maandag 19 januari 2009

Wat tenminste is gebleven



BITTERHEID?



Een stille kleine wildernis
vol rozen en niet ver van zee -
een kamer en een vensternis
waar langvervlogen wel-en-wee
weer intrekt als het avond is:
van een veelbelovend leven
is tenminste dit gebleven.


© Adriaan Roland Holst



Uit: A. Roland Holst (1888-1976), prins der dichters, in:
Alleen met de zee Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1988
- samengesteld en van een nawoord voorzien door Kees Fens



illustr. van Roland Holst uit Kristal (1935)

Inspecteur van de liefde


JALOEZIE

Jaloezie
je kunt er eigenlijk niet buiten
merk ik
nu ik het alweer een poosje zonder stel.

Jaloezie
de machinerie van de liefde is dolgedraaid
staat knarsend en bevend op haar werkvloer
op het punt zichzelf te verbrijzelen
een Tinguely.

Hoe goed weet ik nog de dagen
en nachten die ik doorbracht
in het portiek aan haar overkant
en niet rustte tot ik mijn zin kreeg
de medeminnaar doemde op belde aan
en haar raam schoof open.

Ik zag de hand die ik zo goed kende
de arm waarin ik vaak gebeten had
de sleutel zeilde naar beneden
en hij broeder moordenaar
ving hem klemvast op.

Wat zich binnen af ging spelen
stond me helder voor ogen
hoe ze haar lippen
hoe ze haar lichaam
hoe ze dezelfde kreten
o bittere triomf van het voorstellingsvermogen.

Later
ik de kille inspecteur van de liefde
de taaie ondervraging
tot eindelijk de snikkende bekentenis
en de verzoening

als het woedende omhakken van een boom
als het monomane versjouwen van een te zwaar meubel
dat nooit zijn echte plek meer vinden zou
en onder me het lichaam
dat zich stil hield en wachtte tot het afgelopen was.

Nu zo zonder jaloezie
is alles egaal een glimlach van niets
met een koekje en een net gesprek.

Lucht zonder maan
Berlijn zonder muur
Java zonder vulkaan
tijd zonder uur.

Remco Campert


Uit: Remco Campert Rechterschoenen, Amsterdam, De Bezige Bij, 1992. Ook in de verzamelbundel Dichter (Amsterdam, De Bezige Bij, 1995) en de bloemlezing Kus zonder mond, Rainbowpocket 516, Amsterdam, Maarten Muntinga, 2000

Daa-ag lieve vis


Marc groet 's morgens de dingen

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
en
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag

Daa-ag vis
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn.

Paul van Ostaijen

Uit: Het mooiste gedicht - de favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen, Amsterdam, Podium, 2000

Ze praten vaak over chocola


GROOTOUDERS

Grootouders wonen in vollere huizen
ze worden nooit oud want ze waren het al
en hoewel je zou denken dat zij zouden denken
aan sterven met ernstige haast, praten
ze vaak over chocola.

Dat is onrustbarend. Hun toekomst is niets.
Ze hebben verhalen die ze herhalen
en woorden waar ze niet op komen
en namen van straten die nu zijn gesloopt
maar nooit iets over iets dieps.

Ze maken zich zorgen en zorgen voor eten.
's Nachts dromen ze nog van slootje springen
hun ouders erbij voor het applaudisseren
hun grootouders ook, met de droge kleren.

Ze betalen het kindertarief op de tram
maar waar halen zij wat wij halen bij hen?



Judith Herzberg


Uit: Judith Herzberg Soms vaak Amsterdam, De Harmonie, 2004
Ook in "Vandaag" (22 november) op de Dagkalender van de Poëzie 2006, van Meulenhoff.

Obama


CROCUSSEN - Black spring

20 januari 2009

Veulens van goudsatijn
dartel
op het schaakbord van de lente
blinddoek ons met licht

Hoor, hoe diep in jullie schoot
nu
verspringen half bevroren xylofonen:

C l o w n! C l o w n!

Neger-
kinderkoren in zwart-wit-films

Of het nu sneeuwen gaat?

Voorjaar, dit wordt het schaakseizoen
van nieuw geluk
(of ongeluk…)

Zie, het filigrain van harde vorst
aan de wimpers van de Winter
dooit op TV….

U bent immers clown Nixon niet

I’m not a crook!

U bent puur crocus

We can change…

U denkt dat u aan zet bent



Manuel Kneepkens

"Een vroege lentegroet"- gedicht naar aanleiding van de inauguratie van de nieuwe Amerikaanse president, Barack Obama, op dinsdag 20 januari as.

Gemis



ZOIETS SIMPELS



Het is vaak zoiets simpels, het is
gemis van je stem bijvoorbeeld, geen
verhaal over landschappen meer, geen
gedoe met je was, je kleren

onaangeroerd in de kast. Het is van je handen
op zoek naar houvast de afdruk nog weten
op leuning en deurpost en je voetstappen
op het parket en de trap, dat zo willen
laten, bedenken: poetsen en wrijven is
slinks de tijd verdrijven, jouw tijd

moet hier blijven. Het is
zo simpel en groot als huilen
bij meikersen, appelstroop in de schappen
en geitenkaas op het brood.


© Hester Knibbe


Uit: Hester Knibbe Verstoorde grond, Baarn, De Prom, 2002

zondag 18 januari 2009

Voor het eerst



VANDAAG IS HET ZONDAG

(Bugün pazar)



Vandaag is het zondag.
Vandaag hebben ze me voor de eerste keer de zon laten zien.
En voor de eerste keer in mijn leven
heb ik verbaasd, bewegingloos staan kijken naar de klare hemel
zo ver van mij νerwijderd
zo weids
zo blauw.
Eerbiedig heb ik me neergezet,
mijn rug tegen de muur geleund.
Vandaag bestaat er geen strijd,
vandaag bestaat er noch de vrijheid, noch mijn vrouw.
Alleen de aarde, de zon en ik...
Ik ben gelukkig.

© Nâzim Hikmet



In: De mooiste van Hikmet, vertaald uit Turks door Perihan Eydemir en Joris Iven, Tielt/Amsterdam, Lannoo-Atlas, 2003.

