zaterdag 5 februari 2011



ademloos

die daar als knoflook geur heeft geplakt
tussen de plooien van je vingerkoten
waar je je neus in neigt om je te wanen
onder het kirrende van haar sproeisel, onder
het minnelijke van haar buidel, onder het
moederlijke van haar memsel, dat jou
in je strot kroelt en bijstert en

ademloos

houdt vanwege het lood dat langs
de regenboog van haar kijker je long
in loopt, vanwege het cellofaan waarmee
de schaterlach van haar toekomst de
tocht over je tong stopt en je dwingt je te
wentelen in wie jou is, in wie jij zijn zal:
luidloze, hooploze, tijdloze


©
Henk van der Waal


Uit: Henk van der Waal Zelf worden Amsterdam, Querido, 2010

vrijdag 4 februari 2011

Iets onzegbaars


GEVLEUGELD EN BIJTEND DONKER


Een zin met ‘gevlekte schaduw’ erin.
Iets onzegbaars
dat stiekem als een lijster
uit de ochtendstilte gutst.

De andere man, de officier, die uien bracht
en wijn en zakken meel,
de majoor met de opgezwollen knie,
wilde na afloop een intelligent gesprek.
Omdat ze geen keus had, voorzag ze ook daarin.

Potsdamer Platz, mei 1945.

Toen de eerste klaar was wrikte hij haar mond open.
Bash? vertelde Rensetsu sensationele stof te vermijden.
Indien de verschrikking van de wereld de waarheid behelsde,
zei hij, zou er niemand zijn om het te zeggen
en niemand om het tegen te zeggen.
Ik denk dat hij de beschrijving van het lichtelijk opgewonden
zwermen van insecten bij een waterval aanbeval.

Wrikte haar mond open en spuugde erin.
Wij geven deze dingen blijkbaar door
omdat we zijn wat we ons kunnen voorstellen.

Iets onzegbaars in de ochtendstilte.
De geest die hongert naar gelijkenissen. ‘Gevoelige hemel,’ enz.,
buigt het spoor van de zwaluw om in de lucht.




© Robert Hass



- uit het Engels vertaald door H. C. ten Berge -



Uit: Robert Hass Een verhaal over het lichaam, een keuze uit het werk van deze Amerikaanse dichter (1941, San Francisco) met vertaling door H.C. ten Berge.
Amsterdam, Meulenhoff, december 2010




donderdag 3 februari 2011

Daar lag ik



ONDER DE STERREN


Onder de sterren geslapen. Lang in de tijd
liggen kijken, in de ijlende, krijsende ruimte.
De vreemde vreugde die dat ondenkbare schept.

Ik zag een foto die iemand vanuit een kuil had genomen.
Uitzicht vanuit een graf, stond eronder. Je zag
een stuk van de hemel en de dunne kruinen van bomen.

Ik denk aan mijn vader, heel ver van huis, niet meer
bij machte terug te keren.
En aan mijn ex die ik plots bij mijn tandarts aantrof
boven mijn wijdopen mond, mooier en harder dan ooit,
met een slang in haar hand om het gruis en het vocht
weg te zuigen. Daar lag ik.

Ik zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak
niet meer dan wat kleren, een veldfles, een pen
en papier



© Juliën Holtrigter


Gedicht waarmee Juliën Holtrigter (1946, pseudoniem van dichter, fotograaf en beeldend kunstenaar Henk van Loenen) eind januari jl. de tweede editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd won. In de Stadsschouwburg van Amsterdam ontving Holtrigter de eerste prijs van € 10.000 uit handen van juryvoorzitter Gerrit Komrij.

woensdag 2 februari 2011

College


PORTIER

rook uit de jaren zeventig slaapt in zijn snor als woede op
kinderen in een rijdende ford escort waar vader het woord
zijn onbewezen ongelijk logeert

even kijken wie de lekkerste borsten heeft tijdens het college
even snoepen van de truitjes in de pauze

mijn mond is een klooster vol oeh’s en ah’s
maar ik laat mijn broek niet zakken
ik laat mijn kaak niet zakken
voor de docent

in zijn dorp vechten meerkoeten en eksters
aan zijn tak wipt een doezelende druif op en neer

ik wil een machtige sleutelbos als conciërge
ik wil een niet te beledigen behendigheid
met apparaten

en

tijdens het vele repareren
wil ik vaak niets liever dan hartelijk komen kijken
       bij wie de heerlijkste borsten had

in mijn dorp vechten meerkoeten en kraaien


© Tsead Bruinja



Uit: Tsead Bruinja Batterij, Amsterdam, Contact, 2004

dinsdag 1 februari 2011

Cadeau


IK WIL


een stad voor mijn verjaardag
met mensen huizen en een plein
een vijver met daarin een zwijn van
steen een kleine perenboom vol merels
en kerels wil ik van die potige met
kisten op hun schouders oude laarzen
en meisjes met mutsen van konijnenbont
en harde wimpers en gezoete lippen en
stippen wil ik in de plaats van strepen
nee zebrapaden zijn zo dun dat
je hun ribben door het asfalt ziet
en brievenbussen wil ik niet en regen
vuilnisbakken kan ik heel slecht tegen en
baby's die ruiken naar poeder en verdriet
nee ook baby's kale bleke baby's niet


© Eva Cox *


Uit: Eva Cox Een twee drie ten dans, Amsterdam, De Bezige Bij, 2009

* Met Armando, Kreek Daey Ouwens, Paul Bogaert en Henk van der Waal genomineerd voor

de VSB Poëzieprijs, januari 2011

zondag 30 januari 2011

Hakken


PEGASUS



Ik heb mij plotseling bedacht
al weet ik niet waarom. Ik jaag
de trappen af
omlaag
omlaag

Op straat
heb ik mijn draai verloren
en raak ik buiten adem van zijn naam.

Ik sta te zwaaien naar een verre man
en zoek de woorden om hem te herroepen.

Dan keer ik op mijn schreden terug
en tel de gaten die mijn hakken
als paardehoeven in ’t plaveisel sloegen.



