Posts tonen met het label Hagar Peeters. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hagar Peeters. Alle posts tonen
zaterdag 26 november 2011
In de veronderstelling
DROOMBEELD
Vanmorgen toen ik nog niet wakker was
maar al niet meer sliep sloop onzichtbaar
op gehoefde sokken het onheil binnen
in mijn bed, vlijde zich tegen mij aan
en fluisterde om mij niet te wekken mijn naam.
Terwijl ik mijn ogen niet opende zag ik
dat hij naar mij keek met ook zijn ogen dicht
het kussen streelde dat hij voor mijn lippen aanzag
en dat hem zoende zoals ik zou hebben gekust.
Wij omhelsden in de veronderstelling van elkaar.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Koffers zeelucht Amsterdam, De Bezige Bij, 2003
zondag 7 augustus 2011
Verlaten
OOK WIJ, TITAANTJES
We hadden geen benul van hoe het liep.
We deden dingen omdat je dingen doet.
We richtten daden aan en lazen soms een boek
om te vieren dat gedachten niet vergingen.
We gingen door omdat je verder moet
of bleven haken aan een onverwachte blik
omdat er blikken zijn waarmee iets wordt bedoeld,
vooral wanneer bedoeld was wat wij wilden.
We vingen aan en rondden ook wel af
maar wat in gang gezet was ging zijn eigen weg toch weer.
We maakten plannen, legden ons erbij neer
dat dingen gingen zoals ze niet waren voorvoeld.
We liepen af toen het eenmaal zo ver was
dat wat niet voorvoeld was onomkeerbaar bleek.
we lieten wat we hadden in de steek
en zochten naar wat ons verlaten had.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Koffers zeelucht Amsterdam, De Bezige Bij, 2003
zaterdag 30 juli 2011
Dansen
RAADSELS VAN DE REGEN
Wat is zelfgenoegzaam? Regen.
Wat is een kapstok? Een stille vriend.
Hoeveel gaten telt een knoop?
Het dubbele van een knoopsgat.
Wat wil dansen maar kan het niet? Regen.
Wat wil vuur zijn maar kan het niet worden? Regen!
Wat ligt daadwerkelijk stil? Het hart van een dode.
Wat klopt het hardst: het hart of de voet van de baby?
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Wasdom Amsterdam, De Bezige Bij, 2011
zondag 17 juli 2011
Steeds hoger
''KIJK EENS''
hengelt haar rechterbeen
onophoudelijk in de lucht,
hinken vliegensvlug haar vingers
rond het linker op en neer
en gaan in één armbeweging over
naar haar haren.
Haar handen likt ze alsof,
en strijkt ermee langs haar gezicht.
Steeds hoger kruipt haar rokje
maar daar gaat het nu niet om.
Het gaat erom, dat zij de vlieg nadoet.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Genoeg gedicht over de liefde vandaag. Amsterdam, Podium, 1999
zondag 3 juli 2011
Verdwijning
DE GROTE TREK
Ik zag de overburen op een ochtend
hun koffers zeelucht pakken.
Mijn karavaan speelkameraadjes was de staart
van hun vlieger die wuivend uit het autoraampje
onder een balkon bleef steken
voor hij de hoek om boog.
Ze togen naar de Zandkastelen Stad
onder de rook van Amsterdam, zeiden de achterblijvers,
zonder de rook van Amsterdam, zeiden ze
want naar zeewind frisse lucht ging hun vlucht
van meeuwen die vaders kapitein maakt.
Niet de mijne. Halverwege sloeg de zon
zijn schaduw in het aquarium van onze etage
waar ik tegen het glas gedrukt steeds bleker
hun verdwijning na bleef staren
tot ze de hoek om waren van mijn geheugen.
Op de kust, zei mijn moeder later, zijn ook zij uiteengeslagen.
Wel bleven ze er wonen, nog een tijdje,
in lichte bunkers met open ramen.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Koffers zeelucht Amsterdam, De Bezige Bij, 2003.
Laatste kans: ga uw geliefde(n) of vrienden uitzwaaien! Het MS Rotterdam, vlaggenschip van de trotse vloot van de Holland America Line (HAL), vertrekt vanavond vanaf de Wilhelminapier op de Rotterdamse Kop van Zuid. Voor een cruisetocht met 1400 passagiers vanaf een historische plek, waarvandaan in 1971 de laatste HAL-schepen met emigranten De Nieuwe Wereld aandeden. Nog één keer een sentimental journey over de oceaan, naar New York en het land van de grote dromen, Noord-Amerika.
dinsdag 28 juni 2011
Grote lucht
Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,
stil staan en kijken met mijn ogen open
en languit op de harde grond gaan liggen,
er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.
Maar ’t meeste lijk je op de grote lucht erboven,
waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken
en op de vrije wind daartussen,
die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen
bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.