De dichter, toneel- en romanschrijver Nâzım Hikmet (Thessaloniki, 1902 - Moskou, 1963) geldt als de eerste en belangrijkste lyricus van hedendaags Turkije. Wereldwijd wordt hij gezien als een van de grootste en belangrijkste internationale dichters van de twintigste eeuw.
Hikmet leefde als banneling jarenlang in de toenmalige Sovjet-Unie. Wegens communistische sympathieën en vervolging in zijn eigen land was hij daarheen gevlucht. Na zijn terugkeer wordt hij in 1938 opgepakt en veroordeeld tot bijna dertig jaar straf. Een deel van die tijd brengt hij in gevangenissen door, tot zijn vrijlating in 1950. Een jaar daarna wordt Hikmet het Turks staatsburgerschap afgenomen. Bijna zestig jaar later, in 2009, krijgt de dichter het - posthuum - terug. Nadat de Turkse regering tot eerherstel besloten heeft en het omstreden ministerieel 'vonnis' van 1951 definitief vernietigt.


OVER HET LEVEN

Het leven neem je niet te licht:
je dient te leven in diepe ernst
zoals een eekhoorn, bijvoorbeeld-
ik bedoel, zonder iets te verwachten buiten of boven het leven
het leven moet je hele ambacht zijn.

(Nâzim Hikmet, 1947)

zaterdag 17 januari 2009

In ruil voor waarheid



LAND VAN GENADE EN VERDRIET
(I)




tussen jou en mij
hoe verschrikkelijk
hoe wanhopig
hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij


zoveel verwonding in ruil voor waarheid
zoveel verwoesting
zo weinig is overgebleven om voor te overleven

waar gaan we heen van hier?

je stem slingert
woedend
langs de kil snerpende zweep van mijn verleden


hoe lang duurt het?
hoe lang voor een stem
een ander bereikt

in dit land dat zo bloedend tussen ons in ligt

© Antjie Krog


Uit: Antjie Krog Kleur komt nooit alleen - uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Robert Dorsman - Amsterdam, Podium, 2002

Ze zwollen op



PALJASSEN



Ze sprongen. Ze stampten.
Krompen in. Kropen door het netvlies.
Zwollen op. Bleven steken

in de aantonende wijs.

Ze gromden. Ze zongen.
Stichtten een vlooiencircus
en kropen erin.

Ze bloeiden. Ze verwelkten.
Vlogen in een kalebas
en gleden langs een haar.

Zo
belandden ze bij de wortels.


Ze belden. Ze doofden het licht.

Ontdoken het doek.
Vraten de belletjes op.

Waarvoor
ze werden benoemd tot


opzichters over Paljassen.



© Miroslav Holub


Uit: Miroslav Holub De geboorte van Sisyphus - een keuze uit de gedichten en andere
teksten 1958-1998, samengesteld en uit het Tsjechisch vertaald door Jana Beranová,
Amsterdam, De Bezige Bij 2008

Draag me een beetje verder



(ZES) BRIEVEN AAN DIONYSOS


1.


Kom je voor mij?
Ik? Sombere piramide
onwankelbaar stenen beest?


Zoete nevel
draag me dan een beetje verder.

Uit een ooghoek wil ik zien

hoe ieder drinkt en feest.
Hoe ieder zo licht en ik
min en zwak, de weemoed ter wille.

Zoete nevel
is daar niet in jou
nog een glas, rood en vol

om op to tillen?


Gerry van der Linden



Uit: Gerry van der Linden Zandloper, Amsterdam, L. J. Veen, 1997

Vervanger


If there is any substitute for love, it's memory - Joseph Brodsky


donderdag 15 januari 2009

Wat doen ze als niemand meer lacht?



CLOWNS



Waar zitten de clowns?

Wat eten de clowns?

Wat doen de clowns
als niemand,
maar dan ook niemand meer lacht,

mama?


© Miroslav Holub


Uit: Miroslav Holub De geboorte van Sisyphus - een keuze uit de gedichten en andere
teksten 1958-1998, samengesteld en uit het Tsjechisch vertaald door Jana Beranová,
Amsterdam, De Bezige Bij, 2008

zaterdag 10 januari 2009

Lichaam en stof


JE NACHTHEMD over de stoel gehangen nog
nabewegend: zijn plooival een legende: het verglijden

van lichaam en stof. Een andere werkelijkheid
is het openen van knoopjes, ogen en

die lichtheid van zijde, die je laat ontglippen
in het bodemloze, wanneer de wind je verdwijnen

natekent en ik me afvraag welke eenzaamheid
er spreekt uit het verplaatsen van stoelen op een dag

die zijn belofte niet kent. Het terras
herordent zich in de veren van schaduwen

het licht geeft dingen een plek, stekende
contouren die zichzelf niet kennen. Ik volg

de stenen trap, klim naar de vijgenboom
omhoog die de horzels tillen.


Jürgen Nendza


DEIN NACHTHEMD pendelt noch über dem Stuhlrücken
aus. Sein Faltenwurf eine Legende: das Vergleiten

von Körper und Stoff. Eine andere Wirklichkeit
ist das Öffnen der Knöpfe, der Augen und

these Leichtigkeit der Seide, die dick abstreift
ins Bodenlose, wens der Wind dein Verschwinden


nachzeichnet und ich mich frage, welche Einsamkeit
spricht aus dem Verrücken der Stühle an einem Tag,

der sein Versprechen nicht kennt. Die Terrasse
sortiert sick im Gefieder der Schatten,

das Licht stellt Dinge in den Raum, stechende
Konturen, die nichts von sich wissen. Ich

folge der Steintreppe, gehe zum Feigenbaum
hinauf, den die Hornissen tragen.


