zaterdag 25 juni 2011

De zomer rondbrengen





de vader die zoals verwacht niet terug
kwam de moeder bracht de zomer rond in
haar merelzwarte dracht de dochter vond
een bruidegom die legde haar om kreeg
levenslang tot het mes van zijn celgenoot
bij een ruzie door zijn long heen schoot
die man schoor later gedwee zijn hoofd
daarmee maar sindsdien zingt hij te hard
en wipt hij veel te snel wanneer vannacht
de plas bevriest dan komt daarop een vel



© Herta Müller



Uit: Herta Müller De rokkenjager en diens bijdehante tante - collagegedichten,
uit het Duits vertaald door Ria van Hengel - Breda, De Geus, 2011

vrijdag 24 juni 2011

In haar richting


BRIEFJE




Briefje geschreven.
Tot een propje gedraaid.
Achter de rug van de leraar.
In haar richting gemikt.


Karin zien knikken.
Briefje in haar hand.
Gelezen dat ik vroeg:
‘Schat, loop je nu met mij?’


Warm en rood geworden.
Van zenuwen pukkel opengekrabd.
Karin verdomme.
Briefje was voor Els bestemd.



© Gil vander Heyden


 
Uit: Jan van Coillie Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn, bloemlezing,
Averbode (B.)/Apeldoorn, uitg. Altiora, 1996

zondag 19 juni 2011

Niets gebeurd


THUISKOMEN



zullen ze wat zeggen
en wat zullen ze zeggen
als ik de deur door kom
wat zie je er uit
je bent ver weg geweest
of zullen ze niets zeggen
en alleen maar kijken
of niets zeggen zelfs niet kijken
maar doorgaan met doen
net of er niets gebeurd is

hier ben ik dan
hun vriendelijke vreemdeling
ik spreek de taal der mensen
hoe is het weer
het is weer ja
het is weer nee
het is weer mooi weer
buiten



© Mischa de Vreede



Uit: Mischa de Vreede Met huid en hand, Amsterdam, uitg. mij. Holland (Windroosreeks), 1959.

Poëziedebuut  met o.a. het gedicht Een jong meisje droomt, dat in het jaar van publicatie meteen werd bekroond met de Poëzieprijs van de stad Amsterdam (sinds 1972 de Herman Gorterprijs, vanaf 2003 de Amsterdamprijs voor de Kunst ).

vrijdag 17 juni 2011

Arm afgezet


VAN DE GRIJPER



Een grijper
werkeloos en
groter
dan het klokhuis
van een kathedraal
gonst
van breekbare stemmen,
het stromend woord
langs,
het roemende water
over zijn stroeve arm,
afgezet,
minder wreed
binnenwater.


© Theo Verhaar



*



VAN DE STOOMLOC


Opeengehoopt
vierkant kraakbeen
blokkeert
de knie, wars,
en bloedeloos
van het wachten,
geronnen
en geronseld
door de roetzwarte
plek, gegrond
door de vertraagde
stoomloc,
die het gewricht
ontsluit.


© Theo Verhaar







 
Uit: Theo Verhaar (Rotterdam, 1954-1999) Alle gedichten, verzameld werk, Amsterdam, De Harmonie, juni 2011


Minuscuul op de achtergrond van de omslagfoto:
Theo Verhaar tussen de tanden van een grijper

woensdag 15 juni 2011

Scharnieren


toen ik de avondtrein miste zei ik tegen

de stationschef ik ga even op de bank
liggen hij zei mij best en bedreven
inspecteerde hij bij de spoorbomen de
geoliede scharnieren zijn klavieren
leken op de voorpoten van grote honden
die de watertorens mijden uit angst voor
hun lange schaduwzijden hij wilde weten
of ik aan mijn broer in de gevangenis
dacht ik vroeg ken je die dan hij zei
toevallig het was
onverwacht


© Herta Müller




Uit: Herta Müller De rokkenjager en diens bijdehante tante - collagegedichten,
uit het Duits vertaald door Ria van Hengel - Breda, De Geus, 2011

Landschap


XXIII





Jouw sporen, daar, in het bed, terwijl je naar de wasbak gaat. In de poriën, druppeltjes zweet. Je neemt water in je handpalm en verwijdert ze.
Terug, ga je op het bed zitten: je lichaam boven op je oude vormen. De
golven van het laken omringen je. Je hoort het gekabbel. Ondertussen
heeft je voet de plooien in de deken gladgestreken, zodat het water zich
terugtrekt. Grote bloemen bedekken nu het bed. Eén ervan gaat open: op
de rotsen, piepklein, slaapt een vrouw. Maar het landschap wordt nauwer,
de bloem gaat dicht en verdwijnt tussen de vouwen. De gil van de vrouw
weerklinkt op de muur tegenover en versplintert. Tussen de ijspegels van
cement komen grijze vogeltjes tevoorschijn, met poten van katoendraad.
Je sluit je ogen: platgedrukt door de oogleden, slaan de vogels waanzinnig
met hun vleugels en smelten vervolgens zonder spoor achter te laten. Je
hoort de bel en je voelt hoe de morgen zich om je heen oprolt.


