maandag 26 januari 2009

Grote zot




ROTTERDAM


Alleen Erasmus, een mangaanbronzen standbeeld,
dat een blad omslaat op alle hele uren,


lovend de zotten, de dwazen, de narren, de malle

moertjes en stomme vaders,

lovend de morsige, gebogen, ellendige, rimpelige,

kaalhoofdige, tandeloze, godgeleerde grijsaards,

zijn collega's, die zich afvroegen, in alle ernst,

in prismapockets met plastic omslag,

of God de gestalte van een vrouw kon aannemen, van

een duivel, een ezel, een pompoen of een keisteen.

Want, zeiden zij, hoe moet een pompoen gepreekt
hebben en hoe wonderen verricht?

En hoe had hij moeten worden gekruisigd? Gij... gij...

hoe zal ik U anders noemen dan: grote zotten?

29 mei 1527 schrijft hij dan aan Nicolaas Cannius,

Erasmus, de grote putrοpolitaan,

die in Frankrijk woonde, in Italië bij de mensen,

tenslotte in Bazel waar hij stierf:

'Gij moet volgens mij geen kosten maken

Om Holland terug te zien...'



© Riekus Waskowsky


Oorspr. in: Tant pis pour le clown, Amsterdam (1966)
- naderhand opgenomen in Riekus Waskowsky Verzamelde Gedichten -samenst. Rien Vroegindeweij en Erik van Muiswinkel. Met Riekus Waskowsky 1932-1977, een introductie door Gerrit Komrij. Amsterdam, uitg. Bert Bakker, 1985

Voor claims van een andere stad, zie:
http://www.erasmusgouda.nl/

Bloemenweide of - die Qual der Wahl


Als men mij zou verzoeken het mooiste gedicht uit de Nederlandse poëzie te kiezen,
zou ik net zo ontsteld kijken als wanneer men mij zou vragen de mooiste bloem
uit een overdadig bloeiende bloemenweide te plukken.


JAN WOLKERS - dichter, beeldhouwer, schrijver

Van een 'voorbij tijdperk'



Ik loop liever door brandnetels dan dat ik poëzie lees,

laat staan schrijf. Wie durft dat nog?
Dit is dus geen poëzie.
Dit is een oorlogsverklaring aan de dichters,
de fossielen van een voorbij tijdperk.


- H. H. TER BALKT, dichter

zondag 25 januari 2009

Een verlossende pil



HOSTIE



In de waan dat ik dit schrijf
En in de hoop dat jij dit leest
En in de wanhoop dat dit lijf
Zich enkel droomt wat is geweest
Leg ik de boeken neer vandaag.

Het is nu middernacht. De vraag
Wat ik hier aan moet met mijn botten
Gaat nu slapen in een pil,
Een hostie die mij zal verlossen
Van jouw afwezigheid. Wees stil.


Leonard Nolens



Uit: Leonard Nolens Manieren van leven. Amsterdam, Em. Querido's Uitgeverij 2001.

Hostie kreeg de Gedichtenprijs 2001, een prijs die telkens eind januari wordt uitgereikt voor de drie beste - nieuwe - gedichten van het voorafgaande jaar. Zie ook www.poetry.nl

zaterdag 24 januari 2009

Meneer 1 t/m 11


DE DAG


Meneer één legt zijn handen op tafel dan weer
op zijn schoot stamelt over een geweer dat hij
verborg toen verkocht het leger riep hem op hij
had geen wapen en dat was twee jaar cel.

Meneer twee komt met zijn vrouw hoogzwanger
en nog meer zwanger is de angst in haar ogen
ze verlieten hun dorp honger en werden gepakt.
Meneer drie heeft een agent geslagen wist hij niet.

Meneer vier liep zomaar de grens over waar zijn
kinderen zijn weet hij niet eigenlijk weet hij
niets. Vijf en zes hebben wel hun papieren.
Zeven weet ook alle data nog heel precies.

Meneer acht is 's nachts van zijn bed gelicht
en betaalde flink. Het verhaal van meneer negen
lijkt sprekend op meneer één weer dat geweer.
Tien en elf zijn uit hetzelfde dorp dat was de dag.

De meneer die mijn baas is legt de dossiers
heel precies op een stapel bergt zijn pennen
op. Dat was de dag het schiet niet op er was
dit keer alweer geen echte vluchteling bij.


Gedicht van - anonieme - Cambodjaanse vrouw die als tolk ­werkte bij de VN-vluchtelingenοrganisatie in een opvangkamp in Thailand.

In: Daan Bronkhorst (samenst.) Liefde kon maar beter naamloos zijn – 150 dichteressen voor Amnesty International, 2000, Breda, De Geus.

Most hom nog bruken?




Lourdes



Toen hij uit de Grotte Miraculeuse kwam
zaten er in elk geval
2 nieuwe banden aan z'n invalidenwagentje.



 
*



High Boer High


Most hom nog bruken
of zel ik 't kerset aandoun?




*



Zeer vrij naar het Chinees



De zon gaat op, de zon gaat onder.
Wat doet die boer nou toch weer?




*



Zonder hoop - ook invaliden
kunnen maar tot hun 35ste jaar
aan sport doen.
Hemel en aarde
zijn niet menslievend.

Wees blij!



RIEKUS WASKOWSKY (1932 - 1977)




Oorspr. in: Slechts de namen der grote drinkers leven voort, Amsterdam, Bezige Bij (1968)

- later opgenomen in Riekus Waskowsky Verzamelde Gedichten -samenst. Rien Vroegindeweij en Erik van Muiswinkel, met een introductie door Gerrit Komrij. Amsterdam, uitg. Bert Bakker, 1985

Tweedehands lucht


HISTORIE VAN DE ZUURSTOF


Vermoedelijk snuif je nu een zuurstofmolecuul op
die ook door de longen van Napoleon ging
tijdens de slag bij Waterloo.

Vrijwel zeker inhaleer je lucht die door de Führer
is uitgeademd in de bunker, Berlijn 1945.
Geharnaste statistici hebben dit uitgerekend.

