woensdag 18 juni 2008

IJs met chocolade


La Marioneta


God ik was vergeten voor een ogenblik dat ik slechts een lappenpop ben aan wie u wat leven schonk,
mogelijk zou ik niet alles zeggen wat ik denk, maar ik zou zeker denken wat ik zeg.

Ik zou waarden geven aan de zaken, niet voor hun materiële inhoud, wel voor wat ze betekenen.
Ik zou minder slapen, meer dromen, ik begrijp dat iedere minuut dat we onze ogen sluiten 60 seconden zonder licht zijn.

Ik zou lopen als de meesten halt houden, wakker zijn als de meesten slapen.
Ik zou luisteren als de meesten spreken omdat ik zou genieten van een goed ijsje met chocolade.

Als God me nog wat bestaan zou toestaan, zou ik eenvoudig gekleed zijn, zou ik mijn buik oprichten naar de zon,
niet enkel het lichaam ook mijn ziel.

Mijn God, als ik een hart had, schreef ik mijn haat onder het ijs, in de hoop dat de zon die zou doen smelten,

Schilderde ik met een droom van Van Gogh over de sterren een droom van Benedetti en een lied van Serrat,
Het zou een serenade zijn die ik de maan aanbood.

Ik zou de rozen besproeien met mijn tranen, om de pijn te voelen van hun doornen,
en de vleesgeworden kus van hun blaadjes...

Mijn God, als ik nog een beetje bestaan had...

Liet ik geen dag voorbij gaan om de mensen te zeggen dat ik van ze hou, dat ik hun liefheb.

Ik zou tot iedere vrouw of man praten alsof ze mijn favorieten waren,
en leren verliefd te worden op de liefde.

De mensen zou ik bewijzen hoe ze zich vergissen als
ze de liefde laten als ze ouder worden,
zonder te weten dat je ouder wordt als je de liefde vergeet.

Aan een kind zou ik vleugels geven, maar ik zou ze alleen laten hangen als het er mee leert vliegen.

De ouderen zou ik aantonen dat dood hun ouderdom niet bereikt, behalve het geheugen.

Veel zaken heb ik geleerd van u, mensen
ik heb geleerd dat iedereen wil leven op de top van de berg,
zonder te weten dat het ware geluk zich in een vorm van een opstijgende vlucht bevindt.

Ik heb geleerd als een baby de vinger van zijn vader vastpakt de pasgeborene deze vinger nooit meer los zal laten.

Ik heb geleerd dat ik alleen recht heb op de mensen neer te kijken
om ze te helpen.

Het zijn vele zaken die ik van u geleerd heb
maar ik zal er me niet meer van kunnen bedienen,
omdat ik ze in deze koffer meeneem
omdat ik jammer genoeg zal sterven.


Gabriel García Márquez



Gabriel García Márquez (1927), journalist en schrijver uit Colombia, kreeg in 1982 de Nobelprijs. Bovenstaand gedicht De Marionet is, zonder deze titel, ook vaak in omloop met enkele titelvarianten: de beginregel of slechts een aantal Spaanse woorden daaruit - Si por un instante... (Dios se olvidara)

Wantrouwende handen



MOEDERS

Men herkent ze van ver en van vroeger: altijd in rep en roer,
Altijd dat vertrouwde rumoer. Of wij het niet te koud hebben
misschien, dat onze jas wat hoger moet geknoopt, dat wij
die slechte vrienden beter kunnen mijden. Et cetera,

et cetera. Zij zijn van overdosissen voorzichtigheid vervuld,
van levenslang et cetera, stupide stuwingen in buik en boezem.
Fluorescente details, eeuwenoud van eenvoud: spermavlekken die zij
stil, met dromerige ogen uit de lakens van hun zonen wassen,

meisjes die zij halsoverkop uit de vrouwen moeten wissen
die zij tussentijds geworden zijn. Het kan in goede moeders
allemachtig sneeuwen, voornamelijk wanneer geen mens
het al verwacht, begin november, zodra de doden victorie kraaien.

Zij geven kleuters sjaals en wollen wanten mee. Bananen.
Iets dappers tegen tranen. En van hun eigen moeders die hun meer
en meer ontglippen, worden zij de laatste moeders. Tot zij
de handen wantrouwen die hen niet langer vasthouden kunnen.

November wordt het niet, november valt. Als avond.
Lucht verplaatst zijn diepste rood in bladeren van beuk en eik.
En wegens alles wat zij niet meer kunnen houden, houdt hij op:
hun wereld vol et cetera, et cetera en totterdood.

© Luuk Gruwez

Uit: Luuk Gruwez, Lagerwal, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2008

Waterleven



De idioot in het bad



Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,
haast dravend en vaak hakend in de mat,
lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen,
gaat elke week de idioot naar 't bad.

De damp, die van het warme water slaat
maakt hem geruster: witte stoom...
En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,
bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

De zuster laat hem in het water glijden,
hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,
hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst
en om zijn mond gloort langzaamaan een groot verblijden.

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden,
zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen,
zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden
komen als berkenstammen door het groen opdoemen.

Hij is in dit groen water nog als ongeboren,
hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen,
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

En elke keer, dat hij uit 't bad gehaald wordt,
en stevig met een handdoek drooggewreven
en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord
stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

En elke week wordt hij opnieuw geboren
en wreed gescheiden van het veilig water leven,
en elke week is hem het lot beschoren
opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.





© VASALIS



Uit: M.Vasalis Parken en woestijnen (oorspr. 1940, Stols), herdr. Amsterdam, Van Oorschot, 1991

dinsdag 17 juni 2008

Harde koppen - voetbalvers (12)



MAARHEEZER BOYS
, 1939



Katoenen kous, elastiek
om de kuit, de doelman
met gekrulde mondhoek
liggend in het gras

de bal vast
als ongegeneerd bezit.
Een jongen, geen vader nog
van tennisspelers, in geen opzicht

een spelbreker.
Gloeiende hitte, dondert niks
ze spelen God en de vrouwen
buitenspel, de beurzen leger

dan ooit, de knieën puntig
en vooruit.
Achter hun harde koppen
staan de meisjes.


©
Gerry van der Linden


- in opdracht geschreven voor: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie,
bloemlezing van 'voetbalgedichten' [samenst. en red. Ben Herbergs – illustr. Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000.


Naderhand ook opgenomen in de Hard Gras-voetbalscheurkalender 2008.

GERRY VAN DER LINDEN schrijft gedichten, verhalen en romans. Op jonge leeftijd debuteerde ze met de dichtbundel De Aantekening (De Bezige Bij, 1978). Tot nog toe schreef zij zeven dichtbundels, een novelle en twee romans. Haar laatste publicatie is de dichtbundel Glazen jas (Nieuw Amsterdam, 2007). Van der Linden nam deel aan poëziefestivals in onder andere Turkije, Indonesië en Nederland.