©  Doina Ioanid



- uit het Roemeens vertaald door Jan H. Mysjkin -



Oorspr. prozagedicht nr. 23 uit Duduca di marţipan (Boekarest, 2000)

In: Doina Ioanid Het juffertje van marsepein, Rotterdam, Douane, 2011 - met vertaling en nawoord van Jan H. Mysjkin

dinsdag 14 juni 2011

Tennisschoen


‘De kinderen zijn wel geweest. Het hek staat open
en de vleermuis is weg. Ik zei, doe dat schrikdraad –
maar nee, meneer is thuis. Plant hij een vlag in een
tennisschoen, laat lopen die kraan. Wie maakt straks
de badkuip schoon. Als de lupine het redden wil en
kadetjes zijn gesmeerd. Goedbloed weet ondertussen
waar de wijkuitleen strandt. In een poncho, kan nog
beter gaan ronselen voor het vreemdelingenlegioen.
Wel. En wat zit je nou met die eend voor het raam.’


© Marc Kregting



Uit: Marc Kregting De gezel Amsterdam, Perdu, 1994

Snippers


ZOETWATERVIS

(Pesce d'acqua dolce)




Een lavarello is in Lombardije een vis die op de bodem van het meer leeft. Hij
heeft de kleine kop van wie weinig moet denken. Maar zijn vorm past zich aan de diepte aan. Zijn kleur is zilverwit. Binnen de grenzen van het koude, donkere water lijkt hij bedaard en lui.
Soms zie je hem liggen in een viskraam, het lijf bekroond met het felle rood van de kieuwen.




© Giampiero Neri

- vertaling uit het Italiaans: Ike Cialona -








DE BOOM

(The Tree)


De boom die mijn vader plantte
uit zijn tuin pak ik een bijl



en tak voor tak
breek ik de boom


en zet aan 't werk
miljoenen malle snippers,


het nachtvuur.
Alleen voor as blijf ik.


 
©  Daljit Nagra
 
 
- uit het Engels vertaald door Jan-Willem Anker -
 
 
 
Twee verzen van dichters die deze week te gast zijn op het Poetry International Festival in Rotterdam.
 
Oorspr. publicaties:
Giampiero Neri (Italië) Poesie 1960-2005, Milano, Oscar Mondadori, 2007. 
Daljit Nagra (Groot-Brittannië) Look We Have Coming To Dover! London, Faber & Faber, 2007.
 

Vertalingen hier uit festivalthemabundel: Chaos & Orde, Poetry International 2011,
Rotterdam juni 2011

vrijdag 10 juni 2011

De plek die ik ben




Leg je hand op mijn voorhoofd en zeg mijn naam

zodat ik ook deze dag veilig doorkom


Doina Ioanid - Roemenië (vertaling Jan Mysjkin)







Het was langzaam, als een kus van niemand.


Øyvind Rimbereid - Noorwegen (vertaling Roald van Elswijk)







Als je goed kijkt, kijk dan, is daar de
onzichtbaarheid voor wie haar willen zien.


Eduardo Espina - Uruguay (vertaling Mariolein Sabarte Belacortu)







De eenzaamheid komt tegelijk met de buurvrouw
van vijf hoog


Doina Ioanid - Roemenië (vertaling Jan Mysjkin)







Verbazend hoe er genezing is
in de lente


Erín Moure - Canada (vertaling Samuel Vriezen)







Sinds je vertrok ben ik aan het regenen op de weg


Daljit Nagra - Groot-Brittannië (vertaling Jan-Willem Anker)







zijn jullie een boom in bloei?
van welke bloem zijn jullie?


Eugène Savitzkaya - België (vertaling Rokus Hofstede)







panikeer noch breek je heup,
spuw geen puree naar personeel


Les Murray - Australië (vertaling Maarten Elzinga)







Maar wat als ook het doel beweegt,
moet je dan niet, om het te bereiken, ter plekke
blijven?


Ann Cotten - Duitsland/VS (vertaling Erik de Smedt)







Alles wat je door eigen geweten laat gaan, klopt
op de maat van je hartslag


Serhij Zhadan - Oekraïne (vertaling Eric Metz)








verbindt wie zoekt
met wie liever niet herkend wil worden


Giampiero Neri - Italië (vertaling Ike Cialona)







ik heb de hele keuken opgegeten
ook het vuur         en dat is niet fijn


Yan Jun - Volksrepubliek China (vertaling Audreij Heijns)







In het glas zie ik ook zonder bril goed.


Ion Mureşan - Roemenië (vertaling Jan H. Mysjkin)







zelfs het verleden kwam voorbij
over de stoep aan de overkant


Eduardo Espina - Uruguay (vertaling Mariolein Sabarte Belacortu)







Voorlopig leer ik de dieren springen
over de rotsen.


