Posts tonen met het label Nâzim Hikmet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nâzim Hikmet. Alle posts tonen

donderdag 19 januari 2012

Tot de avond


MORGEN



Je bent wakker
Waar ben je?
In je eigen huis.
Je bent er nog steeds niet aan gewend
In je eigen huis te zijn als je wakker wordt!
Dat is een van de vreemde gevolgen
Van dertien jaar gevangenschap.
Wie is het die naast je slaapt?
Het is niet de eenzaamheid, maar je vrouw.
Zij slaapt als een roos.
Zwangerschap staat een vrouw goed.
Hoe laat is het? 
Acht uur.
Dat betekent dat je veilig bent
Tot de avond
Omdat het niet de gewoonte is
Dat de politie overdag huiszoeking doet. 


© Nâzim Hikmet 



Uit: Moderne poëzie uit Azië - bloemlezing, samenst. en vertaling Bertus Dijk. Amsterdam, Van Gennep, 1977.
 
Oorspr. in Nâzim Hikmet Selected Poems, done into English by Taner Baybars. London, Jonathan Cape Ltd. (1967). 

woensdag 5 mei 2010

Het geluk van de binnenplaats



MIJN UITVAART

(Cenaze Merasimim)


Zal mijn begrafenis van onze binnenplaats vertrekken?
Hoe krijgen jullie mij van de derde verdieping beneden?
In de lift past de kist niet,
en het trappenhuis is te smal.

Misschien ligt de binnenplaats in de volle zon en scharrelen er duiven,
misschien sneeuwt het wel en is de lucht vol kinderkreten,
of misschien is het asfalt nat van de regen.
En staan op de binnenplaats, net als altijd, de vuilnistonnen.

En als ik, volgens plaatselijk gebruik, in een open kist op de vrachtwagen
wordt geladen,
kan er wel eens iets op mijn voorhoofd druppelen van een duif: dat heet
geluk!
Of de muziek nu wel of niet komt, de kinderen komen zeker naar me kijken,
kinderen zijn altijd nieuwsgierig naar de doden.

Ons keukenvenster zal me nakijken.
Ons balkon, met al z'n wasgoed, zal me doorlaten.
Ik heb op deze binnenplaats gelukkig geleefd, daar hebben jullie geen weet van.
Buren, ik wens jullie allen een lang leven toe...

Moskou, april 1963


© Nâzim Hikmet


- vertaling uit het Turks: Gerjan van Schaaik -Uit: Moderne Turkse Poëzie - Mehmet Emin Yildirim, Sytske Sötemann en Mehmet Çetin (samenstelling). Amsterdam, Atlas, 2010.





Rechts: Nâzım Hikmet, gefotografeerd in de gevangenis van Bursa, in 1948.
'Gevangen zitten is niet het probleem
Het probleem is hoe je voorkomt dat je je overgeeft…'



Hikmet (1902-1963) was anti-Atatürk en tegen de staat.
Zijn werk is wereldwijd vertaald, maar in eigen land werd hij verbannen. Zeventien jaar van zijn leven bracht hij door in gevangenissen. Bij zijn honderste geboortejaar, in 2002, was rehabilitatie door Turkije eindelijk in zicht. Al zou het nog zeven jaren duren voordat hij - posthuum - in 2009 zijn staatsburgerschap terugkreeg.

zondag 18 januari 2009

Voor het eerst



VANDAAG IS HET ZONDAG

(Bugün pazar)



Vandaag is het zondag.
Vandaag hebben ze me voor de eerste keer de zon laten zien.
En voor de eerste keer in mijn leven
heb ik verbaasd, bewegingloos staan kijken naar de klare hemel
zo ver van mij νerwijderd
zo weids
zo blauw.
Eerbiedig heb ik me neergezet,
mijn rug tegen de muur geleund.
Vandaag bestaat er geen strijd,
vandaag bestaat er noch de vrijheid, noch mijn vrouw.
Alleen de aarde, de zon en ik...
Ik ben gelukkig.

© Nâzim Hikmet



In: De mooiste van Hikmet, vertaald uit Turks door Perihan Eydemir en Joris Iven, Tielt/Amsterdam, Lannoo-Atlas, 2003.

De dichter, toneel- en romanschrijver Nâzım Hikmet (Thessaloniki, 1902 - Moskou, 1963) geldt als de eerste en belangrijkste lyricus van hedendaags Turkije. Wereldwijd wordt hij gezien als een van de grootste en belangrijkste internationale dichters van de twintigste eeuw.
Hikmet leefde als banneling jarenlang in de toenmalige Sovjet-Unie. Wegens communistische sympathieën en vervolging in zijn eigen land was hij daarheen gevlucht. Na zijn terugkeer wordt hij in 1938 opgepakt en veroordeeld tot bijna dertig jaar straf. Een deel van die tijd brengt hij in gevangenissen door, tot zijn vrijlating in 1950. Een jaar daarna wordt Hikmet het Turks staatsburgerschap afgenomen. Bijna zestig jaar later, in 2009, krijgt de dichter het - posthuum - terug. Nadat de Turkse regering tot eerherstel besloten heeft en het omstreden ministerieel 'vonnis' van 1951 definitief vernietigt.