© Vasalis
Uit: M.Vasalis Op een vlot van helderheid, bloemlezing - gekozen en ingeleid door Hagar Peeters Amsterdam, Van Oorschot, 2009
woensdag 30 maart 2011
Juk van vreugde
BIJ GEBOORTE (I)
Als opgebaard leven ligt daar de boreling.
Wie met hem te doen heeft, benijdt hem.
Nog nauwelijks het niets ontrukt
drukt hem al het juk van de vreugde
De pose naast de teddybeer
die opzichtig voor zijn beste vriend doorgaat.
De bezoekers koeren;
een hogere vorm van ademen.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Wasdom Amsterdam, De Bezige Bij, 2011
maandag 13 december 2010
Avondeten
ZAL IK NOG EEN EINDJE MET JE MEELOPEN?
Ja hoor. Je mag meelopen tot het stoplicht,
of tot de eerstvolgende tunnel.
Tot de derde straat rechts,
tot de ingang van het park.
Tot bij het ziekenhuis, tot voorbij
het ziekenhuis, tot aan mijn huisdeur.
Je mag meelopen tot in mijn kamer,
tot het glaasje van het een of ander,
tot ik mijn tanden heb gepoetst
of tot het eerste ochtendlicht
over de stoel met kleren valt.
Tot de bouwvakkers aan het werk gaan,
tot de school weer is begonnen,
de ambtenaren pauze houden
de winkels zijn gesloten
of tot de laatste stoptrein gaat.
Tot na het ontwaken maar voor het ontbijt,
tot na het ontbijt maar voor de lunch,
tot na de lunch maar voor het avondeten
mag je meelopen.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Genoeg gedicht over de liefde vandaag. Amsterdam, Podium, 1999
zaterdag 20 november 2010
Alleen zichtbaar
NACHTZWEMMEN
De maan rolt een loper
van licht op het water.
We waden ernaar
naakt in het donker
raken niet verloren
langs de baan van de maan
van licht door het water
alleen zichtbaar
voor dat van elkaar
in ons lichaam.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Loper van licht Amsterdam, De Bezige Bij, 2008
maandag 20 september 2010
Zoet, ingeblikt
KOORDDANSEN
Altijd op zoek naar een navelstreng
nu de eerste niet langer bestaat,
balanceer ik op de ragdunne draad
van blik tot blik, tot het ogenblik
dat ik opnieuw jij
en jij ik.
Een keten weer opeens
hangen we boven het land.
Geen afstand meer. In dit verband
past het heelal met gemak
in één hand.
Ik snoep je lieve woordjes.
Je tovert zoentjes uit je zak.
Ik slik ze, pik ze, blik ze in
voor later.
Wanneer het strak gespannen snoer
halverwege de acrobatentoer
ombuigt tot valstrik,
val ik.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Koffers zeelucht. Amsterdam, De Bezige Bij, 2003
(dichtbundel bekroond met de J.C. Bloemprijs)
vrijdag 18 juni 2010
Verkeerde mannen
GENOEG GEDICHT OVER DE LIEFDE VANDAAG
Genoeg gedicht over de liefde vandaag
want al schrijvend heb ik de liefde niet bedreven.
Het leven laat zich maar al te graag
liever beschrijven dan beleven.
Die jij van wie ik zo hoog opgeef
die leeft niet behalve zoals ik je opschreef.
Je kust en je verlaat zoals de windhaan draait,
mijn plaat steeds overslaat,
zoals, zoals men zegt, dat in het echte leven gaat.
Al die minnaars met al hun dichtklappende deuren.
Ik zou geen tijd meer hebben, de pen eens op te pakken
als ik mezelf steeds in de spiegel moest keuren
en met naaldhakken aan mijn nagels moest lakken.
Een dichter is nooit te vangen met haar eigen pen.
Steeds heeft zij haar antwoord klaar
want je kwetst haar zoals zij had gepland
al keren haar woorden zich soms tegen haar;
zij zijn minstens zo ontrouw al als haar minnaars.
Mijn woorden niet. Die blijven aan mij gekluisterd.
Nooit werd een wreder moeder in de poëzie beluisterd
dan die, die haar kroost op het hart hield gedrukt:
'blijf voor altijd zoals ik het je heb ingefluisterd'.
Maar nee, de inkt kruipt waar hij niet kan gaan
zoals het bloed, in zo veel aan de inkt gelijk.
Dus zeg ik je, toe maar, vlieg dan uit,
maar ga niet met de verkeerde mannen mee naar huis.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Genoeg gedicht over de liefde vandaag. Amsterdam, Podium, 1999
donderdag 20 augustus 2009
Zwijgend
VANNACHT KWAM IK MIJN OUDERS TEGEN
Vannacht kwam ik mijn ouders tegen,
twee bleke schimmen die naar elkaar
toe negen in het witte licht van een lantaarn.
Aan hun geluk te zien kon ik nog niet
geboren zijn. Ze waren jong en heel verliefd.
Een groot verdriet bedroefde mij
omdat ik wist hoe het zou verdergaan.
