zaterdag 20 maart 2010

Buiten



PÉRIGORD NOIR



net als op zee wordt hier tijd

gemeten in glazen en het varken is een meneer
men is altijd met eten in de weer
met beesten en brood
en na de lunch is iedereen rood

natuur is hier wijzer dan mensen die
altijd herhalen wat ze altijd al dachten
en vol van onbegrepen plezier hun ruimtes
vervuilen met ongewassen klachten

notenbomen krekels stenen
begrijpen van deze streek veel meer
zij geven wat zij moeten geven op
afgesproken tijden en staan als aan een graf

zoals windstilte hier stil kan zijn en de geur
van de vroege ochtend als een vijver
in een zeer oud bos daar is niets
dat niet slechts zichzelf herschept

en hoofdschuddend begeeft de oude zich
ter soupe en morgen en overmorgen weer


© Gijs ten Kate


Oorspr. gepubliceerd in: G.A. ten Kate Stil gaan de dingen. Rotterdam, Bèta Imaginations, 1999.

Hier uit: Huis in Frankrijk - Nederlanders en hun maison de campagne. Rotterdam/Baarn, NAi Uitgevers i.s.m. Kasteel Groeneveld, april 2010. Red. Tracy Metz, met fotografie van Theo Baart & Sake Elzinga.


Uitgave verschenen ter gelegenheid van de opening van de expositie Huis in Frankrijk, un rêve, une réalité op zondag 21 maart as. op Kasteel Groeneveld te Baarn.

Andere dichters die hun Franse ervaring met een vers verwoorden in het boek: Rutger Kopland, Anneke Brassinga, J. Eijkelboom, Paul Gellings, Cees Nooteboom, Mirjam Van hee, Rien Vroegindeweij, Willem Wilmink, J. Bernlef, Elly de Waard, Gerrit Achterberg en Ad Zuiderent.

De gedichten werden gekozen door Rudi Wester, schrijfster, voormalig directeur van het Institut Néerlandais te Parijs en zelf bewoonster van een tweede huis in Frankrijk, meer in het bijzonder een 'maison de campagne'.





De tentoonstelling Huis in Frankrijk in Kasteel Groeneveld loopt tot 1 december as.
Onderdeel van de expositie is onder andere een zaal waar de bezoeker in hangmatten gedichten kan beluisteren.



Voor de liefhebbers van nog meer poëtische verbeelding:
in Grand Café Groeneveld in Baarn is tot en met 19 september 2010 tevens de tentoonstelling Buiten gaat alles voorbij te zien. Twaalf van de beste Nederlandse tekenaars maakten een illustratie of strip bij een gedicht of een liedtekst over 'buiten (zijn)'.

Wat dat zegt over je hand ('YouTube-poëzie')





SCHADUWHUIS


Ik kwam hier achteloos wonen
van schaduwhuizen wist ik niks
hoe het bot krimpt en de planken
kieren schemer broeden

Ik had nooit een lijn getrokken
om te zien tot waar de zon komt
Ik wist niets van het meten van licht
of verlangen

naar schaduw van bomen op de ijskast
een trap meer geel dan wit, een raam
dat haar vet toont, een poes
die erdoor wil naar het gras
een plant die opkijkt, dingen
kleiner dan dieren zichtbaar dansend
in rode reuzenwarmte.

Bij het tuinhuis schuift een streep
langzaam sinds maart de goede kant op
tegels vlakbij zijn al verdroogd
een halve meter nog en twee weken
tot de langste dag.




© Marjolijn van Heemstra







jij in de keuken, ik op de drempel
kijken hoe je paprika's snijdt
hoe het mes blinkend rode blokjes
hoe je hand de blokjes verzamelend
over het aanrecht glijdt
wat je doet terwijl je dit doet
met vingertoppen net niet
het grijze aanrecht rakend
wat dat zegt over je hand
de arm die de hand liet bewegen
je hoofd dat de arm en dus de hand
liet bewegen over het aanrecht
wat dit aanrecht ook had kunnen zijn
zoals een rug
wat de beweging van jouw hand zegt
over het deel van mij dat het aanrecht had kunnen zijn



© Marjolijn van Heemstra




Twee gedichten uit Als Mozes had doorgevraagd van Marjolijn van Heemstra (geb. 1981), Amsterdam, Thomas Rap/De Bezige Bij, maart 2010.


Dit debuut is volgens haar uitgever "de eerste YouTube-dichtbundel".
Ruim twintig zogeheten BN'ers lezen op de YT-videosite een gedicht voor van Van Heemstra. Onder hen astronaut André Kuipers, oud-politicus Frits Bolkestein, Henkjan Smits, Margreet Dolman, oud- Journaalnieuwslezer Noraly Beyer en musicus Henny Vrienten.
Ook bekenden van Van Heemstra draven op om een stukje voor te lezen uit de dichtbundel onder wie haar grootvader en haar kapper. De groep is aangevuld met een aantal bijzondere personen zoals een predikant en een raamprostituee. Het gedicht 'Aan een ruimtevaarder' neemt astronaut/kosmonaut Kuipers mee op zijn eerstvolgende ruimtereis.

Twee voorbeelden van deze online-poëzie:

http://www.youtube.com/watch?v=UAlPQaWQvgQ&NR=1
(voorgelezen door Youp van 't Hek, cabaretier)


http://www.youtube.com/watch?v=3kQwW25Zr1Y
(voorgelezen door Ramsey Nasr, schrijver en Dichter des Vaderlands)

Schiet ook een gedicht de ruimte in!
Zie daarvoor naast YouTube, waar de eerste digitale dichtbundel online te bekijken is, tevens de website van de dichter-schrijver, theolooog en theatermaker zelf:
http://www.marjolijnvanheemstra.nl/Marjolijn_van_Heemstra_01.html

Volstrekt onbelangrijk


Wanneer de lente komt
En als ik dan al dood ben
Zullen de bloemen net zo bloeien
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

Ik voel een enorme vreugde
Bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is

Als ik wist dat ik morgen zou sterven
En het was overmorgen lente,
Zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was.
Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?
Ik houd ervan dat alles werkelijk is en alles zoals het moet zijn;
Daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.
Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden,
Want alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn.

Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil.
Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen.
Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben
Dat wat zal zijn, wanneer het zijn zal, zal het zijn dat wat het is.




© Fernando Pessoa
(1915)

- uit het Portugees vertaald door August Willemsen -

Uit: Alberto Caeiro (Fernando Pessoa, 1888-1935) De Hoeder van de Kudden, onverzamelde gedichten, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2003

dinsdag 16 maart 2010

Sjssst!




WEG KAT



De gedempte plof waarmee de vreemde kat
neerkomt in de kamer, en mij wekt.
Terwijl zij door gaat te slapen

kijk ik de kat aan. Deze kat weet
dat ik hem zie. Dezelfde maanloze
nacht dat op Hadrianus' muur

een sneeuwuil zit, roerloos:
tot de kat zich opeens overal
begint te likken en ik moet zijn
gaan verliggen. Ben je wakker?
(Sjssst.) Weg kat.


© Hans Faverey


Uit: Hans Faverey Hinderlijke goden, Amsterdam, De Bezige Bij, 1987

zondag 14 maart 2010

Kleine gewoontes


OELOEMBO, EEN KAT


Hij had zijn kleine gewoontes
als wij, maar groter
van onverschilligheid.

Hij hield in de winter van
kachels, 's zomers van
vogeltjes.

Ziek en even onverschillig voor
de dood als voor ons.
Hij stierf zelf wel.


Rutger Kopland



Uit: Rutger Kopland Alles op de fiets, Amsterdam, Van Oorschot, 1969

vrijdag 12 maart 2010

Goedkope zeep



IN HET ZUIDERBAD



'Spreiden!' Kinderbenen gaan spartelend open.
'Sluiten!' En weer dicht. Zwemles maakt gedwee.

De oude naast me krijgt zijn leden moeilijk mee.
Hij tart de dood die hij niet kan ontlopen.

O stank van chloor, zweet en goedkope zeep!
Goddank - dat ik mij levend weet.


©
Hans Sleutelaar


Uit: Hans Sleutelaar Vermiste stad - Rotterdamse kwatrijnen. Amsterdam, De Bezige Bij, 2004

Heel mooi rood (MRI)



MAGNETIC RESONANCE IMAGING SCANNER
*



2.
En dan ziet u hier heel mooi
dat dit gebied rood wordt, donkerrood,
de neuronen vuren hier als gekken
er gebeurt van alles, en het bijzondere is
dat niet alleen dit gebied actief is!
Ook linksboven kleurt het nu
toch wel heel intens oranje!
Als een bosbrand slaat de opwinding
in het brein om zich heen, we zien
de herten wegrennen, we horen de
schrille wanhoop van de vogels, het
knetteren van dierenhuid.


1.
Stil lig je in de witte buis
een tunnel van sneeuw waar je
geen engel in kunt maken
je bent heel kalm
totdat de zwarte letters komen

geef aan welk woord er niet
sterft smeekt stijgt stevent
welke is niet
stout stevig stoer slim
volgende opgave
rechts staat tot links als boven staat
tot diepte, 2+2=5, probeer zo snel mogelijk
druk op de


0.
Naar het instituut.
U neemt de tweede afslag links en loopt over de parkeerplaats.
De hoofdingang is aan uw rechterkant.


©
Floor Buschenhenke

Uit: Ik wieg je met 500 meter per seconde, een afdeling met gedichten over meetinstrumenten zoals een personenweegschaal, een barometer en het Global Positioning System (GPS).

In: Floor Buschenhenke Eiland op sterk water, Amsterdam, Atlas, 2009


* Vers bekroond met de VU Poëzieprijs 2006, een prijs voor poëzie en wetenschap.
Bovenstaand gedicht werd in mei 2010 door de redactie van het literair e-zine Meander uitgeroepen tot 'klassieker'.
Zie voor analyse en interessante bespreking:






Schematische voorstelling van MRI-scanner met (rechts) MRI-hersenscanbeeld

donderdag 11 maart 2010

Kolendorp



Winseler koekoeksei



Een wildzang voor Jan, Spencer
& Sander ‘Moenen’ Bays




Hoor, de leeuwerik jubelt de korenvelden vol zon
zoals de nachtegaal de braamstruiken
richting Strijthagen vol nieuwe maan

en in de Vloedgraafstraat fluit de merel
de tuintjes
vol ridderspoor & monnikskap

Maar jij, koekoek, die je echo
in de Casinolaan zo glanzend legt te Vondel
in andermans nest, jij zingt:

K( )k( )k! K( )k( )k!

K( )k( )k! K( )k( )k!

De waarheid, niets dan de waarheid :

( Ei) = (mc² )

Einsteins lichtzinnige Prelude
op de
Snarentheorie:

Het Heelal dobbelt niet

het Heelal speelt viool
op de Heistraat


O, melancholieke zonen van voorheen het kolendorp Terwinselen
Heelals
Koekoeksei:


de schittering van al die Jaren Vijftig-sterrennachten
- trillende membranen antraciet
boven de Staatsmijn Wilhelmina

Einsteins idee van het sublieme

formules Niets
op het zwart bord Eeuwigheid
voor onze kop


© MANUEL KNEEPKENS


(ongepubliceerd)


Illustratie: Mijnwerker, beeldje, gehakt uit steenkool (dagbouw). Souvenir, USA, West-Virginia, 1981

dinsdag 9 maart 2010

Zeep & film



EEN LIEF


Mijn lief waste bloemen
met hout en met stenen,
zij danste een grotere trap
naar beneden.

Bakte in ovens
haar kleren van deeg,
kroop in mijn vingers
als in hoopjes verleden.