Drie van haar gedichten zijn opgenomen in de bloemlezing Poëzie van de 20ste en 21ste eeuw van Gerrit Komrij, de 'canon' van de Nederlandse dichtkunst. Gerry van der Linden publiceert met regelmaat nieuw werk in het literaire tijdschrift Hollands Maandblad en leest voor en jureert in radioprogamma's, zoals het VPRO-radioprogramma De Avonden.
Werk van haar is vertaald in o.a. het Frans, Engels, Turks en Sloveens.

Zie ook http://www.gerryvanderlinden.nl/

Tussen de palen - voetbalvers (11)



NOOIT MEER MULO K.


Je voetbalde op de stenen van de Wal,
Meestal met geschaafde benen en korst
Van vorige wedstrijden. Je voetbalde
Op een stoppelveld, buiten de stad en
Jatte na afloop knollen. De doelen
Bestonden uit stapels kleren. De bal
Was een aanfluiting van verveld rubber.
En we waren allemaal scheidsrechter.

De beste voetballers van de Wal mochten
Altijd kiezen en kozen mij altijd als
Laatste, als keeper. Moest ik duiken
Dan sprong ik omhoog. Moest ik springen
Dan dook ik gaten in de lucht. Zelden
Had ik de bal klem. Bijna nooit smaakte
Ik het zoet van de overwinning. Gallig
Slikte ik de nederlaag en vloekte schuldig.

En toen was daar de dag, dat mijn vader
Vertelde dat hij me lid had gemaakt
Van de blauwgelen, van de Rooms –
Katholieke Voetbalvereniging MULO.
Erger kon niet, vonden mijn vrienden.
Ik zweeg en trok trots het blauwgele
Voetbaltenue aan. Vanaf nu zou alles
Anders worden, dat wist ik zeker.

De tweedehands voetbalschoenen
Pasten precies. Stralend fietste ik
Naar het hobbelige veld, waar later
De Gebroeders Van de Kerkhof hun
Eerste triomfen zouden vieren. Scoren
Wilde ik, corners nemen en pienanties.
Gejuich in de oren en applaus, kortom
Met Uiterste Leeuwemoed Opwaarts.

Van jou maak ik de Witte Panter van
MULO K, zei de sjofel geklede trainer.
Hij trok aan mijn blonde haren en wees
Naar het doel. Ik haalde mijn schouders
Op en staarde naar de blauwe lucht.
Klein en nietig stond ik tussen de palen.
Een leren bal knalde tegen mijn buik.
Naar adem happend, neerwaarts.


De trainer schold me uit en vloekte,
Terwijl het doelpunten regende. Ik
Rilde van woede toen ik werd
Uitgelachen, na een vergeefse snoekduik
Waarbij ik met mijn hoofd tegen de
Doelpaal terechtkwam. Met een blauwe
Bult op mijn kop en pijn op mijn borst
Liep ik met de fiets in de hand naar huis.


Dat noppen slijten op de straatstenen
Besefte ik toen niet. In de kapsalon
Van mijn vader trok ik krassen in de
Vloer. Hij duwde me naar het magazijn
En haalde uit. Nooit meer MULO K,
Dacht ik, toen ik me omkleedde en
Kwaad kleren en schoenen in een hoek
Smeet. Nooit meer MULO K.


© Hans van de Waarsenburg



- in opdracht geschreven voor Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie,
bloemlezing van 'voetbalgedichten' [samenst. en red. Ben Herbergs – illustr. Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000


Met Uiterste Leeuwemoed Opwaarts (MULO) is een amateurvoetbalvereniging in Helmond

Gaan liggen in de avond



AAN EEN VIJVER



Geluk was een dag aan een vijver
in gras met bomen
tot in de hemel omkringd

ik was er het kind van god en
mijn grootvader—beiden stierven
geluk is gevaarlijk

de vijver is gaan liggen in de avond
zo spiegelglad dat hemel, bomen en gras
zich herhalen onder de aarde

angst en heimwee, beide vragen mij
terug



© Rutger Kopland


Uit: Rutger Kopland Geluk is gevaarlijk, Amsterdam, Muntinga, 1999.

maandag 16 juni 2008

Lang meegevlogen


Spreeuwen in het stadsmoeras


Bij toverslag
luidruchtig opgevlogen; kwetterzieke
spreeuwen
zwermen
tussen beuken en kastanjes,
jagen de verschrikte
zangers uit de hagen,
suizen pijlsnel
naar omlaag -

Scheervlucht over het riet,
wind van duizend vleugelslagen.
Duizend zenuwlijders vliegen onberispelijk door het zomeravondlicht.

Onzichtbare signalen, oorverdovend
overleg;
een slingerend lint vanuit de lucht
opeens weer neergestreken -
Glans van parels in de rietkraag;
diep gebogen wiegen stengels
het gewicht van duizend rusteloze spreeuwen

Lang gekeken, meegevlogen -

Op een ochtend
alles weg.



© H. C. TEN BERGE



Uit: H.C. ten Berge Oesters & gestoofde pot.
Amsterdam, Meulenhoff, 2001

Van alles twee



ZOMERAVOND


Zomeravond. We hebben woorden en tijd.
Behaaglijk is het om van mening en geslacht
te verschillen, waarna alleen nog van geslacht,
een verschil van dag en nacht, waarna nacht.

Laat je strelen, kom.
Ik hou ervan je lichaam te verdelen
in van alles twee, zoals ik deze zomer
de zee verdeelde toen ik schoolslag zwom.


©
Herman de Coninck


Uit: Herman de Coninck Schoolslag. Amsterdam, Arbeiderspers, 1994.

Er is op je gerekend



RITUEEL



Ik houd het kleine ritueel in ere,
opdat je elk moment terug kunt keren.

Iedere dag, wanneer het avond wordt,
maak ik de tafel klaar: een extra bord,

bestek, je eigen stoel, een kaars, een glas,
alsof je enkel opgehouden was.

Ik hoor (hoe kon ik denken dat hetgene
waardoor ik ben, voor altijd was verdwenen?),

ik hoor, alsof de woning nog bestond,
het grind, de klink, het aanslaan van de hond,

en je komt binnen op het ogenblik
dat ik de lamp ontsteek, de bloemen schik.

Ik hoop alleen dat ik dan rustig blijf
en haast niet opziend van mijn stil bedrijf

de woorden vind, als was het vanzelfsprekend:
Schuif aan; tast toe: er is op je gerekend.



© Jean Pierre Rawie



Uit: Jean Pierre Rawie Verzamelde Verzen, Amsterdam, Bert Bakker, 2004

Hoor het wiel


Veerhuis, Neer


Hoor het ratelen van het wiel –

waar is de veerman nu, de stoom
die uit zijn kleren dampt, zijn lijk-
bleek aangezicht? Zo haastig
is de vraag niet: er wacht een

stroom daar, geen gladgestreken water

Het licht dat staat valt later
drijft van angst naar schroom


© Frans Budé

Uit: Hans Berghuis / Frans Budé De Maas en andere sproken. Maastricht, Het Gonst, 1990.
Beide dichters volgden voor deze publicatie de loop van de rivier de Maas.
Bibliofiele uitgave in cassette, zes exemplaren van de oplage van in totaal 100 stuks - gebrocheerd resp. in gebonden linnen met stofomslag - werden van schilderingen voorzien door Frans Budé.