Uit: Jürgen Nendza Flugtöne/Vlieggeluid - vertaling Ard Posthuma - gedichten in het Duits en het Nederlands,
met een nawoord van Alexander von Bormann.
Maastricht International Poetry Series 2008, uitgave i.s.m. Verlag Ralph Liebe, Weilerswist/Köln

woensdag 7 januari 2009

Duizend duiven, iedere morgen


DE KOGELS ZIJN OP


Zoveel jaren hebben ze allen honger, hebben ze
allen dorst, sneuvelen ze allemaal
belegerd vanuit vasteland en zee,
de hitte vrat aan hun velden
en het zilt drenkte hun huizen
de wind rukte hun deuren uit en
de schaarse paaslelies op het plein.
Door de gaten in hun overjas
komt en gaat de dood
hun tong is bitter als de pijnappel
hun honden zijn gestorven opgerold in hun schaduw
de regen geselt hun gebeente.

Bovenop hun uitkijkpost versteend
roken ze de mest en de nacht
starend naar de razende zee waar die de gebroken
mast van de maan heeft opgeslokt.

Het brood is op, de kogels zijn op,
nu laden ze hun geweren
alleen nog met hun hart.
Zoveel jaren belegerd vanuit vasteland en zee
hebben ze allen honger, sneuvelen ze allemaal
maar er is niemand dood -
bovenop hun uitkijkpost schitteren hun ogen,
een grote vlag, een groot en dieprood vuur
en iedere morgen vliegen duizend duiven
uit hun handen naar de vier deuren
van de horizon.



© Yánnis Rítsos

[1909-1990]



Uit: Romiosýni ('Griekendom') I, 5-8 in:
Yánnis Rítsos Romiosýni en andere gedichten, Point, 2005
- vertaling Guido Demoen -

Grote aankomst



samen wakker worden

regent het buiten
gaat wind er
te keer

hoor ik er
gefluister

(de ramen in huis
kleuren zich
met duister)

luister: er is een
grote aankomst
van licht
in de tuin


© LEO HERBERGHS


Uit: Leo Herberghs Mijzelf achterna, Leiden, uitgeverij Plantage, 2006

dinsdag 6 januari 2009

Winterdame (mit Fuchspelz)



PIAZZA DI SAN MARCO

En toen de Venetiaanse Winterdame zich kouwelijk
Omgordde met stola's van vossenbont - het was hartje
Zomer - speelde het orkest kerstliederen. Zij schroefde
Verder in haar duistere dromen. Tot de avond viel.
Het water steeg. De skaters, de terrassen verdwenen.
Haar hoofd dreef als een fluisterboei tussen het rotan.


© Hans van de Waarsenburg


PIAZZA DI SAN MARCO

Und als sich die venezianische Winterdame verfroren
Mit Stolas aus Fuchspelz gürtete - es war mitten im
Sommer -, spielte das Orchester Weihnachtslieder. Sie
Schraubte sich hinein in düstere Träume. Bis der Abend fiel.
Das Wasser stieg. Die Skater, die Terrassen verschwanden.
Ihr Kopf trieb als Flüsterboje zwischen dem Rotang.


uit: Hans van de Waarsenburg So treibt die Insel/ Zo drijft het eiland
tweetalige keuze uit zijn gedichten, in het Duits vertaald door Marinus Pütz. Met een voorwoord door Cees Nooteboom.
Verlag Ralf Liebe, Weilerswist-Köln, 2008

Gedichtenslag & Poëziequiz



Honderden activiteiten op 29 januari as., ook buiten de boekhandels van Nederland en België:

zondag 4 januari 2009

Gloeidraad


IN HET DONKER LIGT EEN LAMP TE BRANDEN





We wisten van het bestaan af
van de donkere kamer. Het was een kwestie
van juiste tijd en plek om elkaar te vinden. Stilte
en donker dat je zenuwen lamlegt. Geduld om hitte
tot ontwikkeling te laten komen. We waren op de hoogte
van de voorwaarden voor een gelukkig leven.

Met uitgestoken handen gingen we de kamer binnen. Na een tijd
leek het donker op marsepein, van binnenuit verlicht, maar
het gedroeg zich als een lichaam, met alle gevolgen van dien.

In de donkere kamer brandde een lamp
en die lamp waren wij: gloeidraad en glas, gas en oog
om traag in uit te doven, lang nadat we zullen zijn
verdwenen. En ooit, en ooit, en ooit, zongen we, jubelde het
ons de ogen uit. Nooit, nooit, nooit, echode het.




© Peter Verhelst


 
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008

zaterdag 3 januari 2009

Door de straten van de stad


NIET GEBEURD

We waren stompjes, rompen
zonder ledematen, we lagen in de modder
bij een tot puin geschoten Rijksmuseum
en konden elkaar alleen nog
aan onze stemmen herkennen.
Ik geloof zelfs dat ik je
deze droom nog heb verteld.

Intussen is zoiets hier niet gebeurd.
Wel ben ik aan mijn grijze haren
achter jouw praalwagen van leugens
door de straten van de stad gesleurd.

JUDITH HERZBERG

Uit: Judith Herzberg Soms vaak, Amsterdam, uitg. De Harmonie, 2004

Vrouw met vinkje


GEEN SEÑORITA




Nee, ik moet geen señorita in mijn armen,
zo'n buitenlands mens.

Hotelregistratie met een vinkje bij señorita -
geen vinkje voor mij.

Want ik houd niet van mensen die ik niet ken.
Zo zal ik nooit naar de hoeren gaan.

Een bordeel - ik heb al moeite met een café.
Al die vreemde mensen daar die niet mijn type zijn.

Ik ken ze niet.
Ik ken alleen maar mensen die ik ken.

Ja, ik ben echt mensenschuw.

Daarentegen, niets is heerlijker dan

de blote kont van een vrouw,

de blote kont van een vrouw in je armen,
je eigen vrouw bijvoorbeeld,

een kont die je kent. 

Niet is heerlijker voor een man
en voor een vrouw,

dan elkaars
kont te beminnen, ergens buiten,

op een zandweggetje of gewoon,
langs een vierbaansautoweg.


