maandag 12 december 2011

Drenkeling



DRAAD




Een draad van glas hangt boven
het bed. Hij trilt en schittert, golft
langs kussens, lakens, over huid
naakt en doorzichtig, schermt af,
nodigt uit, maar heeft geen haast.


Lost hij op, straks, achter haar rug,
een ladder na de laatste drenkeling
binnengehaald? Of valt hij neer, wikkelt
het lijf dat achterblijft, klein en koud,
in windsels van onbreekbaar licht.



© Peter Swanborn


Uit: Peter Swanborn Tot ook ik verwaai, Amsterdam, Podium, 2009

zondag 11 december 2011

Alsof


VOORZICHTIG AANWEZIG



Zo mooi, alsof je bijna niet bestaat,
en enkel door er toch te zijn verraad
je je aanwezigheid voorzichtig
en ben je waar je zichtbaar bent doorzichtig.


© Ruben van Gogh


Uit: Ruben van Gogh Aan het eind van het begin Amsterdam, Prometheus, 2001

Klonterende mascara


SCHON WIEDER IST VON MEINER ZEIT EIN
LEBENSJAHR DAHIN *




De tijd van een minnaar zo jong dat hij van een beetje coke al in mijn bed plaste,
zocht ik jaar op jaar naar het vuurwerk van de Chinese families,
er een camee in mijn ogen werd geprojecteerd
vanaf de straathoeken die ik op mijn zoektocht overstak,

er joegen Wedgewood blauwe sneeuwstormen door de lege bossen van onze verjaarskalender,
backstage dronken we whisky en champagne, we rookten filtersigaretten,
gulzigaards dat waren we, ik ook, maar ons lichaam deelden we,
Jezus volgend; neem dit brood dit is mijn lichaam, drink deze beker wijn, mijn bloed,

ik verdien meer dan de herinnering aan ontwaken met samengeklonterde mascara op mijn wimpers,
koortsig rode oorschelpen, de beeldschone jongen die mijn bed natmaakte,

de steen viel uit mijn ring, maar ik droeg de camee,
roze als mijn slaapwangen, totdat ik het vuurwerk van de Chinese familie op het spoor kwam.



© Carla Boogaards




* cantate van Bach


Nieuw werk van Carla Bogaards, in: Meander aflv. 391, juni 2010 

zaterdag 10 december 2011

Spijkers


HET SILHOUET VAN LÜBECK



Opdat de aarde vast zou hangen aan de hemel, sloegen de mensen
er kerktorens in

Zeven koperen spijkers, niet af te wegen
tegen goud



© Reiner Kunze




- uit het Duits vertaald door Geert van Istendael -


In: De mooiste van de hele wereld - 300 gedichten van de 20ste eeuw [bloemlezing], samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. Tielt (B.)-Amsterdam, Lannoo/Atlas, 1996

donderdag 8 december 2011

Hoe breed



IN EEN BLAUWE PYJAMA



Ik slaap in een blauwe pyjama,
rechts van mij slaapt mijn kind.
Ik heb nooit gehuild,
ik zal nooit sterven.

Ik slaap in een blauwe pyjama,
links van mij slaapt mijn man.
Ik heb mijn hoofd nooit tegen de muur geslagen,
ik heb het nooit uitgegild van angst.

Hoe breed is dit bed niet
dat er plaats is
voor zoveel geluk.




© Anna Świrszczyńska (1909-1984) 



In: De mooiste van Świrszczyńska, bloemlezing.
Samengesteld en uit het Pools vertaald door Jo Govaerts
en Karol Lesman. Tielt (B.)-Amsterdam, Lannoo/Atlas, 2006.




W niebieskiej piżamie

Śpię w niebieskiej piżamie,
z prawej strony śpi moje dziecko.
Nigdy nie płakałam,
nigdy nie umrę.

Śpię w niebieskiej piżamie,
z lewej strony śpi mój mężczyzna.
Nigdy nie biłam głową o ścianę,
nigdy nie krzyczałam ze strachu.

