Posts tonen met het label Wiel Kusters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wiel Kusters. Alle posts tonen

donderdag 8 september 2011

Bruine benen


DUBBELGANGER



Het is zomer en ik lig
met andere jongens in het gras
op mijn buik zodat ik ruik
hoe vroeger alles anders was
of moet ik zeggen dat ik rook
hoe later alles eender wordt?

er is een meisje bij dat zit
met bruine benen in het gras
zij lacht beweegt zodat iets wits
soms even zichtbaar wordt
of moet ik zeggen dat het zwart
voor ogen mijn verlangen was?

het gras staat vol met klavertjes
het gras ruikt naar geluk
zolang het niet gemaaid was
want dan rook het naar geruk
of moet ik zeggen dat de geur
weemoedig en opstandig is?

ik was er nu ik ben er toen
er is geen prikkeldraad geen heg
een open veldje veertien jaar
het gras staat hoog je ziet me niet
of moet ik zeggen dat ik lieg
dat ik me met mezelf bedrieg?


© Wiel Kusters


Uit: Wiel Kusters Als kind moest ik een walvis eten, Amsterdam, Querido, 2002

zaterdag 30 april 2011

Vrij


VLAG

Een vlaggenmast houdt
vlaggen vast.
Een windvlaag vindt dat
ongepast.

Maar als de vlag
gestreken wordt,
is er geen windvlaag meer
die mort.

Dan wappert fier en vrij
de wind:
er is geen vlag die hem
nog bindt.


© Wiel Kusters


Uit: Wiel Kusters Velerhande gedichten, Amsterdam, Em. Querido, 1997

zaterdag 11 september 2010

Op de bok


ELEGIE




De schillenboer gaat door het dorp
en haalt de groenteresten op.

Het is zomer en zijn kar
rijdt afvalgeurig rond.

Ik ben geen stronkje en geen schil,
mag naast hem zitten op de bok.

Het duurt uren, dagen, maanden,
straks is de herfst alweer voorbij,
de winter komt en ook het groen.

Het is al laat, ik groei maar door,
thuis is iedereen ongerust, ik ben
niet de weg kwijt maar het doel.


© Wiel Kusters



[1954], december 1999


Met dank aan de Maastricht International Poetry Nights 2000

donderdag 1 juli 2010

Op de vloer plakken




- klik op beeld voor grotere tekst -

Wiel Kusters Geheim - geïllustreerd door Georgien Overwater - in:

Tikken tegen de maan - 50 kindergedichten uit Nederland en Vlaanderen,
verzameld door Joke van Leeuwen.
Rekkem (B.)/Raamsdonksveer, stichting-vzw Ons Erfdeel, 2010




Gedicht oorspr. gepublic. in:
Wiel Kusters Salamanders vangen,
met tekeningen van Joep Bertrams.
Amsterdam, Querido, 1985

woensdag 18 november 2009

Achtergrondmuziek


DIALOOG



Leg hier je sieraad neer
en zeg mij wat het is.

Is dit een overval, een welkomstgroet?
Een dreiging, zwaard van Damocles,
gehangen aan een draad van taal?

Ik dring niet aan.
Hier is mijn woordenboek
met daarin alles wat ik noemen kan,
maar niet noodzakelijk bezit of wens.
Leg daar jouw woorden naast,
naast die van mij,
zodat we kunnen zien of er iets rijmt.

Maar wat als vrede paart met wond of scheur,
geweld zich horen laat als feestgedruis,
verzoening klinkt als angstgeschreeuw,
conflict als achtergrondmuziek?

Dan schorten wij die woorden op
en spreken niet meer zo abstract.
Wij hebben veel gemeen.



Wiel Kusters

Uit: Wiel Kusters Zielverstand, Amsterdam, Querido, 2007

woensdag 21 oktober 2009

Reis



DOODSTIL



Ik ging eens niet op reis,
bleef zitten in mijn stoel.
Mijn reis ging razendsnel.
Ik was nog niet vertrokken
of ik was al weer thuis.