© Gerrit Krol



Uit: Gerrit Krol - 't Komt allemaal goed, gedichten. Amsterdam, Querido, 2005

woensdag 31 december 2008

Bleke foto's uit een binnenzak


HET IS WEER DEZE NACHT


Het is weer deze nacht dat tractoren
Grommen in de achtertuin. Als hese honden
Naar mijn trommelvliezen grauwen. Het is weer
Deze nacht dat oeverloos snauwen een
Vuist slaat tegen de sterrenloze hemel. Er

Rouw wordt afgekondigd in verdwenen
Straten. Het is weer deze nacht dat namen
Tollen in de gaten van een schrompelend
Geheugen. Namen als oud textiel in jute
Zakken. Gedroomde namen soms. Het is

Weer deze nacht dat gezichten vergelen in
Kisten, verbranden in ovens, verteren
In aarde. En het is weer deze nacht dat
Ik taal hark, woorden schoffel, in mezelf
Brom, met een klap de luiken laat landen.

*

Het is weer deze nacht dat mijn vader zonder
Klop op de deur aan tafel komt zitten en ik hem
Jenever schenk. Hij gretig zijn eerste glas
Drinkt, een tweede gebaart, zijn stropdas
Ontknoopt en een sigaret opsteekt. Uit zijn

Binnenzak haalt hij bleke foto's, wijst naar
zichzelf en knikt. Ik herken de verleden man
Die zo dicht bij mij staat dat ik opnieuw verlegen
De dood van mijn schouders krab. Het is
Weer deze nacht dat zijn stem naar toon

En zoon zoekt. Iedere borrel is een slok
Toenadering, iedere sigaret een verlegenheid.
En als de fles geleegd is, de sigaretten gerookt,
Stapt hij terug in zijn nacht, blijf ik achter,
Terwijl daglicht tergend langzaam mijn ogen sart.

*

Het is weer deze nacht die om mij hangt
Als een natte loden jas, die mij ter aarde
drukt. Waarin ik wankel na een stortbui
Een huis bereik. Het is weer deze nacht
Dat herinnering als een scherp mes schaaft

En schilfers naar beneden dwarrelen.
Een sneeuw van zwijgen waarin doden
Miraculeus worden betast. Het is weer
Deze nacht dat dicht tegen mij huid zich
Vlijt en plooit. Ik je kus met dunne lippen.

Verleden tederheid zich spreidt. Het is
weer deze nacht dat regen drupt op de
Vloer van vroeger, almaar drupt, en het
Hoofd blijft liggen op het doordrenkte
Kussen en je zo moet huilen.


©
Hans van de Waarsenburg


Nieuwjaarsgedicht van Hans van de Waarsenburg, met vertaling in het Engels door Peter Boreas. Bibliofiele uitgave, met de hand gezet in de Claudius van Rudolf Koch en gedrukt op Magnanipapier door Hans van Eijk,
Bonnefant Press, Banholt/Maastricht, december 2008

Het is weer deze nacht verschijnt binnenkort in Van de Waarsenburgs nieuwe dichtbundel Wie hier nog komt, bij uitgeverij Wereldbibliotheek te Amsterdam (voorjaar 2009)

Onzin



TAST MET DE LOEP AF



Tast met de loep af

het geleefde leven en zie

geen litteken gesloten

wie heeft de onzin uitgevonden:

de tijd heelt alle wonden


© Lizzy Sara May




Uit: Lizzy Sara May Het depressionisme, Amsterdam, De Bezige Bij, 1988.

maandag 29 december 2008

Eén scherf is genoeg



DE ARCHEOLOGIE VAN HET HART


Hadden we maar meer dan één hart
verzucht hij. Konden we het afstoten
als een verwelkte bloem
maar we worden verscheurd en verdeeld.

Elk fragment heeft zijn plaats
troost de archeologe die graag in zijn ruïnes wroet.
Voor een lang verhaal heeft zij
aan een scherf genoeg.

Zij tulpt haar lippen
en blaast het stof weg
zoals zijn moeder blies
over zijn geschaafde knie.


©  Herman Leenders



Uit: Herman Leenders Vervalsingen, Amsterdam, Arbeiderspers, 2008

De zwaartekracht van vroeger


AARDAPPELKUNDE


Het was laat en het ging over de waarheid.
Essenties vind je in het kleinste meest gewone
zei iemand, zelfs een aardappel heeft zwaartekracht

het grootste wat ik deed in mijn leven tot dusver
was niet schreeuwen maar dag zwaaien, dagdag naar alles
wat verdween en begon, doden, kinderen, alles

verandert nu eenmaal, de thermodynamica stelt
dat chaos de regel is, alles beweegt
voortdurend van gaaf naar voor altijd kapot

hieruit leidt men het bestaan van de tijd af, vandaar
ook dat wuiven van mij, van ons – correctie
tot dusver is onzin, het verleden bestaat niet

vroeger is een gedachte, een maaksel, een aanschaf
dus ik heb niets moedigs gedaan, ik heb alleen
zojuist in het donker van de kast die mijn hoofd is

getast naar het vermeende eeuwige vanzelf
van vandaag gekochte knollen en daar dacht ik iets bij
wat ik nooit eerder bij precies datzelfde dacht.


Esther Jansma


uit: Esther Jansma Alles is nieuw, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2005

Wat blijft



WEGGAAN



Als een auto die lang in de regen gestaan heeft
optrekt en wegrijdt, blijft waar hij stond achter
een plek die zich van de rest van de straat
onderscheidt, even nog, tot hij ook nat is
en niet afzonderlijk meer bestaat.

Dat is wat blijft als je weggaat.


© Anton Korteweg


Uit: Anton Korteweg Comfortabel ongelukkig (een bloemlezing met gedichten uit vier eerdere bundels, verschenen tussen 1982 en 1991), Amsterdam, Meulenhoff, 1999

Ander wetenswaardigs is er niet



’s NACHTS, AAN DE TELEFOON
(À meia-noite, pelo telefone)


’s Nachts, aan de telefoon,
vertelt ze me dat het bosje op haar venusheuvel blond is.
Ander wetenswaardigs
van haar lichaam geeft ze niet, noch van haar voorkeur.
Ze boudeert:
‘Als jij niet heel gauw hierheen komt
en ik ook niet naar jou toe kan rennen,
wát moet er dan van mij worden tot de ochtend?’

Dat weet ik ook niet, en ik zwijg.