© Catharina Blaauwendraad





Uit: Catharina Blaauwendraad Niet ik beheers de taal, Haarlem, uitg. Holland, (nieuwe) Windroosreeks, 2004

Vanilla Skim Latte


– Menigten drommen pakken samen.
Een schervenglinstering belet elk zaaien van
de dubio dignitatis, iets wat je echter al wist.
Dan maar in conclaaf met de libido die niet
onzijdig worden wil. Je slaat op haar met een
plastic zak, waarin je voor de gelegenheid je
hoofd verborgen hebt. Daarna bestel je koel
en loslippig een Grande Sugar Free Alpacino
Vanilla Skim Latte. De strijders beleggen weer
een vergadering. Hopelijk zijn er broodjes bij,
per halfuur verzorgd opgetast door de bonden.
Jean heeft een lange snor, zijn schoonmoeder
is homo. Het is de vraag wat je in hen voor een
maat ziet. Daartoe maak je de passeerbeweging
met bal. Er is een ongenoemd blijvende iemand
die nu eenmaal zijn dagelijkse Porsche moet.
Gun dat, gun dat, goal. Niet elke eend is een
citroen. Laat dat nu, wolkenkind, en ga eindelijk
verticaal klasseren. Zaad is gewoon dik bloed
zonder factoren, weet je nog. Voor het kielgat.
Je opent een tube componentenlijm bij het
reglement van internen, terwijl je glas knaagt –


© Marc Kregting


Uit: Marc Kregting Zoem! Evoluties. Amsterdam, Wereldbibliotheek, 2009

zaterdag 29 januari 2011

Uitgewist



MATHNAWI-GEDICHTEN




In de nacht van jouw ogen.
Geen licht geneest me, behalve de lamp van mijn lichaam.


Met welk been dans ik met je?
En alle naaj-fluiten zijn stom in mijn lichaam.

Waarom wellen de woorden op?
Waarom welt het zwijgen op... hoe wis ik dat uit uit mijn lichaam!

Alles wordt in mij uitgewist als ik word uitgewist.
Niets blijft na het uitwissen van mijn lichaam over
... ...
... ...
behalve:
mijn lichaam.


© Hassan Nadjmi


Uit: Onbereikbare Liefde - tweetalige bloemlezing van Arabische dichtkunst (red. Ibrahim Cohen, Ronald Kon en Abderazak Sbaïti), Amsterdam, El Hizjra, 1995

vrijdag 28 januari 2011

Voor als ze komen


POËZIE


Eergisteren was het oorlog
gisteren ook
en nog altijd in mijn heden
dat niet alleen van mij is

geld sluipt rond over de wereld
betaalt zichzelf met oorlog

oorlog mag zijn naam niet dragen
noemt zichzelf defensie

poëzie is het struikgewas
waarin ik me verberg
als de soldaten komen
in hun gierende tanks


©
Remco Campert


Uit: Remco Campert Een oud geluid Amsterdam/Rotterdam, De Bezige Bij-Poetry International
- Gedichtendagbundel 2011, (thema "Nacht"), verschenen ter gelegenheid van de XIIe Gedichtendag, 27 januari 2011

Vrijwillig




EEN JAS


Ik maakte van mijn lied een jas
met manchetten en met kragen
van legenden en van sagen,
en alles precies pas.

Tot de dwazen hem grepen
en hem in ’t openbaar droegen
als hadden ze hem gemaakt.

Al scheurden ze hem aan repen,
ik liep met het grootste genoegen
vrijwillig naakt.



© W.B.Yeats





- vertaling uit het Engels: Jaap Blom -


Muurgedicht in Leiden sinds 1995, Lange Mare 31-33

Haperend


OUDERDOM

Ik oefen als een jonge vogel op de rand
van ’t nest, dat ik verlaten moet
in kleine haperende vluchten
en sper mijn snavel.

© Vasalis

Uit: M.Vasalis Verzamelde gedichten Amsterdam, Van Oorschot, 2006

Franse kaas


MATERIALIST


Vandaag heb ik de flessen van drie weken geleden,
je laatste verjaardagsfeestje, weggebracht.
Op de stoep zijn er per ongeluk of expres
een stuk of zes kapotgegaan. Ik heb geveegd. Ik was toch
aan het boenen, dingen voor je aan het netjes maken.
Ik heb de kast met foto's aangewezen, die gaan
met je ouders mee. Er is nog Franse kaas die je
te veel had ingekocht, die vind ik vies, maar de vla
is bijna op. Wat ik met de sleutel moet dat weet ik niet.

© Vrouwkje Tuinman



Uit: Vrouwkje Tuinman Wat ik met de sleutel moet Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2011

Twijfelaar


DICHTER GROET 'S MORGENS DE DINGEN



Dag kruk, dag zeikerds, dag café,
hé fiets, ha slot, ga nou eens open,
juist. Zeg voorwiel, blijf eens recht,
o handen hou dat stuur nou vast,

dag schots en scheve sterrenbeelden,
vlieg toch niet zo snel voorbij,
dag harde koude kinderhoofdjes
blauwgroen in mijn ribbenkast -

ha die voordeur, leeg portiek,
hoi trap, daar kom ik, stommel stommel,
antwoordapparaat vol ruis,
we zijn weer thuis. Dag twijfelaar,

wat ben je koud en leeg
zo zonder haar.


© Ingmar Heytze




Uit: Ingmar Heytze Alle goeds, Amsterdam, Podium, 2001

donderdag 27 januari 2011

Mijn brood



Ik heb u geschonden
om u te helen
ik sloeg u wonden
om mijn brood
met u te delen
om u te dichten
sloeg ik u lek
ik uw dichter


 - Paul Rodenko (1920-1976)

Taal



De taal van de dichter is die van de gemeenschap,
welke die ook moge zijn

- Octavio Paz


Bij twijfel


WAAROM SCHRIJF IK




Ik schrijf omdat ik wil schrijven
dat ik gelukkig ben.

Op een dag zal het zover zijn
en zal ik schrijven -
met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden,
en met rode oren en rode wangen;
ik ben gelukkig.

Als ik daarna ooit nog twijfel
en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij
of zelfs reddeloos verloren,
kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:
gelukkig.



© Toon Tellegen



Uit: Toon Tellegen Gewone gedichten, Amsterdam, Querido, 1998

Vooruitgang



De tijd kan vooruitgaan, de wetenschappen, de filosofie en het openbare leven
zich vervolmaken en veranderen - maar de poëzie blijft waar ze is.


Aleksandr Poeshkin



In kasten (XIIe Dag van het Gedicht)


In de kerken en ziekenhuizen

zag ik zuilen van licht en vingernagels van staal

en ik hield stand want ik greep de handen van mijn moeder vast.

 
 
Nu

leg ik crêpe en onderhuidse injectienaalden weg:

ik zoek de handen van mijn moeder in de kasten vol schaduw.