Ik ging eens niet graag dood,
bleef zitten tot ik stierf.
Mijn dood was een soort dood.
Ik was nog niet geboren
of ik was nog steeds in leven.


© Wiel Kusters




Uit: Wiel Kusters Velerhande gedichten, Amsterdam, Em. Querido, 1997

zondag 4 oktober 2009

Aan het raam (zwarte weg)



HET HUIS VAN DE SCHILDER



Iets verder dan het aardbeienpaadje

dat uitkwam οp de Zwarte Weg,
verder dan de brandnetels
langs datzelfde pad,


vlak bij het jachtgebied,
waar het groen vol rode beestjes zat

met zwarte stippen,

stond het huis van de schilder
hoog en steil
zodat ik zag wat ongenaakbaar was,

langs de weg van Heerlen
naar Kerkrade.


Daar hield hij huis
met tubes, kwasten en penselen

οp doeken zο groot
als een raam.


Of zou hij tekenen,
vroeg ik me af,
heel fijntjes tekenen
οp papier,
spichtige lijnen in een van de kamers

in een huis zο groot als een hoofd
als het denkt,

zich iets verbeeldt?

Met een takje schoof ik de
οnzelieveheersbeestjes
van waar ze licht vingen,
boven οp het blad,
van waar ze sliepen
aan de onderkant,

in een pot.

Rood en zwart en groen.

Thuis had mijn vader
van plankjes een hutje getimmerd

dat precies οp de vensterbank
paste.

Er zat een raampje in,
vijf bij vijf centimeter,
met stopverf vastgezet,
net echt.

Daar liet ik mijn beestjes wonen.

Ik legde wat groen in hun kamer
en zat met hen
aan het raam,


zij binnen,
ik buiten.

Ze hadden geen stoelen,

geen tafel, en waren
hun eigen schilderij
(voor mij),

hun zwarte buikjes naar
het licht gekeerd.


© Wiel Kusters

Uit: Wiel Kusters Zielverstand, Amsterdam, Em. Querido, 2007

zondag 9 augustus 2009

Koolwitje



Heights are not to look from, but to look at.

- Chesterton



In de tuin, in Spekholzerheide,
waar ik schuchtertjes gejaagd
voor het eerst een vlinder ving

(onder een zakdoek die ik wierp)

(hij zweeft het koolwitje langzaam nader, alsof het hem nooit lukken gaat)


(ik liet hem vrij, daar fladdert hij:

flardje leven uit textiel,
zoals een lichaam dat zich hult

in ziel)

stap ik met vader tussen de aardappelplanten rond,

de blik gericht op bladeren en grond,
'kolerabele kevers' in de mond,
vaders etymologie.


De kevers knagen haastig. 1954. Ik kan een beetje lezen. Vader doet de

kevers in het papieren zakje waaruit hij zojuist zijn laatste sigaar heeft
gehaald. Die heeft hij op de tuinmuur gelegd.

Sigaren koopt hij los, op zaterdag, nooit meer dan vijf. Bij Sigaren-
­magazijn Van den Broek. Hofnar. Ernst Casimir. Schimmelρenninck. Ik spaar de
bandjes.

Οp de sigarenzakjes staat een rebus. Hij heeft me geleerd hoe je zo'n ding

moet oplossen. Tekeningen worden letters. Uit het gat in de muur valt
de t. Het paard wordt er 'naar' van. De den verliest een n(aald). Stieren
veranderen in mieren, de geit stinkt naar gij. Uit de snelle luipaard kruipt
een luiaard.

De rebus op het zakje waarin de coloradokevers verdwijnen, heb ik niet

gelezen. De larven en de eitjes, die vader met een lucifer van de bladeren
schraapt, gaan met de kevers mee.