Carlos Drummond de Andrade


uit: C. Drummond de Andrade De liefde, natuurlijk (gedichten) - vert. uit het Portugees door August Willemsen – Amsterdam/Antwerpen, Arbeiderspers, 1992

Rangschikking



PORSELEINEN TRANEN


Op een avond kwam ik aan
in de werkplaats, in het huis
van de hoekige dame
die ronde vormen maakt

van klei en aarde.
Ik zag wel vijftig
pοrseleinen tranen naast elkaar
οp de vloer gelegd en ze zei:

'Tja, ik weet het ook niet,
het gaat maar door.
Misschien als ik suja zeg of
tot honderd ga...'

Misschien, dacht ik,
als je ze rangschikt
naar Verdriet.


Gerry van der Linden



Uit: Gerry van der Linden Aan mijn veren hand, Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 1993.
Ook in: Liefde kon maar beter naamloos zijn – 150 dichteressen voor Amnesty International. Bloemlezing, samenst. Daan Bronkhorst. Breda, De Geus, 2000.

zaterdag 27 december 2008

Maan, vertel me, wat doe jij daar aan de hemel?



Graaf Giacomo Taldegardo Francesco di Sales Saverio Pietro Leopardi (1798-1837) was een vooraanstaand Italiaans dichter, filosoof en taalkundige aan het begin van de negentiende eeuw.
Leopardi was een telg uit een adellijke familie in de Marche, een streek in Italië die zuchtte onder het strenge bestuur van de toenmalige pausen. Een leven lang leefde hij in onmin met de katholieke kerk "en de hier heersende hypocrisie".
Veel werk van Leopardi kwam terecht in zijn Canti ('gezangen', liederen).


Il tramonto della Luna (De ondergang van de maan) was het laatste canto dat Leopardi kort voor zijn dood schreef: in Napels, waar op dat ogenblik een cholera-epidemie heerste. De dichter verbleef er zijn laatste jaren, schrijvend aan zijn Pensieri (Gedachten). Een oogziekte en een algeheel zwak gezondheidsgestel plaagden Leopardi tot aan zijn dood. Internationale bekendheid heeft zijn gedicht L'infinito (Het oneindige) verworven.

vrijdag 26 december 2008

Landschappen

















- klik voor vergroting -


LEO HERBERGHS

in : Landschappen (met foto's van John Claassens), eindejaarsuitgave, Heerlen december 2008

Winter


eindelijk zag ik dat alles voorbij
zou gaan als deze dag boven
land dat ik lief heb


ik zeg niet dat dat erg is
ik zeg alleen wat ik dacht
te zien


- Rutger Kopland, Winter (fragm.), in Tirade nr. 124, april 1967

woensdag 24 december 2008

Of er iets is, vraagt ze


POLSKIE TANGO


De houten uitbouw van het dorpscafé.
Daarbinnen de gietijzeren kachel, die
Vuur ademt, was droogt, sterren droomt.
Daar zingt zij tango’s. Haar stem krast

Uit de grijze groeven van de grammofoon.
Of er iets is, vraagt ze en likt zijn oorlel.
Hij kust haar vingers en houdt haar als in
Een Polskie Tango zo vast, dat lijven zich

Hechten, haar kuitbeen oplicht, zich bloot
Geeft. Peperwodka’s worden besteld. Mijn
God, de tango is geen mars voor oorlog.
Dit is voetstaps sluipend gaan, in ongrijpbare

Tijd. Dit is lieflijk falset zingen in donkere
Glazen. Dit is een stil zetten van jaren,
Omdat de doden nog leven. In het dorpscafé
Een glas drinken, luisteren naar haar,

Die dronkaards kust, troost biedt, steels
Een knopen gulp aait. Waar tranen zoutkristallen
Worden. De hand aan het gemoed slaat.
Zwarte Madonna, mag ik deze dans van U?

© Hans van de Waarsenburg


POLSKI TANGO

Der hölzerne Vorbau der Dorfkneipe.
Drinnen der gusseiserne Ofen, der
Feuer atmet, Wäsche trocknet, Sterne träumt.
Dort singt sie Tangos. Ihre Stimme kratzt

Aus den grauen Gravuren des Grammophons.
Ob etwas sei, fragt sie und leckt sein Ohrläppchen.
Er küsst ihre Finger und hält sie wie in
Einem Polski Tango so fest, dass Leiber

Verschmelzen, ihr Wadenbein sich hebt, sich
Entblößt. Pfefferwodkas werden bestellt. Mein
Gott, der Tango ist kein Marsch in den Krieg.
Dies ist schrittweiser Schleichgang, in unfassbarer

Zeit. Dies ist lieblicher Falsettgesang in dunklen
Gläsern. Dies ist ein Anhalten der Jahre, denn
Die Toten leben noch. In der Dorfkneipe ein
Gläschen trinken, ihr zuhören,

Die Betrunkene küsst, Trost spendend, heimlich
Mit warmen Fingern im Schritt. Wo Tränen Salzkristalle
Werden. Die Hand ans Gemüt sich legt.
Schwarze Madonna, darf ich um diesen Tanz bitten?


Uit: Hans van de Waarsenburg So treibt die Insel/ Zo drijft het eiland, tweetalige keuze uit zijn gedichten, in het Duits vertaald door Marinus Pütz, met een voorwoord door Cees Nooteboom.
Verlag Ralf Liebe, Weilerswist-Köln, 2008

dinsdag 23 december 2008

Epitaaf

OP HET MARMER VAN JE BILLEN
(No mármore de tua bunda)



Op het marmer van je billen heb ik mijn grafschrift gegrift.
Nu wij uit elkaar gaan, behoort mij mijn dood niet meer toe.
Jij nam die mee.


Carlos Drummond de Andrade (1902-1987)


uit: C. Drummond de Andrade De liefde, natuurlijk - vert. uit het Portugees door August Willemsen – Amsterdam/Antwerpen, Arbeiderspers, 1992

zondag 21 december 2008

Een raam in de elleboog


DE HEMEL legt zijn blauw papier over
je luchtige jurk: een bijna doorzichtig
begeren. Jij balanceert de zomer
met je hand in je nek, in je elleboogholte
slaat een raam open. Misschien kwam de liefde
daar doorheen gevlogen en hing de tijd
aan de wilgen. Ik neem je portret
van de muur, leg het in mijn woorden.
Het glas is van buiten beslagen,
van binnen.