Armando - Nederland







Voor een kus verkwijnen bij knoeierig handwerk
jullie mild menselijke trekken.


Ann Cotten - Duitsland/VS (vertaling Erik de Smedt)







Elk van ons heeft de waarheid
Maar niemand bezit de werkelijkheid


Nazih Abou Afach - Syrië (vertaling Kees Nijland en Asad Jabar)







je bereikt de plek die ik ben


Amina Saïd - Tunesië (vertaling Maarten Elzinga)









Er zijn grenzen aan taal
Om te zeggen wat de boom deed.


Robert Hass - Verenigde Staten (vertaling H.C. ten Berge)










Meer dan twintig dichters uit de hele wereld zijn komende week live te zien en te horen op het 42ste
Poetry International Festival in de Rotterdamse Schouwburg,
van 14 tot en met 19 juni.

donderdag 9 juni 2011

Arie & Faas


VADERDAG




We liepen door de Lijnbaan
De zon scheen stralend warm
Van verre kwam een man aan
met een koninklijke gang
Ik zag dat het Faas Wilkes was
de voetballer des vaderlands
en stootte terloops m'n vader aan
Die deed oftie 'm dagelijks zag


Toen Wilkes op gelijke hoogte kwam
groette hij met geheven hand
'Ha die Arie...' 'Ha die Faas...'
Verbaasd keek ik m'n vader aan
Kende Faas Wilkes hem bij naam?
Ja wie kende Faas nou niet?
Daar was toch niks bijzonders aan?
Waarom hadtie mij dat niet verteld?
Waarom wél? Omdat elke vader dat
had gedaan! Hij was elke vader niet


Zwijgend vervolgden we ons weg
Er werd niet meer van gerept
Maar Wilkes zei m'n pa gedag
Dat pakte niemand mij meer af



© Jules Deelder



Uit: J. A. Deelder Ruisch, Amsterdam, De Bezige Bij, 2011

woensdag 8 juni 2011

In drie ploegen


op een keer regende
het melk op het huis

in 3 ploegen kwamen
alle katten drinken
de magere op de arm gedragene de
spitsneuzige die met slim genoegen
de hemel als privébezit in hun kop
droegen de verslagene de begravene
maar tevreden geworden
met de jaren – en overreden met
granaatrode poten waren de bulgaren
verreweg de mooiste van alle katten
in de dakgoten




© Herta Müller


Uit: Herta Müller De rokkenjager en diens bijdehante tante, een bundeling bijzondere collagegedichten van een Nobelprijswinnaar - uit het Duits vertaald door Ria van Hengel -
Breda,  De Geus, 2011.
Oorspr. titel Die blassen Herren mit den Mokkatassen [München, Carl Hanser Verlag, 2005].

Herta Müller, oorspronkelijk afkomstig uit Roemenië, ontving in 2009 de Nobelprijs voor Literatuur. 


Niet eens helemaal



Slap van de lach hangen wonderen over tafel,

niet eens helemaal uitgevouwen



Anne Vegter




- Schone regels, rondrijdend Rotterdams vuilniswagengedicht -

dinsdag 7 juni 2011

Speelvuur


MASKERS



De man die vrolijk met zijn masker speelde
Totdat het uur sloeg dat zijn waar gelaat
Muurvast één leven met zijn masker deelde:
Als kind al maakte dat verhaal me kwaad.

Zoiets was zuur. Straks, als ik groot zou zijn,
Zou ik bewijzen dat het anders kon:
Dat ieder masker veilig, zonder pijn,
Weer van je hoofd kon, als een capuchon.

En lang heb ik daar heilig in geloofd.
Op niets bedacht hield ik mijn aard verborgen
Opdat die, als mijn speelvuur was gedoofd,
Zuiver zou blijken als de eerste morgen.

Nu ben ik oud, alleen om te erkennen:
't Verhaal is waar. Het masker gaat niet af.
Het is alsof je aan de hel moet wennen.
Het is alsof je kijkt in een leeg graf.



© Gerrit Komrij


Uit: Gerrit Komrij Alle gedichten tot gisteren Amsterdam, De Arbeiderspers, 1999

Adem gulzig


UITGESPROKEN



praat met mij en doe dat
honderduit, vertel me zwijgend
waarover een leven gaat
hoeveel tederheid er nodig is
en adem gulzig tot het eind

spreek dit lichaam zonder
een spoor van schroom, spreek
het, spel het volledig uit
laat me duizelen breng me
in totale ademnood geef je

eindelijk helemaal bloot



© Marc Tritsmans


 
 
 
 
Uit: Marc Tritsmans Studie van de schaduw, Amsterdam, Nieuw Amsterdam, oktober 2010

Dit nieuwste werk van Tritsmans werd bekroond met de Herman de Coninckprijs 2011 voor de Beste Dichtbundel van het afgelopen jaar.