© Antonio Gamoneda



- vertaling: Bart Vonck -


Uit: Antonio Gamoneda (1931, Spanje) Brandend verlies, Leuven, Uitgeverij P, 2009.
Ook opgenomen in: Half engel half mens - 100 moedergedichten uit de wereldliteratuur, 
bloemlezing door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, Tielt (B.), Lannoo, 2010

Zolder



Poëzie is voor mij het verhaal

Dat men mij vroeger vertelde
Van een man die op zijn zolder
een vliegtuig van beton gebouwd had
En trots tegen iedereen zei
Dat het wel kon vliegen
Maar niet door het dakraam kon


© Rien Vroegindeweij



Uit: Rien Vroegindeweij Een vliegtuig van beton Amsterdam, De Bezige Bij, 1973

woensdag 26 januari 2011

Hoge hoed


WERKTAFEL




Iedere morgen knispert moed
iedere morgen trek ik het rolluik op
schakel mijn antwoordapparaat in
slijp potloden van de supermarkt
en zet mijn bokkepruik op

het begint met contramine
elk woord mort op de schroothoop
alles is toch al gezegd?

muisstil wachten in mijn chaos
blocnotes, fopneuzen, rouwkaarten, plakband
koffiedik, scheermesjes, boeken over Zenboeddhisme
cassettes met Miles Davis, Mussolini, Erik Satie
zoemende wespetailles, pendules die luid
slaan, smeltkroezen en 1 hoge hoed

listig ontstaat een gedicht



© Jaap Harten



Uit: Jaap Harten Wie beweegt er nog in het mausoleum? Amsterdam, Contact, 1993 (2e dr.)

Dictaat aan Dante


DE MUZE




Wanneer ik 's avonds wacht of zij zal komen,
Dan hangt het leven, lijkt het, aan een draad.
Wat maal ik nog om roem, jeugd, vrijheidsdromen
Als zij met haar schalmei daar voor mij staat.

Daar is ze. Met haar sluier teruggeslagen,
Kijkt ze mij aan met onverholen blik.
'Was jij het die aan Dante,' zal ik vragen
'De Hel dicteerde?' 'Ja,' is 't antwoord. 'Ik'.



© Anna Achmatova




- uit het Russisch vertaald door Margriet Berg en Marja Wiebes -


Uit: Het zesde zintuig - gedichten van Anna Achmátova, Nikolaj Goemiljov en Osip Mandelstam. Leiden, Plantage, 1997.


MUZA

Kogda ja noč'ju ždu ee prixoda,
Žizn', kažetsja, visit na voloske.
Cto pocesti, cto junost', cto svoboda
Pred miloj gost'ej s dudockoj v ruke.

I vot vošla. Otkinuv pokryvalo,
Vnimatel'no vzgljanula na menja.
Ej govorju: "Ty l' Dantu diktovala
Stranicy Ada?" Otvecaet: "Ja".


- Anna Achmatova

dinsdag 25 januari 2011

Bewaar mij


INERTIE




Het moet gezegd.

Hier, met al mijn plichtsgevoel, mijn achterste
Vastgeroest in een versleten keukenstoel,
Hier laat ik mijn gezichtsverlies geruisloos
Als een zwarte keisteen door je handen rollen
Ginder. Ik krijg ons niet uit mijn bek.

Gooi mij niet weg.

Bewaar me. Stuur me mijn adres. Gooi me terug.
En kom ik niet als vroeger uit de tweelingster
Van je handen gevallen, dan ben ik zestig jaar
Een gitten dondersteen geruisloos ingeslagen hier
In een versleten keukenstoel.

Ik moet gezegd.



© Leonard Nolens



Uit: Leonard Nolens Een fractie van een kus Rotterdam/Amsterdam, Poetry International/Querido, Gedichtendag 2007 

dinsdag 18 januari 2011

Matrijzen


Matilda is mooi.
Ze schuift aan tafel
als een kat, geeft een lik
van haar lijf om
jaloers op te zijn.

Ik zou mijn handen willen kneden
om haar heen tot de matrijzen
van haar lichaam en het mijne
herscheppen naar haar beeld. IJdel,
ik bleef een beeld en zag haar
wegglippen met mijn adem.

Wees dan zoals de
meisjes van het museum
voor mij. Voor mijn part
zit je de hele tijd onbeweeglijk
met je rug naar mij toe, maar
wees dan toch met je rug
een belofte voor mij, voor gauw
of voor later, wie weet
een leugentje om bestwil maar
wees dat dan toch voor mij.


© Jo Govaerts


Gedicht van Jo Govaerts in De Brakke Hond, 8ste jaargang, Antwerpen 1991

zondag 16 januari 2011

Afstand



MIDDAGHITTE
(2)
[ZEΣTO MEΣHMEPI]



Middaghitte
Je laat onopgemerkt voorbijgaan
Dingen die zonder jou
Wereldschokkend zouden lijken.
Ik liep er vlak langs. Ging weg. Op reis.
Ver weg dezelfde stad in.
Verwijderde mij van wat ik graag
ontmoeten wilde.
Gewikkeld in de bruine mandorla van smog.
Met mijn geest vol frisse vleselijkheid
Die niets wenste te begrijpen.
Het is de afstand die ontmoetingen brengt.
En een mens bemint altijd
Wat hij het minste begrijpt.
Want wat hij begrijpt is
Is minder dan de mens.
En het minnen niet waard.



©
Yánnis Patilis



- uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda -


Uit: Aanslag op het zwijgen - zes Griekse dichters (op Poetry International, Rotterdam)
Groningen, Chimaira Publishing, 2002

vrijdag 14 januari 2011

Vers wrak


DE POOLSE KLUSSER





Als ik 's ochtends naar de lucht kijk
en op mistige dagen de omgeleide
vliegtuigen hoor denk ik aan
de dag dat

de paarden rondjes renden rond
een vers wrak in het weiland
van mijn ouders.

Mooi was dat om te zien –
een dampend wrak en
de paarden daar

omheen als vrolijke kleuters
op een schoolplein.



© Wim Brands



Uit: Wim Brands Neem me mee, zei de hond Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2010

Watervlak



STUWMEER



Toen de dam klaar was
begon het water te stijgen.
Kilte ving aan in de berg-
wand. De bomen begrepen
niet hoe zij stikten in wat
hen lief was. Vissen kwamen
te zwemmen in de wijngaard.


Schreeuwend breken mijn kinderen
het gladde watervlak. Ik wil
hen roepen: acht niet de pijn
van tekort, maar vrees de on-
keerbare kracht van teveel, hoor
mij, hoe ik roep, hoe ik keihard zwijg.


Zij maken fonteinen en regenbogen.
Zij lachen en luisteren niet, daar
aan de bovenkant van de diepte,
aan de overkant van de tijd.



© Anna Enquist



Uit: Anna Enquist Soldatenliederen Amsterdam, De Arbeiderspers, 1991

woensdag 12 januari 2011

Gestolen


GELUK



Mama, waar heb je het geluk
gelaten? Ik had het hier
neergelegd en nou is het weg!

Je zult het wel ergens hebben laten
slingeren of het is gestolen of
misschien per ongeluk weggegooid.