Begrenzing


EENZAAMHEID


Ik zal
jouw eenzaamheid beschermen,
begrenzen en verwelkomen
- ze niet wegnemen



Rainer Maria Rilke (1875-1926)

Wenen, Ernst Happelstadion - voetbalvers (10)




NICHTS LOS


Ernst Happel 1925-1992


hij verloor in een casino
twintigduizend dollar
maar zei dat hij ze had gewonnen

hij werd ontslagen in spanje
maar zei dat hij ontslag had genomen

hij was ongeneeslijk ziek
maar zei dat het een virusje was

hij ging dood
we zullen hem binnenkort
dus wel weer ergens tegenkomen




©
Chris Willemsen




Uit: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'
[samenst. en red. Ben Herbergs – illustr. Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000


Voetbaltrainer Ernst Happel ("Kain geloel main joenge, fussballe, einfach Tore schieszen") leerde zijn karakteristieke Nederlands in Rotterdam-Zuid. Overdag op de velden van het Feyenoordcomplex en 's avonds niet ver daar vandaan in het roemruchte café 't Haantje. Happel won in 1970 met Feyenoord de eerste Nederlandse Europacup en aansluitend de Wereldbeker. In 1978 werd hij als bondscoach met Nederland in Argentinië vice-wereldkampioen. Naar verluidt bestond Happels wedstrijdbespreking voor de finalewedstrijd tegen het destijds politiek omstreden gastland uit de zin: "Meine Herren, zwei Punkte."

Vanavond: Oostenrijk-Duitsland, een duel tussen twee erfvijanden, in de geboortestad van Der Ernst. Happel zou dit bij leven op zijn minst geestig hebben gevonden. Men mag hopen dat het straks in het postuum naar hem vernoemde Praterstadion voor tenminste één Mannschaft nog tot een Anschlusztreffer komt.

Doordat het herinnering wordt



BEWUSTZIJN




Ik denk dat ik hier ben, op deze aarde,
om er rapport over uit te brengen maar ik weet niet aan wie.
Alsof ik ben uitgezonden om alles wat hier plaats vindt
een zin te geven alleen doordat het tot herinnering wordt.


Czeslaw Milosz (1911 - 2004),
Nobelprijswinnaar 1980



Milosz' werk behoort tot het meest vertaalde van de Poolse poëzie.

zondag 15 juni 2008

Rondrijdende gedachten


ZE LIGT




Het is waar.
Het liefst ligt ze in bed.

Met achter zich het open raam,
het geruis van de bomen, het geluid

van de voertuigen die van A via B
naar C gaan.

Met aan haar rechtervoet de poes,
aan haar linkerhand de krant
en in het midden van haar hoofd
de rondrijdende gedachten.

En papier, zo wit als het laken,
de pen tussen de tanden, de handen
vertwijfeld aan de slapen. Precies!
Zoals Proust!


© Gerry van der Linden



Uit: Gerry van der Linden Lila en de Tekens (Het Meisje Lila en de Tekens van de Tijd, een vertelling) - inclus. muziek-cd door Dirk Polak en illustraties van Sandra Derks.
Met dank voor de ondersteuning aan Theo van Gogh. Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 1999

- ook opgenomen in: Gerrit Komrij NEDERLANDSE POËZIE van de 19de t/m de 21ste eeuw – bloemlezing, 1979. Amsterdam, Bert Bakker 2004 [13e-14e verm. dr.]

Op de CD bij de dichtbundel Lila en de Tekens leest de auteur gedichten 'tegen het zingen aan'.

Beeldend kunstenaar, muzikant en schrijver Dirk Polak maakte een tiental van de composities en begeleidde de schrijfster op accordeon, vergezeld door Esther Apitulay (altviool) en Kim Soepnel (contrabas).

Kom nog eens terug



PARABEL VAN DE VERLOREN VADER


Zoon wil wereld veranderen.
Vader eigenlijk liever zoon.
Maar hij kan alleen een zin veranderen
tot die niet meer anders wil.

Je zal maar jong zijn en meningen hebben
van anderen, en verder niks,
niet eens een dode vader.

"Dat eigen leven, begin daar gvd. eens mee,
en kom over tien jaar eens terug met verdriet
in plaats van gelijk, bijvoorbeeld na een vrouw of twee.
Dat ik kan zeggen: je bent dezelfde gebleven."

Het bovenstaande is tien jaar geleden geschreven.
En aldus is tien jaar later geschied.


© Herman de Coninck


Uit: Herman de Coninck Vingerafdrukken, Amsterdam, De Arbeiderspers (1997)

Aan mijn vader


TER NAGEDACHTENIS AAN MIJN VADER: Australië

Ik droomde dat je nog leefde en geëmigreerd
was naar Australië. Doodgemoedereerd
kwam je stem tot mij, mopperend over het klimaat
en het behang: de flat die je hebt gehuurd staat
jammer genoeg niet in het centrum maar aan zee,
vier hoog, geen lift, wel een bad, dat valt mee,
dikke enkels, 'En m'n pantoffels ben ik kwijt'
klonk het goed verstaanbaar en ietwat zuur.
En in de hoorn gierde opeens 'Adelaide! Adelaide!',
het bulderde, beukte, alsof er tegen een muur
een luik sloeg, van de scharnieren bijna los.
Toch is dit stukken beter dan de urn met je as,
dan het document waarop je sterfdatum staat –
deze flarden van een stem die praat en praat
en de pogingen nors te lijken en onaangedaan
de eerste keer sinds jij in rook bent opgegaan.



JOSEPH BRODSKY (1940-1996),
winnaar Nobelprijs voor de Literatuur 1987

Scheef



TWEE ZONNEN


Wanneer ik ga slapen ligt de zee nog steeds beneden
en altijd is de zon me voor.

Ik sta bij een uitsnede
van donker water en later ben ik bij de boten

met zeilen wit zo licht als opgeluchte stemmen
en tussen de schaterende meeuwen weleens opgetogen.

Maar in de ring die ik kreeg sta ik scheef
naast een datum. En ik zie hem in de verte
gaan, met een zon. Slordig herhaald in het raam.

Hij noemde me Bloem. Ook wel Lente, Sexy, Liefste,
Liefde, Lief en de laatste tijd steeds vaker
Lieverniet, Neelater, Alsjeblieft.


MARIA BARNAS


Uit: Maria Barnas Twee zonnen, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2003.

Schrijver-dichter-beeldhouwer Maria Barnas ontving tijdens Poetry International voor deze debuutbundel de C. Buddingh' Prijs 2004. Ook werd het boek in hetzelfde jaar genomineerd voor de Jo Peters Poëzieprijs.

Niets mooier dan


Dit moment

Er is niets voor te stellen mooier dan
een vrouw die in het strijkend avondlicht
een tuin in loopt, het waait, ze zoekt naar
bloemen, snoeiend, alles als weleer.
Daar bukt ze, rustig buiten elke tijd,
verbonden met haar wereld, ook de mijne.
Ik zie het aan in dit moment en wens
dat ondanks ons verstrijken het beklijft.