Bepaalde leiders laten zich niet wegblazen,
al is de bunker verdonkeremaand
en de halfverbrande Hitler, op een kaakbeen na,

bij Moskou begraven. Zodat hij toch zijn doel bereikte.
Wordt de wereld er intussen mooier op? Beter?
Hoe harder we de steen vooruit duwen,

des te verder rolt hij steeds opzij.
Trots betreden we een nieuw tijdperk
maar ademen tweedehands lucht.


© Rouke van der Hoek


in: Ouverture Maastricht, gedichten in het Engels en Nederlands (Hans van de Waarsenburg, ed.), Maastricht International Poetry Nights Series i.s.m. Ralf Liebe Verlag, oktober 2008

Ziekte


MISVERSTAND


    Dit wordt geen droef gedicht. Ik weet niet goed
    waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand
    of drie geloof ik meer en meer dat poëzie
    geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte
    die je met een handvol hopeloze idioten deelt,

    een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt
    en 's nachts - een heelkunst is het niet.
    De kamer blijft een kamer, het bed een bed.
    Mijn leven is door poëzie verpest en ook
    al wist ik vroeger beter, ik verbeeld me niets

    wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig
    lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.


    © Menno Wigman


    Uit: Menno Wigman Zwart als kaviaar. Amsterdam,
    Bert Bakker, 2001

    Aanname



    GESPREK MET EEN DICHTER


    Bent u een dichter?
    Ja, dat ben ik.
    En hoe weet u dat?
    Ik heb een gedicht geschreven.
    Als u een gedicht hebt geschreven, betekent dat dat u een dichter was.
    Maar wat nu?
    Ik zal nog eens een gedicht schrijven.
    In dat geval zult u misschien nog eens een dichter zijn. Maar hoe
    zult u weten dat het een gedicht is?
    Het zal net zo'n gedicht zijn als het laatste.
    Dan zal het zeker geen gedicht zijn. Een gedicht is maar eenmaal
    en kan niet nog een keer net zo zijn.
    Ik denk dat het net zo goed zal zijn.
    Maar dat kunt u niet denken. Ook de kwaliteit van een gedicht is
    maar eenmaal en hangt niet van u af, maar van de omstandigheden.
    Ik neem aan dat ook de omstandigheden net zo zullen zijn.
    Als u dat aanneemt, bent u nooit een dichter geweest en zult u dat
    nooit worden. Waarom denkt u dan dat u een dichter bent?
    Tja, ik weet het eigenlijk niet...
    En wie bent u?



    © Miroslav Holub

    Uit: Miroslav Holub De geboorte van Sisyphus - een keuze uit de gedichten en
    andere teksten 1958-1998, samengesteld en uit het Tsjechisch vertaald door Jana Beranová,
    Amsterdam, De Bezige Bij, 2008

    Lauwe wind



    Etalage van boekantiquariaat Raster te Rotterdam.
    Foto Han van der Leur


    De jurk van Marylin

    Ooit boven dat rooster,
    een lauwe wind veroverde haar dijen
    troebele ogen gericht op gretige lenzen.
    Onze adem gestokt door de voortschrijdende onthulling.

    Happy birthday, dear mister president.
    Ontblote geheimen in first lady's bedroom,
    onbeteugelde wellust, door op drift geraakte steroïden.

    Ondraaglijke weelde,
    door tranquillizers gesloopte goddelijke welvingen.



    © TOINE VREULS

    donderdag 22 januari 2009

    Vrije dichtkunst



    Eindelijk is de poëzie vrij
    niemand leest haar meer


    REMCO CAMPERT


    Gemompel 7
    , in: Remco Campert Nieuwe herinneringen (gedichten).
    Amsterdam, De Bezige Bij, 2007.

    Het hart, een opwindtrein



    Autopsychografie
    (Autopsicografia)


    De dichter wendt slechts voor.
    Ηij veinst zο door en door
    Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
    Zijn werkelijk gevoelde pijn.


    En zij die lezen wat hij schreef,
    Voelen in de gelezen pijn
    Niet de twee die hij geleden heeft,
    Maar een die de hunne niet kan zijn.


    En zο rijdt οp zijn rails in 't rond,
    Tot vermaak van onze rede,
    Die οpwindtrein, in dichtermοnd
    Ook wel `het hart' geheten.



    (1.4.1931)



    FERNANDO PESSOA


    Uit: Fernando Pessoa Gedichten (Poesias), Amsterdam, Arbeiderspers 1982, 2e herz. dr.
    © Vertaling uit het Portugees, keuze en nawoord: August Willemsen

    woensdag 21 januari 2009

    Stadsdichter



    EEN HANDJE WOORDEN


    Vandalen braken vannacht
    in bij een kleindierenvereniging.

    Ze verschaften zich toegang
    door de deur te forceren.

    Verminkten vervolgens vijftien
    parkieten door hun pootjes
    af de draaien, knepen dertien

    kanariepieten tot moes en smeten
    tweeëntwintig eieren van zeldzame
    volièrevogels stuk tegen de wand

    van het hok. De inbrekers namen
    een lokeend en een ganzenbord mee.


    © Jana Beranová

    Uit: Jana Beranová Tussentonen. Gedichten. Breda, De Geus 2004.
    Het Rotterdamse gemeentebestuur heeft Jana Beranová vandaag benoemd tot nieuwe stadsdichter.
    Met de aanstelling van de in Tsjechië geboren schrijver-vertaler, die geldt voor 2009 en 2010, kiest Rotterdam "voor een dichter die een ambassadeur is voor de poëzie, zich op de multiculturele samenleving van de stad richt en er met alle zintuigen voor wil gaan", aldus een gemeentelijk persbericht.

    Jana Beranová schrijft proza en poëzie, vertaalt en presenteert. In 2008 ontving zij de Erasmusspeld voor haar inzet voor de Rotterdamse letteren. Beranová heeft een roman en zeven dichtbundels op haar naam staan. Daarnaast was ze betrokken bij tal van literaire activiteiten en boekprojecten. Ook vertaalde de Tsjechisch-Nederlandse werk van onder anderen Milan Kundera (proza), Miroslav Holub en Jaroslav Seifert (gedichten).

