Posts tonen met het label gerrit achterberg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gerrit achterberg. Alle posts tonen

maandag 5 december 2011

Congruentie


EUCLIDES




Gij zijt aan het bestaande tegenstrijdig.
Buiging en ronding om u heen gelegd,
eenmaal uw beeld te buiten, trokken recht
en maakten u aan alles evenwijdig.

Tussen die lijnen werd de tijd ontijdig
en schoof de ruimte uit uw lichaam weg.
Ieder begrip dat nog iets van u zegt,
krijgt doel te veel en middelen te weinig.

Ik kan u niet met Euclides beschrijven,
want de figuur waarmee gij congrueert
heeft punten nodig der oneindigheid.

Nochtans moet gij binnen de perken blijven
van het gedicht dat u verdisconteert
in al het wit dat ieder woord omsluit.




© Gerrit Achterberg



Uit: Gerrit Achterberg Verzamelde Gedichten Amsterdam, Querido, 2000.
 
- Punten van oneindigheid, over wiskunde & poëzie, met dank ook aan Wiskundemeisjes.nl 

vrijdag 22 juli 2011

Haar lichaam


AAN DEN REGEN




Regen, haar lichaam heeft geen schuld, want ik was zonder
lied, toen ik bij haar lag; nu ga ik onder.
Regen, lichaam en ziekte groeien als gras ineen.
Regen, als gij haar vindt, zegen haar dan meteen
met deze woorden, die uit u gebeuren,
als uit de bloemen de verwelkte geuren;
dit voor het leven wel te laat gekomen lied;
voor de dood misschien niet.



© Gerrit Achterberg


Uit: Gerrit Achterberg Verzamelde Gedichten Amsterdam, Em. Querido, 2000

dinsdag 12 april 2011

Dodepop


STANDBEELD



Een lichaam, blind van slaap,
staat in mijn armen op.
Ik voel hoe zwaar het gaat.
Dodepop.
Ik ben een eeuwigheid te laat.
Waar is je harteklop?

De dikke nacht houdt ons bijeen
en maakt ons met elkaar compact.
'Om Godswil laat mij niet meer los;
mijn benen zijn geknakt,'
fluister je aan mijn borst.

Het is of ik de aarde tors.
En langzaam kruipt het mos
over ons standbeeld heen.



© Gerrit Achterberg





Uit: Gerrit Achterberg Verzamelde Gedichten Amsterdam, Em. Querido, 2000 

zondag 13 maart 2011

De plaats



REIMERSWAAL



Een, die zichzelf niet meer bezit,
is aan de mist geschonken.
Klokken zij mee verdronken
en luiden dit
ononderbroken.
Maar niemand weet of ziet
de plaats, waar alles ligt gezonken.


©
Gerrit Achterberg



Uit: Gerrit Achterberg Verzamelde Gedichten, Amsterdam, Querido, 2000

maandag 5 juli 2010

Waterraam




Leidse Muurgedichten: Gerrit Achterberg Kleine ode aan het water
(pand Rijnkade 8, Leiden)


- klik op beeld voor leesbare tekst -

zondag 9 mei 2010

Kier


VERZOENDAG


Het heilige gebeurt. Ik heb geraakt
grenzen van God en mens en dier.
Voorhangsel scheurt. Het heilige is hier.
Het heilige der heiligen ontwaakt.

Ik word geheel met u gelijk gemaakt.
Leven en dood staan niet meer op een kier.
De wanden draaien open van de vier
hemelgewesten. Gij zijt losgehaakt

van het papier, dat u gebonden hield
aan lettertekens, die tesamen stonden
om wat zij wisselend van u bevonden;

spel door zichzelve ritselend bezield
tot zoveel vuur, dat er geen vezel blijft
tussen wat is en wat er over schrijft.



Gerrit Achterberg


Uit: Gerrit Achterberg [1905-1962] Verzamelde Gedichten, Amsterdam, Querido (1964)

zondag 4 april 2010

Voeten versieren


WERKSTER


Voor ds Buskes



Zij kent de onderkant van kast en ledikant,
ruwhouten planken en vergeten kieren,
want zij behoort al kruipend tot de dieren,
die voortbewegen op hun voet en hand.

Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand,
om deze voor de voeten te versieren
van dichters, predikanten, kruidenieren,
want er is onderscheid van rang en stand.

God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden,
gaande de gouden straten naar Zijn troon,
al slaande met de stoffer op het blik.

Symbolen worden tot cymbalen in de
ure des doods - en zie, haar lot ten hoon,
zijn daar de dominee, de bakker en de frik.

Gerrit Achterberg



Uit: Gerrit Achterberg Verzamelde Gedichten, 10e [herz.] dr. Amsterdam, Em. Querido, 1988.

zondag 13 december 2009

Kleding


Ik heb het koud en schrijf een gedicht
Als het af is trek ik het aan

- Toon Tellegen


De schemer heeft uw kleren aan

- Gerrit Achterberg

Gezien in dezelfde straat, twee elkaar tegemoet rijdende Rotterdamse vuilniswagens met dichtregels
(Roteb, Rotterdamse gemeentelijke reinigingsdienst)

zaterdag 21 februari 2009

Negatief



FOTOGRAFIE


Hedennacht heb ik bij je verwijld.
Maar de plaats is alweer vereelt.
Je lag op de vloer, languit.
We hebben samen gespeeld
in een diepte, door niets gedeeld.
M'n armen pasten nog om je heen
en mijn hand gleed over het origineel,
waar de foto van is vergeeld.
Het heeft weinig gescheeld
of ik ging nimmermeer heen,
zo in het gebeuren vastgehaakt;
tot eenzelfde negatief gemaakt,
onder het droomlicht dat ons bescheen.


Gerrit Achterberg


Uit: Gerrit Achterberg (1905-1962) Verzamelde Gedichten. Amsterdam, Querido, 1985.

vrijdag 13 juni 2008

Opgeheven



Rath & Doodeheefver


Op het behang van Rath & Doodeheefver
Staan de figuren die gij hebt gekend:
Een hart, een hand, een boomtak bloesemend
En kinderschommels die naar voren zweven.

De randen, door de ratten aangevreten,
Krullen aan de vier hoeken overend.
Oud en verschoten, in zichzelf frequent,
Raakt het motief tegen de muur vergeten.

Maar deze beelden stonden in uw ogen
En deze ogen zijn uiteen gegaan.
Hoe hoog en ver werden de schommelbogen.
Het hart kreeg alle ruimte om te slaan.
De hand wees mij de wegen naar het leven.
De wereld bloeit. De dood is opgeheven.

© GERRIT ACHTERBERG


oorspr. uit: Sneeuwwitje (1949), later opgenomen in
Gerrit Achterberg Verzamelde gedichten, Amsterdam, Querido, 1963.