Wie zou mijn geluk willen stelen?
Wie niet?



© Ted van Lieshout

Hou van mij



Uit: Ted van Lieshout Hou van mij  Bijna alle gedichten 1984-2009,
Amsterdam, Leopold, 2009

dinsdag 11 januari 2011

Onzichtbaar stuur


DE WEG EN ZIJN JUKE-BOX




In het geknars van de wielen,
want alleen wielen
draaien subliminaalsgewijs
de zwengel van de autosnelweg,
want alleen zij
meten de uitrekbare zachtheid ervan,
duizelingwekkend verlengd op een onzichtbaar stuur!

In het geknars van de wielen,
want alleen zij
rollen om dat onzichtbare stuur
het lange haar van de autosnelweg,
zodat de wielrijders nooit meer verdwalen
in een bocht in het kapsel ervan!

Want alleen de buurtmeisjes
vatten post op de hoofdweg,
halen met hun plakkerige tongen de munten
uit de parkeermeters
en terwijl ze zwengels verbuigen
als op een reusachtige ringweg,
spuwen ze die naar de roos,
in oude jukeboxen!

Want alleen de buurtmeisjes
- gek op snelheid! -
dansen verdwaasd als op een reusachtige ringweg
en verdwalen onderweg met de wielrijders.
Ja, met de wielrijders die, onder de tweesprongen van de
kruispunten,
gekweld door de amerikanismen van het octaan,
onder de wielen van de maagd van macadam, verhit,
vroegtijdig ontploffen, zonder het te beseffen.

Jawel, in een gekraak!
Ja, onder het geknars van de wielen.



© Linda Maria Baros


- vertaling uit het Frans: Jan H. Mysjkin -



In: Bunker Hill nummer 42, Amsterdam, 2008

zondag 9 januari 2011

Af!


ANDERMANS HOND


Ik ging niet wandelen met de hond,
de hond ging wandelen met mij.
Kijk, zei hij, kijk, zo doe je dat:
je snuffelt wat, je kruipt eens
onder groen, je doet daar wat je
daar moet doen, je kwispelt -
nee dat kun je niet - loopt achterna
wat vleugels heeft, je rolt je op je
ene zij, je andere zij, je ene zij,
je mond staat op de tocht, je zoekt
in woorden naar een geur, bij grenzen
naar vreemd vocht, hoort woest geroep
van groepen mens als blaffen aan,
verstaat alleen je naam
en Lig en Koest en Af.


©
Joke van Leeuwen


Uit: Joke van Leeuwen Wuif de mussen uit - gedichten en beelden, Amsterdam, Querido, 2006

zaterdag 8 januari 2011

Zonder dat


OCHTEND




Zo kalm als op een vlot van helderheid
en rust, gelegen op mijn rug
dreef ik de ochtend in, het ochtendlicht,
land, lucht en water waren één en zonder dat
er van hun eigenheid maar iets verloren ging.




© Vasalis



Uit: M.Vasalis Verzamelde gedichten Amsterdam, Van Oorschot, 2006

Tissue



Hoe wij in de handpalm neergeschreven zijn,
ik heb het nog niet grondig onderzocht.

Wel schat ik dat het om iets draadloos' gaat.
Zodra het een van ons alhier te gortig wordt,

bijvoorbeeld in de basiliek de diepdemente vrouw
die, met een tissue en een eeuwigheid te laat,

geschilderd bloed poogt weg te vegen van een houten
wreef, dan gloeit van haar, die niets meer weet,

de naam op in de palm van de hand. Die voelt,
vermoedelijk, hoe koel van lieverlee zijn vlees,

hoe weinig zijn presentia reëel nog scheelt
van onderzodenklam en onverrijsbaar zijn,

en weet: dat ik besta is dat zij streelt.


©
Willem Jan Otten


Uit: Willem Jan Otten Op de hoge, Amsterdam, G.A. van Oorschot, 2003

Om de hoek


STADSGEZICHT


De stad is vol wielen en hoeken
De huizen vol ramen en zoeken -
de mensen gaan heen en weer.
De mensen zijn vol mannen en vrouwen
en om de hoek van gebouwen
kijkt een dame in een heer.


© Pierre Kemp


Uit: Pierre Kemp Verzamelde gedichten Amsterdam, Van Oorschot, 1976

vrijdag 7 januari 2011

Reizigersgeluk


HET KARIGE MAAL



Onder de lamp aan tafel
zwijgend eten wij; onze handen
als witte vlekken komen en gaan;
onze beringde vingers achteloos
met het vertrouwde brood spelend.


Geen vreugde niets ongewoons
is er in de klank van onze
messen en vorken.

En natuurlijk weten wij niets
van het geluk van reizigers
in een avondtrein.


© Miriam Van hee


Bron: Miriam Van hee Het karige maal, Gent (B.), Masereelfonds, 1978

Geheim


LIEVERD


Lieverd moet naar zijn kamer gaan.
Moeder wil even ernstig praten
met het bezoek, met de deuren dicht,
met lieverd uit de weg. Lieverd
klompt de trap voor de helft op
en dan af, sluipt naar het sleutelgat -

ik mag alles weten van mezelf, maar
wat is ongeoorloofd schoolverzuim?
Wat zijn concentratiestoornissen? -

Op tenen sluipt lieverd naar boven
Lieverd zoekt in mams slaapkamer wel
naar een geheim dat hij begrijpt.


©
Ted van Lieshout


Uit: Ted van Lieshout Och, ik elleboog me er wel doorheen Amsterdam, Leopold, 1988

woensdag 5 januari 2011

Een spoor (hommage)



COEN
*



Ik liep door het bos,
Volgde een spoor van sneeuw.

Het leidde naar een heuvel,
Met veel rondslingerend hout.

Opeens stond ik voor een
Reusachtige wijdvertakte eik.

Ik dreigde binnendoor te gaan,
Maar ging toch buitenom.



© John Schoorl




* Eerbetoon door Volkskrantverslaggever, dichter en auteur John Schoorl aan de na een herseninfarct overleden Feyenoordvoetballer Coen Moulijn (1937-2011),
linksbuiten met een onnavolgbare passeerbeweging en bescheiden volksheld in Rotterdam en ver daarbuiten.

[Bron: Poëziewebsite DeContrabas.com van 4 januari jl.]


dinsdag 4 januari 2011

Zout dragen


ZODRA DE DOOD




Hij heeft ’s nachts staan wachten, takken
vertrapt, schimmelige bladeren op het pad.
Daar leeft hij voor, in volle lengte luisterend
aan een raam, aandachtig geritsel, behaaglijk
voor de juiste stap. Niet meteen een dans,

maar toch in minder dan geen tijd
zijn rinkelende spoor waar hij
op zachte zolen door openstaande deuren
zijn glimp laat zweven in een hoofd,
net nog niet vergruisd. Waar u ook bent,

zegt hij, het kreunen van de wind drijft u terug,
blaast u voort, krijtwit, bloot – en niemand
die uw voeten kust dan ik, ijskoud

zal ik u omsluiten, uw naam wissen, zout
naar uw slapen dragen, slijk op uw wangen,
en met u rondgaan, verder dan u dacht.



