Posts tonen met het label Jo Govaerts. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jo Govaerts. Alle posts tonen

maandag 30 juli 2012

Iets verschillends


Als haat maar

haat was, niet zo
hardvochtig ontdaan
van elk gevoel van

haat en liefde
werkelijk liefde, geen
hoopvol vermomde
hunkering naar troost.

Als weggaan weg
gaan was voor
goed naar iets
verschillends.


© Jo Govaerts



Uit: Jo Govaerts De twijfelaar, Leuven (B.), Kritak, 1989

zondag 24 juli 2011

Letter


Zij stuurde hem een blad

waar hij vroeg om een
brief. Zo was de taal
die zij samen spraken
brieven = bladeren.

Zij hadden kunnen kiezen
voor andere zij had hem
een letter kunnen sturen in plaats van
vele wat hij wou zinnen verhalen zij

kozen
de moeilijkste die waarin zij beiden
nog kinderen waren
niets meer wisten dan wat zintuigen
hun gaven wat is het
dat ik voel (stilte)
hoe heet het daar waar je me
kust - onnoembare details nu
naamloos uitvergroot:
Krakau* (moedervlek).



© Jo Govaerts


Uit: Jo Govaerts Waar je naar zit te kijken, Leuven (B.), Kritak, 1994.

* Govaerts (1971), slaviste, vertaalde poëzie van o.a. Wisława Szymborska, de Nobelprijswinnares voor de Literatuur van 1996. Szymborska woont en werkt in Zuid-Polen, in de omgeving van Kraków, stad aan de Wisła.

dinsdag 18 januari 2011

Matrijzen


Matilda is mooi.
Ze schuift aan tafel
als een kat, geeft een lik
van haar lijf om
jaloers op te zijn.

Ik zou mijn handen willen kneden
om haar heen tot de matrijzen
van haar lichaam en het mijne
herscheppen naar haar beeld. IJdel,
ik bleef een beeld en zag haar
wegglippen met mijn adem.

Wees dan zoals de
meisjes van het museum
voor mij. Voor mijn part
zit je de hele tijd onbeweeglijk
met je rug naar mij toe, maar
wees dan toch met je rug
een belofte voor mij, voor gauw
of voor later, wie weet
een leugentje om bestwil maar
wees dat dan toch voor mij.


© Jo Govaerts


Gedicht van Jo Govaerts in De Brakke Hond, 8ste jaargang, Antwerpen 1991

donderdag 23 december 2010

Ontsnapping



EEN MAN IS MAAR EEN KLEINE MAN


Een man is maar een kleine man.
Hij valt in slaap,
zijn mond valt open,
zijn dromen ontsnappen hem zonder spoor.

En 's ochtends niemand die zeggen kan
welke naam er op zijn lippen lag,
welk gezicht hij daarbij amper trekt.
Hij neemt zijn lege koffer en vertrekt.
Mensen zeggen naar zijn werk.


© Jo Govaerts

Uit: Jo Govaerts Apenjaren, Leuven (B.), Van Halewyck, 1998

donderdag 3 juni 2010

Aan een tak


WAAR IK NAAR VERLANG VANDAAG



Waar ik naar verlang vandaag
een frisse zomerjurk te dragen
met blote schouders, een uitgesneden
hals en rug en vooral goed
los om de heupen

waarmee ik dan de tuin in loop
de zon schijnt warm, maar de wind
houdt het draaglijk en brengt
de jurk in beweging en dan

ben jij er natuurlijk ook die
de jurk al even mooi vindt en samen
trekken we hem uit en hangen hem
aan een tak

en liggen te kijken in het gras naar
zo'n frisse zomerjurk in een boom, daar
verlang ik het meest naar vandaag.



Jo Govaerts


Uit: Jo Govaerts Waar je naar zit te kijken, Leuven (B.), Kritak, 1994

maandag 18 januari 2010

Zeeën



DIEGENEN MET WIE IK NOOIT HEB GESLAPEN



Diegenen met wie ik nooit heb geslapen
-ik hield van hen
soms
heel vleselijk.

Te denken aan hun zachte vel
of de tastbaarheid van hun botten,
al was me dat nooit meer
dan in vluchtigheid gegeven.

Maar niet minder concreet,
niet minder aanwezig,
in dromen, gedachten, daden,
in al mijn vezels.

Er waren zeeën tussen ons,
zwaar bewaakte grenzen,
een tafeltje met glazen wijn,
dwaas verstand of een belofte

en een door niets gestelpte begeerte.


© Jo Govaerts



Uit: Jo Govaerts Apenjaren, Leuven (B.), Van Halewyck, 1998

donderdag 23 juli 2009

Zonder oorlog


WIJ WAREN ZESTIEN


Wij waren zestien jaar en spelden traag Aeneas'
avonturen. Over hoe winden plots opstaken
en schepen uit hun koers raakten,
over velden aan de overkant van een rivier
waar men een levend mens maar zelden toelaat,
over verlaten vrouwen, oorlogen en tweegevechten.

Wij waren zestien jaar en door de vensters
van het hoge klaslokaal scheen zon.
En om vier uur stond aan de schoolpoort
de jongen die gedurfd had je te kussen.
En alles over winden die plots opstaken,
schepen die uit hun koers raakten
werd in een boekentas gestoken weggeschoven
om de armen vrij te hebben en lichthartig
om hem heen te slaan.
Wij zouden elkaar nooit verlaten,
wij hadden geen oorlog om naartoe te gaan.


©
Jo Govaerts


Uit: Jo Govaerts Apenjaren, Leuven (B.), Van Halewyck, 1998

zondag 24 mei 2009

Betoverend


WAT DOET EEN MEISJE


Wat doet een meisje
terwijl haar geliefde matroos
de zeven zeeën bevaart

geen geld geen eten

ze gaat naar de kade
daar
waar het wuivende water het afscheid van
het schip blijft herhalen
waar de wind door haar haren
zijn laatste aai en over haar rug
waar een man op een bankje de
krant leest en niet meer leest en vraagt juffrouw
komt u hier toch even bij me
zitten u hebt zulke droeve u hebt
zulke betoverende zeeblauwe ogen


©
Jo Govaerts


Uit: Jo Govaerts Waar je naar zit te kijken, Leuven (B.), Kritak, 1994