OVER HET LEVEN

Het leven neem je niet te licht:
je dient te leven in diepe ernst
zoals een eekhoorn, bijvoorbeeld-
ik bedoel, zonder iets te verwachten buiten of boven het leven
het leven moet je hele ambacht zijn.

(Nâzim Hikmet, 1947)

dinsdag 13 mei 2008

Verre vermoedens

BRIEF AAN MIJN VROUW
II-II-33, Gevangenis Bursa

Mijn liefste!
In je laatste brief
schrijf je:
‘Mijn hoofd barst
mijn hart bezwijkt!’

Je schrijft:
‘Als ze je hangen,
als ik je verlies,
dan kan ik niet meer leven!’

Je zal leven, mijn lieve vrouw,
je herinnering aan mij zal als een zwarte rookwolk verdwijnen in de wind:
je zal leven, roodharige zuster van mijn hart,
in de twintigste eeuw
is de smart om de dood
na een jaar verdwenen.

De dood,
een dode die aan een touw hangt.
Aan zo’n dood
kan mijn hart zich niet onderwerpen.

Maar,
je zal zien, mijn liefste,
als een arme zigeuner
met handen als een zwarte, harige spin
het touw rond mijn hals
zal leggen

dan zullen ze tevergeefs
naar Nâzim kijken
om de angst in mijn blauwe ogen te bespeuren!

In de schemering van mijn laatste ochtend
zal ik
mijn vrienden en jou zien
en ik zal
alleen de pijn om het lied dat ik niet tot het einde kon zingen
meenemen in mijn graf…

Mijn vrouw,
goedhartig,
goudkleurig,
mijn bij met ogen heerlijker dan honing,
waarom heb ik je geschreven
dat men mij wil hangen,
het proces is nog maar net begonnen,
en ze rukken een mensenhoofd toch niet uit
als een knol.

Zet die nare gedachten uit je hoofd.
Het zijn maar verre vermoedens.
Als je geld hebt
koop me dan een lange wollen onderbroek,
ik heb opnieuw jicht in mijn benen.
En vergeet niet
dat de vrouw van een gevangene
altijd aan leuke dingen moet denken.

NÂZIM HIKMET

[uit: De mooiste van Hikmet, vert. Perihan Eydemir en Joris Iven, Tielt/Amsterdam, Lannoo-Atlas, 2003]

woensdag 7 mei 2008

Laat de kinderen snoepen



HET KLEINE MEISJE

Bij zovelen klοpte ik aan,
wie weet, ook bij jou misschien.
Maar doden zijn onzichtbaar,
ik kan me niet laten zien.

Het is nu tien jaar geleden
dat ik in Hiróshima stierf.
Ik ben een meisje van zeven,
dode kinderen grοeien niet.

Eerst vatte mijn haar vuur,
dan verbrandden mijn ogen.
Ik werd een handvol as,
mijn bloed is vervlogen.

Ik vraag van jullie niets.
Je hoeft niet te boeten.
Een kind dat verbrandde
kan niet eens meer snoepen.

Ik klop weer bij jullie aan:
graag een handtekening, meneer.
Laat de kinderen snoepen,
dood hen nοοίt meer, nooit meer.

(1956)


Nâzim Hikmet


Uit: De mooiste van Hikmet, vert. Perihan Eydemir en Joris Iven,
Tielt/Amsterdam, Lannoo-Atlas, 2003

zaterdag 12 april 2008

Nog niet


24 september 1945

De mooiste zee
is de zee die we nog niet gezien hebben.
Het mooiste kind
is het kind dat nog niet geboren is.
De mooiste dag
is de dag die we nog niet beleefd hebben.
En het mooiste woord dat ik je wil zeggen
is het woord dat ik nog niet gezegd heb.



NÂZIM HIKMET





24 Eylül 1945
En güzel deniz:
henüz gidilmemis olanidir.
En güzel coçuk:
henüz büyümedi.
En güzel günlerimiz:
henüz yasamadiklarimiz.
Ve sana söylemek istedigim en güzel söz:
henüz söylememis oldugum sözdär.

[uit: De mooiste van Hikmet, vert. Perihan Eydemir en Joris Iven, Tielt/Amsterdam, Lannoo-Atlas, 2003]