© Frans Budé



Uit: Frans Budé Blauwe rijst, Amsterdam, Meulenhoff, 2009

maandag 3 januari 2011

Zonder briefje


DOOD IN EXÁRCHIA
[ΘANATOΣ ΣTA EΞAPXEIA]



Men zei me dat je dood was. En ik vind je terug
in 't café triktrak spelend met de levenden.
Je staat vóór zelfs. Draagt ook een das.
Jij die nooit een das droeg.
Nooit naar het plein kwam.
Je altijd opsloot in dat huis
en zwijgend naar buren voorbijgangers loerde.

Ze zeiden dat je dood was. Wie moet ik geloven?
Opeens was je weg, zonder een woord te zeggen.
Zonder ook maar een briefje achter te laten.
Je luiken gesloten. De bel kapot.
De hond ontroostbaar. En het licht uit.

Ben jij 't? Ben jij 't niet? Wie moet ik geloven?
Wat is je stem veranderd.
De anderen zeggen niets. Kijken hoe je speelt.
Kijken hoe je met een glimlach de dobbelstenen werpt.
En maar wint. En maar wint.

Jij die nooit won. Altijd verliezer was.


©
Násos Vayenás


* Exárchia: kunstenaars- en studentenwijk in Athene, niet ver van het Nationaal Museum

Oorspr. in Násos Vayenás Marsveld (1974), hier uit:
Aanslag op het zwijgen - zes Griekse dichters (op Poetry International, Rotterdam) -
inleid. en vertal. Hero Hokwerda. Groningen, Chimaira Publishing, 2002

zondag 2 januari 2011

Lichter



MOMENTEN


Als ik mijn leven opnieuw zou kunnen leven zou ik in het volgende leven
proberen meer fouten te maken.

Ik zou niet zo perfect proberen te willen zijn, ik zou me meer ontspannen.
Ik zou idioter zijn dan ik ooit was, ik zou alles minder serieus nemen.

Ik zou minder hygiënisch zijn.
Ik zou meer risico's nemen, ik zou meer reizen,
ik zou meer naar de zonsondergangen kijken,
ik zou meer bergen beklimmen, ik zou in meer rivieren zwemmen.

Ik zou naar meer plekken gaan waar ik nooit was geweest, ik zou meer ijsjes
eten en minder bonen, ik zou meer echte problemen hebben en minder
ingebeelde.

Ik was een van die personen, die wijselijk en productief leefde elke minuut
van zijn leven; natuurlijk heb ik ook momenten van vreugde gekend.
Maar als ik terug zou kunnen keren zou ik proberen alleen maar goede
momenten te beleven. Verlies niet het nu.

Ik was één van hen die nooit ergens heen ging zonder thermometer,
zonder een zak met warm water, een paraplu, een parachute.
Als ik opnieuw zou kunnen leven, zou ik lichter reizen.

Als ik opnieuw zou kunnen leven, zou ik beginnen met barrevoets lopen vanaf
het begin van de lente tot aan het einde van de herfst.

Ik zou meer met kinderen hebben als ik het leven opnieuw voor me zou hebben.
Maar zoals u ziet, ik ben 85 jaar oud en ik weet dat ik aan het sterven ben.


© Jorge Luis Borges

- uit het Spaans vertaald door Robert Lemm -


Uit: J. L. Borges Het geheimschrift en andere gedichten - vierde en laatste deel van het verzamelde werk van de Argentijnse schrijver Borges (1899-1986) -

Amsterdam, de Bezige Bij, 1999




INSTANTES


Si pudiera vivir nuevamente mi vida.
En la próxima trataria de cometer más errores.

No intentaría ser tan perfecto, me relajaria más.
Sería más tonto de lo que he sido, de hecho tomaría muy pocas
cosas con seriedad.

Sería menos higiénico.
Correría más riesgos, haría más viajes, contemplaría más atardeceres,
subiría más montañas, nadaría más ríos.

Iría a más lugares adonde nunca he ido, comería más helados y
menos habas, tendría más problemas reales y menos imaginarios.

Yo fui una de esas personas que vivió sensata y prolíficamente
cada minuto de su vida; claro que tuvo momentos de alegría.
Pero si pudiera volver atrás trataría de tener solamente buenos momentos.

Por si no lo saben, de eso está hecha la vida, sólo de momentos;
no te pierdas el ahora.

Yo era uno de esos que nunca iban a ninguna parte sin un termómetro,
una bolsa de agua caliente, un paraguas y un paracaídas;
si pudiera volver a vivir, viajaría más liviano.

Si pudiera volver a vivir comenzaría a andar descalzo a principios
de la primavera y seguiría así hasta concluir el otoño.

Daría con más niños, si tuviera otra vez la vida por delante.
Pero ya ven, tengo 85 años y sé que me estoy muriendo


J. L. Borges

Geluk



Ik werd geboren
en iemand kwam aansjokken, zette een ladder
tegen mij aan en klom naar boven
met op zijn rug mijn ziel en mijn gedachten.

Het begon te regenen
en hij sprong naar beneden, holde weg
om te schuilen, riep nog over zijn schouder:
'Wees gelukkig! Wees maar gelukkig!

De zon verscheen,
maar er klom niemand meer naar boven.
Niemand legde uit hoe ik mijn gedachten
moest gebruiken,
niemand bracht schaduw,
niemand haalde de ladder weg,
niemand zei dat er niemand meer zou komen.


©
Toon Tellegen


Uit: Toon Tellegen Daar zijn woorden voor - een keuze uit de gedichten,
Amsterdam, Muntinga, 2007

zaterdag 1 januari 2011

De zon openhouden





VOOR JOU


1

voor jou
als ik je ooit zal tegenkomen
of als ik nooit in je hart
zal wachten op een brand van kussen
voor jou
ik zal de ring van trouw bewaken
ik zal de zon openhouden
ik zal de nacht strelen
voor jou zal ik de waardigheid
van de mens op aarde zichtbaar maken
en mijn bed zal wit zijn
voor jou zal ik wachten.