T. VAN DEEL

Uit: Tom van Deel Boven de koude steen. Amsterdam, Querido, 2007

Zonder krassen


Spiegelbeeld


Ik schrik bij elke spiegel van de vraag:
Is dat mijn vader niet?
Elke morgen scheer ik uit
mijn baard zijn kaken bloot.
Zijn wil steekt in mijn rug een steel.
Al geef ik soms de schijn te breken van
die pijn, ik kan niet zonder druk; ik bijt
mijn nagels stuk, om krassen te vermijden op het glas



© GWY MANDELINCK, Watou (B.)

zaterdag 14 juni 2008

Houd mij niet voor de gek



DOOD





Dood. Heb geen angst. Talm niet
voor mijn deur. Kom binnen.
Lees mijn boeken. In negen van de tien
kom je voor. Je bent geen onbekende.

Hou mij niet voor de gek met kwalen
waarvan niemand de namen durft te noemen.
Leg mij niet in een bed tussen kwijlende
kinderen die van ouderdom niet weten wat ze zeggen.
Klop mij geen geld uit de zak
voor nutteloze uren in chique klinieken.

Veeg je voeten en wees welkom.



EDDY VAN VLIET (1942-2002)


Uit: Eddy van Vliet De toekomstige dief, Amsterdam, De Bezige Bij, 1991

vrijdag 13 juni 2008

Vrijdag de dertiende - voetbalvers (9)


1 x 1 = 1


ik heb nooit hard gelopen
om dichters te ontmoeten
maar mij wel vaak buiten adem gefietst
om op tijd bij een voetbalwedstrijd te zijn

het moet in de poëzie
niet van één kant komen


© C. BUDDINGH'



Vandaag: slotavond van het 39ste Poetry International festival te Rotterdam en op hetzelfde tijdstip de EK-voetbalwedstrijd Nederland - Frankrijk. (Voor Fransen is Vrijdag de Dertiende trouwens een geluksdag.) Vice-wereldkampioen Frankrijk - 'wij kunnen alleen nog bidden' -verloor het beladen duel in de "poule des doods" 's avonds met een onverwachte 4-1; nadat Nederland enkele dagen daarvoor al wereldkampioen Italië op verrrassende wijze met 3-0 had gediskwalificeerd.

1 x 1 in:
Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie,
bloemlezing van 'voetbalgedichten'
[samenst. en red. Ben Herbergs – met illustr. van Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

De voetbalgedichten van Cees Buddingh' verschenen oorspronkelijk in Gard Sivik en Barbarber. Een aantal is later opgenomen in C. Buddingh' Leve het bruine monster en andere schrifturen, Amsterdam, De Bezige Bij (1969) resp. in C. Buddingh' Daar ga je, Deibel! en andere verhalen, Amsterdam, Em. Querido, 1975.


Voetbalgedichten en -verhalen van de Dordtse dichter en DFC-fanaat C. Buddingh' zijn naderhand ook verschenen in Net zo links als Willem van Hanegem - het voetballeven van C. Buddingh' (red. Wim Huijser), Soesterberg, Aspekt, 2006. Van samensteller W. Huijser verscheen eerder bij dezelfde uitgever, in 2005, Het Engeland van C. Buddingh'.

San Marco - voetbalvers (8)



ONGEZIEN

Een baaierd van blikken bewees
zijn bestaan. Kijkers kenden
de contouren van zijn schouders.

Onder het krakend harnas van roem
begon het zeurend te branden.
Afleggen. Men rouwde. Ook hij.

Toen niemand meer keek
kroop hij verkreukeld het veld op,
rekte zijn nek onwennig. Vrij.


© Anna Enquist

- geschreven naar aanleiding van het door aanhoudende blessures afgedwongen afscheid van voetballer Marco van Basten, oorspr. gepubliceerd in Hard Gras nr. 17, december 1998,

ook opgenomen in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie,
bloemlezing van 'voetbalgedichten' [samenst. en red. Ben Herbergs - met illustr. van Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000.


De Amsterdamse Anna Enquist is supporter van een voetbalclub te Rotterdam-Zuid, blijkens een vermelding in het boek van oud-Dordtenaar Ronald Giphart e.a.: De liefde die Feyenoord heet (1999).

Reve's tegeltje






Dagsluiting

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt,
zoals ik U.

GERARD REVE



Tekst, in tegel gebakken, aan de wand van Kapsalon Sahara te Rotterdam: een persoonlijk geschenk van de dankbare cliënt Gerard Reve.
Reve en zijn levensgezel Joop Schafthuizen ('matroos Vos') lieten, ook nadat ze in 1993 hun woonplaats Schiedam hadden ingeruild voor een voormalige doktersvilla in België, nog jarenlang hun haren 'doen' in de kapperszaak aan de Rotterdamse Scheepmakerskade. Het tweetal ondernam vanuit Machelen-aan-de-Leie regelmatig onaangekondigde tochten richting "Sahara"; voor een knip- en wasbeurt met weldadige hoofdbehandeling door de vingervlugge handen van Wilma Blanken.

Het toeval moet verhinderd hebben dat de kappersafspraken van de gevierde volksschrijver nimmer hebben geleid tot een daadwerkelijk fysieke ontmoeting met andere personen van Wilma's cliëntèle, zoals Robin van Persie en diens vader, de Rotterdamse kunstenaar Bob van Persie.
Men ziet de jeugdige Arsenalspeler, ex-Feyenoorder en voetbalinternational met het kuifje - tevreden over zijn nieuwe haarcoupe - al geknipt en geschoren ongeduldig de beurt van pa-lief afwachten: op de groene kappersbank, samen naast de naar België geëmigreerde auteur. Welk een voetbalpoëzie of fraai voetbalgedicht zou hier in Wilma's Sahara, desnoods eenmalig, niet hebben kunnen ontstaan tussen talenten van twee generaties!

Socioloog, voormalig hoogleraar, oud-burgemeester en oud-minister dr. A. Peper is trouwens een andere ingezetene van de Maasstad die zich bezitter mag noemen van de zeldzame Gerard Reve-teksttegel. Eveneens een persoonlijk cadeau van de schrijver. Peper en de twee jaar geleden aan de ziekte van Alzheimer overleden Reve correspondeerden tussen 1987 en 2002 intensief met elkaar. Ook aan Reve's kant leidde dat tot een boekwerkje, "Zeven gedichten voor mijn vriend Bram Peper", in 1997 in beperkte kring verschenen ter gelegenheid van het 15-jarig Rotterdams burgemeestersjubileum van Peper. De uitgave is anno 2008 bij een modern antiquariaat nog verkrijgbaar voor bijna 400 dollar.