Ach, was ze zo stil
als de prenten van muren
met de mortel in huis.

Maar ze smeekt om zeep
en om afwas en buren
en een film op de buis.



Jeroen Theunissen

Uit: Jeroen Theunissen Het zit zo, Antwerpen/Amsterdam, Meulenhoff-Manteau, 2009

Ondergoed


SOCIAL CLIMBING





Ik las laatst dat
arbeiders in hun
ondergoed slapen
de burgers in pyjama
en hoger
slaapt men naakt.

Ik wil vooruit
- daarom slaap ik nu
voortaan naakt!

Maar ja...
kan ik nu eigenlijk nog
wel in de wasbak pissen?



© Riekus Waskowsky



Uit: Riekus Waskowsky Verzamelde Gedichten - samenst. Rien Vroegindeweij en Erik van Muiswinkel. Met Riekus Waskowsky 1932-1977, een introductie door Gerrit Komrij. Amsterdam, Bert Bakker, 1985

zondag 7 maart 2010

Niets, behalve alles


ONDERWEG



Met een vlinderjas
twee goudvissen
en een koffer vol blauw
stap ik de stilte in;
reis rond in de lucht.

Af en toe logeer ik bij de wind
wandel ik met de maan
of schommel op een blad.

Niets is me afgenomen
behalve alles.

Ik reis naar binnen en buiten
dichtbij gefluister en ver van kabaal.
Ik reis dromerig naar mijn einde:

het vliegen.


 
© Nafiss Nia


Uit: Nafiss Nia Esfahan, mijn hoopstee, Leeuwarden, Bornmeer, 2004

zaterdag 6 maart 2010

Je parfum



PSALM 22


Als ik de deur van de koelkast opendoe
staat de schimmel een centimeter op de melk.
Het brood is groen en haast doorzichtig.
Ik sluit de deur en leun met gesloten ogen
tegen de verwarming.
Ik heb zo ontzettend.
Ik heb zo verschrikkelijk.
Ik hield van hem.

Toen hij wegging is er iets gescheurd.
Nog steeds kan ik de geur van kokos niet verdragen
zoals zijn haar rook, smeltend in mijn bed
de kleine zwarte krullen en de vlekken.
Ik ben vertrokken met bestemming onbekend
totdat ik ook mijn eigen naam vergat.
En nu.
Ik doe de deur van de taal open
en zie de roest van ongebruikte woorden.
Hoe open ik opnieuw mijn boek met vuur?

Toen hij wegging liet de sponning los.
Ik keek naar mijn handen in het afwaswater
en zag de scherven die er niet waren,
de zeepbellen die langzaam opkwamen en wegdreven,
het ene lege glas.

Hij stuurt mij na jaren nog een e-mail:
“Vandaag had iemand jouw parfum op,
ik rook het in de universiteitsbibliotheek
en heb een uur naar je gezocht terwijl ik wist
dat je op acht vlieguren afstand was.”

Maar de taal die ik ben staat mij niet toe
mijn tranen te beschrijven als drijfnat.
Hoe wil je dan dat ik mij red, geliefde?
Toen ik zei dat ik liefhad was het jij
die in mij was. Een ander is er niet,
jij bent de enige. Dat spreekt. Jij spreekt. Jij spreekt in mij
en jij zegt ik en ik betekent aarde.

Toen hij wegging is het vers gescheurd.
Vanuit het gescheurde is het begonnen
te bloeden tot het vleugels had
en met de slagpennen de weg beschreef
vanuit de diepten, de profundis, naar het licht.


© Maria van Daalen


Uit: Maria van Daalen De wet van behoud van energie, Amsterdam, Querido, 2007

vrijdag 5 maart 2010

Logaritmes



JIJ, HEILIGE ZON



De zon als vuurbol recht boven ons en kokend met vlammen en gas,
zelf lui achterover en ons warmen en voeding geven en energie en licht.

Taaie, wiskundige zon, uitvinder van logaritmes en epicykels, tekenaar
van alle raaklijnen en colorist van de asgrijze en mauve schaduwtinten.

Grote atheїstische lichtgod, die met titaanse tiara en ijzergevoerde mantels
het dagwerk van de aarde beschijnt en zegent en verwarmt.

Dierbare mediterrane vriend boven de lillende runderen van Umbrië,
stuiterend op dorpspleinen en op oude, bloedbevlekte binnenplaatsen.

Grote afwezige in de sombere ineengevlochten en vochtige kerkers
van het pauselijk schrikbewind, kloppend op de keteldikke muren.

Brandende wandelaar over het sterrenpad tussen de blinde, fonkelende dieren,
zachtaardige kampioen die uithaalt naar reuzen die ver weg zich vermaken.

Kleine jeugdgod met wiens hulp de liefde groeit, de lust sprongsgewijs toeneemt,
de geile gedachten warme klauwen uitstrekken naar de veel te korte jurken.

Zon, heilige goddelijke zon, bloedmooie strijdwagen vol lichtend gas,
die ons altijd genas, wees mild en strooi uw gunsten op aarde.


©
Tomas Lieske


Uit: Tomas Lieske Hoe je geliefde te herkennen - Amsterdam, Querido, 2006

donderdag 4 maart 2010

Letterzetter



WAAROM IK GEEN JOURNALIST WERD




Het waren eenvoudige mannen, arbeiders
in manchester pakken, weduwnaars,
ongetrouwde boerenknechten

en hier en daar als miskende intellectueel
een bleke letterzetter.
Ik luisterde ter hoogte van hun heupen

hoe ze hun eigen mythen schiepen
waarin een aardappel de gestalte
van een god kon aannemen,

kwade geesten in de gewassen huishielden
en de geschiedenis werd gepeld
als een ui die, zoals bekend, geen kern heeft.