Zij schaterde om iets dat hij haar toegefluisterd had.
Hij lachte hard zoals hij nog vaak doet.
We wisselden een beleefde groet
en daarna scheidden zich weer onze wegen.
'Wacht maar', riep ik hen na,
wij komen elkaar nog wel eens tegen.
Gearmd gingen ze zwijgend om een hoek.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Koffers zeelucht. Amsterdam, De Bezige Bij, 2003
dinsdag 12 mei 2009
Aandenken
VRIJBLIJVEND ADVIES
Soms is een pauze genoeg.
Tel ongezien tot tien
op je vingers
in een gesprek voor je antwoordt;
zo lang duurt de suggestie van luisteren.
Blijf in de ogen van de persoon tegenover je kijken.
Vermijd staren door zo nu en dan te knikken
(volg de beweging van de kin).
Wees vriendelijk als je aankomt.
Voor je weggaat.
Laat een aandenken achter.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Loper van licht Amsterdam, De Bezige Bij, 2008
maandag 16 februari 2009
Roeibootje
DE SLAAPWANDELAAR
's Nachts werd hij wakker
midden op een ophaalbrug
die bezig was omhoog te gaan.
Dan rolde hij vanzelf zijn bed weer in.
Of hij bevond zich op zijn kop
in een karretje op de achtbaan
waaruit hij zich liet vallen
om tussen de veren te belanden.
Eén keer viel hij
in een roeibootje in slaap
dat losraakte van de wal.
Het bleek zijn eigen bed
dat terugdreef naar zijn kamer.
Eenmaal in het graf
wentelde hij zich tevreden om:
's morgens zou alles toch weer
bij het oude zijn.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Genoeg gedicht over de liefde vandaag. Amsterdam, Podium, 1999
dinsdag 29 juli 2008
In een vaas
ZE IS VERSCHROMPELD TOT BEZOEKUUR
Ze is verschrompeld tot bezoekuur;
op de tijden dat het haar geliefden schikt
schrikken haar vissenogen even wakker
uit hun dommelslaap en lacht zij haar gebit
van kunststof venusbloot, als dit
niet op het kastje ligt te grijnzen.
Ze hoort gewillig steeds dezelfde vragen,
Of het goed gaat, zo'n relatief begrip
maar haar begrip is even onbeduidend,
dus ze knikt; praten gaat niet meer
en alles wat ze zegt wordt toch
voor zoete koek geslikt. Dus kraait ze
Dat het aldoor heeft geregend.
Dat de bloemen zijn verdord, maar nee
daar staat alweer een nieuwe bos
te glanzen in de vaas. De tijd verglijdt
zo traag en haar kinderen zijn nee maar
nog steeds in leven. Want ze kunnen
als ze willen weg en blijven. Toch nog even.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Genoeg gedicht over de liefde vandaag. Amsterdam, Podium, 1999
zondag 29 juni 2008
Plaatsen die achterbleven
ALS OOIT
Als ooit jouw aanraking geen beroering
wekt dan ergernis of niets, als ooit
de dagen zich weer sluiten in de
aaneengeregen rij van opsomming
zonder apotheose als de dood
zich in ons heeft gemengd en vreugdeloos
met ons aan tafel zit waar alleen nog
de verveelde conversatie van de vorken klinkt,
als ooit jouw bloed niet meer het mijne is
of ik het drink en er meer is in de kamer
dan jouw aanwezigheid als jij er bent,
als ooit behang en kapstok met jouw jas eraan
geen verschil maken voor mijn blik,
de straat gelaten onder onze voeten ligt,
dan vraag ik je om met mij in een kleine kist
onder een boom waar wij eerder
of te verbranden en te gooien in het water
waarop wij eens, dat wij teruggaan naar de plaatsen
die zijn achtergebleven in het fotoboek en ook het fotoboek
met alles er nog in en ook ons huis, de kinderen
als we die dan hebben, de hele aarde
zullen we samen moeten begraven, als ooit
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Koffers zeelucht. Amsterdam, uitg. De Bezige Bij, 2003
woensdag 26 maart 2008
Andere namen
JE BEWOONT AL JAREN
Je bewoont al jaren
alle kamers in mijn hoofd.
Het lukt maar niet
je te verdrijven.
Ik heb er andere namen
in gestopt, maar geen
wil zo beklijven
als die van jou.
Ik vind hem terug in het
merk kleren dat ik koop,
je speelt mee in alle
films die ik zie
en zo vaak roept iemand je
op straat dat ik
me afvraag hoe het kan
dat je uniek bent
en toch zo gangbaar.
Je speelt denk ik niet
in films, en mijn hoofd
bewonen doe je zeker niet.
Was het maar waar. Je woont
ergens in een huisje aan zee
en tuurt daar uit het raam.
Je wacht. Op mij. Maar
je vergat mijn naam.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Genoeg gedicht over de liefde vandaag Amsterdam, Podium, 1999
Abonneren op:
Posts (Atom)