Het is geen groot stuk tuin, en de plaag is te overzien. Kort na de oorlog
was het pas erg, zegt vader. Toen was jij één jaar. Hij maakt een vuurtje
van wat kranten en droge takjes. Dan gooit hij het sigarenzakje in de
vlammen. We stampen onze schoenen schoon op het tuinpad van cement
en gaan onze handen wassen in de bijkeuken. Vader steekt zijn sigaar op.

Wiel Kusters


Gedicht 4 uit de cyclus Na de oorlog, kleine lettertjes
in: Wiel Kusters Zielverstand, Amsterdam, Em. Querido, 2007.

zaterdag 9 mei 2009

Maaltijd



OORLOGSWINTER



Het is voorjaar '44 en oom schrijft

οf wij het graf van opa wel eens zien,
en οf het niet vergeten wordt misschien.

Want juist wie leeft wil dat de dood beklijft.

Het graf is wild met onkruid overgroeid.

Mijn broer en ik steken de handen uit,
veroveren onverwachts een οοrlοgsbuit,
geen centimeter grond blijft οngemοeid.

Het is winterpοstelein dat opa geeft,
goed eetbaar en de honger maakt het zoet.

Per slot komt alles uit dezelfde schoot.

Het groene maaltje dat het graf ons bood
heeft mij voorgoed met dit besef gevoed:
de dood is niet waarnaar het sterven streeft.


(naar een herinnering van Ru Otto)


© Wiel Kusters

Uit: Wiel Kusters Zielverstand, Amsterdam, Em. Querido, 2007.

dinsdag 3 februari 2009

Harige aanwezigheid



NAZOMER



op weg naar de badkamer
voor een nachtelijke slok water
passeer ik met knakstramme knieën
een grote zwarte spin

bewegingsloos tegen het groezelige wit
van de geverfde muur —
ik denk dat ze weet dat ik

niet droom en houdt zich stil

de slaap te nabij lispel ik morgen

morgen ben je erbij het is
een list tegen de schrik de nood
zaak van wakker worden

vandaag al uren verstandig en klaar
schiet ze mij te binnen met harige
aanwezigheid in de kale dagdroom
van een verregende ochtend

waar in mij wil ze dat ik haar niet vind
in welke spleet achter welke plint


© Wiel Kusters


in: Ouverture Maastricht, gedichten in het Engels en Nederlands (red. Hans van de Waarsenburg), Maastricht International Poetry Nights Series i.s.m. Verlag Ralf Liebe, Weilerswist-Köln, 2008

vrijdag 8 augustus 2008

Op een schop



Voor mij was glück auf
een nachtgroet, in het donker
gesproken door mannen

voor hun behoefte zittend
op de schop terwijl muizen
brood uit hun jaszak vraten

geen treffender beeld
voor de komende slaap
wanneer ik in bed

mijn vader groette
voor hij de deur sloot.



WIEL KUSTERS


uit: Kerkraadse gedichten, Tirade, 1976

zaterdag 21 juni 2008

Wat rest op een stoel tillen



LANGZAME WALS


Wij dansten, moeder, door de keuken
je had mij lachend opgetild

vier jaar was ik 'daar bij die molen
die mooie molen' van de radio

geboren, losgeschild
je kleine vrucht, een zoet bestaan

een appel die zo rood moest glimmen
dat je ogen ervan glansden

opgenomen in een wals
tussen tafel stoelen pannen

dat het kleine wandkleed moeder
dat je in de keuken hing

geborduurd met wolken schaapjes
bomen en een molentje
plus een boertje met een pet

dat dat helder linnen kleedje
met zijn spichtige figuurtjes
draaiend mij voor ogen bleef
in de warmte van de keuken
langs de wanden van mijn geest

zozeer dat ik het ging zingen
en mijn ogen moest bedwingen
toen je stierf en ik je zag

jij mij zag ik wilde tillen
wat er van ons overbleef
op een stoel en in een bed

en wij zwierden en wij walsten
tot je grond verzonken was

© Wiel Kusters


Uit: Wiel Kusters Zielverstand, Amsterdam, Em. Querido, 2007

donderdag 29 mei 2008

Longen van negentien


MANTOUX


Krasjes op mijn onderarm:
tuberculinetest. Een witte
non met een pennetje. Ik

een jongen met een bultje,
jeukend rood, mijn longen
op de foto zeven of pas zes.