    Voor haar inspanningen voor de Tsjechische literatuur kreeg ze in 2005 in Praag een bijzondere onderscheiding. Daarnaast is ze een veel geziene gast op literaire podia en werkt ze graag samen met beeldend kunste­naars. Ook doceert ze poëzie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam.
    Kort na de tweede wereldoorlog, in 1948, vluchtte Jana Beranová - als kind - met haar ouders uit het toenmalige Tsjechoslowakije.
    In 1975 vestigde ze haar naam met een inmiddels beroemde tekst, aanvankelijk geschreven voor een rijmprent (affiche) van Amnesty International.
    als niemand
    luistert
    naar niemand
    vallen er doden
    in plaats van
    woorden

    Nu de bomen nog


    VERANTWOORDELIJK



    Ik voel me zo verantwoordelijk vandaag.
    Die duif bij voorbeeld, in de dakgoot
    van het huis hier tegenover, kijkt
    me telkens vragend aan.

    Ik waarschuw hem: nu
    moet je gaan, dan kom je niet te laat.
    En goddank, inderdaad,
    hij slaat zijn vleugels uit.

    Als ik er toch niet was.

    Maar nu de bomen nog.
    Die halen het nooit.


    © Erik Menkveld


    Uit: Erik Menkveld De karpersimulator. Amsterdam, De Bezige Bij, 1997.

    Debuut, bekroond met de C. Buddingh'-prijs en de Van der Hoogtprijs.

    Ook jij, ook jij


    BILDZEITUNG


    Du wirst reich sein
    Markenstecher Uhrenkleber:
    wenn der Mittelstürmer will
    wird um eine Mark geköpft
    ein ganzes Heer beschmutzter Prinzen
    Turandots Mitgift unfehlbarer Tip
    Tischlein deck dich:
    du wirst reich sein.

    Manitypistin Stenoküre
    du wirst schön sein:
    wenn der Produzent will
    wird die Druckerschwärze salben
    zwischen Schenkeln grober Raster
    mißgewählter Wechselbalg
    Eselin streck dich:
    du wirst schön sein.

    Sozialvieh Stimmenpartner
    du wirst stark sein:
    wenn der Präsident will
    Boxhandschuh am Innenlenker
    Blitzlicht auf das Henkerlächeln
    gib doch Zunder gib doch Gas
    Knüppel aus dem Sack:
    du wirst stark sein.

    Auch du auch du auch du
    wirst langsam eingehn
    an Lohnstreifen und Lügen
    reich, stark erniedrigt
    durch Musterungen und Malz-
    kaffee, schön besudelt mit Straf-
    zetteln, Schweiß,
    atomarem Dreck:
    deine Lungen ein gelbes Riff
    aus Nikotin und Verleumdung.
    möge die Erde dir leicht sein
    wie das Leichentuch
    aus Rotation und Betrug
    das du dir täglich kaufst
    in das du dich täglich wickelst.


    © Hans Magnus Enzensberger


    Uit: H. M. Enzensberger Verteidigung der Wölfe gegen die Lämmer (1957), Frankfurt a.M., Suhrkamp

    Als een offer van de Azteken



    HARTTRANSPLANTATIE


    Na een uur

    waar het hart was
    gaapt in de borstkas een afgrond
    als in een offer van de Azteken, als
    in een modellandschap
    nadat de mensen zijn uitgestorven.

    Trommels van buitenlichamelijke omloop
    introduceren
    een onhoorbare symfonie
    uit de nieuwe wereld.

    Het is als vallen uit een vliegtuig, de lucht koeler
    en koeler, condenseert in het onvermijdelijke
    maanlicht, wolken naderen en scheuren uiteen, onder
    de linkervoet, onder de rechtervoet
    pulseert in contrabeweging microscopisch landschap
    met haarvaten van wegen, voddenhanden zoeken
    de niet-bestaande heerser van bloed, zoek God,
    mocht Hij te vinden zijn, oren suizen
    door het gepiep van iets als ruimtemarmotten,
    onverschillig vleermuisvlies groeit tussen de zenuwen,
    het is onfatsoenlijk voor grote harten de panlek te
    laten blijken.

    Het is als vallen uit een vliegtuig
    vóór het oog van de Schepper
    in groene jas en
    met rubberhandschoenen.

    Daar brengen ze al in geschaafd ijs
    het nieuwe hart
    als een trofee
    van de Tachtigste Rampenolympiade.

    Kamer wordt gehecht aan kamer,
    aorta aan aorta,
    drie uur eeuwigheid
    heen en terug.

    En slaat het hart aan
    en springen de potentialen
    als synthetische schaapjes
    op het groene beeldscherm,
    dan is het net een modelslagveld

    waar leven en geest
    gevochten hebben

    en beide hebben gewonnen



    ©
    Miroslav Holub



    Uit: Miroslav Holub De geboorte van Sisyphus - een keuze uit de gedichten en
    andere teksten 1958-1998, samengesteld en uit het Tsjechisch vertaald door Jana Beranová,
    Amsterdam, De Bezige Bij 2008

    Verzinsel

    THUISKOMST


    Ik heb je lief, al kan ik het niet weten.
    Ik bedenk het als je thuiskomt van een dag
    in je leven. Maar het is geen gedachte.
    Je streelt mijn wang en wie weet,
    dat gebaar. Het wordt duizend keer gemaakt
    voor het bestaat. Hangt je jas aan de kapstok,
    iets van niets, maar morgen ontbreekt het
    misschien. Of schudt de dag uit je haar.
    Wat ik dan daarin zie, is het begin.
    Het huis ontstaat, de tafel neemt plaats,
    wij veroorzaken elkaar. Het is toch niet
    dankbaar dat iemand dit alles verzint.


    Bernard Dewulf


    Uit: Waar de egel gaat (1995), Amsterdam, Atlas
    Ook in: Gerrit Komrij's De Nederlandse poëzie van de 19e en 20e eeuw, in 1.000 en enige gedichten. Amsterdam, Bert Bakker 1996

    Bernard Dewulf (1960) is journalist en columnist bij het Vlaamse dagblad De Morgen, kunstkenner en ex-redacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift. Voor Waar de egel gaat ontving hij in 1996 de Debuutprijs voor een buitengewone dichtbundel en de Belgische ASLK-prijs voor een opmerkelijk literair debuut.