Bovenstaand vers werd op de jongste Gedichtendag, eind januari jl., door duizenden online-stemmers ook gekozen tot winnaar in de categorie het beste gedicht van dezelfde prijs.

maandag 6 juni 2011

Even geen zon



al dat hout
bij de haard
voor één vuur

warmte vergt
jaren groei



Willem Hussem (1900-1974)


'muurgedicht' van plakletters van Plint - poëzie en beeldende kunst, Eindhoven.


Van Willem Hussem zijn ook deze twee regels:

waarom die haast
weet jij wanneer je werk af is

zaterdag 4 juni 2011

Op zoek


KOERIER




Al dagen rijdt een pizzakoerier
onverstoorbaar rondjes door de buurt,
op zoek naar een adres misschien.

Kijk, daar staat hij op je stoep. 
Zijn helm roept iets maar hij kan je
('Ik kan je niet verstaan!') niet verstaan.

Toch blijft de helm op het hoofd.
Alles verdubbelt: zo komen we
nooit voor verrassingen te staan.

Als een koerier de weg kwijtraakt
volgt hij het spoor niet terug.
En ik blijf staan waar ik sta.

Zijn voorwiel slingert meer dan
zijn achterwiel. Misschien
kan hij het nog laten maken.


© Victor Schiferli


Uit: Victor Schiferli Toespraak in een struik, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2008

vrijdag 3 juni 2011

Walskeizer André


DONAUSAURUS




Monsieur Mosasaurus is zo idolaat van de Maas

Hij wil niet langer op wonderbare visvangst
in het Meer van Genesareth of het Meer van Genève
of in het whiskybruin Loch Ness

Hij wil terug naar Maastricht

& een lease-auto wil hij & een driedelig krijt-
streeppak
& een vaste job op het Gouvernement

& een Madonna, warmbloedig
om een cosy gezinnetje mee te stichten
van petieterige Mosasauri, vers uit het ei

O, Sterre der Zee!

Helaas! De Mosasaurus is extinct!
De versteende grijns van zijn kakement
rust
in het Natuur Historisch Museum van Parijs


voorgoed ver van de Maas…


Speelt daarom heden Herr Donausaurus
die zwierige Walskeizer van op het Vrijthof
de eerste viool in Maastricht?

Fiedelen gaat niet van Fidel Castro

Fiedelen gaat van… Schönbrunn ♫
Sissi ♫
Sachertorte ♫

Zeg, Maastricht, sinds wanneer klinkt
de parelmoergrijze Maas
dieper blauw dan de Donau?

Nom de Rieu!



© Manuel Kneepkens


(2011, ongepubliceerd)

Meneren


zoveel vreemde meneren in mijn slaap

die hun ogen ten hemel werpen
als ik iets geks doe

gij zult niet buitenissig zijn

ogen op stokjes
als een slak
maar hun gezigt wit
ingekeerd

en de mond hangt draadvomig naar beneden
tog ben ik er niet helemaal bij
(ik ben zelf een zak die weggeslingerd wordt)


© Sonja Prins


Uit: Sonja Prins (1912-2009) Notities, Amsterdam, De Bezige Bij, 1973

donderdag 2 juni 2011

As


WOORDJES LEREN *





Jongens, heb je verdriet,
sprak toen de leraar Grieks,

dan moet je woordjes leren, woordjes
leren. Hij knikte energiek

zodat er as viel op zijn vest,
maar dat was toch al vies.

Wij lachten halfvertederd,
halfmeewarig, want tragiek

daar wist je alles van en hij,
heel oud, haast vijftig, niets.

En dat het overging als je maar
woordjes leerde, dat was iets

zo absurds, zo dolkomieks
dat het in omloop kwam als een

gevleugeld woord. Het klapwiekt
nu verdrietig om mij heen

omdat ik later woordjes leerde
waarmee je 't monster kunt bezweren

en ik hem niet meer zeggen kan
hoe ik soms naar die stem verlang,
naar dat onhandige advies.




© J. Eijkelboom



In: De Tweede Ronde, zomernummer 1990.



* Ter herinnering aan de dappere, kleine onafhankelijke poëzie-uitgeverij Wagner & Van Santen te Sliedrecht die na een tijdelijke inactiviteit dezer dagen noodgedwongen definitief de handdoek in de ring heeft geworpen.


De site van Wagner & Van Santen meldt de ondergang in drie regels:  "Zoals veel collega-uitgeverijen heeft ook Wagner & Van Santen het treurige besluit genomen te stoppen met uitgeven. Het is daarom niet meer mogelijk langs deze weg boeken te bestellen. Het ga u goed."