Een prik onder mijn huid:
test van Mantoux. De milva
met een naald. Soldaat ik

met een bultje, jeukend rood,
mijn longen negentien, twintig,
dapperder dan ooit. Boven

ons in zijn huis woonde mijn
opa met zijn silicose. Silicose
geeft een verhoogde kans

op open tuberculose, lees ik
veertig jaar later, met op elke
onderarm een jeukend bultje,

spontaan ontstaan, alsof mijn
lichaam met mijn lichaam praat
over wie ik ben en wie het was

die, alsof hij in de verste verte
lag, zijn opa niet mocht naderen
om hem te horen, hem te ademen.


© Wiel Kusters


Uit: Wiel Kusters Zielverstand, Amsterdam, Em. Querido, 2007

vrijdag 23 mei 2008

Waar stond mijn dinges?



VASTENAVOND


Als ik mijn neus opzet, verlies ik prompt
een oor. Mijn haar wordt groen als ik het was.
Ik ben vergeten waar mijn dinges stond
nu ik vergeefs elf onderbroeken pas.

Ik maak muziek, zo vrolijk dat ik huil.
Ik dans alleen, de optocht maakt mij bang.
Ik slaap mijn roes uit in een eenmanskuil.
Ik voel waterkoude kussen op mijn wang.

Maar ik verrijs, laat dat geloof bestaan.
Ik spreek de waarheid met de brakke mond
die hangt te zingen aan mijn onderbuik.

Het voorjaar komt, ik voel het en ik ruik
het leven smeulen als een lange lont.
Ooit volgt de knal. Nu leven! Kraai maar, haan.


© Wiel Kusters


Uit: Wiel Kusters, Zielsverstand, Amsterdam, Querido, 2007

dinsdag 1 april 2008

'Kindervers', een come-back


Schrijver Wiel Kusters was in de jaren tachtig, begin jaren negentig een begenadigd maker van 'kindergedichten'. Met illustrator Joep Bertrams oogstte hij veel lof voor de kwaliteit van achtereenvolgens Salamanders vangen, Het veterdiploma en Een beroemde drummer. De eerste bundel werd in 1986 voor het tekenwerk meteen bekroond met een Zilveren Penseel.

In NRC Handelsblad van 28 maart jl. verbrak de dichter-essayist en hoogleraar, na bijna veertien jaar, het zwijgen. "Geïnspireerd door zijn vierjarige kleinzoon schrijft Kusters tegenwoordig weer af en toe een kindergedicht," aldus het Cultureel Supplement van de krant.
Het kan niet lang meer duren of daar komt een nieuwe bundel van. Bij Querido waarschijnlijk.

Kusters houdt zelf
overigens niet van een onderscheid tussen 'kinderpoëzie' en verzen voor volwassenen.
Een gedicht moet geschreven zijn voor alle leeftijden, vindt hij, zonder zulke grenzen.

Hoor hoe Annie M.G. Schmidt - of misschien wel Pierre Kemp - hier tussen de regels meeluistert:



OP DE BOERDERIJ


Eerst ga ik het varken wassen
dan ga ik de kippen kammen
en het bruine paard verrassen
met lekkere bruine boterhammen

Ik ga een heel klein lam optillen
ik ga de grijze ezel strijken
ik moet de dooie vos nog villen
en eens naar de mestvaalt kijken

Dan moet ik de pauw verschonen
en de grijze duif opvouwen
misschien daarna de egel klonen
en de muis laten miauwen

Tenslotte de konijnen lappen
en de boze buldog blussen
dan nog uit mijn klompen stappen
en eindelijk eindelijk jou gaan kussen



(Wiel Kusters)