    Potten inkt en rekenen


    NIET TE BESCHRIJVEN

    Niet te beschrijven
    wat een geur doet in je neus
    en in het weke van je hersenen,
    een bloem, een strandlucht.

    Laatst liep ik op de weg
    toen langs mij streek een vleug van vroeger,
    van potten inkt en rekenen,
    wat ik in der eeuwigheid zou zijn vergeten,
    ik liep ertegenop.

    Men zegt dat van bepaalde vlindersoorten
    het reukvermogen
    zich uitstrekt over kilometers,
    maar of het nu de natuur is
    of een oude school,
    of een meisje dat in je armen staat
    en geurt als zeven jaar geleden
    of, als het heeft geregend,
    de hartverscheurende kracht van een naaldwoud-
    je noemt het,
    maar beschrijven kun je het niet.

    Gerrit Krol

    Uit: Gerrit Krol Polaroid. Gedichten 1955-1976. Amsterdam, Querido 1976.
    Ook in: Gerrit Komrij - De Nederlandse poëzie van de 19e en 20e eeuw, in 1000 en enige gedichten. Bloemlezing, Amsterdam, Bert Bakker 1979

    Het kapje van het ei


    EEN BESLISSEND ONTBIJT



    Hoe zal het gaan? Een reuzin,
    regelloos, hakt het kapje
    van dit ei, mijn arme hoofd.

    Haar lenige tong likt kleuren
    en klanken, de herinneringen
    en alle verbindingen daartussen

    mijn levenswerk plakt vermorzeld
    tegen haar verhemelte. Hoe zij
    dan slikt. Heerlijk. Leeg

    zal ik achterblijven, eens, spoedig,
    later. Niets meer weten, niets
    dat mij invalt. Geen ik, niet mij.

    Zo zal het gaan. En nu:
    aan het werk. Het kan niet
    anders, er moet gegeten worden.



    © Anna Enquist


    Uit: Anna Enquist De tweede helft. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2000
     

    dinsdag 20 januari 2009

    Hoe sê mens dit



    HOE ZEG JE DAT




    Ik weet echt niet hoe ik het zeggen moet
    je verwinterde getrimde baard is misschien
    te ná, mij voor taal te dichtbij, te kiezelgrijs

    ik weet werkelijk niet hoe ik je ouder wordende lijf moet weergeven
    zonder de woorden 'verlies' of 'fataal'. Ik heb geen idee
    ik weet niet waarom het woord 'rimpels' zo banaal klinkt
    ik weet niet hoe ouder worden moet klinken in taal

    de irissen van je beruchte blauwe ogen
    zijn intussen doordesemd geraakt met groen
    maar dan stamelender en inniger - twee

    blijvende koelten die mij een leven lang liefhebben
    mijn wijsvinger trekt je wenkbrauwen na
    waaruit haren groeien als bliksemschichten
    gezicht dat ik liefheb: gezicht van verwering

    als ik je tegen me aandruk voelen je haren als dons
    je hoofdhuid verbaast me om zijn textuur - evenals
    de lange groeven die van je oren naar je hals lopen

    de mond die geniaal aan mootjes hakte rust nu
    geurig tegen mijn slaap genadig als brood
    je handen laten mijn borsten als glazen donkere
    wijn in hun palmen zinken misschien wil ik wel zeggen

    dat ik je dikke buik zo sexy vind
    dat een erectie tegen de lichte glooiing
    mij het water in de mond doet lopen misschien wil ik

    wel zeggen dat ik mij voor de eerste keer
    kan overgeven aan je dijen vanwege hun weke
    witheid, dat ik het zachte lubberen van je billen
    liever heb dan de jonge harde opgefokte geilheid

    van vroeger het gaat je bij seks niet meer
    om jezelf, maar om mij het gaat
    je niet meer om de voortplanting, maar je

    wijdt je in alle rust aan mij - in
    deze schat aan ervaring strek ik me uit. het is
    alsof je dieper in me gaat, ik stiller word, alsof we
    in alle heelheid klaarkomen. hoe verzet je

    je tegen de gemakkelijke smoes die oud worden botweg
    tot metafoor van de dood vermomt? hoe
    kom je aan de woordenschat van de ouderdom?


    © Antjie Krog



    HOE SÊ MENS DIT

    ek weet werklik nie hoe om dit te sê nie
    jou deurwinterde kortgeknipte baard is dalk
    te ná, te téén my vir taal, te grys van grint

    ek weet werklik nie hoe om jou ouerwordende lyf te sê
    sonder die woorde 'verlies' of 'fataal' nie. ek weet nie
    ek weet niet waarom die woord 'plooie' so banaal klink nie
    ek weet nie hoe ouerword moet klink in taal nie

    die irisse van jou berugte blou oë
    het intussen onderhewig geraak aan groen
    meer stamelend en innig nou - twee

    blywende koeltes wat my 'n lewe lank liefhet
    y wysvinger trek jou wenkbroue na
    waaruit groeisels soos weerligte knal
    gesig wat ek liefhet; gesig van verwering

    as ek jou teen my nader trek is jou hare donserig
    jou kopvel verras my met sy tekstuur - so ook
    die lange kepe wat van jou ore nek af sny

    die mond wat so briljant kon klief roer nou
    geurig teen my slape genadig soos brood
    jou hande laat my borste soos glase donker
    wyn in jou palms sink ek dink ek probeer sê

    dat ek jou verdikte buik sexy vind
    dat 'n ereksie teen die effense ronding
    my nat in die mond laat ek dink ek

    probeer sê dat ek my vir die eerste keer
    kan oorgee aan jou dye vanweë hulle week
    witheid, dat ek die sagte losheid van jou boude
    verkies bo die jong harde beneukte jagsheid

    van vroeër jy gebruik nie meer seks
    vir jouself nie, maar vir my uit my
    wil jy niet langer voorteel nie, maar jy

    maak jouself rustig bekend aan my - in
    die weelde van ervaring strek ek my uit. dis
    asof jy dieper in my is, ek stiller, asof ons
    met groter heelheid kom. hoe verset mens

    jou teen die gemaklike uitweg wat oudword bloot
    tot metafoor van die dood verstom? hoe en waarmee
    verwerf 'n mens die woordeskat van ouderdom