Jaki szeroki jest ten tapczan,
pomieściło się na nim
takie szczęście.

- Anna Świrszczyńska

woensdag 7 december 2011

Magneet


ALS EEN TAFELBLAD GLANZEND



Op bed kijken we elkaar
uit de kleren op de vloer
een jurk, een hemd meer valt niet

uit te trekken; hoe we op handen en knieën
bijenwas in de vloer wrijven
tot het hout was opgeeft

terwijl we elkaar op bed liggen te bekijken
op de vloer, glad als een tafelblad waarover dingen
uit eigen beweging beginnen te schuiven

tegen elkaar aan, van elkaar weg
traag over de was glijdend, het lijkt ze
geen moeite te kosten, de magneet onder tafel onzichtbaar

ademend; een tepel uit een borst, een borst
uit een jurk, een hoofd uit een hemd,
het hoofd in de nek

zo graag had ik me
aan haar mond totaal
opengesneden


© Peter Verhelst



 
Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008

dinsdag 6 december 2011

Dat het sissen bleef


ZIJ BREEKT WAKKER en spoelt aan
als iemand die verbeten op
de ramen tikt met druppels
uit het noorden en verlangen.

Zij zegt: Ik kan niets lichters
dan dit lichaam geven.
Zo licht dat het verglijdt
nog voor ik het kan nemen.

Ik zeg: Ik kan niets groters
doen dan in je ondergaan,
zoals vermoeide warmte ’s avonds

in je zinkt. Ik droomde dat
het sissen in je duren bleef
en dat ik in je leerde zwemmen.



© Johan de Boose



Uit de cyclus Het Derde Geheim, in:
Johan de Boose Geheimen van Grzimek
Antwerpen, Meulenhoff/Manteau
(De Bezige Bij, Antwerpen), 2010.


Bovenstaand sonnet werd genomineerd voor het Beste Gedicht van 2010.
De bundel waaruit het gedicht afkomstig is, kreeg een nominatie voor
de Herman de Coninckprijs 2011.

maandag 5 december 2011

Hobbelpaard


Vader, ontmantelde, zie je niet

hoe je vrouw nu heerst in jouw rijk
de ontspoorde wagen geborgen, de klap
te boven waarmee jij viel, je schedel brak.

Een dames- een heren- een boerenpaard
hield je in het spoor, bij hobbelpaard gieren
en vallen van je ene knie op de andere -

in mijn benen nog de kinderhefhoogte
ingesleten in de treden op zondag, je tilt me
op naar de schatten in jouw burcht.


© Ineke Holzhaus



Uit de afdeling Elektra, in:
Ineke Holzhaus Waar je was, gedichten, Maastricht/Amsterdam, Azul Press, december 2011.


- voor N.J.H. [1902-1983] -

Congruentie


EUCLIDES




Gij zijt aan het bestaande tegenstrijdig.
Buiging en ronding om u heen gelegd,
eenmaal uw beeld te buiten, trokken recht
en maakten u aan alles evenwijdig.

Tussen die lijnen werd de tijd ontijdig
en schoof de ruimte uit uw lichaam weg.
Ieder begrip dat nog iets van u zegt,
krijgt doel te veel en middelen te weinig.

Ik kan u niet met Euclides beschrijven,
want de figuur waarmee gij congrueert
heeft punten nodig der oneindigheid.

Nochtans moet gij binnen de perken blijven
van het gedicht dat u verdisconteert
in al het wit dat ieder woord omsluit.




© Gerrit Achterberg



Uit: Gerrit Achterberg Verzamelde Gedichten Amsterdam, Querido, 2000.
 
- Punten van oneindigheid, over wiskunde & poëzie, met dank ook aan Wiskundemeisjes.nl 

Surprise


SINTERKLAASGEDICHT


Wat concludeert de Jurist op Sint Nicolaasavond? 