Jürgen Nendza



DER HIMMEL legt sein blaues Papier über
dein luftiges Kleid: ein fast transparentes
Begehren. Du wiegst den Sommer
mit der Hand im Nacken, in deiner Armbeuge
öffnet sich ein Fenster: Vielleicht kam die Liebe
da durchgeflogen und hing die Zeit
an den Nagel. Ich nehme dein Bild
von der Wand, lege es in meine Worte.
Das Glas ist von auszen beschlagen,
von innen.


Uit: Jürgen Nendza Flugtöne/Vlieggeluid - vertaling Ard Posthuma - gedichten in het Duits en het Nederlands, met een nawoord van Alexander von Bormann. Maastricht International Poetry Series 2008, uitgave i.s.m. Verlag Ralph Liebe, Weilerswist/Köln

Decemberkaart




KERSTMENU


Fiks gekruid prijken ze, oudoom Haas
& oudtante Patrijs
op het kerstdiner. Verre familie van weleer

Bloed-
verwanten, aangeschoten, bij bosjes
in de ochtendmist

Onsterfelijken
plots onderhevig
aan de zwaartekracht
en lang zo o n s t e r f e l ij k niet meer!

December. Ze noemen je Monsieur
Chablis
Je ontkurkt een
premier cru
gooit knoestig lijkjes van oude liefdes
op het vuur…

O, met voorheen hun gave lendenen
een
Goed Gesprek
nu
, op dit late uur!

Maar de Dames gaan in vlammen op
December
De Dood moet op het spek gebonden

(de fazant) (de haas) (het hert) (het everzwijn)

En het ijsdessert :

een Mensenzoon
geboren

in bittere koude

uit een Maagd

Gelukkig Kerstfeest !
Bonne Année





© Manuel Kneepkens

donderdag 11 december 2008

Papierzak of slaaplamp?

Het schaap heeft slaap
en de koe is moe
Het paard kijkt
over het prikkeldraad
en denkt het is al laat

woensdag 3 december 2008

Aanhalingstekens


JONG LANDSCHAP
(met Van Ostaijen - citaat)




Wakker worden in de asbak

Oksels en leer
De smaak van sokken

Rondjes lopen onder tandenpoetsglas
Alles wat ik zie

Is uitzicht met ruitenwissers

Gebroken groen, huiskamerkoeien
Ruilverkaveling en spellingvereenvoudiging

De typische cakedoosvorm van het dijkdorp

Drie keer achter elkaar
Zegt iets
Ik wil naar buiten

Mijn hart springt op
De was smelt in mijn oren

Dan regent het aanhalingstekens

"Buiten”: een glazen baksteen
In een transparante muur

"Over de randen van mijn handen
tasten mijn handen
naar mijn andere handen
onophoudelijk”



© K. Michel




Uit: K. Michel Waterstudies, Amsterdam, Meulenhoff, 1999

maandag 1 december 2008

Meestal onder de tafel


VADER


We zijn vele jaren en enkele maanden verder.
Ik ben nu die man, die jij geweest had
Kunnen zijn, levend. Hetzelfde buikje,
Golfslag op het nauwelijks kalende hoofd,
Dat voortdurende zwijgen, de voeten op tafel
En altijd tranende ogen. Je glas. Ouder.

Waar we ook waren, was er afstand, was er
Nurkse koppigheid. Je schopte je oudste zoon,
Waar je hem raken kon: enkels, kuiten, schenen.
Meestal onder de tafel of in de kerk.
Onzichtbare pijniging tot de soep sprak.
Dat soepele slurpen begon.



© Hans van de Waarsenburg





VATER

Wir sind viele Jahre und einige Monate weiter.
Ich bin nun der Mann, der du hättest gewesen
Sein können, lebend. Dasselbe Bäuchlein,
Wellenschlag auf dem kaum kahl werdenden Kopf,
Das anhaltende Schweigen, die Füße auf dem Tisch
Und immer tränende Augen. Dein Glas. Älter.

Wo auch immer wir waren, es gab einen Abstand, es gab
Mürrische Sturheit.Du hattest deinen ältesten Sohn getreten,
Wo immer du ihn treffen konntest: Knöchel, Waden, Schienbein.
Meistens unter dem Tisch oder in der Kirche.
Unsichtbare Peinigung bis die Suppe sprach.
Das flüssige Schlürfen begann.






"...schaamteloze grootspraak en retoriek..."
"...iemand die een luide toon niet uit de weg gaat..."

- Cees Nooteboom ('En bij mij is dat een compliment') op het achterplat over het werk van dichter Van de Waarsenburg


uit: Hans van de Waarsenburg So treibt die Insel/ Zo drijft het eiland, tweetalige keuze uit zijn gedichten, in het Duits vertaald door Marinus Pütz. Met een voorwoord door Cees Nooteboom. Verlag Ralf Liebe, Weilerswist-Köln, 2008

zondag 30 november 2008

Het latwerk van een woord



LIEFDESWOORD




liefde is zo'n dun woord
voor wat drieëentwintíg jaar tussen man
en vrouw ligt – dun armzalig woord

kijk hoe weerloos begint de letter l
(zonder de steun van alleen)
kijk hoe ijl klieft de ie
hoe achter het ruisen van l en f
(twee rietstengels snipperend in de wind met i)
hoe moeizaam tand-en-lip door f zijn overgave
terugschakelt naar tand-en-tong
in de dompelende dofdode d
en terugvalt
terugvalt
naar ontronde, onteerde, ontroerde [ə]

lief-[də]
liefde

tussen de ruisende fricatieνen
flikkert geen beschadiging
geen afranseling van dromen
geen bronstig hert in dorre streken
geen dolk begraaft zich in een rug

liefde is zo'n pover woord
voor wat wij hier hebben
wij hijgen door dezelfde strot
wij teren aan dezelfde klier
we bestaan niet apart van elkaar
we schijten samen

en om alles te bekronen
is het latwerk van het woord liefde
geen aanduiding
dat we elkaar tot bloedens toe bevechten
en bevelen en elkaar al bloedende
te gronde verachten en beminnen