    Uit: Antjie Krog Lijfkreet, gedichten. Amsterdam, Podium, 2006.
    Oorspr. titel: Verweerskrif, vertaling Robert Dorsman

    Buiten proportie, doet u geen moeite


    O MEVROUW MEVROUW
    (Oh minha senhora ó minha senhora)


    O mevrouw ο mevrouw ο doet u geen mοeite mevrouw doet u dat niet dat vraag ik u dat smeek ik u bij God onze Verlosser mevrouw schenkt u geen aandacht aan een eenvoudige sterveling een zwerver als ik die niet de glοrie verdient van laat staan van... nee nee nee mevrouw knoopt u nu niet mijn gulp lοs en u hoeft zich ook niet uit te kleden wat is dat nou dit is werkelijk buiten proportie ik ben absoluut niet vοοrbereid ορ een dergelijke emotie οf cοmmοtie weet ik veel mevrouw ik weet al niet meer wat ik zeggen moet zei ik wat? woorden schieten te kort de adem het speek­sel schiet te kort οm mijn tong te bevοchtigen en een samenhangend betoog te houden in de lijn van mijn verlangens ik voel mij verlaten door de Heilige Geest Gods mevrouw ik ik ik ο mevr... zijn dit uw borsten οf is het een verschijning en die haartjes en die bil... in zο veel naaktheid ver­drink ik zο veel naakt doodt mij verplettert mij geloofd en geprezen zij God dit is het einde van de wereld over mijn einde ik ik...

    Carlos Drummond de Andrade

    Uit: C. Drummond de Andrade De liefde, natuurlijk (gedichten) - vert. uit het Braziliaans door August Willemsen – Amsterdam/Antwerpen, Arbeiderspers, 1992

    Losjes afgeruimd


    IN DE FAMILIE ZITTEN GROTE NEUZEN



    we hebben thee gedronken
    uit gifgele aardewerken koppen
    onze koppen gebroken, neuzen erin

    we hebben hart op buik gelegd
    neuzen ernaast, ogen oren
    ledematen

    losjes de tafel afgeruimd
    neuzen geplakt in familieboek
    oren gewassen

    huis beduimeld
    de toegang ontzegd
    akte opgesteld, geparafeerd

    kleren verscheurd
    neuzen gefatsoeneerd
    het volle leven omarmd

    opnieuw akte opgesteld
    liefde op naam gezet
    thee gedronken

    uit gifgele aardewerken koppen.



    © Gerry van der Linden


    Uit: Gerry van der Linden Glazen jas. Amsterdam, uitg. Nieuw Amsterdam, 2007.

    Zomaar nergens heen


    Voor de hond van Willy Vandermeulen


    toen willy stierf
    getracht de hond van willy uit te leggen
    wat er gaande was.
    wispelturige reacties.
    desinteresse (vaak); uitzinnige woede (soms);
    weigering om de neus
    in de lucht te steken en te ruiken (onophoudelijk).
    onrustwekkende sprongen.


    hem bij de kop vastgepakt, in de ogen gezien
    en alle woorden herhaald,
    ik benadruk,
    alle woorden herhaald die nodig waren voor een goed begrip.
    de ogen glommen, zuiver donkerbruin.
    we zouden kunnen zeggen:
    hier luistert de ziel van het dier.


    zeker wisten we het niet.
    omdat de tijden waren veranderd
    en ook het laatste waarin we als volbloed idioten
    hadden geloofd
    van het ene uur op het andere in rook verdwijnen kon,
    zomaar nergens heen.


    BART MEULEMAN



    Uit: Bart Meuleman Omdat ik ziek werd, Amsterdam, Querido, 2008




    Donderdag 29 januari as., Gedichtendag, worden in Antwerpen de Herman de Coninckprijzen 2009 voor de beste dichtbundel, het beste debuut, en het beste gedicht uitgereikt. Het beste gedicht wordt gekozen door het publiek.

    Voor de hond van Willy Vandermeulen is een van de vijf genomineerde gedichten voor de HdC-Publieksprijs. De vier andere kandidaten zijn:
    Niemand hoort het graag van Johan de Boose - uit de bundel De vrijheid van zwijgen
    Moeders, Luuk Gruwez - (Lagerwal)
    De archeologie van het hart, Herman Leenders - (Vervalsingen)
    Kijken in de flits, Peter Verhelst - (Nieuwe sterrenbeelden)

    Stemmen voor de Herman de Coninck publieksprijs 2009 op
    "het beste gedicht" kan nog tot vrijdag op: http://multiblog.vrt.be/canvasprogrammas/category/gedichtendag

    Om niet te weten



    WAAROM ZOUDEN WE



    waarom zouden we wat we gedaan hebben
    om vergeving vragen waarom
    hebben we gedaan wat we moesten doen


    we deden wat we konden om niet
    te weten dat we leefden



    © Armando




    uit: Armando Verzamelde gedichten. Bezorging en nawoord Trudie Favié. Amsterdam, De Bezige Bij, 1999.



    Armando, beeldend kunstenaar/schrijver: Der Baum, Groningen

    - met dank aan Ergo Pers artistsbooks.be


    maandag 19 januari 2009

    Wat tenminste is gebleven



    BITTERHEID?



    Een stille kleine wildernis
    vol rozen en niet ver van zee -
    een kamer en een vensternis
    waar langvervlogen wel-en-wee
    weer intrekt als het avond is:
    van een veelbelovend leven
    is tenminste dit gebleven.


    © Adriaan Roland Holst



    Uit: A. Roland Holst (1888-1976), prins der dichters, in:
    Alleen met de zee Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1988
    - samengesteld en van een nawoord voorzien door Kees Fens



    illustr. van Roland Holst uit Kristal (1935)

    Inspecteur van de liefde


    JALOEZIE

    Jaloezie
    je kunt er eigenlijk niet buiten
    merk ik
    nu ik het alweer een poosje zonder stel.

    Jaloezie
    de machinerie van de liefde is dolgedraaid
    staat knarsend en bevend op haar werkvloer
    op het punt zichzelf te verbrijzelen
    een Tinguely.