Wagner & Van Santen werd in 1996 opgericht door beeldend kunstenaar-vormgever Richard van den Dool en Carolien van Santen. Bij de uitgeverij die zich specialiseerde in vertaalde poëzie verschenen ruim 70 titels, veelal tweetalig: o.a. werk van W.B. Yeats, Walt Whitman en Emily Dickinson (in de vertaling van J. Eijkelboom, op wiens homeground bij de Merwede de uitgeverij zowat gevestigd was). Volgens de letterennieuwssite DePapierenMan.be onderscheidde de ter ziele gegane Sliedrechtse kwaliteitsuitgever zich ook door een "opvallend verzorgde vormgeving en de luxueuze afwerking, waarbij alles grote boekenliefde uitstraalde".
Het fonds van Wagner & Van Santen en de distributie van de resterende boeken wordt na de zomer overgenomen door het PoëzieCentrum van Willy Tiberghien in Gent (B.).

 
Nog meer slecht nieuws voor de liefhebbers van het goede en mooie boek: ook boekhandel De Balustrade van Folco de Jong en Christine Bosch in Rotterdam-Delfshaven sluit na drie jaar de deuren. De boekwinkel, een fris initiatief voor een avontuurlijk, jonger lezerspubliek in een multiculturele omgeving, stopt er eind juni voorgoed mee. Maar in stijl: Out with a bang!
Schrijver Marcel Möring gaf afgelopen week alvast het startsein voor een vrolijke begrafenis: de uitverkoop.
Internetbestellingen, de e-reader, de tijdgeest, lokale omstandigheden, crisis in het boekenvak... wie draagt de schuld?
De eigenaren van de laatste zelfstandige boekwinkel in Rotterdam-West houden het bij deze schriftelijke verklaring aan de verbouwereerde cliëntèle: "Onze literaire kring is in de tussentijd aardig uitgebreid, en daar zijn we heel blij mee! Helaas is onze omzet niet genoeg gegroeid om een levensvatbare onderneming op te bouwen. Vandaar dat we hebben besloten, en dat was moeilijk, om te stoppen. Graag nodigen wij u uit om onze derde en laatste verjaardag mee te vieren.  Geneert u zich niet om lekker rond te komen kijken. Het zou fantastisch zijn als iedereen ons helpt om alle boeken de deur uit te krijgen. Dus trommel al uw familie, vrienden en kennissen op, maak er een personeelsuitje van, koop cadeautjes voor de rest van het jaar of trakteer uzelf alvast op wat vakantieboeken!
Daarna heffen we graag het glas of het flesje met u op de mooie jaren die we samen beleefd hebben."

woensdag 1 juni 2011

De dagen aan tafel


L’ISLE-SUR-LA-SORGUE





Kijken we naar de rivier, de brug komt later,
het hoge, okergele huis, de sliertige rook
die verwaait boven het kalme water,
talmende vissers bij strakgespannen draden.


Ook is er de sluwe reiger, zijn lege blik
naar onbekende vertes, hij verdwijnt voorbij
de stad waar de rivier het water haalt,
blauwe luchten schept, glimmende vissen


voor het uitgezette net. En thuis,
de dagen aan tafel, verplaatsen we ons
in gedachten, ontdekken vogels en moerassen,
verscholen in de coulissen van de nacht.




© Frans Budé


Nieuwe poëzie, gedicht van Frans Budé in: De Brakke Hond, Vlaams letterentijdschrift, voorjaar 2011

zondag 29 mei 2011

Verbaasd


BURGER KING




Was er een tijd dat ik hier boven stond,
mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,
niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in
een taal te denken die geen tanden heeft?
Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.

Dus slof ik door de leeszaal van de straat
en blader maar wat door de Burger King,
gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos
eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.
- Als deze wanhoop ons Walhalla is,

als hier het ware leven staat te lezen,
mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal
betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,
eerder verbaasd dat alles wat zo laag
en lelijk is zo sterk en stevig staat.



© Menno Wigman


Uit: Menno Wigman De droefenis van copyrettes, Amsterdam, Prometheus, 2009

Zakdoeken


LICHTEN




In het water
In mijn stilte bij jou
in het vuur dat ons verenigt
drijf ik
alleen jij roept me, misschien

. . . . . . . . . . . . . .
Een vogel gaat de groene tijd in
als een snaar
een lichtflits in de ogen, een geheim
een kus neigt naar de regenboog
de regen duurt voort

In de straten zijn mijn vrienden niet
in de huizen ver uiteen
zijn geen lichten
in het hart klopt de verloren hartslag weer
maar jij werpt zakdoeken naar wie weggaat
ochtendlicht zorgt voor de rest



© Al-Saddiq Al-Raddi



Gedicht van Al-Saddiq Al-Raddi (Soedan), uit het Arabisch vertaald door Kees Nijland en Assad Jaber.

In: Thirteen ways of looking at a blackbird / Dertien manieren om naar een merel te kijken - opening van het 41ste Poetry International Festival, Rotterdam juni 2010

zaterdag 28 mei 2011

Plakkertje


ANSICHTKAART



Terug van vakantie vlooi ik door de post.
Er is een ansichtkaart van mijn moeder.
Sinds de dood van mijn vader

gaat ze elke zomer naar het buitenland.
De Jura, dit jaar. Dat ligt tegen
de Spaanse grens,

had ze gezegd. Ik beaamde dat.
Ik spreek haar niet meer
tegen.