Kapster en Sahara-eigenaresse Wilma Blanken is overigens niet alleen bedreven in kunstzinnige haarcoupes, in de kapsalon hangen ook enige niet onverdienstelijke schilderingen van haar zelf. "Ik ben liefhebber, een beetje gepassioneerd, maar een amateur."
In de zaak zijn ook enkele collages aanwezig over de haarkam, inclusief varianten op de witte haarvlinders van een zeventiende-eeuwse keizerin (vervaardigd naar een beroemd schilderij van Velásquez in het Madrileense Prado). Wilma's kammenliefde leidt in de kunstminnende Saharaklantenkring soms tot contra-inspiratie en onvermoed nieuwe creaties, zie de omslag van deze muziek-CD met haarliederen van iemand van de eigen cliëntèle.


Tenslotte een snapshot van een van Wilma's laatste werken, 'iets Van Gogh-achtigs', pal achter de toegangsdeur. De dame van de kapsalon: "Ik heb liever niet dat je het allemaal fotografeert, en al helemaal geen dingen van mezelf, nu ja: voor een keer dan. Néé néé, zelf wil ik al helemaal niet op een kiek."




De spiegel van Galileï - voetbalvers (7)



ARGOS



Rijk van de eenzaamheid
Een man komt bij je poort
Een dubbele Tiresias
Niemand schijnt op hem te letten
Wanneer hij zijn fiets
Tussen sprekende tweevoeters door rijdt
Mensenlichamen
Met varkenshersenen
Zij eten pizza
En kijken naar voetbal
Met de spiegel van Galileï
Zij hebben geen oog voor
De gladheid van de wegen
De permanente onoplettendheid
Van de dood

Hij een kind-oudeman
Kan het zwijgen horen
Het ongeschrevene lezen
En het onzichtbare zien
Hij leest nauwlettend de namen
Op de bellen
Tantalussings Artridemans Pelopwerda's
Wielbezitters
Afvalmakers
Argiven.


© YÁNNIS PATILIS


Uit: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'
[samenst. en red. Ben Herbergs – met illustr. van Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

Het gedicht over de alziende mythologische reus Argos - hier in de vertaling van Hero Hokwerda - werd door Yannis Patilis speciaal geschreven en voorgelezen in de Rotterdamse Schouwburg op 20 juni 2000, tijdens het 31e Poetry International Festival. Patilis verklaarde zijn woorden op te dragen "aan EURO 2000 in de Lage Landen", het vierjaarlijks toernooi om het Europees voetbalkampioenschap dat op dat ogenblik plaatsvond in Nederland en België.
De avond dat de Griekse dichter zijn vers las en opdroeg "aan voetballend Europa" eindigde met de uitschakeling van de favoriet geachte toernooideelnemers en Duitsland en Engeland. Duitsland ging niet ver van het podium van de verzamelde dichters aan het Schouwburgplein ten onder in de poëziehoofdstad van Nederland: te Rotterdam-Zuid, in het Feyenoordstadion, met 0-3 tegen de Portugezen.

In Kiev, Kleef en elders



DE VERSTANDIGE DOLFIJNEN





Dolfijnen woonden lang geleden
in Kiev, Kleef en andere steden.

Ze hadden talk, thee en handen,
en consuls in de meeste landen.

Maar één dolfijn vond eerst het kruit
en toen zelfs de atoombom uit.

Zij riep: 'Wij zijn te ver gegaan!
Terug ! Terug naar de oceaan!'

Zij wierp zich jurk en al in zee.
Alle anderen doken mee,

en zij verloren in het schuim
weer bril en opponeerbare duim.

Moraal

Dolfijnen! Schatjes! Maak ruim baan,
wij komen achter jullie aan!




© Leo Vroman

Nulnul, de toto-uitslagen van vanmiddag luisteraars!



HET LAND VAN DE DICHTER


D.W.S. - Spcl. Enschede 3 - 1
Heracles - G.V.A.V. 0 - 0
Sparta - Feyenoord 0 - 3
(Vitesse - Z.F.C. 0 - 0)


Zondag 18-10-'64


KOOS VAN ZOMEREN



in: Koos van Zomeren De wielerronde van Hank, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1965.
Ook opgenomen in Zeg eens bal - bloemlezing, Rotterdam, Bèta Imaginations, 2000

Suikerwijn


VERTREK


De dood is oranje net als de zon.

Dood spoor van binnen

verbrandde zijn huis
zoals vroeger de zon in Zuid-Frankrijk.
Daar, hoog in de Alpen,
waar Hannibal ooit met zijn troepen trok,
voerde hij vlinders dronken met suikerwijn.
Wat hebben wij toen alle drie gelachen.

Nu, hoog in de kussens,

kleeft het leven alleen nog aan zijn brein.
Zijn lichaam gelooft hij niet.
De dood heeft hem al bijna gedoofd,
zijn sleutel is op slot.
Ik klim als een Mohammed
3 x daags over het balkon
naar mijn berg.

De zevende dag zei hij verbaasd:
"Eindelijk dat je d'r bent!"
En hij lachte
op de rand van zijn bedgraf
beide benen in één broekspijp.


© Jana Beranová


uit: Jana Beranová Geen hemel zo hoog, Bussum, Agathon, 1983

Opgeheven



Rath & Doodeheefver


Op het behang van Rath & Doodeheefver
Staan de figuren die gij hebt gekend:
Een hart, een hand, een boomtak bloesemend
En kinderschommels die naar voren zweven.

De randen, door de ratten aangevreten,
Krullen aan de vier hoeken overend.
Oud en verschoten, in zichzelf frequent,
Raakt het motief tegen de muur vergeten.

Maar deze beelden stonden in uw ogen
En deze ogen zijn uiteen gegaan.
Hoe hoog en ver werden de schommelbogen.
Het hart kreeg alle ruimte om te slaan.
De hand wees mij de wegen naar het leven.
De wereld bloeit. De dood is opgeheven.

© GERRIT ACHTERBERG


oorspr. uit: Sneeuwwitje (1949), later opgenomen in
Gerrit Achterberg Verzamelde gedichten, Amsterdam, Querido, 1963.

donderdag 12 juni 2008

Deze heg is mij lief



DE ONEINDIGHEID




Steeds was mij deze eenzame heuvel lief
en deze heg, die aan zovele zijden
de verre horizon aan 't oog onttrekt.
Telkens als ik hier zit, stel ik me erachter
onmetelijke ruimten voor, en stilten
die 't menselijk begrip te boven gaan,
en peilloos diepe rust; waarbij ik soms
bijna verstijf van angst. En als ik dan
de wind door deze takken heen hoor waaien
dan vergelijk ik die immense stilte
met dit geruis: ik denk aan de eeuwigheid,
aan de afgestorven jaren, en aan dit
dat leeft, en aan 't geluid ervan. En zo
verdrinkt mijn geest in eindeloze diepten,
en zoet is 't mij in deze zee te zinken.





Giacomo Leopardi (1798-1837)



L'infinito, uit: Gepolijst albast, acht eeuwen Italiaanse poëzie - vertaling: Frans van Dooren -
Baarn, Ambo, 1994.
Ook in: Herwig Arts Spiritualiteit en de taal van de poëzie, Tielt, Lannoo, 2007.