© Rien Vroegindeweij



Uit: Rien Vroegindeweij Later wordt alles echter - Een keuze uit de gedichten 1973 - 2009.
Amsterdam, uitg. Nieuw Amsterdam, 2009

dinsdag 2 maart 2010

Onzuiver



Stel: de jacht is onze tweede natuur.

Het is nacht en de interne jager
achtervolgt het onvermoeibare wild.
Dat tracht te ontsnappen over het terrein van de kwekerij.
De jacht is één bezielde beweging.
Van de kweekbedden dwarrelt de jonge afschuw op.

Kijk eens naar de naakte hemel:
zilver en zwart zijn voorbeeldig gescheiden.
En nu weer naar binnen:
vangen zou onzuiver zijn.
schrijver


© Tonnus Oosterhoff 



Oorspr. uit: Tonnus Oosterhoff De ingeland, Amsterdam, De Bezige Bij, 1993.
Ook opgenomen in: Hersentumor, gedichten 1990-2005 (Amsterdam, 2005)

vrijdag 26 februari 2010

Betijen


OP WEG


Mocht ik in het holst van het hart
van donkerste dagen te lijf gaan
achter al het uiterwaardse een stuk of wat
verlaten kusten onder razende luchten
waar albatrossen op hun wieken sinds jaar
en dag en eeuwen worden weggeblazen-

graag zou ik boven lege oceanen regen zijn
op reusachtige hoeven, zinnentuimel
van tempeest, het stormend paard dat louter
water is, uiteenvalt in geschuimbek-

zocht ik bij voorkeur echter diepten
die geen daglicht velen, omtrent
een steenworp van d’onoirbaar gloeiende
kern; daar zal betijen wat mij jaagt.



©
Anneke Brassinga


in: De Academische Boekengids, ed. januari 2010

vrijdag 19 februari 2010

Honger



KANKER
I


God, herstel deze vrouw. zij is nog niet
voltooid. zij moet mij nog ten grave dragen.
o, leg haar straks, al stijf van ouderdom,
met beide borsten in een kist.

ik weet dat u soms voorkomt in het wild
naast aasgier, lynx en tijgerkat:
fouileer haar niet tot op het bot
of daar nog ergens kanker zat.

ook ik lijd honger aan haar lijf.
wees niet bekommerd om uw maal:
ik wil een ander kwijt in ruil voor haar.
ik wil een ander kwijt, of minstens mij.


© Luuk Gruwez



Uit: Luuk Gruwez Dikke mensen, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1990

donderdag 18 februari 2010

Terugkeer



TIJDEN



Als men terugkomt is men een ander
denkt men terwijl men het huis sluit
het licht ingepakt de zomer verzegelt
het tuinhek prijst om zijn ijzer

deze slak op de drempel zal er nog zijn
de ijskast zal blaffen de hitte blaten
de hond zal zuchten en zijn sterven
hervatten als men terugkomt denkt men



© Gerrit Kouwenaar



Uit: Gerrit Kouwenaar Vallende stilte - een keuze uit eigen werk, Amsterdam, Querido, 2008

dinsdag 16 februari 2010

Kelders



KASPAR HAUSER


Hier geen Natureingang.
Geen beek van zilver, gouden zonlicht, zeikgedicht.
Hij gaf niet om de zon.

Maar hoorde hij een klank, zag hij een vlam, dan greep
hij witheet met zijn hand.
Soms stond hij heilig met een schilderij te praten

of plantte hij bezorgd
een snijbloem in de aarde. Een kind van zeventien
met kelders in zijn ogen.

Afkomst verduisterd. Mensen die hem willen doden.
Zijn onbemande mond
die hulpeloos herhaalt wat hem was ingesproken:

'Ik wil een ruiter worden.'
Meer wist hij niet. En wij, wij leerden Kaspar kijken,
wilden zijn hoofd met Duits

verrijken, steenhard Duits dat al zijn schrik verdreef.
Maar het verklaarde niets.
En bastaardprins of niet, gelukkig werd hij nooit.

En nu is Kaspar dood.
En wij, wij leefden hem, beschreven hem in gloedvol
Duits dat niets doorzag.

- Breek alle pennen stuk. Tuig elke letter af.
Er is geen taal die troost,
geen woord dat bloost bij Kaspar en zijn hondendood.


© Menno Wigman



Uit: Menno Wigman Dit is mijn dag, Amsterdam, Prometheus, 2004


* Kaspar Hauser (ca. 1812-1833) was een Duitse vondeling van onduidelijke afkomst, die uitgroeide tot een van de meest formidabele raadsels van zijn eeuw.

zondag 14 februari 2010

Op een zondag


HET DRONG TOT HAAR DOOR



Op zondagnamiddag
toen ze eindelijk klaar was met de afwas,
ging ze
voor de spiegel zitten.

Die zondagnamiddag
drong het tot haar door
dat haar leven haar was ontstolen.

Allang.


© Anna Świrszczyńska





Uit: De mooiste van Świrszczyńska, bloemlezing. Samengesteld en uit het Pools vertaald
door Jo Govaerts en Karol Lesman. Tielt (B.)-Amsterdam, Lannoo/Atlas, 2006.



Dowiedziała się

W niedzielę po południu,
gdy pomyła wreszcie garnki,
usiadła
przed lusterkiem.

I dowiedziała się
w niedzielę po południu,
że ukradziono jej życie.

Już dawno.

- Anna Świrszczyńska

woensdag 10 februari 2010

Brief aan mezelf


IN DEN VREEMDE



Den Haag. Ik voel me er zo ver van huis,
dat ik me wel een brief zou willen schrijven.
Hoe gaat het met me, daar? Eerlijk gezegd
niet goed. Het blijft voor mij een soort
van België - snel wil je er weer uit
op weg naar waar het echt gebeuren moet.
Tussen de spoordijken volkstuintjes in de regen.
Uit het asiel waait altijd akelig geblaf.
Stoplichten, zeven, springen, tweemaal elke dag
op slag op rood als ik kom aangefietst.
En uit mijn kamer zie ik trams banaal
hun lussen draaien naar Den Haag Centraal.