2

ook al zal ik je nooit zien
in je tropenpak voor de bar
tennissend in shorts of zwemmend
of paardrijdend in de duinen
ook al zal ik je nooit zien
en mijn hand die al moe is
laat vogels los van haar vingertoppen
en het wankele geluid van de straat
hangt een sluier voor mijn ogen
ik zal je nooit zien
en ik zal verder lopen
(want geen ongeluk kan ons overkomen
want ik ben toch alleen )
de nacht zal in mijn oor suizen
de wind zal lachen in mijn gezicht
de dag zal geel als een traan zijn

ik zal verder lopen


© Hans Lodeizen


Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996

Wekkerstem


VEERTIG


Memolijstje met opzet kwijtgeraakt,
bed met lavendelgeur al opgemaakt,
de bloes met kleine knoopjes klaargelegd,
afspraken voor twee dagen afgezegd.

De wekkerstem: weer wijs en veertig jaar.
Aan Rwanda gedacht, de blinde bedelaar,
de vrouw van wie een borst werd afgezet,
de bloes verkreukeld in de kast gelegd.


© Hilde Keteleer


Uit: Hilde Keteleer Al wat winter is en waar, Amsterdam, Wereldbibliotheek, 2001

vrijdag 31 december 2010

Oude schoenen


NIEUWE PAPA


Nieuwe Papa was erg stil, in zijn nabijheid leken we allemaal kinderen.
Die dag vertelde Oude Papa ons: Nieuwe Papa bestaat eigenlijk niet. Hij zei dat mijn broertje en ik te veel dromen.
Nieuwe Papa was in onze dromen, en Oude Papa behandelde ons goed, heel goed.
Nieuwe Papa droeg altijd de oude leren schoenen van Oude Papa, zijn gezicht was triest. Zijn das was oud, zijn ogen waren oud, ook zijn ademhaling was oud.
Later, toen Nieuwe Papa niet meer verscheen, was Oude Papa ook oud geworden.


© Ye Mimi


- uit het Chinees vertaald door Silvia Marijnissen -

Tong van de tijd


ER IS


Er is
een seconde
zoek.

De tijd
is op
de pijnbank gelegd.

De tong
van de tijd
is losgemaakt.

De tijd
heeft geschreeuwd.

De tijd
is geslagen
getrapt
en vernederd.

Ze hebben
de tijd
voor het voetlicht
gebracht
en het geweten
stond in brand.

Maar
er is
en er blijft
een seconde
zoek.


© Jan Arends


Uit: Jan Arends Vrijgezel op kamers (herz. en uitgebr. ed.), Amsterdam, de Bezige Bij, 2003

Smeltende uren



eens toen ik bij de mieren
in Zwitserland woonde
hoorde ik dat de wijsheid
een bergbeek voorstelt,
klaterend uit de hemel
maar ik luisterde niet


later wachtte
ik voor de open rots
maar de uren smolten
het blauwe kristal niet


eindelijk viel
een lange regen
in mijn voetstappen.


© Hans Lodeizen


Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996

Tegels


DE GESCHENKEN




Vandaag heb ik een
warm rood bloed aangetrokken
vandaag hebben de mensen mij lief
een vrouw lachte mij toe
een meisje gaf me een schelp
een jongen gaf me een hamer

Vandaag kniel ik op het trottoir
ik spijker aan de tegels
de naakte witte voeten van de voorbijgangers
allen zijn in tranen
maar niemand schrikt
allen zijn blijven staan waar ik ze heb aangetroffen
allen zijn in tranen
maar ze kijken naar de luchtreclames
en naar een bedelares die broodjes verkoopt
in de lucht

Twee mensen fluisteren
wat doet hij spijkert hij ons hart vast?
ja hij spijkert ons hart vast
dan is hij dus een dichter




© Miltos Sachtouris



Uit: Miltos Sachtouris Het hoofd van de dichter, tweetalige uitgave - uit het Grieks vertaald door Bernadette Wildenburg en Jan Veenstra - Groningen, Styx Publications, 1993

donderdag 30 december 2010

Gordijn


ZON
DER



die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
weerkaatst. ik lees:

ik ben weg, neem niets mee behalve
de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
de smaak van je lippen. de hond

op straat leidt me
af en ik staar naar het raam, nooit zag het ochtendlicht
er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

het was de eerste keer dat het niet opbollend
in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
me goedemorgen zoende.


© Sylvie Marie


Uit: Sylvie Marie Zonder. Antwerpen/Amsterdam, Vrijdag-Podium, 2009

Achterwaarts



T-SPLITSING


van twee kanten kwam ik aangelopen;
kan alleen nog maar rechtdoor.

van de bedenktijd vouw ik een vogel
met een grotere spanwijdte dan de bedenktijd
en na dat gezichtsbedrog moet ik rechtdoor.

had ik een echoput gevouwen,
een hart vol wensen,
een vat vol nee-zeggerij,
en het antwoord was me niet bevallen,
wat had ik mogen doen?

het bed delen met een negenenveertigjarige vrouw.
of ze is nog zeventien en hoe moet het dan?

misschien kan ik het herschrijven
tot rug tegen de muur
en dat ik alleen nog maar achteruit kan:

een oplossing als voor een kat
die in de muur een kattenluik ontdekt
en er achterwaarts doorheen stapt.


©
Bas Belleman


Uit: Bas Belleman Hout, Amsterdam, Uitgeverij 521, 2006

Opluchting


O niet in staat te zijn te kiezen
tegen de pijn of voor de opluchting
van het verliezen


© Elly de Waard



Uit: Elly de Waard Afstand, Amsterdam, De Harmonie, 1978

Nieuws


ALWEER EEN JAAR



en elke negentiende september
- het wordt alweer bijna vier jaar,
wat is de tijd toch snel voorbijgegaan -
zal ik haar weer moeten vragen
of er nog nieuws is,
of er al iets bekend is.

en zij dan: nee hoor, dank u wel,
bedankt voor uw belangstelling,
terwijl haar ogen almaar blijven zeggen
wat ze mij die eerste keer
zonder woorden zeiden
- dat is nu bijna drie jaar geleden,
hoe is het mogelijk -
nee hoor, dank u wel,
bedankt voor uw belangstelling,
maar ik ben geen weduwe,
kom niet dichterbij,
je hoeft nergens op te zinspelen,
ik zal niet met je trouwen,
ik ben geen weduwe,
nog niet.


