Posts tonen met het label Ivo van Strijtem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ivo van Strijtem. Alle posts tonen
zaterdag 10 december 2011
Spijkers
HET SILHOUET VAN LÜBECK
Opdat de aarde vast zou hangen aan de hemel, sloegen de mensen
er kerktorens in
Zeven koperen spijkers, niet af te wegen
tegen goud
© Reiner Kunze
- uit het Duits vertaald door Geert van Istendael -
In: De mooiste van de hele wereld - 300 gedichten van de 20ste eeuw [bloemlezing], samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. Tielt (B.)-Amsterdam, Lannoo/Atlas, 1996
zondag 27 november 2011
Boodschapper
VOORTDUREND WACHTEN
We wachtten maand na maand. Altijd stond er iemand
op de uitkijk. Niets. Geen boodschapper verscheen.
Het pad lag vol stenen en doornen.
Oktober, november, december. En de lange tafel
Vergeten onder de bomen. Ten slotte
kwam de opziener, zette de twaalf glazen
op de tafel. Eén ervan viel op de grond;
het lag aan scherven. Zodat ons niets overbleef
dan te wachten, opnieuw, van bij het begin.
© Yánnis Rítsos
- uit het Grieks vertaald door Ben Cami -
In: De mooiste van de hele wereld - de moderne wereldpoëzie in 333 gedichten,
samenst. Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. Tielt (B.) / Amsterdam, Lannoo/Atlas, 2010
Labels:
dichterswit,
Ivo van Strijtem,
Koen Stassijns,
Yánnis Rítsos
vrijdag 13 mei 2011
Waanzinnige dag
Alleen in een loopgraaf ben ik aarden woorden.
Zo bang was ik, waarom sliep iedereen?
Het stofsneeuwde en in de grond
van mijn hart groef ik mij in.
Een vreemd tot de tanden gewapend ongeluk
schoot genadeloos mijn grenzen stuk.
Iets verderop kroop iemand overeind
en plaste hard een einde aan de nacht.
Een hand zocht diep in mijn broekzak,
ik dacht aan een naakte vriendin en elke
waarzinnige dag stierf in mijn handpalm een vogel.
Ik merkte hoe moe het landschap was, een oud beest,
een steen, op zoek naar het graf waarbij
hij zich neerleggen kan, alleen in zijn loopgraaf,
mens in een krakende jas.
© Ivo van Strijtem
Uit: Ivo van Strijtem Een rode sjaal, Amsterdam/Antwerpen, Atlas,1998
Zo bang was ik, waarom sliep iedereen?
Het stofsneeuwde en in de grond
van mijn hart groef ik mij in.
Een vreemd tot de tanden gewapend ongeluk
schoot genadeloos mijn grenzen stuk.
Iets verderop kroop iemand overeind
en plaste hard een einde aan de nacht.
Een hand zocht diep in mijn broekzak,
ik dacht aan een naakte vriendin en elke
waarzinnige dag stierf in mijn handpalm een vogel.
Ik merkte hoe moe het landschap was, een oud beest,
een steen, op zoek naar het graf waarbij
hij zich neerleggen kan, alleen in zijn loopgraaf,
mens in een krakende jas.
© Ivo van Strijtem
Uit: Ivo van Strijtem Een rode sjaal, Amsterdam/Antwerpen, Atlas,1998
dinsdag 19 april 2011
Naar binnen
BEMINNEN
Zeer strekt het zich uit naar binnen.
Want zo ver gaat beminnen:
een wijd open land met ginds een man,
een vrouw die naar de einder staart
waaraan een man, een vrouw, een engel.
Het einde verwatert, verdampt, verdwijnt
naarmate je nadert.
Zijn vinger die naar binnen glijdt
vindt instemming. Hij deelt zich uit:
ogen, mond, tong, penis, zaad.
Met hart en ziel raapt zij hem op
en legt hem neer in goede aarde.
Want het grenst nooit.
Ook al slaat de klok ons hard om de oren,
het streeft en het loont.
En heel soms merk je dat er licht brandt
in een huis waar niemand woont.
© Ivo van Strijtem
Uit: Ivo van Strijtem De mooie Ierse, Amsterdam/Antwerpen, uitgeverij Atlas, 2002
vrijdag 18 maart 2011
Onbevaren
'S NACHTS
Ik ben zo vaak ontwaakt omdat ik dacht
Dat er een schip zeilt door de koele nacht;
Het zoekt de zeeën op, vaart naar een strand
Waarnaar in mij een warm verlangen brandt.
Dat ergens, in een onbevaren oord,
Een helrood noorderlicht onmerkbaar gloort.
Dat nu een vreemde vrouw, op liefde uit,
Het witte warme kussen in haar armen sluit.
Dat iemand die mij dierbaar was als vriend,
Nu ver in zee een donker einde vindt.
Dat moeder, die mij niet meer kent en dwaalt,
Misschien nu in haar slaap mijn naam herhaalt.
© Hermann Hesse
Gedicht van Hermann Hesse (1877-1962, Duitsland/Zwitserland) - hertaald door Koen Stassijns - in:
Half engel half mens - 100 moedergedichten uit de wereldliteratuur, samengebracht door
Koen Stassijns en Ivo van Strijtem (bloemlezing). Tielt (B.), Lannoo, 2010
Labels:
dichterswit,
Hermann Hesse,
Ivo van Strijtem,
Koen Stassijns
Abonneren op:
Posts (Atom)