Ik bekijk de kaart. Op de voorkant
een dorp in de bergen.
Op de achterkant

mijn adres en een plakkertje waarop ze
een paar woorden heeft getikt
al voor ze vertrok.

Ik zie haar aan de keukentafel zitten,
achter de oude typemachine.
Een beetje bevreesd:

het buitenland blijft het buitenland.
Alles O.K. hier. Ma.


© Wim Brands


Uit: Wim Brands Ruimtevaart, Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2005

Dit doen


JIJ, DE STILTE



ik heb al geprobeerd te doen alsof
je weer hier bent. ik dek de tafel voor twee,
schuif de stoel voor me wat naar achteren,
luister en knik.

ik hoor je een grap vertellen.
je lacht en ik lach mee, niets mooier
dan uitbundige tranen.

dit doen is als zoenen
op het venster. het koude glas,
dat je eerst schrikken,
dan walgen doet.



© Sylvie Marie



Uit: Sylvie Marie Toen je me ten huwelijk vroeg, Antwerpen/Amsterdam, Vrijdag-Podium, 2011

vrijdag 27 mei 2011

Uitzicht


VRIENDIN VAN ÉÉN NACHT




Het was onbereikbaar.
Maar voor iederen die dat óók vond, trok ze tijd
uit, en haar bloesje en de spelden uit d'r haar.

Ze had velours geribde rode lippen om je erover heen te praten
en schaars-paarse om er nadien over te zwijgen,
en lange vingers om je lang en langzaam tot zich toe te laten,

het was bijna gewijd:
hijgen werd heel ver adem
halen, voorbij de grenzen van de tijd.

En de wanhoop nadien had iets van lekker samen.
Uitzicht op leegte, maar
met gordijntjes voor de ramen.


© Herman de Coninck



Uit: Herman de Coninck Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had - de mooiste gedichten (bloemlezing), gekozen en ingeleid door Kristien Hemmerechts.
Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2009

donderdag 26 mei 2011

Weggedraaid


DE LAATSTE WOORDEN VAN MIJN ENGELSE GROOTMOEDER




Er stonden een paar vuile borden
en een glas melk
naast haar op een tafeltje
bij het zurige, slordige bed -

Gerimpeld en vrijwel blind
lag ze te snurken
schrok wakker om met kwade stem
iets te eten te willen

Geef me wat te eten -
Ze hongeren me uit -
Ik voel me prima - Ik ga niet
naar het ziekenhuis. Nee, nee, nee

Geef me iets te eten!
Kom, ik breng je
naar het ziekenhuis, zei ik,
en als je weer beter bent

kun je doen wat je wilt.
Ze glimlachte, Ja
eerst kun jij doen wat je wilt
dan mag ik doen wat ik wil -

Au, au, au! schreeuwde ze
toen de ziekenbroeders haar
op de brancard tilden
Noemen jullie dat

het iemand naar de zin maken?
Heel helder was ze toen.
Och jullie denken knap te zijn,
jullie jongelui,

zei ze, maar ik zeg je
helemaal niks weten jullie.
Toen vertrokken we.
Onderweg

kwamen we langs een lange rij
iepen. Ze keek er eens even naar
door het raampje
van de ambulance en zei,

Wat zijn dat daar
voor wazig uitziende dingen?
Bomen? Nou, die ben ik zat
en draaide haar hoofd weg.



© William Carlos Williams



- vertaling uit het Engels: Huub Beurskens -



Uit: William Carlos Williams (1883-1963, VS) Even dit, Amsterdam, Meulenhoff, 2006

woensdag 25 mei 2011

Hij komt toch niet (2)

Te elfder ure, "om persoonlijke redenen", heeft dichter Remco Campert zijn inhaaloptreden komende zondag op het Rotterdamse Dunya vandaag alsnog moeten afzeggen.
Campert wordt tijdens Poetry Park, het letterenprogramma van het 34ste Dunyafestival in het stadspark bij de Euromast, vervangen door schrijver Marcel Möring.
De aftrap van Dunya, dat af wil van het imago van traditioneel wereldmuziekfeest ten gunste van een meer 'trendy muziekfestival', is zondagmiddag om 13.00 uur.
Romanschrijver Möring, wiens nieuwe boek Louteringsberg net uit is, zal onder de Euromast voorlezen uit zijn tot nog toe enige dichtbundel Reinigingsadvies (2008).

Daaruit alvast het titelgedicht:


REINIGINGSADVIES


Vergeet mij was mij uit je kleren kam je haren onthaar je kam
schrob de hoeken van de badkamer met een tandenborstel
borstel je kleren laat de kranen lopen gooi chloor
in de toiletten zeem de ramen haal wattenstaafjes door je oren
snuit je neus en reinig je nagels borstel het huis stofzuig waar ik was.


Voor meer poëzie van Marcel Möring, die ooit begon met het schrijven van gedichten maar ze tot enkele jaren geleden zelden publiceerde, klik door naar:

http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2009/05/schouders.html

dinsdag 24 mei 2011

Hij komt!