© Ariel Dorfman



Uit: Ariel Dorfman Verdwijnen - vertaling Eric Gerzon - Amsterdam, De Populier, 1985

woensdag 29 december 2010

Gekapseisd



morgen valt de zee achterstevoren
drinkt eb vloed
vaart zonder aankondiging
de hemel los

blijven we achter op het zand
engelen zonder draad
engelen zonder passe-partout
andersdenkend

morgen draait de wind
zonder mededogen
kapseist drijfhout
niets grandioos voor de boeg

blijven we achter op het zand
met geschilde lijven
dijen bezoedeld
monden gedregd



© Gerry van der Linden



Uit: Gerry van der Linden Glazen jas. Amsterdam, uitg. Nieuw Amsterdam, 2007

Dovenetel


EEN KLAAGLIED


Achter de westelijke weilanden
bij de grenzen van het dorp,
De Drie Witte Palen en Het Witte Huis,
kwamen ons op de Endegeesterstraatweg*
in den treure krankzinnigen tegen.
Zij liepen met spaden en wagens
dingen te doen die niemand begreep.
Zij waren niet kwaad, was ons verteld
door bewakers, zij waren niet goed
bij hun hoofd, daarom waren zij kaal.

Soms staken zij door de afrastering
van het gesticht ons dovenetels toe
met het verzoek ze te vullen, hetgeen
ons wonderlijk voorkwam en daarom
konden we het niet. Terug in het dorp
hoorden wij hen 's avonds hard huilen.


© Redbad Fokkema



Bron: R.L.K. (Redbad) Fokkema [1938-2000] Elke dag is de eerste, Amsterdam, Querido, 1980

* Endegeest: gesticht in Oegstgeest (Z.-H.)

Ongeloof


NIEUWJAARSKAARTEN IN DE VIJFTIGER JAREN


Voor het laatst vertoonde zich de goudkleur
van ikonen en middeleeuwse schilderijen op
wenskaarten uit de vijftiger jaren: laatste
opleving van de beslotenheid en het geluk.

Nog eenmaal spanden mensen als een rendier
natuur voor hun ar: breng ons verder! Breng
ons door de poort van het stervende jaar! Ja
hoefijzers en klavertjesvier, zilverglitter,

reikten postbodes aan in de sneeuw. Eeuwig
stormden klokken aan in de lucht, schijnsel
viel uit kerkjes. Zoete landschappen ademden

geur van vanille uit. In de zandwegen hoog-
stens karresporen; blijde vinkjes laag op hun
tak. Ongeloof stortte neer op 't ganzenbord.


© H.H. ter Balkt


in: Tirade, jaargang 1993

maandag 27 december 2010

Tijdloos


Op andere dagen loerde de zon door de stoffige ruiten.
Om te zien hoe laat het was. Maar er was geen klok


Charles Simic




- Schone regels, Rotterdams vuilniswagengedicht -

zondag 26 december 2010

Golven


HET STRAND VAN DE KINDERJAREN. IK HIELD
MIJN HART
aan de borst van de zee. De korrels metselde ik
tot dromen en kastelen aaneen, mijn glimlach
de mortel. Maar de golven leefden zo snel

© Yvonne Né



Uit: Y. Né Dun land - gedichten en tekeningen, Amsterdam, de Bezige Bij, 1994.

Ook opgenomen in: Y. Né Hier mag niets af zijn - verzameld werk t/m 2005, Breda, De Geus, 2009

zaterdag 25 december 2010

Met mijn handen


BLUES II
[Aceste bluesuri impregnate]


Deze bluesgedichten doordrongen van de geur van papier
van de gitaar van Paco de Lucia en van
jouw kracht je te verschuilen achter een clownsmasker
zijn precies wat ik me nu heb voorgenomen
niet meer, maar ook niet minder
in een gelijkmatig en toch onheilspellend ritme
van steeds geraffineerder vleselijke genoegens toen
het welriekende haar op je borst vermengd met sigarettenrook
me een moeilijk te beschrijven beneveling van de zintuigen bezorgde,
en toen ik omzichtig afdaalde over de middellijn,
ik bedoel die bruinige lijn van jouw buik
had ik kunnen stuiten op een kuil, een meer, een put
maar ik botste op een in de natuur omgevallen toren,
zo dikwijls ontmoet en zo weinig voorspelbaar
in zijn weerspannigheid, dat ik naar adem snak.
ik streel je schedel, je handen en zelfs je lange ranke voetzolen,
ik streel je huis, de kleurloze, bijna zwarte bloem voor het raam,
je doffe blik van een zieke die niet weet hoe ziek hij is,
ik streel ze zonder hartzeer, zonder verspilling, zonder afgunst
hoewel ik misschien niets van dat alles heb
maar eerder met een bezorgdheid die
het uitdagende gevoel van verlangen kan vervangen
en de hartstocht van de dingen die na een brand zijn overgebleven,
het geweld van het bezitten, want men zegt dat seks gewelddadig is
en zelfs dit uiteinde van de wereld
vanaf nu verloren voor minstens honderd jaar zo niet voorgoed,
ach, en jouw haan stapt met mijn voetzolen,
en jouw trompet speelt met mijn lippen
en jouw minnaressen vrijen met je met mijn handen.


© Angela Marinescu


- uit het Roemeens vertaald door Jan Willem Bos -




Met dank aan Meander, literair e-zine, en het letterentijdschrift Deus Ex Machina


Zie ook eerder op dit weblog:
http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2009/11/landkaart.html

Ontwortelde namen



THEBE


Die ochtend gingen we naar Père Lachaise.
We dronken koffie in Café Rond Point
en staken bij het stoplicht over:
wie grafwaarts gaat wil er niet aan.
Wat ingestort was vonden we het mooist.
Jij nam wat foto's: een gebroken zerk
met scheefgezakte zuilen, terwijl ik Thebe
schreef, de dood een stad vol heimelijk leven.

Een boom had zich genesteld rond een
steen, een naam omworteld, overschreven,
alsof dat hooguit breeduit bleef van
wie ooit stam zei, takken, blad.

We keken in een onafzienbaar gat en
spraken over dàt. Ik zou niet treuren
op je graf zei je, dat kan ik niet, ik zou
je missen, missen zou ik je.


©
Hester Knibbe


Uit: Hester Knibbe Een hemd van vlees, Baarn, De Prom, 1994

Staatsgreep



Ik ontwaak in een land waarin

de verliefden de macht hebben overgenomen.

Ye Mimi




- Schone regels, Rotterdams vuilniswagengedicht -

vrijdag 24 december 2010

Ster


KERSTLIED VAN DE SUPPORTERS


We waren van 't voetbal teruggekeerd,
we hadden een treinstel verruïneerd
en we liepen nog wat door de angstige stad
en toen riep er eenje: Hé! Zie je dat!
Daar is verdomme
een ster gekomme!

Toen riep er een ander: 'Heremejee,
dat is een nieuw geintje van de ME:
nu jagen ze ons weer op de vlucht
met helicopters, hoog in de lucht,
en er zijn honden
aan vastgebonden.'

Maar je hoorde geen motor, het bleef zo stil,
en min of meer tegen onze wil
liepen we mee met die zwervende ster
en Japie zei nog: ik zie al van ver
waar die ster heengaat:
'Tweede Jan Steenstraat.'

