Posts tonen met het label Wim Brands. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wim Brands. Alle posts tonen

zaterdag 28 januari 2012

Vanmiddag


Er staat een man voor het open raam.

Op driehoog een man met wie zij
de hare bedroog.

In de pauze herinnert ze zich misschien
zijn naam, nu staat de vrouw op straat
en kijkt naar het open raam.

Ze wil dat de dekens in de portiek
haar strelen. Of de hele dag in de tram
zich vervelen en

luisteren naar een monotoon gebed:
als ik vanmiddag sterf weet jij niet
hoe je de wasmachine uitzet.

De vrouw staat op straat en sluit
haar ogen: ze is een goochelaar
vlak voor hij lusteloos

zijn hoed afzet. Ook wanneer zij wil
herhaalt zich het wonder. Nu
desnoods:

als ze ongeïnteresseerd knipoogt
naar iemand in het 
bijzonder.


 © Wim Brands




Uit: De vijftig beste gedichten van Wim Brands (bloemlezing, samenst. Chrétien Breukers),
Maassluis, Compaan uitgevers, januari 2012

zaterdag 7 januari 2012

Niets houdt haar nog warm


BOODSCHAPPENTAS




Ze hangt als een boodschappentas
aan mijn arm en ik bedenk
wat er met haar

uit mijn leven verdwijnt: Buisman,
een stoof, de theemuts.

Niets houdt haar trouwens
nog warm.

Bevelend wijst ze naar
de supermarkt en
vraagt me

wat ik zie:
ik noem een naam.

Nee, idioot,
dat is de overkant
en hoe komen wij daar?

Ik wil haar nooit meer ontstemmen,
zeg me hoe.

Maak je maar klaar,
we zullen moeten zwemmen.


© Wim Brands



Uit: Wim Brands Ruimtevaart, Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2005

zaterdag 17 december 2011

Stem


ALLEDAAGSE WONDEREN



1.

Het was niet lang nadat hij van de markt terugkwam,
hij had gekeken naar speelgoed dat klein en
glinsterend in te grote bakken lag te wachten

op kopers terwijl ook hij al naar huis verlangde
waar zich tegenwoordig dagelijks een wonder
voltrok, zoals vanochtend

toen opeens het groene lampje van zijn huiscentrale dat
al jaren uit was even oplichtte.



2.

Hij hoorde op de markt, die al bijna werd afgebroken,
de stemmen van vrouwen en zocht de hare en
wist dat zij ook in het missen aanwezig is,

zoals een bril of een riem die je overal in huis zoekt
zich in je jaszak bevindt.





© Wim Brands




Twee nieuwe gedichten van Wim Brands in De Revisor 2011-2,
halfjaarboek voor nieuwe literatuur nr. 3.

zaterdag 10 september 2011

Tegen het hek


OP STRAAT, OP EEN TRANSFORMATORHUISJE



Op straat, op een transformatorhuisje:
ik zoek zieke, dode vogels,
dank u wel
ik woon in de Knollendamstraat.

In de krant: als een zebra gaat liggen
sterft hij.

In bed, ik zie weer mijn grootvader
vlak voor hij sterft. Het was
in het voorjaar, de paarden

gingen van stal en hij leunde
tegen het hek. Ik hoorde hem:
geef me mijn bril, het worden stippen.


© Wim Brands


Uit: Wim Brands De schoenen van de buurman Amsterdam, Podium, 1999

donderdag 21 juli 2011

Oogbescherming


DE BEJAARDE VROUW





Soms pakt ze de telefoon om te controleren
of er nog een kiestoon is – er valt
niet veel te kiezen –

er is een vriendin aan de andere kant van de stad.
Ook de zon die zo woest naar binnen valt
maakt haar bang vanochtend.

Ze wil weer onbekommerd zijn, zoals
toen in Griekenland met haar vader,
toen ze door een röntgenfoto

van zijn zieke longen naar een
zonsverduistering keek.




© Wim Brands



Uit: Wim Brands Neem me mee, zei de hond Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2010

zaterdag 28 mei 2011

Plakkertje


ANSICHTKAART



Terug van vakantie vlooi ik door de post.
Er is een ansichtkaart van mijn moeder.
Sinds de dood van mijn vader

gaat ze elke zomer naar het buitenland.
De Jura, dit jaar. Dat ligt tegen
de Spaanse grens,

had ze gezegd. Ik beaamde dat.
Ik spreek haar niet meer
tegen.

Ik bekijk de kaart. Op de voorkant
een dorp in de bergen.
Op de achterkant

mijn adres en een plakkertje waarop ze
een paar woorden heeft getikt
al voor ze vertrok.

Ik zie haar aan de keukentafel zitten,
achter de oude typemachine.
Een beetje bevreesd:

het buitenland blijft het buitenland.
Alles O.K. hier. Ma.


© Wim Brands


Uit: Wim Brands Ruimtevaart, Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2005

dinsdag 12 april 2011

Nergens heen


DE JAS



Maar eerst is er een oude jas. Nu hangt hij
aan de kapstok, binnenkort wordt hij
verbannen naar het hok.

En eerst is er een avond waarop ik aarzel
naar buiten te gaan. Buiten is het koud.
In gedachten trek ik voor het eerst

die oude jas aan. Ik ben alleen op straat.
Wie had dat durven hopen. Ik kijk
in de ruiten en zie

voor het eerst mijn vader in deze stad lopen.
'Waar ga je heen?' 'Nergens heen.'
'Dan gaan we dezelfde kant op.'