Een oudere Nederlandse vertaling van dit internationaal beroemde gedicht is van
de hand van H.W.J.M. Keuls:


HET ONEINDIGE

Voor immer werd mij deze heuvel lief
en deze hooge heg, die overal
den verren einder aan mijn blik ontzegt.
Doch goed is droomen hier, dan gaat verbeelding
die grens voorbij naar ruimten mateloos,
naar stilten, die de mensch niet kent, en rust
oneindig-groot; en vrij blijft daar het hart
van elke vrees. En als ik dan den wind
zoo dicht nabij hoor ruischen in het loof,
verbind ik gindsche grondelooze stilte
met dit geluid, en denk aan de eeuwigheid
en aan de doode tijden en het uur
van ’t levend heden met zijn vlucht’ge stem.
Zoo zinkt mijn mijm’ring weg in de diepe wat’ren.
En zoet is mij de schipbreuk in die zee.

Dichters - Voetbal 1:0

Oud misverstand, vooral onder intellectuelen of zij die daartoe graag worden gerekend:
wie van sport houdt kan géén poëzieliefhebber zijn!

Reeksen gerenommeerde schrijvers, musici, wetenschappers en 'gewone' geestesvermogenden gingen Jan Mulder, Jan Wolkers, Henk Spaan, Jules Deelder en anderen voor. En niet te vergeten de zojuist overleden criticus Kees Fens, een man met de dubbele passie letteren/sport, wiens ultieme wens het was het radioprogramma Langs de Lijn "nog een keer te mogen presenteren".
Namen van aanzienlijken alias letteren- en sportminnaars met wie menige hedendaagse hautaine pseudo-geletterde die nog immer geen bal van een ijshockeypuck kan onderscheiden zo graag koketteert, of tegenwoordig zo nodig pardoes op een 'popi' foto met een publieksheld moet omdat dat net goed uitkomt of net in zwang is.

Nu de directie van Poetry International en andere mooie zomerfestivals nog! Organisaties en instellingen die jaarlijks meestal uitgerekend in of rond juni ergerniswekkend consequent hun evenementen blijven uitschrijven op tijdstippen dat zich elders misschien ook een belangwekkende maatschappelijke manifestatie voordoet. Een tv-scherm ergens op een achteraf-gang, minder star aanvangsuur wellicht, kleine verschuiving in het programma. Al jaren heerst er ongenoegen over bij liefhebbers van beide takken van sport (sic) die nu nog door misplanning gedwongen moeten kiezen. En al jaren gebeurt er niets en heffen de aangeklaagden vol minachting de handen ten hemel. "Zeg, jij bent toch niet zo'n volkstype dat je dit jaar thuis blijft voor zo'n baltoernooitje?" Men hoort het dédain al, en niet eens op de achtergrond.

"DICHTERS MOETEN HUN NEUS OPHALEN VOOR VOETBAL"
- lees en genees, van uw vooroordeel. Zie de column hieronder van dichter Ingmar Heytze uit DAG van vandaag, 12 juni.

Klik op het knipsel voor een leesbare tekst.


Geen brief


ANGST



Ik ben voor bijna alles bang geweest:
voor 't donker, voor figuren op het kleed,
voor stilte, voor de schorre kreet
van de avondlijke venter, voor een feest,
voor kijken in de tram en voor mezelf.
Dat zijn nu angsten die ik wel vertrouw.
Er is één ding gekomen, dat ik boven alles vrees
en dat mij kan vernietigen; dat ik bedelf
onder een vracht van rede, tot het wederkeert:
dat is het nuchtere gezicht van mijn mevrouw
wanneer zij 's morgens in de kamer treedt
samen met het ontluisterend licht en dat ik weet
wat ze zal zeggen: nog geen brief, juffrouw.


VASALIS

Uit: M. Vasalis Parken en woestijnen (1940), herdr. Amsterdam, Van Oorschot, 1991

woensdag 11 juni 2008

Wat ze zouden meenemen


VERTREK VAN DOCHTERS



Ze moesten inderdaad gaan, ik heb het gezien
aan hun gezichten die langzaam veranderden
van die van kinderen in die van vrienden,
van die van vroeger in die van nu.

En gevoeld en geroken als ze me kusten,
een huid en een haar die niet meer voor mij
waren bedoeld, niet zoals vroeger,
toen we de tijd nog hadden.

Er was in ons huis een wereld van verlangen,
geluk, pijn en verdriet gegroeid, in hun
kamers waarin ze verzamelden wat ze mee
zouden nemen, hun herinneringen.

Nu ze weg zijn kijk ik uit hun ramen en zie
precies dat zelfde uitzicht, precies die
zelfde wereld van twintig jaar her,
toen ik hier kwam wonen.


© Rutger Kopland


In: Rutger Kopland Dit Uitzicht, Amsterdam, Van Oorschot, 1982

Wat ik van de mensen weet


PAARDEN


Een paard staat in een wei met wilgen aan de rand
en kijkt in 't koren.
Het kan de paarden aan de andere kant
van de halmen bij het maaien horen.
Zij zijn misschien niet van dezelfde stal,
maar paarden kennen paarden overal.
Ik ken de mensen, al is dat, wat ik van hen weet,
niet zo compleet.


PIERRE KEMP (1886-1967)



oorspr. in: Uit Phototropen En Noctophilen (1947),
hier uit: Adriaan Morriën Pierre Kemp - een bloemlezing uit zijn kleine liederen, Amsterdam, Van Oorschot, 1967

Als vee



EERSTE DAG

bladeren vallen op de weg die wij willen gaan
in de tijd van een droom
de omgeving is vertrouwd als een vriend
maar wij staan ver uit elkaar, als vee dat wordt gehoed

je ogen zien wazig in het daglicht
alsof je medicijnen hebt gebruikt
ben ik niet te ruw?
'harder
laat me voelen dat ik een vrouw ben!'

toen we het bos uit liepen
waren we geliefden




© Duoduo




openingsgedicht uit de cyclus Honingweek, in:


Duoduo Het oog van de stilte - gedichten en pentekeningen
1972-2000, bloemlezing, vertaald uit het Chinees
door Silvia Marijnissen en Jan A. M. de Meyer
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

dinsdag 10 juni 2008

Duizenden

DEUREN


Elke dag
worden duizenden mensen geboren
elke dag
gaan duizenden mensen dood

Elke dag vrijen duizenden
met andere duizenden
en moorden enkelingen
duizenden uit

Elke dag zoek ik naarstig
naar mensen
en ga
met mijn kop
door duizenden muren


© Jana Beranová


Uit: Jana Beranová Geen hemel zo hoog. Bussum, Agathon, 1983.

Strafschop - voetbalvers (6)



UIT DE VROEGSTE GESCHIEDENIS



Volgens schriftelijke
overlevering
vond de eerste voetbalwedstrijd
exact 3000 jaar geleden plaats.

Over de
omstreden strafschop
slechts één minuut voor het affluiten
hebben de mensen zich
nog eeuwenlang opgewonden.

Maar dat was ook
’n echte rotstreek
van de scheidsrechter.



Michael Augustin


oorspr. titel Aus der Frühgeschichte (ongepubl.) – vert. M. Mooij,

in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie,
bloemlezing van 'voetbalgedichten' [samenst. en red. Ben Herbergs],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000.