Krokussen op het Voorhout in het vroege voorjaar
en in het Mauritshuis een meisje van Vermeer,
lang gras tussen de rails naar Scheveningen
en bij Kijkduin de rook van Ockenburg,
dat moest ik maar eens tot mijn zegeningen
gaan tellen. Want dan schreef ik me niet meer.



©
Anton Korteweg


Uit: Anton Korteweg Met flinke pas - Gedichten 1971-2001, een keuze, Amsterdam, Meulenhoff, 2003

dinsdag 9 februari 2010

Plaats van inslag




ER ZIJN NUL BERICHTEN



Een kampeerster geeft een hand
aan de bliksem, via de punt van haar paraplu –
haar hart kort stil. Soms treedt geheugenverlies op,
als elektriciteit het lichaam binnen drong

 
en weer verliet. Zulk fysiek letsel
brengt vaak psychische verandering
Leden van een harmonie brengen een laatste
koperen groet aan een erelid, onder een boom

Er zijn wetten die de plaats van inslag
trefzeker verklaren,
achteraf

Mijn vader is nooit door bliksem geraakt
Parkwachter Roy Sullivan
zevenmaal



© Hanz Mirck



Uit: Hanz Mirck Archiefvernietiging, Amsterdam, Prometheus, 2009

zondag 7 februari 2010

Hart van papier


KRALENZEE




De stad draaide zich om
toen ik omkeek. Neem me niet kwalijk
ik dacht dat je een ander was.

Ik heb een goed scheldwoord,
een kwalijke kraal op mijn tong.

Ik knip een gestreept hart van papier,
Durf ik niet dat ik je nodig heb?

De wereld is moe en op de blauwe lijnen
in een schrift is het koud.

Eerst sliep hier nog een man.
Nu staat het lichaam op.
Ik ben er stil van.



© Maria Barnas



Uit: Maria Barnas Twee zonnen, Amsterdam/Antwerpen, Arbeiderspers, 2003

dinsdag 2 februari 2010

Voor altijd


Schoonheid

duurt een oogopslag
maar
goedheid
duurt eeuwig



- Sappho



Uit: Sappho Verzamelde gedichten en fragmenten - uit het Grieks vertaald door Aart R.P. Wildeboer, Baarn, Anthos, 1985

zondag 31 januari 2010

Breekbaar


VAAS



Kun je een vaas haar breekbaarheid verwijten
of een hand het breken van de vaas?
Misschien is het zo bedoeld
dat de vaas de hand op zich af zingt,
zodat de hand niet kan weerstaan,
hoewel de hand weet dat hij slaat
en in de vaas al scherven zingen
voor ze zijn ontstaan.

Waarom zou de hand verlangen naar een vaas
die, als een hals, zich uitstrekt naar de hand
die haar wil slaan? En waarom wil de vaas
haar scherven naar de oppervlakte zingen
zodat de hand haar niet langer kan weerstaan?

Misschien droomt de vaas wel van de hand
een roos te maken, wil de hand op zoek gaan naar de vaas
om eindelijk de scherf te vinden
waarmee hij rozen uit zijn eigen pols kan slaan.



© Peter Verhelst


Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008.


'Vaas" kreeg in 2009 de Gedichtendagprijs. De dichtbundel 'Nieuwe Sterrenbeelden' werd in hetzelfde jaar bekroond met de Herman de Coninckprijs en eerder,  in 2008,  met de Jan Campertprijs.

donderdag 28 januari 2010

Stem (op de Dag van de Poëzie)


DE DICHTER





Hij was naar de hoogste top geklommen
zijn stem, een witte vogel in de lucht.
Een menigte krioelde in de uitlopers.
Terwijl ze zijn stijgende stem hoorden
werd hun cirkel steeds kleiner,
ze droegen knuppels,
messen en stenen, ze kwamen nader.


Er klonken kreten, ‘dood hem’;
de eerste stenen vlogen over;
messen flikkerden in het zonlicht
hij voelde dat dit het einde was.


Maar zijn stem,
een witte vogel vloog over hun hoofden heen
en verwensingen en messen konden hem niet meer raken.



© Anéstis Evangélou




Naar de Engelse vertaling van M. Byron Raizis in
Greek Poetry Translations, Athene, Efstathiadis, 1981.




- uit het Grieks via het Engels vertaald door Albert Hagenaars -

zaterdag 23 januari 2010

Zo dun als sneeuw



POËZIE



Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
verdrietje, en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:

zo helpt poëzie.


Herman de Coninck



Uit: Herman de Coninck De gedichten, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 1998

's Nachts



De taalobsessies,
zoals alle obsessies,
bezoeken ons 's nachts.
Soms als wij wakker zijn,
maar bijna altijd als wij slapen.

Dan leren wij af
wat wij schijnbaar weten
en inaugureren wij
wat wij schijnbaar niet weten.

Daarom
worden gedichten 's nachts geschreven,
hoewel zij zich soms als licht vermommen.
Of als ze overdag worden geschreven,
veranderen ze de dag in nacht.


©
Roberto Juarroz


Uit: Roberto Juarroz Verticale poëzie - uit het Spaans vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu - Sliedrecht, Wagner & Van Santen, 2003

Tel


KLASSEFOTO



Gedrieën in een bank gedreven,
ondoorgrondelijk ogenblik
van stilte ... de blonde Goudriaan vooraan,
de schele Kast, die jongen van Peen
ruggelings tegen het Periodiek Systeem,
de mooie zware Wieke van der Linden
naast de leraar die zij beminde,
de kleine Vink, de dorre Krol,
magere Kossen, Kooiman de hater,
Spoelstra de schaker, Johnnie de meid,
Rie die zo lachen kon, edoch later
nog zoveel heeft geschreid —
wij waren, voor we heengingen
over de aarde, een tel bijeen.