© Wim Brands



Uit: Wim Brands De schoenen van de buurman Amsterdam, Podium, 1999

woensdag 16 maart 2011


LIEFDE VAN EEN KWARTIER



Ze kijkt hem aan terwijl zijn handen haar zieke dochter betasten en
ze ziet dat hij ook hij verliefd op haar zou kunnen worden,
net als zij nu op hem.

Ze zouden in dit vakantieoord blijven wonen en zij zou
de administratie van zijn niet zo drukke praktijk liefdevol
verwaarlozen.

Het is een geruststellende gedachte, ze ziet dat ook hij
het een geruststellende gedachte vindt, nu, dit moment,
met aan de andere kant van de deur zijn vrouw, haar man

en tussen hen in zijn handen, zijn bril, zijn schoenen,
haar ringen, haar opgestoken haar, haar borsten.



© Wim Brands



Nieuw gedicht van Wim Brands op DeContrabas.com

vrijdag 25 februari 2011

Grofvuil


Als het heeft gesneeuwd schudt de stad haar
ziel uit, zoals een hond zichzelf verlost
van water na een duik in de late lente;

wie het schudden wil zien hoeft niet eens op
te letten.
Je loopt op straat en zie:

op een hoek speelt een man
op een piano die aan het begin van de avond

bij het grofvuil is gezet.


© Wim Brands


Uit: Wim Brands Neem me mee, zei de hond Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2010

vrijdag 14 januari 2011

Vers wrak


DE POOLSE KLUSSER





Als ik 's ochtends naar de lucht kijk
en op mistige dagen de omgeleide
vliegtuigen hoor denk ik aan
de dag dat

de paarden rondjes renden rond
een vers wrak in het weiland
van mijn ouders.

Mooi was dat om te zien –
een dampend wrak en
de paarden daar

omheen als vrolijke kleuters
op een schoolplein.



© Wim Brands



Uit: Wim Brands Neem me mee, zei de hond Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2010

dinsdag 7 december 2010

Stem


ZO HERINNER IK ME



Zo herinner ik me de voddenkoopman
van de overkant. Ik was in deze ontvolkte
buurt zijn laatste klant.

Zittend aan het raam zie ik nog zijn volle kar staan.
Midden op de weg. Hoor zijn roep. Wat vrolijk
en somber stemt, want

als ik er niet meer ben, wie herinnert zich
dan zijn stem?



© Wim Brands



Uit: Wim Brands De schoenen van de buurman Amsterdam, Podium, 1999

zondag 21 november 2010

Schuur


Mijn grootvader maakte elk jaar de graven van familieleden schoon,
schilderde de letters bij, terwijl mijn grootmoeder op het graf van
een vreemde zat en hem de jaartallen voorlas die ze in de
familiebijbel had geplakt;

jaartallen die ze ook uit haar hoofd kende en die ze stapelde –
zoals mijn grootvader in de herfst het hout in de schuur,
de schuur waarin al onze doden ook hadden gelegen.

Totdat ze gewogen werden zodat we wisten hoeveel
dragers we nodig hadden.
Volgens mijn grootmoeder waren sommigen
zo licht dat ze door de wind werden opgetild.

Ze stonden in onze familiebijbel bijgeschreven als
de uitverkorenen.


© Wim Brands


Uit: Wim Brands Neem me mee, zei de hond Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2010

vrijdag 10 juli 2009

Handig


Ik sta op en ga naar het vliegveld,

verlies mezelf in een massa bij Aankomst.
Seattle: 9:30, Hanoi: 9:20. Ik kies.
En praat met een arrivé. Over het noodweer
boven zee, de uiteindelijk voorspoedige
vlucht.
Ik ben vrolijk als het moet, klaag
desgewenst mee.
Na een half uur ga ik terug en sta
op tijd aan het bed.
Waar kom je vandaan?
Ik heb boodschappen gedaan.
Kijk, een vingerhoed en een zoutvaatje.
Handig als we gaan.




© Wim Brands



Uit: Wim Brands De schoenen van de buurman Amsterdam, Podium, 1999

woensdag 8 april 2009

Reusachtige machines


Elke ochtend gaat ze de oceaan op.

Het wasgoed gaat stinken
potten en pannen koeken aan,
haar huwelijkskleed rafelt

en vervuilt onder zijn boze
blikken.

Wat doet het er toe, zij kijkt toe
hoe de walvissen trekken en ziet
dat het naaimachines zijn,

reusachtige die het sinds eeuwen
stukke kleed stikken.


© Wim Brands


In: Hollands Maandblad, juni 2003

maandag 9 februari 2009

Ze zeggen dat


TE SCHRIJVEN ZOALS MIJN GROOTOUDERS



Te schrijven zoals mijn grootouders
een telefoongesprek voerden.

Ze belden nooit, ze werden
een doodenkele keer gebeld

en konden tot aan het einde
van hun leven niet geloven

dat hun stemmen ook elders
klonken.

Hing de telefoon weer
op de plek van de koffiemolen,

zei mijn grootmoeder bijvoorbeeld
na lange tijd: ze zeggen dat ze komen

en mijn grootvader: wil je dat ik
erlangs rijd?



© Wim Brands


Uit: Wim Brands De schoenen van de buurman Amsterdam, Podium, 1999

zondag 18 mei 2008

's Avonds


O, ANNIE



Ze legt de telefoon neer en zegt O, Annie
de buurvrouw die hem vond;
om haar stem te sussen

O, Annie.

's Avonds pakt ze een vuilniszak
voor zijn kussen.




© Wim Brands




Uit: Wim Brands Ruimtevaart, Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2005