Michael Augustin is radioredacteur en schrijver/dichter in Bremen en in deze Duitse havenstad ook organisator van het jaarlijkse festival Poetry on the Road. Hij reist de wereld rond voor zijn radiointerviews en publiceerde een groot aantal bundels gedichten en proza, waarvan “Koslowski”, “Der Polarstern ist durchgebrannt”, “Der Chinese aus Stockelsdorf” en “Geklautes Licht” de bekendste zijn. Vaak zijn de uitgaven ook van tekeningen van de auteur voorzien.
Augustin is gehuwd met de vooral in India en het Engels/Amerikaans taalgebied geliefde dichteres Sujatta Bhatt.

Het is uit tussen ons



AFWASMACHINE



- Aan mijn bestek


Adieu messen en vorken, ik was jullie nooit meer af.
Het is uit tussen ons. Geen toegewijd leuteren meer
tussen zachte doeken, ik stop jullie als lastige kindertjes
in een crèche, ik ben blij dat ik jullie heb,
o, ik zou jullie niet willen missen! Maar nooit
meer zullen jullie als bekenden door mijn handen gaan.
Handenbindertjes! Voortaan zijn jullie vaat.
Hoor eens, we moeten redelijk zijn, het gaat niet aan
die conversaties na het ontbijt, hoe was de pap,
maakte het ei erg vlekkerig, is er niet al te hard
op je gebeten en was de rabarber verfrissend?
En het douwderideine lepeltje mijn deukje mijn
klein fijn mongooltje, moet jij ook door de molen?
O grote opscheplepel worden je kinderen nu voortaan
zonder aanzien des persoons door het water geslagen?
Wij moeten niet kinderachtig zijn. Warme sopjes
hebben hun tijd gehad. De wereld eist ons op
voor gewichtiger zaken. Mijn persoonlijkheid
bijvoorbeeld, moet nog ontplooid. Dat
kan natuurlijk niet met jullie, of met de kopjes.



© Judith Herzberg



Uit: Doen en laten. Een keuze uit de gedichten, Amsterdam, Maarten Muntinga i.s.m. G.A. van Oorschot en uitg. De Harmonie, 1994

Laagste viervoeters


STOELEN

Wie had ooit gedacht dat een warme hals een leuning zou worden, en poten die zo graag rennen en dansen tot vier rechte stelten zouden verstijven. Vroeger waren stoelen mooie, bloemen etende dieren. Ze hebben zich echter te makkelijk laten temmen en nu vormen ze de laagste soort van viervoeters. Ze zijn hun weerstand en moed kwijt. Zijn alleen geduldig. Hebben nooit iemand vertrapt, nooit iemand meegesleurd. Ze zijn zich zeer zeker bewust van hun verspilde leven.
De vertwijfeling van stoelen openbaart zich in hun gekraak.



Zbigniew Herbert (1924-1998)



In: Verzamelde gedichten - vertal. uit het Pools: Gerard Rasch,
Amsterdam, De Bezige Bij, 1999

maandag 9 juni 2008

Gelukkig



Als ik doodga

hoop ik dat je erbij bent
dat ik je aankijk
dat je mij aankijkt
dat ik je hand nog voelen kan.

Dan zal ik rustig doodgaan
Dan hoeft niemand verdrietig te zijn
Dan ben ik gelukkig



© Remco Campert




Uit: Remco Campert Dichter Amsterdam, Bezige Bij, 1995

Zoon en vader (2)



VADER



Vader. Ontkleed je. Nu het nog kan.
Toon mij wat de tijd heeft aangericht
sinds wij samen in bad zaten en ik bewees
dat waterdruppels elkaar willen raken.

Schaam je niet. Wij hebben dezelfde structuur.
De benen, de rug, de nagels en ontelbare gebaren.

Ik wil geen zevenentwintig jaar wachten
alvorens te zien hoe ouderdomsvlekken
zich verspreiden, de huid verslapt en
aderwanden het begeven.

Wijs mij wat er rest als de liefde
niet langer wordt bedreven.
Noem mij vrouwennamen en laat ons
berustend schateren.

© Eddy van Vliet


Uit: Eddy van Vliet De toekomstige dief, Amsterdam, De Bezige Bij, 1991

Wind mee - voetbalvers (5)






Vandalisme


We gingen naar Den Bommel op Flakkee
om te spelen tegen de junioren van B2,
op de fiets, we hadden windje mee,
achter de trainer, die op een brommer ree.

Het veld was op een land vol kluiten,
van krijt hadden ze nog nooit gehoord,
de scheids moest op een koehoorn fluiten.
Maar we hebben er toch elf gescoord.

Zelfs onze keeper maakte een doelpunt
met een lange trap van doel naar doel.
Aan hen werd slechts de nul gegund.

Over die wedstrijd is nog lang gesproken,
met leedvermaak maar ook met haatgevoel,
want al onze banden waren lek gestoken.



© Rien Vroegindeweij



oorspr. Vandalisme ofwel De voetbaloorlog van 1956,
sonnet, light verse

in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'

[samenst. en red. Ben Herbergs - met illustr. van Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

© illustr. Len Munnik, uit Bal na in: Zeg eens bal, bloemlezing (Rotterdam, 2000)


Na ons - voetbalvers (4)


PIET KEIZER 1973


Sombere tijd zwarte dagen
een glimp van licht zo nu en dan
als op het voetbalveld
jij met een lome genialiteit
je van een verdediger bevrijdt

Ach die na ons komen
nooit zullen ze weten
waarvan we droomden


© Remco Campert



Uit: Remco Campert. Dichter, Amsterdam, Bezige Bij, 1995

Ook in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'
[samenst. en red. Ben Herbergs - illustraties Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

Nederland-Italië, voetbalvers (3)


DE OUDE BACK


Ze waren oud geworden
ook zij van zijn leeftijd
met hun baard van gras tussen de voeten
en de geur van gestreepte voetbaltrui.

Maar hij bleef een verdediger.

Opgroeiende zonen verdragen, zich
tegen toekomst verweren
het moet zwaar zijn om met krimpend postuur
wraak te nemen op de jaren.


© Francesco Buffoni



oorspr. titel Il terzino anziano - vert. B.M. Herbergs
in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

- met dank aan Bruno Giuntoli/ da Angelo Betti

zondag 8 juni 2008

Trein naar Wenen, voetbalvers (2)


IK HAD MIJ MOETEN VERZETTEN


Toen ik bij het voetballen niet mee mocht doen
omdat ik te dik was om bij de bal te komen
en een andere dikzak
wel in het doel stond
klom ik een heuvel voor het dorp op.
Daar had ik
in een hol in de grond
een geheime opslagplaats gemaakt:
Een boek van Camus over de logische zelfmoord
Blote wijven uit tijdschriften
Puntjes kaas die ik bij de kruidenier
gejat had.
Hazelnoten.
Een atlas.
Urenlang zat ik op de heuvel
te wachten op de trein naar Wenen
Precies op tijd om tien over zes reed die voorbij
en daarmee mijn wensen en al mijn hoop.
Tegenwoordig denk ik
Dat ik in het dorp had moeten blijven.
Dat ik mij had moeten verzetten.