Eind januari jl.-  kort voor Gedichtendag - gemist, door een onfortuinlijke val van de trap in zijn woonhuis waarbij hij een schouder brak... maar inmiddels weer volledig hersteld, Remco Campert. Het indertijd afgelaste aftreden, waarbij de bijna 82-jarige dichter in een volle Paradijskerk moedig werd vervangen door Moustafa Stitou in gezelschap van Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr, gaat komende zondag alsnog door! Mede door inspanning van de onvolprezen Rotterdamse boekhandel v/h Van Gennep.

Campert's inhaalgeste voor de lezers - een voordracht in het park bij de Euromast zondagavond - maakt deel uit van het Dunya Festival, de jaarlijkse opmaat naar Poetry International (in de Rotterdamse Schouwburg, van 14 - 19 juni as.)

maandag 23 mei 2011

Slippenkleed


DUIZEND EN EEN NACHT




Zij kwam en droeg een wa melkwit en -zacht
en hare oogen waren ingevangen
in mijmering, de rozen harer wangen
zegenden Hem, Die ze had voortgebracht.
En ik: gij gaat voorbij en ziet mij niet,
terwijl dat ik mij geef in uwe handen
als het gewillig lam der offerande,
dat zelf zijn gorgel aan den slachter biedt.
En zij: laat af van spreken en geniet
des Scheppers gave in stilte van bezit;
wit is mijn lijf en wit is mijn gewaad,
wit mijn gezicht en wit mijn levensdraad
en dit is wit op wit en wit op wit.


Zij kwam en droeg een stroomend vlammenkleed
rood als haar hoogmoed zonder mededoogen
en ik riep uit verwonderd en bewogen:
gij, die u blanker dan het maanlicht weet,
hoe durft gij komen met een wangenpracht,
waarop de druppels onzes harten tronen,
en met het trots satijn der anemonen!
En zij: de morgen leende eerst zijn dracht,
nu werd de middagzon mijn bondgenoot;
rood zijn mijn wangen, rood het bloedsatijn,
rood is mijn mond, rood de gedronken wijn
en dit is rood op rood en rood op rood.


Zij kwam en droeg nachtzwart een slippenkleed
en sloeg haar oogen afwaarts van mijn schande
en ik: ziet gij dan niet, hoe mijn vijanden
uitbundig zijn over mijn diepste leed?
O nu besef ik al mij wanhoopssmart!
Zwart zijn uw ogen en zwart zijn uw haren
zwart is uw kleed, zwart zijn mijn levensjaren
en dit is zwart op zwart en zwart op zwart.




© J.H. Leopold



Uit: J.H. Leopold Verzameld Werk dl. I (verzen) - bezorgd door P. N. van Eyck,
Rotterdam-Amsterdam, Brusse/G.A. van Oorschot, 1967

zondag 22 mei 2011

Zonder ogen


LANDSCHAP



Vaak kijk ik uit mijn ogen naar het landschap,
de velden en de paden langs de bossen,
de kleine hoeven en de kleine weiden;
vaak loop ik met mijn voeten door de schemer
en kan het landschap aan mijn oren horen
en voel het rustig liggen in mijn lichaam.
En eenmaal kende ik het als mezelve-
Dat was toen ’s avonds, tussen enkle sterren,
ik zonder ogen in het donker rondging
en plotseling mijn ziel veranderd voelde
in een onwerelds en onmeetlijk landschap


© Leo Herberghs


In: Bert Voeten (samenst.) Erts, een bloemlezing uit de poëzie van heden - public. voor o.a. literatuuronderricht op middelbare scholen. Amsterdam, J. G . Strengholt, 1955

zaterdag 21 mei 2011

Vrij laat


PARADOXAAL

Hij houdt van vlees. Zoals 's avonds vrij laat
in bed. Hand in hand liggen. Flitsen, beelden,
lichten in het donker op. De misdeelden
verblijven lang met vingers zonder daad.

Hij houdt van haar. Het grijze leger gaat
de overwinning halen, maar hij streelt de
lieve lengte. Wel is waar: hij verdeelt de
aandacht anders, maar met gelijke maat.

Hij wil haar vasthouden door de nacht heen,
zoals een echtpaar slapend werd verrast
door lava en zij waren niet verast,
opgravers ontdekten hen: samen één.

Die hij ben ik. Geen omheinde enclave
is ons kerkhof, liefste, levend begraven.


© Lenze L. Bouwers


In: De Revisor, nr. 4/augustus 1988

Zo schoon niet



Het is niet waar dat dit het zonlicht is,

Gij zijt het.
Dit is ook niet de wind die over 't water blauwt,
Die is zo zacht niet,
Gij zijt het.
Dit is ook de aarde niet, de hemel niet,
Zo schoon zijn die niet, Gij zijt het.