© Gerrit Krol



Uit: Gerrit Krol Polaroid, Amsterdam, Querido, 1976

vrijdag 22 januari 2010

Kijkend wit


GEDICHT 6


Het schrijven pakt mijn handen vast.
Ieder uur het kijkend wit en de horende leegte.
Ik voel wat mij is aangeleerd.

Ik schrijf en doe mijn vierentwintig uren met geduld.
Ik schrijf en verwar elke zin met de zin van het leven.

Ik schrijf om na mijn dood met je te blijven praten,
Om bij jou te blijven als ik weg moet gaan.


Leonard Nolens


oorspr. uit: Hommage aan het woord (1981), later opgenomen in
Leonard Nolens Laat alle deuren op een kier, Amsterdam, Querido, 2004

Mijnen in Friesland



DRUK


Zorgvuldig wordt papier verplaatst,
van stoel naar tafel naar bank.
Planten krijgen soep en rijst, nog
warm, vuile lakens terug οp bed.

Eerst Maastricht, dan Middelburg,
οf andersom, toen ik uit huis ging,
de oorlog, Delft, waar ik later, nee,
dat was Bussum οf Zutphen, of?

Uren gevuld met recοnstructie,
ieder antwoord direct verloren.
Mijnen in Friesland, schaatsen
in Limburg. De afwas in haar tas.


*


NAAM


Ik zie hoe ze mij negeert, nauwlettend
vanuit ooghoeken volgt, zich afvraagt
wat οf waarom die man in haar huis.

Toch vraagt ze niet wie ik ben, waarom
ik kasten open, jassen lucht, ongevraagd
post opruim, schoonmaak, thee zet.

Ben ik een dokter, een klusjesman, een
zoon misschien? Ze spreekt me aan met u,
je weet maar nooit, en glimlacht beleefd.

Ik speel mee, alstublieft mevrouw, uw thee
en schrik als ze vraagt wie dat is, die foto,
die vrouw met een kind οp de arm.


*


BUURTSUPER


Jas aan, tas mee, lift in, deur door,
straat over, daar is de supermarkt.

Mandje, kar, heb jij de lijst? Brood,
koffie, melk en kaas, niet meer.

Ze loopt door de gangen, staat stil,
kijkt rond en zegt: wat doen we hier?

Brood en melk, zeg ik, anders nog?
Koekjes, toetjes, fruit misschien?

Ze pakt de kar en stuk voor stuk
keert alles in het vak terug. Zo,

dat is klaar. Jij nog iets?



Peter Swanborn




Drie gedichten uit:

Peter Swanborn Tot ook ik verwaai,
Amsterdam, Podium, 2009

maandag 18 januari 2010

Zeeën



DIEGENEN MET WIE IK NOOIT HEB GESLAPEN



Diegenen met wie ik nooit heb geslapen
-ik hield van hen
soms
heel vleselijk.

Te denken aan hun zachte vel
of de tastbaarheid van hun botten,
al was me dat nooit meer
dan in vluchtigheid gegeven.

Maar niet minder concreet,
niet minder aanwezig,
in dromen, gedachten, daden,
in al mijn vezels.

Er waren zeeën tussen ons,
zwaar bewaakte grenzen,
een tafeltje met glazen wijn,
dwaas verstand of een belofte

en een door niets gestelpte begeerte.


© Jo Govaerts



Uit: Jo Govaerts Apenjaren, Leuven (B.), Van Halewyck, 1998

vrijdag 15 januari 2010

Sneeuwlandschap



EEN KRIJGER VERDWAALD


Onze uitbundige rookoffers
mishaagden de goden.
Ze namen ons de winter af.

Eindpunt voor het sneeuwlandschap in de schilderkunst.
Helaas, Avercamps staalkaart van schaatshoudingen.
Vaarwel, geurloze bloemen op de ruiten van onze kinderkamers.

Niet meer dan één terrasloze maand
en het krabben van de autoruit
als herinnering aan voorheen het witte, dode seizoen.

Bevroren tenen, dichtgesneeuwde loopgraven
of afdrijven op een ijsschots op de Zuiderzee.
Wat rest ons zonder deze strijd tegen de elementen?

Een beetje duwen tegen eigen vlees.
Kinderen maken die duwen
tegen hun eigen vlees.


© Rouke van der Hoek



Voor méér nieuw werk van Rouke van der Hoek, zie de website van de dichter:
http://www.roukevanderhoek.nl/rh.nieuwwerk.htm

Vlinder, bloem, gras, ik


PAPIERTJE

(Piece of paper)

De paarse vlinder is veelbetekenend.
De gepassioneerde bloem iets minder.
Het gras is zijn betekenis voorbijgegroeid.
Ik zit zonder.

Kijk, daar gaat de man wiens buurvrouw we delen.
Halfzes, op weg dus naar de verzamelplaats
Voor de leden van het irreëel genootschap:
Zij die eeuwig leven.

Hij rent, schuddend met zijn boordevolle kop,
Rent op een mengsel van prehistorische olie
En vergetelheid uit dertienhonderd.
Maar hij verliest een rood papiertje.

Het valt, nee, dwarrelt uit zijn broek.
Een geur is het, zonder rust, geen gewicht,
Het dwarrelt, begint te buitelen,
Galoppeert achter de broekzak aan.

Vlinder, bloem, gras, ik,
We kijken het papiertje na
Met verschillende soorten van ontzag.
De avond wordt voelbaar.



© Arjen Duinker


*


EERSTE LIEFDE
(First love)


En in de buik van de boot
Dwaalt het verhaal van een jonge vrouw
Die op een van de Canarische Eilanden
Een ongelukkige man leerde kennen,
Die leefde dankzij de uitvoer van zijn tomaten
En zijn tomaten in sombere liedjes bezong.