    Hoe goed weet ik nog de dagen
    en nachten die ik doorbracht
    in het portiek aan haar overkant
    en niet rustte tot ik mijn zin kreeg
    de medeminnaar doemde op belde aan
    en haar raam schoof open.

    Ik zag de hand die ik zo goed kende
    de arm waarin ik vaak gebeten had
    de sleutel zeilde naar beneden
    en hij broeder moordenaar
    ving hem klemvast op.

    Wat zich binnen af ging spelen
    stond me helder voor ogen
    hoe ze haar lippen
    hoe ze haar lichaam
    hoe ze dezelfde kreten
    o bittere triomf van het voorstellingsvermogen.

    Later
    ik de kille inspecteur van de liefde
    de taaie ondervraging
    tot eindelijk de snikkende bekentenis
    en de verzoening

    als het woedende omhakken van een boom
    als het monomane versjouwen van een te zwaar meubel
    dat nooit zijn echte plek meer vinden zou
    en onder me het lichaam
    dat zich stil hield en wachtte tot het afgelopen was.

    Nu zo zonder jaloezie
    is alles egaal een glimlach van niets
    met een koekje en een net gesprek.

    Lucht zonder maan
    Berlijn zonder muur
    Java zonder vulkaan
    tijd zonder uur.

    Remco Campert


    Uit: Remco Campert Rechterschoenen, Amsterdam, De Bezige Bij, 1992. Ook in de verzamelbundel Dichter (Amsterdam, De Bezige Bij, 1995) en de bloemlezing Kus zonder mond, Rainbowpocket 516, Amsterdam, Maarten Muntinga, 2000

    Daa-ag lieve vis


    Marc groet 's morgens de dingen

    Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
    ploem ploem
    dag stoel naast de tafel
    dag brood op de tafel
    dag visserke-vis met de pijp
    en
    dag visserke-vis met de pet
    pet en pijp
    van het visserke-vis
    goeiendag

    Daa-ag vis
    dag lieve vis
    dag klein visselijn mijn.

    Paul van Ostaijen

    Uit: Het mooiste gedicht - de favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen, Amsterdam, Podium, 2000

    Ze praten vaak over chocola


    GROOTOUDERS

    Grootouders wonen in vollere huizen
    ze worden nooit oud want ze waren het al
    en hoewel je zou denken dat zij zouden denken
    aan sterven met ernstige haast, praten
    ze vaak over chocola.

    Dat is onrustbarend. Hun toekomst is niets.
    Ze hebben verhalen die ze herhalen
    en woorden waar ze niet op komen
    en namen van straten die nu zijn gesloopt
    maar nooit iets over iets dieps.

    Ze maken zich zorgen en zorgen voor eten.
    's Nachts dromen ze nog van slootje springen
    hun ouders erbij voor het applaudisseren
    hun grootouders ook, met de droge kleren.

    Ze betalen het kindertarief op de tram
    maar waar halen zij wat wij halen bij hen?



    Judith Herzberg


    Uit: Judith Herzberg Soms vaak Amsterdam, De Harmonie, 2004
    Ook in "Vandaag" (22 november) op de Dagkalender van de Poëzie 2006, van Meulenhoff.

    Obama


    CROCUSSEN - Black spring

    20 januari 2009

    Veulens van goudsatijn
    dartel
    op het schaakbord van de lente
    blinddoek ons met licht

    Hoor, hoe diep in jullie schoot
    nu
    verspringen half bevroren xylofonen:

    C l o w n! C l o w n!

    Neger-
    kinderkoren in zwart-wit-films

    Of het nu sneeuwen gaat?

    Voorjaar, dit wordt het schaakseizoen
    van nieuw geluk
    (of ongeluk…)

    Zie, het filigrain van harde vorst
    aan de wimpers van de Winter
    dooit op TV….

    U bent immers clown Nixon niet

    I’m not a crook!

    U bent puur crocus

    We can change…

    U denkt dat u aan zet bent



    Manuel Kneepkens

    "Een vroege lentegroet"- gedicht naar aanleiding van de inauguratie van de nieuwe Amerikaanse president, Barack Obama, op dinsdag 20 januari as.

    Gemis



    ZOIETS SIMPELS



    Het is vaak zoiets simpels, het is
    gemis van je stem bijvoorbeeld, geen
    verhaal over landschappen meer, geen
    gedoe met je was, je kleren

    onaangeroerd in de kast. Het is van je handen
    op zoek naar houvast de afdruk nog weten
    op leuning en deurpost en je voetstappen
    op het parket en de trap, dat zo willen
    laten, bedenken: poetsen en wrijven is
    slinks de tijd verdrijven, jouw tijd

    moet hier blijven. Het is
    zo simpel en groot als huilen
    bij meikersen, appelstroop in de schappen
    en geitenkaas op het brood.


    © Hester Knibbe


    Uit: Hester Knibbe Verstoorde grond, Baarn, De Prom, 2002

    zondag 18 januari 2009

    Voor het eerst



    VANDAAG IS HET ZONDAG

    (Bugün pazar)



    Vandaag is het zondag.
    Vandaag hebben ze me voor de eerste keer de zon laten zien.
    En voor de eerste keer in mijn leven
    heb ik verbaasd, bewegingloos staan kijken naar de klare hemel
    zo ver van mij νerwijderd
    zo weids
    zo blauw.
    Eerbiedig heb ik me neergezet,
    mijn rug tegen de muur geleund.
    Vandaag bestaat er geen strijd,
    vandaag bestaat er noch de vrijheid, noch mijn vrouw.
    Alleen de aarde, de zon en ik...
    Ik ben gelukkig.

    © Nâzim Hikmet



    In: De mooiste van Hikmet, vertaald uit Turks door Perihan Eydemir en Joris Iven, Tielt/Amsterdam, Lannoo-Atlas, 2003.