Een dronken kerel zong er een lied:
'Driehoog achter is het geschied.'
En hij had gelijk in zijn dronkenschap,
dus wij liepen over een donkere trap
zachter en zachter
naar driehoog achter.



© Willem Wilmink



Uit: Willem Wilmink We zien wel wat het wordt - liedjes voor kinderen in de groei,
Amsterdam, Bert Bakker, 1985

Licht


WENS



Als de mens een moeder had
die hem opneemt aan het einde,
zoals een moeder hem weggaf
aan het begin,
hoe licht zou de dood zijn.


© Heinz Kahlau



Uit: Heinz Kahlau (1931, Duitsland) Blanke man, een selectie uit de poëzie van H. Kahlau -  in de vertaling van Geert van Istendael en Koen Stassijns - Antwerpen, Epo, 2002.

Ook in: Half engel half mens - 100 moedergedichten uit de wereldliteratuur, bloemlezing door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, Tielt (B.), Lannoo, 2010

donderdag 23 december 2010

Kraambezoek


BETHLEHEM



We stonden nietsvermoedend in de stal,
toen kwam dat jonggehuwde stel er aan
en was er prompt een zuigeling geboren.

Er werd kortom, van alles aan gedaan
om onze nachtrust grondig te verstoren.
Het kraambezoek gedroeg zich niet beschaafd.

Er waren herders met hun toebehoren.
Uitheemse types kwamen opgedraafd
en engelen… het leek wel carnaval.

Wij dieren zijn toch altijd weer de klos
Wie komt er ons bevrijden?

Ezel
Os


©
Drs. P


Uit: Toenemend feestgedruis – De beste gedichten van Drs. P, samengesteld, bezorgd, ingeleid en toegelicht door Cees van der Pluijm. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2004

Ontsnapping



EEN MAN IS MAAR EEN KLEINE MAN


Een man is maar een kleine man.
Hij valt in slaap,
zijn mond valt open,
zijn dromen ontsnappen hem zonder spoor.

En 's ochtends niemand die zeggen kan
welke naam er op zijn lippen lag,
welk gezicht hij daarbij amper trekt.
Hij neemt zijn lege koffer en vertrekt.
Mensen zeggen naar zijn werk.


© Jo Govaerts

Uit: Jo Govaerts Apenjaren, Leuven (B.), Van Halewyck, 1998

De strengheid van zeep



ERFENIS



Ik ben van je lichaam, ik ben je zo kwijt.
Ik weet niet of wij elkaar ooit omarmden.
Je sloeg, je was het bevel van een ander.
Ik heb van jouw handen geen enkel bewijs.

Soms ruik ik je schort, maar zonder geheim,
De strengheid van zeep en opgelegd voedsel.
Wij waren met zeven, wij deelden de moeder
opdat geen van ons ooit de liefste zou zijn.

Ik ben van je lichaam, ik ben het vergeten.
Ik oefen mijn mond in ‘lieveling’ en ‘schat’.
Naast mij ligt een vrouw, even boos, even teder,
even ver van mij af.

© Charles Ducal




Uit: Charles Ducal Moedertaal, Amsterdam, Atlas, 1994

woensdag 22 december 2010

Alles nog


TREINREIS





Te wachten op de trein, uiterst moeizaam
over de grijze brug, een gele bloem springt
open, helder in een draai, en valt niet om.

De bloei is een begin, de trein loopt prachtig
binnen, is een engel, strijkt langs de perrons.
Om niet te verdwalen stappen we in, jij,

bedachtzaam, tilt je koffers, probeert opnieuw
een brede lach. En staart. Breekt het landschap in,
regen slaat het raam, rechts een huis gegeseld –

zag je dat, een tuinschuur klapte open, er golven
hagen op de wind. Onvermoeibaar kuiert
de landweg, wegen binnendoor, staat

onverwacht een ladder, glimmend, hemelhoog.
Scheert een flits van een signaal – dat er iets is,
langzaam voortduurt, en alles nog te gaan.



© Frans Budé



Uit: Frans Budé De trein loopt prachtig binnen, Amsterdam, Meulenhoff, 2003

dinsdag 21 december 2010

Wachten



OP SPOORWEGSTATIONS

(Na kolejowych dworcach)

 

Er zijn oude dwaze vrouwen
die in een bundeltje op de rug
hun hele hebben en houden dragen.

Zwervers die in elkaar gedoken
nachtenlang zitten op spoorwegstations.
Zieken die in het ziekenhuis wachten
op hun laatste operatie.

En ik heb zoveel tijd verdaan
met jou.

© Anna Świrszczyńska



Uit: Heb medelijden, tijd - Poolse poëzie van de twintigste eeuw.
Samengesteld en vertaald door Karol Lesman. Leiden, Plantage, 2003

Zeehemel


DE DUIF HEEFT ZICH VERGIST

(Se equivovo la paloma)


De duif heeft zich vergist.
Wat een vergissing.

Ging ze naar het Noorden, kwam ze in het Zuiden.
Dacht dat het koren water was.
Wat een vergissing.

Dacht dat de zee de hemel was
en de avond de ochtend.
Wat een vergissing.

De sterren dauwdruppels
en de hitte sneeuw.
Wat een vergissing.

Dat jouw rok bloes was
en je hart haar huis.
Wat een vergissing.

(Zij ging slapen op het strand.
Jij boven op een tak.)


©
Rafael Alberti


- uit het Spaans vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu -


In: 500 Gedichten die iedereen gelezen moet hebben - de canon van de Europese poëzie,
samenst. Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries. Amsterdam, Meulenhoff, 2008

maandag 20 december 2010

Verzoek


Midden in de nacht vroeg hij om de zon

Jean Tardieu





- Rotterdams vuilniswagengedicht -

vrijdag 17 december 2010

Zuidenwind



BABY


Je naaktheid is mij als de Lente
broos, uitnodigend tot strelen

als op een schilderij van Sandro Botticelli
door de Zuidenwind

je naaktheid is mij als de roze blos
op Christus’ andere wang…

Jij, kinderlijkste onder alle vrouwen

Jij, onnozele
die denkt… een Engel te hebben gezien

En dat je… zwanger bent van God…!

Baby, het kindje dat je wiegt in je armen
en dat ruikt als een bosje rode rozen
en kleine slaapgeluidjes maakt

is toch heus van Jozef, de klusjesman uit Bartlehiem

Ooit zal het de Elfstedentocht uitrijden, misschien…

Maar de wereld verlossen
van
armoede, honger, oorlog, broeikasgassen?

Dat wordt klunen, Baby !

Levenslang!


© Manuel Kneepkens


december 2010, kerstgroet