© Antjie Krog

Uit: Antjie Krog Kleur komt nooit alleen - uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Robert Dorsman - Amsterdam, Podium, 2002

Als er al een afscheid is




OVER DE VELDEN

(voor Seamus Heaney)*




Over de velden, voorbij het midden
Van het leven, de schimmen van de paden.
Het verlopen van het zure middaglicht.
Met een veer in de keel en zicht op

Traag tuimelen. Over de velden schrijdt
Het woord zo langzaam, dat de klank
Verdwijnt, oplost in de nevel boven
Stoppelvelden. En de wandelaar? Hij

Tuurt over de velden naar tanende
Horizon. Probeert uit zijn schaduw te
Stappen, terwijl het donkert rondom
Het hoofd. De doden ritselen tussen

Herfstbladeren of rusten op de takken
Van het verleden. Als er al een afscheid is,
Laat het dan nog duren en breng ‘hout
Naar de bossen en turf naar de venen’.



© Hans van de Waarsenburg


* Geschreven na een gezamenlijke wandeling en een bezoek aan Thoor Ballylee, Gort, Co. Galway.



ÜBER DIE FELDER

Über die Felder, vorbei an der Mitte
Des Lebens, den Schatten der Pfade.
Der Verlauf des sauren Mittagslichts.
Mit einer Feder im Hals und Blick auf

Träges Taumeln. Über die Felder schreitet
Das Wort so langsam, dass der Klang
Verschwindet, sich auflöst im Nebel über
Stoppelfeldern. Und der Wanderer? Er

Starrt über die Felder auf den sinkenden
Horizont. Versucht, aus seinem Schatten zu
Treten, während es dämmert um
Den Kopf. Die Toten rascheln zwischen

Herbstblättern oder ruhen auf den Zweigen
Der Vergangenheit. Wenn es schon einen Abschied gibt,
Dann lass ihn noch dauern und trage "Holz
In die Wälder und Torf ins Moor."




Uit: Hans van de Waarsenburg So treibt die Insel/ Zo drijft het eiland, tweetalige keuze uit zijn gedichten, in het Duits vertaald door Marinus Pütz. Met een voorwoord door Cees Nooteboom. Verlag Ralf Liebe, Weilerswist-Köln, 2008


Oorspr. verschenen als slotgedicht - en later op affiche -  in Hans van de Waarsenburg Beschrijvingen van het Meer, Rotterdam, Bèta Imaginations, 2000

dinsdag 25 november 2008

Groeven


DE PIJNBOOM EN HET HIJGEN



Elke ochtend zijn de groeven in de stam vers,
dierlijker

Overdag moet het zich ingegraven hebben,
houdt het zich opgerold onder ons schuil
tegen het licht, klauwtjes over de borst gevouwen

In het avondlicht zwelt een roze wolk

We lossen elkaar af bij de vuren

Voor wie van ons
opent het rekt het
stulpt het zich
zacht jammerend uit -





© Peter Verhelst




Openingsgedicht uit:
Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden,
Amsterdam, Prometheus, 2008.

 
 
Omslag: het schilderij Paolo en Francesca van Ary Scheffer (1795-1858). Dit liefdespaar is in Dantes Goddelijke Komedie symbool voor de onmogelijke liefde die maar niet bekomen kan van de werveldwind die hun passie is.

vrijdag 21 november 2008

Het geheim heeft maar één naam



ODE AAN DE VREUGDE



Liefde, als er geen hoop meer is:
alleen dat is liefde.

Lanceer een nieuwe radiosonde,
als tien al zijn neergestort,
neem tweehonderd konijnen

als honderd al zijn doodgegaan:
alleen dat is wetenschap.

Je vraagt naar het geheim.
Het heeft maar één naam:
opnieuw.

Op het laatst
draagt de hond in zijn bek
zijn beeld in het water,
nagelen mensen de nieuwe maan,

ik hou van jou.

Als kariatiden
torsen we op geheven armen

de granieten tijd

en verslagen
zullen we altijd winnen


© Miroslav Holub


Uit: Miroslav Holub De geboorte van Sisyphus - een keuze uit de gedichten en andere
teksten 1958-1998, samengesteld en uit het Tsjechisch vertaald door Jana Beranová,
Amsterdam, De Bezige Bij 2008

donderdag 13 november 2008

Polders, duinen


VOGELGIDS





Dit boek vertelt wat mensen in ze zagen:
kneu, tapuit, paapje, wielewaal.
Voorouders wijzend, roepend op het veld
tot het juiste woord langs vliegt, ze knikken,

namen zijn gedeeld gevoel.

Pinksterfeest na pinksterfeest: klauwier,
hop, smelleken, wouw, smient, dodaars.
IJsvogel, buik vooruit, als vlam biddend
boven blijde gerimpelde koppen.

Daarom vogels kleuriger afgebeeld dan het grauw
gescharrel buiten, makkelijke prooi zo
voor de vrienden van blz. 96 en verder:
havik, sperwer, valk, valser geschminkt

dan Judas in het passiespel.

De vogelgids heeft mij ver gebracht. Polders.
Duinen. Limburg. Ontmoetingen. Liefde.
Soms zie ik nog iets vliegen dat op
een bladzij uit de vogelgids lijkt.


 
© Rouke van der Hoek


 
Uit: Rouke van der Hoek Het magnetische noorden Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 2001

woensdag 12 november 2008

Ontdooi mij


STAAND
*




Versteend sta ik op deze aarde
met lange rok en omslagdoek
die hij strak rond mijn borsten
speldde, omdat dat van de wereld
moet. Zo ben ik opgevoed.

Mijn ogen hebben iris noch pupil.
Dus kijk ik maar naar binnen, wil
al wat buiten voorvalt binnen horen.