En de vrouw, ze leerde de liedjes om de man te plezieren,
En de vrouw, ze gaf zijn tomaten een plaats in haar leven…

Maar de man werd hier kwaad over en zei:
‘Ga terug naar je ouders, ga terug naar je straat,
Vind iemand anders die toeristen rondleidt,
Die tennisles geeft, die goed kan duiken
Of graag rondrijdt in een blinkende auto.
Bij mijn tomaten heb je niks te zoeken.’

En de jonge vrouw staat dagelijks te staren,
In de verte te staren, en zingt liedjes
Voor alle tomatenboten die ze niet ziet.



© Arjen Duinker

Twee nieuwe gedichten van Arjen Duinker uit 2003, vandaag - met vertaling in het Engels van Willem Groenewegen - voor het eerst gepubliceerd op Poetry International Web.

Zie:
http://netherlands.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=4131

en

http://netherlands.poetryinternationalweb.org/piw_cms/cms/cms_module/index.php?obj_id=4121

woensdag 13 januari 2010

Zoveel moederlanden


DRIELANDENLABYRINT



Was ik een labyrint, het middelpunt zou Bolsward heten.
Geen Vaals. Het is mij van taal hier niet scherp genoeg.

En zondags zingen ze de ketterse gezangen die mij,
cantor, blijven steken in de keel. Nooit had ik heimwee.

Nooit eerder zocht ik de omhelzing van mijn land,
zocht ik water waar ik gele plomp in planten zou.

Water? Waar komt dat water nu vandaan? Ik ben niet graag
het mikpunt van dit schertsvertoon. En ik beloof: kom ik hier uit,

dán ga ik naar het moederland terug. Zoveel landen!
Zulke schrale taal. Was ik een labyrint, ik zou, ik zou.




© Chrétien Breukers



Uit: Chrétien Breukers Gysbert Japicx bezoekt het Drielandenpunt, Leeuwarden, Friese Pers Boekerij, 2009 (drietalige uitgave)

dinsdag 12 januari 2010

Te vriend


Wij gaan een heuvel op. Zo blijven wij,
Zo blijft het gaan: een heuvel op
In weer en wind, en iemand die ons ziet
Op afstand in een dal en wuift

En met de armen wiekt om mee
Te vliegen, maar de heuvel kun je
Niet veroveren dan stapvoets
Bloedend en alleen.

Wij gaan een heuvel op en jaren
Klimmen. Afgrond houden wij
Te vriend. Bij helder weer zien wij

De top, men zegt dat niemand
Hem bereikt, alleen wie springt
Naar wie beneden op ons lijkt.

© Johan de Boose 



Uit: Johan de Boose De vrijheid van zwijgen Gent (B.), PoëzieCentrum, 2008

maandag 11 januari 2010

In vlam



CODA



Je lichaam is een stad

die vlam gevat heeft.
Mijn lijf is een hobo die
Vivaldi speelt.


© Násos Vayenás



Uit: Násos Vayenás Biografie en andere gedichten – vertal. uit het Grieks: Marko Fondse en Hero Hokwerda.
Amsterdam, Het Griekse Eiland, 1990.



CODA

Τό σώμα σου είναι μιά πύλη

πού ëχει άρπάξει φωτιά.
Τό σώμα μου είναι gνα öμποε

πού παίζει Βιβάλντι.

zondag 10 januari 2010

Wil je mijn mantel?



ZEEZICHT




Hij voert mij zalm alsof het vis is, breekt de
te dunne, te blanke toast, en de geur van
zeezicht, strandvondst, wemelende meeuwen hangt
zout in het kielzog van de visser, geeft me

het bedauwde glas goudgele champagne
van de vensterbank. Ik ben een jong dat schreeuwt
en hij reikt mij met de hand het eeuwige
even ernstig als altijd. Eet, dat kun je

weleens nodig hebben als je met mij op reis
wilt gaan. De weg is lang, aan de zee voorbij,
we gaan lopen, wil je mijn donkerblauwe

mantel dragen, die is warm en licht, ik houd
je hand vast, zul je altijd dicht bij mij
blijven? Als we bij elkaar zijn zijn we thuis.


Maria van Daalen



Uit: Maria van Daalen Yo! de liefde, Amsterdam, Querido, 2003

zaterdag 9 januari 2010

Kalenders


JOHNSON BROTHERS Ltd.


Vroeger toen mijn vader nog groot was,
in de uitpuilende zakken van zijn jas
gevaarlijk gereedschap, in zijn pakken
de geuren van geplozen touw en lood,
achter zijn ogen de onbegrijpelijke wereld
van een man, een gasfitter eerste klas
zei moeder, hoe anders heb ik mij moeten
voelen vroeger toen hij de deuren sloot
voor haar en mij.

Nu is hij dood, ben ik ineens zo oud als
hij, blijkt tot mijn verbazing dat ook in hem
verval was ingebouwd. In zijn agenda zie ik
afspraken met onbekenden, aan zijn muur
kalenders met labyrinthen van gasleidingen,
op de schoorsteenmantel het portret van
een vrouw in Parijs, zijn vrouw, de onbegrijpelijke
wereld van een man.

Kijkend in het porseleinen fonteintje uit
de dertiger jaren met de twee lullige leeuwen:
Johnson Brothers Ltd, hoog in het dood-
stille huis het droevige sloffen van moeder,
jezus christus vader, komen de tranen
om nu en om toen, vloeien ze samen
in het lood van de zwanenhals,
niet meer te scheiden van de druppels
uit het koperen kraantje met cold.


