en erachter niets meer te bespreken valt.

© Ronny Someck



Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen, gedichten – uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach. Maastricht, Azul Press, 2010

zaterdag 8 mei 2010

Rode teil



KORTE GESCHIEDENIS VAN DE WODKA



Ik weet niet meer hoe de bar heette, achter in
de Cultuurzaal van de metaalarbeiders in Tsjiljabinsk.
Ik herinner me alleen nog het meisje dat om het kwartier
achter de toonbank vandaan kwam om de glazen te verzamelen in
een rode plastic teil.
Ze sprong van tafel naar tafel haar hoge schoenen
klosten de geur van een flinke buit,
een bontmuts smeerde oorlogssneeuw op haar voorhoofd
en de alcoholdampen vervaagden het gezicht dat wapperde als een witte vlag.
Er bestaan, zei de man die naast me zat, geen lelijke vrouwen
er is te weinig wodka.


Ronny Someck


- vertaling uit het Hebreeuws: Hilde Pach -


Ronny Someck (1951, Baghdad) verhuisde op jonge leeftijd naar Israël. In Tel Aviv studeerde hij literatuur en filosofie. Tot heden zijn er negen dichtbundels van hem verschenen. Zijn poëzie is vertaald in 39 talen; werk van hem is opgenomen in diverse bloemlezingen, onder andere in het Frans, Engels en Italiaans.
Someck, een voormalig dienstweigeraar, is bestuurslid van de ‘Batsheva Dance Company’ en van het Hebreeuws-Arabisch Theater.
Voor zijn poëzie heeft hij vele prijzen gekregen, waaronder in 2006 de Hans Berghuisstok, de poëzieprijs van The Maastricht International Poetry Nights.

Blues van de derde zoen is zijn eerste bundel in Nederlandse vertaling, met de bekendste gedichten uit zijn oeuvre tot dusver.
Hilde Pach, vertaler van o.a. Amos Oz en David Grossman, twee vooraanstaande schrijvers uit de hedendaagse Israëlische literatuur, tekende ook voor deze verzameling verzen in het Nederlands van de dichter Ronny Someck (Uitgeverij Azul Press, maart 2010).

dinsdag 4 mei 2010

Tussen München en Stuttgart


TRACTOREN




De zonen van dr. Mengele verkopen tractoren
op de weg tussen München en Stuttgart.
Wie ze koopt zal de aarde ploegen,
zal een boom water geven,
zal de dakpannen van het huis rood verven
en ziet op het bierfestival het hoempaorkest
op het plein staan als tinnen soldaatjes in een etalage.

In de schoonheidssalon van de geschiedenis weten ze nog een kuifje te
kammen
in het haar van
een monster.


Ronny Someck


Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen, gedichten – uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach. Maastricht, Azul Press, 2010

vrijdag 3 juli 2009

Sigarettengeur



ZOEN



De naaldhakken zijn uitgevonden door een meisje
dat altijd op haar voorhoofd werd gekust.
Sindsdien glimt het voorhoofd als schoensmeer
en de wenkbrauwenborstel poetst voortdurend
de elektriciteit van het oog, na de explosie
op de mijnen van de lippen.
Ik herinner me de eerste zoen, naast een citroenboom zonder
bladeren. Iemand had ons gezegd dat als we onze tanden met het blad

zouden inwrijven de geur
van de sigaretten zou verdwijnen. De mist had toen dunne vingers.

De hals van de stad was breed,
niet te wurgen en het meisje dat ik wilde wist niet dat de citroengeur

tussen de tanden
en de tong in mijn verbeelding langs de rand van haar gezicht

werd uitgesmeerd.


Ronny Someck



- op het Maastricht International Poetry Nights festival in 2006,
vertaling: Hilde Pach -




Later ook opgenomen in: Ronny Someck Blues van de derde zoen (bloemlezing), Maastricht, Azul Press, 2010


- illustratie uit betrokken bloemlezing © beeldend werk Ronny Someck -

donderdag 23 april 2009

Iedereen zwart


HET GOOTSTEENDRAMA


Iedereen in het stadje was zwart. De laatste trein was al
vertrokken en vorken van ogen prikten in de slagroom van mijn witte huid.
In de dichtstbijzijnde winkel kocht ik schoensmeer en smeerde mezelf in
net zo lang totdat de receptionist in het motel zijn
zwarte Engels niet meer aanpaste toen hij mij een kamer liet zien.
‘Maakt u mij morgen om zeven uur wakker. Om half acht vertrekt
mijn trein.’ Hij maakte me wakker om tien voor half acht, en ik haalde
ternauwernood het station.
Iedereen keek naar me en ik herinnerde me de schoensmeer.
Ik probeerde het, met zachte vingers,
te verwijderen. Hardere vingers deden de huid evenmin wat,
en toen begreep ik dat de receptionist
iemand anders had gewekt.

Goedemorgen poëzie
blijf me te laat wakker maken,
laat zwarte schoensmeer doordringen in
mijn huid en woorden stromen in het gootsteendrama.
Daar zal het geklots van het water de restjes genot afspoelen
die mijn vrouw in het soepbord heeft neergelegd
en de lepels vergeten even de tunnel van de mond
waardoor ze werden aangegaapt.
Huid is huid,
en het afwasmiddel laat de nagels van mijn dochter
schitteren als de lampen van de achtbaan op de kermis
van mijn jeugd.


Ronny Someck


- met dank aan het Maastricht International Poetry Nights festival, juni 2006,
vertaling: Hilde Pach -

Naderhand ook gepubliceerd in: Ronny Someck Blues van de derde zoen, Maastricht, Azul Press, 2010

vrijdag 13 maart 2009

Antibiotica



SCHRAM OP DE ELLEBOOG VAN DE POËZIE


Sommige dichters zijn oogartsen
die druppeltjes toedienen om de pupil van de hemel te verwijden en een veer
valt van de buik van een gewonde vogel, gevangen aan het eind van de regel.

Sommige dichters zijn orthopeden
die de ruggengraat van de vogel ontleden en hun vinger
klimt, als een dief, langs de regenpijp van de wervels
in de muur van de rug.

Sommige dichters zijn kwakzalvers die
een woord zoeken dat de geluiden van de vogels reduceert
tot een fluitsolo.

Sommige dichters zijn tandartsen
en dit woord bijt in hun lippen.

Sommige dichters zijn altijd verband
en de woorden zijn een antibioticum dat daaronder wordt gesmeerd
als metaforische vogels op de eeuwige schram
op de elleboog van de poëzie.



© Ronny Someck


- met dank aan het Maastricht International Poetry Nights festival, juni 2006,
vertaling: Hilde Pach -



Naderhand ook in: Ronny Someck Blues van de derde zoen, Maastricht, Azul Press, 2010