Van wat ik waarneem ligt rondom
mijn mond een lach bevroren,
die daar maar vriezen blijft. Ontdooi me,
tooi me met een hoed van bloemen
en lange stengels in m'n lijf.


© Hester Knibbe


*) Gedicht bij vaas in de vorm van een staand meisje, Lokri (Zuid-Italië), midden zesde eeuw v. Chr.




Uit: Hester Knibbe Een bittere navel Baarn, De Prom, 1997

maandag 10 november 2008

Ontzet


KNOPENDOOS



Ze stonden recht als gasvlammen
op zolder rond de koude haard.
Beneden knapten nog graven open.
Op de trap verdrong zich dat het kraakte.
Verwarde stemmen: ‘Knopendoos!
Kijk in de knopendoos!’ Dat werd geroepen.
Een kinderlichaam door groei ontzet
lag onbeweeglijk in zijn bed.


© Tonnus Oosterhoff


Uit: Tonnus Oosterhoff  Boerentijger, Amsterdam, De Bezige Bij, 1990

zondag 12 oktober 2008

Ziekte


VOOR JAN ARENDS




Voor mij
is angst
een
ziekte

daardoor
ben ik
nergens
bang voor

maar wel
bijna
overal
ziek van



© Ingmar Heytze



Uit: Ingmar Heytze De Allesvrezer, Utrecht, Kwadraat, 1997

woensdag 1 oktober 2008

Omkijken


EEN GESPREK




"Waar zullen wij afscheid nemen?
"In de regen"
"Zullen wij schuilen?"
"Nee!"
"Hoe zullen wij ons voelen?"
"Ziek, vals en verlegen."
"Wat zullen wij zeggen?"
"Wij zullen het niet weten."
"Wat zullen wij denken? "
"Was het maar gisteren, morgen of nooit."
"Zal een van ons gelijk hebben?"
"Geen van ons zal gelijk hebben."
"Zullen wij elk een andere kant op gaan?"
"Wij zullen elk een andere kant op gaan."
"Zullen wij omkijken?"
"Een van ons zal omkijken. Stilstaan, aarzelen en omkijken."

Zo spraken ze tegen elkaar, telkens weer
opnieuw.
Maar zij vroegen nimmer wie. Wie
zou omkijken. Wie.




© Toon Tellegen



Uit: Toon Tellegen Mijn winter, Amsterdam, Querido, 1987

maandag 29 september 2008

Bed met gele lakens



DE STRANDJURK OPLICHTEN


Voorzichtig. Omzeil de verrukking, dat zinkt toch maar als reumatiek
het gebeente in. We heffen aanvankelijk de jurk tot op de heupen slechts.
De maan fonkelt maanlicht op je naakte dijen. ‘Een waarheid,’ fluister ik
‘herhaalt zich niet’ & ‘je trekt mij als het trekken van de maan.’ Stilte.


Het droge zand schelpt je nog omstandig haar nee maar de weerstand
in de scène is een kronkeling van eerdere acteurs, het ritmische breken
van de bruisende golfslag wil al dat springtij van ons, een hoogwit ruisen,
het kabaal, namelijk, van de stilte beukend op het witte, mensvreemde strand.


“De verbeelding zet zich door het vel heen aan het vlees.”
Een verstrengeling van lichaam vindt plaats meestal 's nachts,
de verstilde klomp van het rozige hunkeren, het sensuele
verrimpelt delicaat het strakke dagkleed van de verwensing.


Ik giet je huid & lippen in de kom met ontbijtgranen. Dat bed, dat daar
met de gele lakens, dat lees ik je in als de lopende code van ons verlangen.


© Dirk Vekemans

in: De Gids, augustus 2008.

zaterdag 20 september 2008

Opzien


Biechten aan de muis van zijn hand.
Hij sputtert broodpap. Wat hem voedt
wordt geklauter langs de boordknoop.
Verdonkeremaant de guppen van deze
week. De vilder is ouder en meer moe
dan menig hoornvlies op zijn plank.
Dat wil hij ook. Niet als kluizenaar,
dat zou onvoldoende zijn. Hij zoekt
een diepere slaap. Thesaurus in het
onderdek. Opzien tegen magere jaren.


© Marc Kregting



Uit: Marc Kregting Kopstem/Stopnaald - gedichten, verhalen. Amsterdam, Prometheus, 1997

donderdag 11 september 2008

Hoe machteloos lief




STERFBED


Mijn vader sterft; als ik zijn hand vasthoud,
voel ik de botten door zijn huid heen steken.
Ik zoek naar woorden, maar hij kan niet spreken
en is bij elke ademtocht benauwd.

Dus schud ik kussens en verschik de deken,
waar hij met krachteloze hand in klauwt;
ik blijf zijn kind, al word ik eeuwen oud,
en blijf als kind voor eeuwig in gebreke.

Wij volgen één voor één hetzelfde pad,
en worden met dezelfde maat gemeten;
ik zie mijzelf nu bij zijn bed gezeten

zoals hij bij zijn eigen vader zat:
straks is hij weg, en heeft hij nooit geweten
hoe machteloos ik hem heb liefgehad.


Jean Pierre Rawie

Uit: Jean Pierre Rawie Verzamelde Verzen, Amsterdam, uitgeverij Bert Bakker, 2004.
Oorspr. in: Onmogelijk geluk (1992).

maandag 1 september 2008

Waar het kwaad niet kan komen


KLEINE PASTORALE




In D. heerst de rust van een nacht op het land.
De inwoners slapen. De schoorstenen stomen
hun zweetlucht naar buiten, het blaffen der honden
verstomt. De lijven draaien zich nog eens om,
hun kleine lusten steken de kop in dromen.

In dit dorp, waar het kwaad niet kan komen,
rust zacht de hand, luiert de pols op de rand van
het bed, sluipt de weemoedige wesp langs
het laken omhoog, bevuilen de luizen
de eens zo blanke agenda.

Lazarus lepelt de wacht zijn eieren uit,
totdat hij zich wakker zal braken.
Aan de muur een verouderde kaart van Europa.





© Juliën Holtrigter



Uit: Juliën Holtrigter Omwegen Zoetermeer, Mozaïek/Boekencentrum, 2001