© Herman Gorter


Uit: Herman Gorter Verzen Amsterdam, Atheneum Polak & Van Gennep, 1987

maandag 16 mei 2011

Mens


VOORUITGANG




Beuken en linden zijn wij geweest -
de wind kwam toen in ons zingen.
Paarden en herten waren wij
die sprongen in de wind en draafden.
Sinds wij mensen werden
die leerden te vliegen
is de laatste hoop
ooit vogels te worden
vervlogen.


© A.Roland Holst








Uit: A.Roland Holst (1888-1976) Verzamelde gedichten,
Den Haag-Bussum,  Bert Bakker/C.A.J. van Dishoeck, 1971 

zaterdag 14 mei 2011

Handen



Zo hel scheen de maan;
wij durfden elkaars handen
nauwelijks vasthouden.


- Yoshino




Als met een gebed,
werpen zij liefdesbrieven
in brievenbussen.

- Eiichi




Zo beeldschoon was zij,
alsof ze was geboren
zonder haar ouders.


- anoniem



Drie haiku's uit:
 J. van Tooren Japans Gedicht - de mooiste haiku, senryū en tanka, Amsterdam, Meulenhoff, 1985

vrijdag 13 mei 2011

Waanzinnige dag

Alleen in een loopgraaf ben ik aarden woorden.
Zo bang was ik, waarom sliep iedereen?
Het stofsneeuwde en in de grond

van mijn hart groef ik mij in.
Een vreemd tot de tanden gewapend ongeluk
schoot genadeloos mijn grenzen stuk.

Iets verderop kroop iemand overeind
en plaste hard een einde aan de nacht.
Een hand zocht diep in mijn broekzak,

ik dacht aan een naakte vriendin en elke
waarzinnige dag stierf in mijn handpalm een vogel.
Ik merkte hoe moe het landschap was, een oud beest,

een steen, op zoek naar het graf waarbij
hij zich neerleggen kan, alleen in zijn loopgraaf,
mens in een krakende jas.


© Ivo van Strijtem


Uit: Ivo van Strijtem Een rode sjaal, Amsterdam/Antwerpen, Atlas,1998

donderdag 12 mei 2011

Duitschers



HEIL



Zoek met kiespijn nooit uw heil
bij God noch bij Diens Zoon
want zo Zij al tot ingrijpen ge-
neigd zijn zal Hun eerste vraag
aan u toch zijn of u particulier
verzekerd bent of van het fonds?

Heil haalde je uit Duitschland
met bakken tegelijk
De Duitschers hadden heil genoeg
al was het aan de prijs
Soms kon je ook in Oostenrijk
voor heil nog wel terecht
maar als je óók nog kiespijn had
stuurden ze je weg

De heilstoestand in Duitsland
is niet meer wattie was
Het hakenkruis biedt hedenthans
bij kiespijn geen soelaas
Zoek daarom voor eigen heil
de bijstand van een arts
al zallie minder grondig zijn
dan die van de SS


©
Jules Deelder


Uit: J. A. Deelder Ruisch, gedichten. (volgens titelpagina) Rotterdam, De Bezige Bij, 2011

woensdag 11 mei 2011

De luiken


BESTEMMING



Toen we het dorp binnenreden stuitten we op
een samenloop naar oude gewoonten: er was
een leeg huis en de deur stond wijdopen.

De mannen van het dorp sjouwden een kast het huis in.
De mannen van het dorp krasten een tafel het huis in. 
De mannen van het dorp sleepten een bed het huis in.

En de vrouwen van het dorp droegen 
schalen en borden en glazen en iets om
het bed bewoonbaar te maken het huis in.

Toen duwden de mannen een zoon naarbinnen.
Leer het vuur te stoken, zeiden zij,
leer het vuur te doven, zeiden zij,
wij sluiten de luiken.

Toen duwden de vrouwen een dochter naarbinnen.
Leer het warm te hebben, zeiden zij,
leer het koud te hebben, zeiden zij,
wij barricaderen de deur. 



© Hester Knibbe


Uit: Hester Knibbe Het hebben van schaduw, Amsterdam/Antwerpen, de Arbeiderspers, april 2011

Pindasnoer


STRAF



Het wil mij maar aan niets ontbreken.
Vrouw, pen en fiets lopen gesmeerd.
Al zittend stijg ik almaar hoger.
Wat deed ik allemaal verkeerd?


*


TOT OVERMAAT



De zonnebloem werd zwart, de schommel rot.
Het pindasnoer is leeg, het gras vertrapt.
De kamperfoelie is kapot gewaaid.
En jij? Jij werd er ook niet mooier op. 


*


IK NIET


Biesheuvel lezen. Binnen handbereik
port en sigaren. Naast me het getik
van breinaalden. Vlokje en Borre spinnen.
Wie er ook ongelukkig is - niet ik.



© Anton Korteweg



Drie korte verzen uit:
Anton Korteweg Voor mannen is 't niet erg - veertig jaar dichterschap in veertig kwatrijnen, Amsterdam, Meulenhoff, 2011