© PETER TURRINI - Oostenrijk



Uit: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'
[samenst. en red. Ben Herbergs - met illustraties van Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

Een reageerbuis bestuderen


Memento

Jongens waren wij nog, namen meisjes
achterop de fiets naar een espressobar,
en 's morgens terug met onder het zadel
ons middaguurtje, al die jaren
dat wij in een witte jas, vlijtig
een reageerbuis bestudeerden, c.q.
op een dij op elkaars bureau gezeten
opereerden aan de rand der wetenschap,
lachten, ons verloofden-

ik sta aan de ingang
van dit instituut, het hek is dicht,
het pad is eender, de bomen zwaarder
waaronder Yvonne liep, en kraaide;
die woont vandaag in Amerika, na veel
verdriet of is reeds dood, een wonder
dus dat zij ooit hier liep, kwiek
en mager; zo kan ik, een uurtje later,
bij Scheltema gezeten, op het terras met
wat vrienden uit het heden, of ik wil of niet,
mij indenken dat wij reeds lang
zijn overleden; in het kader
daarvan bestudeer ik mijn levende
pils, schijnt de zon, zeg ik iets.


© GERRIT KROL


Uit: Gerrit Krol Polaroid, Amsterdam, Querido, 1976

zaterdag 7 juni 2008

Genoodzaakt in vrijheid te bedelen



De vierde wereld


psychose

Ook zonder oorlog, honger of discriminatie
genoodzaakt om te bedelen, onvrij te zijn,
bevoogd te worden, krom te lopen van de angst, de pijn.
Om 't allerlaatst het allerkleinste plaatsje in te nemen
niet ópziend, hopend niet gezien te worden.
Antwoorden, als ´t moet, met een heel zachte stem.
Zelfs door vernederingen nog te veel geëerd, te zeer aanwezigen
's avonds in het park in de verwarde mist
met tenen in de schoenen opgetrokken, voeten naar elkaar gekeerd
te wachten - er verandert niets, geen hulp kan komen -
buiten 't bereik van de zo moederlijke bomen
te wachten tot de vreselijke vogel binnenin de schaal verbreekt
en uitkomt. En dan twee te zijn: de vreselijke vogel
de lege schaal - zonder verband, alleen een samengaan.
Dan leeg, onwezenlijk maar zeer behoeftig iedereen
die maar een vinger uitsteekt vast te pakken, te omhelzen
tot op het bot glimlachend, springend van
wanhoop tot wanhoop als Eliza op de schotsen.
Zelfs Jezus niet - die door zijn vader was verlaten, god,
aan 't kruis en zo bescheiden klaagde toen hij hing
heeft deze eenzaamheid gekend, deze verbijstering.


VASALIS


Uit: M. Vasalis De oude kustlijn. Nagelaten gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 2002

Voetbalvers (1)


VOETBALCARRIÈRE

- Ferenc Puskas 1927-2006

O treurigheid! O kaal terrein!
Eens, toen de bal nog rond was,
had ik het schot van Ferenc Puskas
en de techniek van Coen Moulijn.

Helaas, niemand die het zag.
Want ik was al te vaak reserve,
liep doelloos langs de lijn te zwerven,
Tot ik mijn kans kreeg op een dag.

'k Viel in, en toonde mijn onvermoede
talenten, zette de hele achterhoede
op het verkeerde been en scoorde

met een listig tikje. Maar 'k hoorde
in plaats van gejuich een fel gejoel:
de bal lag in het verkeerde doel.


©
Rien Vroegindeweij


uit: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'
[samenst. en red. Ben Herbergs - met illustraties van Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

vrijdag 6 juni 2008

Kortsluiting


EXPLANATIONS OF LOVE


Er is een tijd dat liefde begint een tijd dat liefde
eindigt.

Als de batterij van een transistor zonder aansluiting
op het lichtnet.

Er is de kortsluiting van twee lichamen.

Diepe woorden. Groot als bruggen die twee helften
van een stad verbinden.

Blauwe blouse gedragen door blonde glimlachende
vrouw en niets eronder.

De dood vastgebonden op stoel met handdoek in de
mond en starend in de ruimte.

Er is de geheime rekening die iemand na ik weet niet
hoeveel jaar voldoet.

Zweet op de slapen. Koelte op de huid. Zwoel waas
op de pupil.

Op basis van al deze (en nog een paar) dingen zou ik
kunnen zeggen wat precies liefde is.

Twee paar neergesmeten schoenen. Beetje tederheid.
En 't kraken van het bed.


© Násos Vayenás



Uit: Násos Vayenás De knieën van Roxani (1981).
In: Biografie en andere gedichten – vertal. Marko Fondse en Hero Hokwerda. Amsterdam, Het Griekse Eiland, 1990.

Mossen van eenzaamheid


Evenbeelden


Ik ga het anders doen
De fijngemaakte briesjes volgen
Je benen je handen je ogen volgen
De handige jurk waardoor je uitgevonden wordt
Zodat jij haar plaats kunt innemen.

Ik ga het anders doen
Je loopt door de straat
in een orkaan van zon
Ik kom je tegen ik blijf staan
Ik ben jong je weet het nog.

Ik ga het anders doen
Je mond is afwezig
Ik praat niet meer tegen je je slaapt
Er zijn vuren van angst in jouw nacht

Een veld van heldere tranen in je dromen
Samen zijn wij niet bedroefd
Ik vergeet je.

Ik ga het anders doen
Je kunt niet slapen
Op onverschillige ladders
Zonder einde
Tussen bloem en fruit
Zoek je de slaap
De eerste rijp
En je vergeet me.

Ik ga het anders doen
Je lacht je speelt je bent vol leven
En nieuwsgierig een woestijn zou zich voor jou bevolken
En ik heb vertrouwen.

Afgelopen
Ik heb je nooit kunnen vergeten
We laten elkaar nooit alleen
Je moet toegeven aan zekerheid
De boerse sneeuw de vernielende molenstenen
Een mooie dood
Een dag van puur verlies wist de sterren uit
Met een scherpe blik als wapen
Volgens dezelfde overweging
Moeten we de sfinx die op ons lijkt verbranden
En zijn ogen der seizoenen
En zijn mossen van eenzaamheid.


Paul Éluard


Les Semblables, in: Paul Éluard En kus slechts hun kussen - 24 liefdesgedichten, samenst. en vert. uit het Frans door Guus Luijters, Amsterdam, Bert Bakker, 2002

maandag 2 juni 2008

Beter dan nooit iets



Het liefste wat ik heb is elf geworden.
Feestje. Daarna ging het liefste wat ik heb
naar huis met het liefste wat ik had.
Het kleine meisje met het grote.
Ik met mezelf. Zo vrolijk.

Want het is goed om ooit
iets te hebben gehad.
Het is beter dan nooit
iets te hebben gehad.


Herman de Coninck (1944-1997)



Uit: Herman de Coninck Enkelvoud, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 1991