©
Rutger Kopland


Uit: Rutger Kopland Alles op de fiets, Amsterdam, Van Oorschot, 1969

zaterdag 2 januari 2010

De koffers



als ik nu ga zal het zachter

zijn, in de wind, in de huizen,
zal het hart zachter proeven aan
de zonnebloemen en aan de lange
stem die uit de kamer hangt
in de tuin vol nachtegaalgezang

als ik nu ga zal het minder
wreed in je schouder bijten en
ook plezier op je lichaam leggen
als veel fruit op een schaal als
ik nu ga zal het het regenen de
wind zal sprookjes weven in
de avond als ik nu ga zal
het zomer zijn voor het garen

maar ik lig nog aan je armen
verankerd in de haven van de
stad maar ik ben nog bij je
maar mijn stem glijdt nog over
je als een strijkstok maar ik
houd toch van je dat weet je
maar ik slaap nog op je borst

ik ben nog niet heengegaan
de treinen zijn allemaal vertrokken
ik ben nog niet heengegaan
de kaartjes zijn verkocht
de koffers zijn ingestapt
ik ben gebleven

als ik nu ga zal het zachter
zijn, in de wind, in de huizen.


© Hans Lodeizen


Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten; bezorgd door Wiljan van den Akker, Redbad Fokkema en Mirjam van Hengel. Amsterdam, Van Oorschot, 1996.

vrijdag 1 januari 2010

Begin




Het verhaal is zo goed
dat het nog lang niet uit is


LUCEBERT

Toen jij mij overkwam


NIEUWJAARSBRIEF





Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.


Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Het sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.


© Leonard Nolens



Uit: Leonard Nolens En verdwijn met mate, Amsterdam, Querido 1996

donderdag 31 december 2009

Hoe de schaar



DE LAATSTE WOORDEN





Hij is de laatste man
die de taal van zijn ouders spreekt
de laatste die de taal van het overleven kent
en het woord voor het zoemen van de bijen weet

hij is de laatste die weet
hoe de schaar van de schaapscheerder heet
en hoe de naam luidt van de geest
die de wind kan laten zingen


Als hij spreekt
luistert alleen zijn huis nog naar hem
de wanden zijn het laatste klankbord van zijn bestaan

een leven lang hebben ze zijn woorden aanhoord

Soms, als hij roept, roepen de muren terug
met de kalk van het brokkelend dak
vallen de woorden onbegrepen rond hem neer

kapot, bijna geluidloos als stof
ongrijpbaar, niet zwaarder dan zijn adem
maar te zwaar om ze op te rapen
en opnieuw uit te spreken


Ook al leeft zijn taal nog in hem
de woorden raken verloren
ze zijn al dood voordat ze zijn mond verlaten

zonder betekenis verstillen ze achter zijn tanden
er blijft slechts gemurmel van klanken
die verstommen tot korsten van woorden

die stom op zijn lippen blijven liggen




© Ton van Reen




Uit: Ton van Reen De straat is van de mannen - Nijmegen/Utrecht, BnM uitgevers - De Contrabasreeks, 2007

Niemand die het dak afkomt


ONTSNAPPING




Springt de slagboom open, klinkt gedempt gejuich.
Massaal spurt de fabrieksbevolking avond en
aardappels tegemoet. Heilig huis vol vrije tijd.

Golf van zwarte rijwielen klotst door de stad.
Een eindeloze rij Belgische bussen transporteert
de bloem der Kempen over de Aalsterweg,

duttende hoofden achter glas. Zien niet hoe
de stad zijn vleugels uitslaat. Nieuwbouwwijken
schuiven boerenbedoening voor zich uit,

brokkelige stadsrand, cirkel waarbinnen het gist.
Bestorming van Katholiek Leven als Adamo optreedt.
Rokerige cafézalen, opgejut door bas en drums,

opmars van rock & roll. Toch niemand die
het dak afkomt. Integendeel, het gekapte bos
onder de klinkers herrijst twee etages hoger:

woud van antennes, zelf geproduceerde ogen
en oren, reikhalzend naar trillingen in bovenste
luchtlagen, waar de toekomst geschreven wordt


 
© Rouke van der Hoek




Uit: Rouke van der Hoek Bodemdaling, Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 2005

IJskap


DOOIEN EN DOOIEN


Het is met onze ijsbeer slecht gesteld:
De ondergang schijnt ook hem te bedreigen
Daar hij geen poot meer aan de grond kan krijgen
Wanneer de ijskap van de Noordpool smelt.

Het beste is om er maar voor te kiezen
De allerlaatste ijsbeer in te vriezen.


Driek van Wissen



'Snelsonnet' van Driek van Wissen, Dichter Des Vaderlands, gepubliceerd in o.a. NRC Handelsblad, 2006

De Dagen


HET LAATSTE GESPREK






'Heer, herken ik u? Zijn wij niet dezelfde van weleer?'
'Wie riep mij dan? Zijn uw wapens niet de mijne?'
'Ik wacht op woorden, Heer.'
'Ik was Dader, u het Offer. De medemens is leeg.'
'Sterven Daders niet.'
'Neen. Zij kunnen niet. Zij verwoorden.'
'Heeft u ginds gesproken, Heer?'
'De dagen zijn beschreven.'
'Heeft de Tijd nog kwaad gewild?'
'Ja, het slagveld is begroeid.'
'Geen spoor van oorlog meer?'
'Geen. Maar ik doorzie de stilte. Oog en oor vergaan.'
'Nadert weer de Dood, o heer?'
'Neen. Hij was er al.'



© Armando






Slotfragm. uit:
Armando Dagboek van een Dader
Leiden, Tango, 1973


Boekentasje 2010



Jana Beranová, Lichtpunt

Berk



NIET TE GELOVEN



Niet te geloven
dat ik knaap nog
een vers schreef over de
zilverwitheid van een berkenstam

en om mij heen
grootse dronkenschap
van de bevrijding
het water was whisky geworden

Alles zoop en naaide
heel Europa was één groot matras
en de hemel het plafond
van een derderangshotel.

En ik bedeesde jongeling
moest nodig
de reine berk bezingen
en zijn bescheiden bladerpracht.

Remco Campert


oorspr. in: Remco Campert Dit gebeurde overal (1962).
Hier overgenomen uit Dichter, Amsterdam, De Bezige Bij, 1995