    De dichter, toneel- en romanschrijver Nâzım Hikmet (Thessaloniki, 1902 - Moskou, 1963) geldt als de eerste en belangrijkste lyricus van hedendaags Turkije. Wereldwijd wordt hij gezien als een van de grootste en belangrijkste internationale dichters van de twintigste eeuw.
    Hikmet leefde als banneling jarenlang in de toenmalige Sovjet-Unie. Wegens communistische sympathieën en vervolging in zijn eigen land was hij daarheen gevlucht. Na zijn terugkeer wordt hij in 1938 opgepakt en veroordeeld tot bijna dertig jaar straf. Een deel van die tijd brengt hij in gevangenissen door, tot zijn vrijlating in 1950. Een jaar daarna wordt Hikmet het Turks staatsburgerschap afgenomen. Bijna zestig jaar later, in 2009, krijgt de dichter het - posthuum - terug. Nadat de Turkse regering tot eerherstel besloten heeft en het omstreden ministerieel 'vonnis' van 1951 definitief vernietigt.


    OVER HET LEVEN

    Het leven neem je niet te licht:
    je dient te leven in diepe ernst
    zoals een eekhoorn, bijvoorbeeld-
    ik bedoel, zonder iets te verwachten buiten of boven het leven
    het leven moet je hele ambacht zijn.

    (Nâzim Hikmet, 1947)

    zaterdag 17 januari 2009

    In ruil voor waarheid



    LAND VAN GENADE EN VERDRIET
    (I)




    tussen jou en mij
    hoe verschrikkelijk
    hoe wanhopig
    hoe vernietigend breekt het tussen jou en mij


    zoveel verwonding in ruil voor waarheid
    zoveel verwoesting
    zo weinig is overgebleven om voor te overleven

    waar gaan we heen van hier?

    je stem slingert
    woedend
    langs de kil snerpende zweep van mijn verleden


    hoe lang duurt het?
    hoe lang voor een stem
    een ander bereikt

    in dit land dat zo bloedend tussen ons in ligt

    © Antjie Krog


    Uit: Antjie Krog Kleur komt nooit alleen - uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Robert Dorsman - Amsterdam, Podium, 2002

    Ze zwollen op



    PALJASSEN



    Ze sprongen. Ze stampten.
    Krompen in. Kropen door het netvlies.
    Zwollen op. Bleven steken

    in de aantonende wijs.

    Ze gromden. Ze zongen.
    Stichtten een vlooiencircus
    en kropen erin.

    Ze bloeiden. Ze verwelkten.
    Vlogen in een kalebas
    en gleden langs een haar.

    Zo
    belandden ze bij de wortels.


    Ze belden. Ze doofden het licht.

    Ontdoken het doek.
    Vraten de belletjes op.

    Waarvoor
    ze werden benoemd tot


    opzichters over Paljassen.



    © Miroslav Holub


    Uit: Miroslav Holub De geboorte van Sisyphus - een keuze uit de gedichten en andere
    teksten 1958-1998, samengesteld en uit het Tsjechisch vertaald door Jana Beranová,
    Amsterdam, De Bezige Bij 2008

    Draag me een beetje verder



    (ZES) BRIEVEN AAN DIONYSOS


    1.


    Kom je voor mij?
    Ik? Sombere piramide
    onwankelbaar stenen beest?


    Zoete nevel
    draag me dan een beetje verder.

    Uit een ooghoek wil ik zien

    hoe ieder drinkt en feest.
    Hoe ieder zo licht en ik
    min en zwak, de weemoed ter wille.

    Zoete nevel
    is daar niet in jou
    nog een glas, rood en vol

    om op to tillen?


    Gerry van der Linden



    Uit: Gerry van der Linden Zandloper, Amsterdam, L. J. Veen, 1997

    Vervanger


    If there is any substitute for love, it's memory - Joseph Brodsky


    donderdag 15 januari 2009

    Wat doen ze als niemand meer lacht?



    CLOWNS



    Waar zitten de clowns?

    Wat eten de clowns?

    Wat doen de clowns
    als niemand,
    maar dan ook niemand meer lacht,

    mama?


    © Miroslav Holub


    Uit: Miroslav Holub De geboorte van Sisyphus - een keuze uit de gedichten en andere
    teksten 1958-1998, samengesteld en uit het Tsjechisch vertaald door Jana Beranová,
    Amsterdam, De Bezige Bij, 2008

    zaterdag 10 januari 2009

    Lichaam en stof


    JE NACHTHEMD over de stoel gehangen nog
    nabewegend: zijn plooival een legende: het verglijden

    van lichaam en stof. Een andere werkelijkheid
    is het openen van knoopjes, ogen en

    die lichtheid van zijde, die je laat ontglippen
    in het bodemloze, wanneer de wind je verdwijnen

    natekent en ik me afvraag welke eenzaamheid
    er spreekt uit het verplaatsen van stoelen op een dag

    die zijn belofte niet kent. Het terras
    herordent zich in de veren van schaduwen

    het licht geeft dingen een plek, stekende
    contouren die zichzelf niet kennen. Ik volg

    de stenen trap, klim naar de vijgenboom
    omhoog die de horzels tillen.


    Jürgen Nendza


    DEIN NACHTHEMD pendelt noch über dem Stuhlrücken
    aus. Sein Faltenwurf eine Legende: das Vergleiten

    von Körper und Stoff. Eine andere Wirklichkeit
    ist das Öffnen der Knöpfe, der Augen und

    these Leichtigkeit der Seide, die dick abstreift
    ins Bodenlose, wens der Wind dein Verschwinden


    nachzeichnet und ich mich frage, welche Einsamkeit
    spricht aus dem Verrücken der Stühle an einem Tag,

    der sein Versprechen nicht kennt. Die Terrasse
    sortiert sick im Gefieder der Schatten,

    das Licht stellt Dinge in den Raum, stechende
    Konturen, die nichts von sich wissen. Ich

    folge der Steintreppe, gehe zum Feigenbaum
    hinauf, den die Hornissen tragen.


    Uit: Jürgen Nendza Flugtöne/Vlieggeluid - vertaling Ard Posthuma - gedichten in het Duits en het Nederlands,
    met een nawoord van Alexander von Bormann.
    Maastricht International Poetry Series 2008, uitgave i.s.m. Verlag Ralph Liebe, Weilerswist/Köln

    woensdag 7 januari 2009

    Duizend duiven, iedere morgen


    DE KOGELS ZIJN OP


    Zoveel jaren hebben ze allen honger, hebben ze
    allen dorst, sneuvelen ze allemaal
    belegerd vanuit vasteland en zee,
    de hitte vrat aan hun velden
    en het zilt drenkte hun huizen
    de wind rukte hun deuren uit en
    de schaarse paaslelies op het plein.
    Door de gaten in hun overjas
    komt en gaat de dood
    hun tong is bitter als de pijnappel
    hun honden zijn gestorven opgerold in hun schaduw
    de regen geselt hun gebeente.

    Bovenop hun uitkijkpost versteend
    roken ze de mest en de nacht
    starend naar de razende zee waar die de gebroken
    mast van de maan heeft opgeslokt.

    Het brood is op, de kogels zijn op,
    nu laden ze hun geweren
    alleen nog met hun hart.
    Zoveel jaren belegerd vanuit vasteland en zee
    hebben ze allen honger, sneuvelen ze allemaal
    maar er is niemand dood -
    bovenop hun uitkijkpost schitteren hun ogen,
    een grote vlag, een groot en dieprood vuur
    en iedere morgen vliegen duizend duiven
    uit hun handen naar de vier deuren
    van de horizon.



    © Yánnis Rítsos

    [1909-1990]



    Uit: Romiosýni ('Griekendom') I, 5-8 in:
    Yánnis Rítsos Romiosýni en andere gedichten, Point, 2005
    - vertaling Guido Demoen -

    Grote aankomst



    samen wakker worden

    regent het buiten
    gaat wind er
    te keer

    hoor ik er
    gefluister

    (de ramen in huis
    kleuren zich
    met duister)

    luister: er is een
    grote aankomst
    van licht
    in de tuin


    © LEO HERBERGHS


    Uit: Leo Herberghs Mijzelf achterna, Leiden, uitgeverij Plantage, 2006

    dinsdag 6 januari 2009

    Winterdame (mit Fuchspelz)



    PIAZZA DI SAN MARCO

    En toen de Venetiaanse Winterdame zich kouwelijk
    Omgordde met stola's van vossenbont - het was hartje
    Zomer - speelde het orkest kerstliederen. Zij schroefde
    Verder in haar duistere dromen. Tot de avond viel.
    Het water steeg. De skaters, de terrassen verdwenen.
    Haar hoofd dreef als een fluisterboei tussen het rotan.


    © Hans van de Waarsenburg


    PIAZZA DI SAN MARCO

    Und als sich die venezianische Winterdame verfroren
    Mit Stolas aus Fuchspelz gürtete - es war mitten im
    Sommer -, spielte das Orchester Weihnachtslieder. Sie
    Schraubte sich hinein in düstere Träume. Bis der Abend fiel.
    Das Wasser stieg. Die Skater, die Terrassen verschwanden.
    Ihr Kopf trieb als Flüsterboje zwischen dem Rotang.


    uit: Hans van de Waarsenburg So treibt die Insel/ Zo drijft het eiland
    tweetalige keuze uit zijn gedichten, in het Duits vertaald door Marinus Pütz. Met een voorwoord door Cees Nooteboom.
    Verlag Ralf Liebe, Weilerswist-Köln, 2008

    Gedichtenslag & Poëziequiz



    Honderden activiteiten op 29 januari as., ook buiten de boekhandels van Nederland en België:

    zondag 4 januari 2009

    Gloeidraad


    IN HET DONKER LIGT EEN LAMP TE BRANDEN





    We wisten van het bestaan af
    van de donkere kamer. Het was een kwestie
    van juiste tijd en plek om elkaar te vinden. Stilte
    en donker dat je zenuwen lamlegt. Geduld om hitte
    tot ontwikkeling te laten komen. We waren op de hoogte
    van de voorwaarden voor een gelukkig leven.

    Met uitgestoken handen gingen we de kamer binnen. Na een tijd
    leek het donker op marsepein, van binnenuit verlicht, maar
    het gedroeg zich als een lichaam, met alle gevolgen van dien.

    In de donkere kamer brandde een lamp
    en die lamp waren wij: gloeidraad en glas, gas en oog
    om traag in uit te doven, lang nadat we zullen zijn
    verdwenen. En ooit, en ooit, en ooit, zongen we, jubelde het
    ons de ogen uit. Nooit, nooit, nooit, echode het.




    © Peter Verhelst


     
    Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008

    zaterdag 3 januari 2009

    Door de straten van de stad


    NIET GEBEURD

    We waren stompjes, rompen
    zonder ledematen, we lagen in de modder
    bij een tot puin geschoten Rijksmuseum
    en konden elkaar alleen nog
    aan onze stemmen herkennen.
    Ik geloof zelfs dat ik je
    deze droom nog heb verteld.

    Intussen is zoiets hier niet gebeurd.
    Wel ben ik aan mijn grijze haren
    achter jouw praalwagen van leugens
    door de straten van de stad gesleurd.

    JUDITH HERZBERG

    Uit: Judith Herzberg Soms vaak, Amsterdam, uitg. De Harmonie, 2004

    Vrouw met vinkje


    GEEN SEÑORITA




    Nee, ik moet geen señorita in mijn armen,
    zo'n buitenlands mens.

    Hotelregistratie met een vinkje bij señorita -
    geen vinkje voor mij.

    Want ik houd niet van mensen die ik niet ken.
    Zo zal ik nooit naar de hoeren gaan.

    Een bordeel - ik heb al moeite met een café.
    Al die vreemde mensen daar die niet mijn type zijn.

    Ik ken ze niet.
    Ik ken alleen maar mensen die ik ken.

    Ja, ik ben echt mensenschuw.

    Daarentegen, niets is heerlijker dan

    de blote kont van een vrouw,

    de blote kont van een vrouw in je armen,
    je eigen vrouw bijvoorbeeld,

    een kont die je kent. 

    Niet is heerlijker voor een man
    en voor een vrouw,

    dan elkaars
    kont te beminnen, ergens buiten,

    op een zandweggetje of gewoon,
    langs een vierbaansautoweg.


    © Gerrit Krol



    Uit: Gerrit Krol - 't Komt allemaal goed, gedichten. Amsterdam, Querido, 2005