Dat Zwarte Piet ‘een racistisch fenomeen’ is
in strijd met art. 1 van de Grondwet…
en de VN-Verklaring van de Rechten van Mens?

Dat de Goedheiligman ten aanzien van zijn paard
dat onafgebroken over gladde daken kletteren
moet
art.16 Gezondheids- en Welzijnswet Dieren
stelselmatig overtreedt?

Dat al dat kwistig pakjes gooien door de schoorsteen
in strijd is met de Warenwet
en de Wet Cadeaustelsel
bovendien?

Welnee! Hij peinst over het auteursrecht

Berust het bij de dichter
of …
bij het Warenhuis “De Bijenkorf”

als daar de dichter in tijdelijk dienstverband
als Hofpoëet van Sint Nicolaas
een kunstig rijm maakt bij uw surprise…?

Zie, hoe hij glimlacht
de Jurist…
te dwaas, te onverwacht is diens conclusie:

Het auteursrecht op het Sinterklaasvers

berust bij Sinterklaas!



© Manuel Kneepkens







De jurist-dichter mr. M.M.M. Kneepkens volgde in de jaren zestig aan de Rijksuniversiteit Leiden o.a. colleges auteursrecht bij de rechtsgeleerde prof. E.D. Hirsch Ballin

zondag 4 december 2011

Vierkanten


VERLATEN TERREIN



Het mooiste van de kermis was niet
het schelle geluid van botsende auto's
het lonkende licht, de grijparm
die het horloge miste of de zoete geur
van de suikerspinwagen, maar

de bleke vierkanten in het gras,
de afdruk die de kermis op de grasmat
van het park achterliet.

En dat ik dan met mijn zusje aan de hand
naar die plek terugkeerde en zei:
'Kijk, daar stond de draaimolen,
daar de schiettent, en hier de jongen
die kaartjes verkocht voor het spookhuis.'


© Lernert Engelberts


Uit: Lernert Engelberts Ivoren toren te huur Amsterdam, De Harmonie, 1997

zaterdag 3 december 2011

Met blinddoek


SOURDINE
*




En als er geen tederheid meer is,
laten we de tederheid dan veinzen
met geblinddoekte handen en geloken ogen,
liggend aan elkander als een grens.

Een woord mag dan niet langer een woord heten,
maar een mondvol troostvol verzwijgen;
en verlangen niet langer een armslag lang,
maar verder, weidser dan een vergezicht

vol zomervogels, muziek van Mendelsohn, een sfumato*
aan Da Vinci ontleend. Jij zult je mooiste medelijden
ruilen met mijn liefste verdriet; ik, voorzichtig talmen
om het tanen van je lichaam dieper af te tasten.

O als er dan nog tederheid is, laten wij de tederheid vrezen
als een oud zeer. Zoveel tederheid,
daar kon geen mens ooit tegen.


© Luuk Gruwez


Uit: Luuk Gruwez Bandeloze gedichten, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1996.
 

* Een sordino of sourdine is een demper waarmee het volume van de klank van een strijkinstrument minder luid gemaakt wordt en de klankkleur veranderd kan worden.
Sfumatotechniek waarbij de omtrekken van onderwerpen in een schilderij wazig worden gemaakt zodat de vormen vaag worden en de contouren onscherp. 

Vers door de dichter geschreven naar aanleiding van de ziekte van zijn geliefde, die aan kanker leed.

vrijdag 2 december 2011

Geslaagd


RICHTLIJNEN OM TOEGELATEN TE WORDEN TOT

EEN NIEUWE MAATSCHAPPIJ
(Instrucciones para ingresar en una nueva sociedad)



Ten eerste: optimistisch zijn.
Ten tweede: elegant, hoffelijk, gehoorzaam zijn.
(voor alle sportproeven geslaagd zijn.)
En tenslotte lopen
zoals ieder lid loopt:
een stap naar voren en
twee of drie naar achteren:
maar altijd applaudisserend.



© Heberto Padilla


- uit het Spaans vertaald door Anke van Haastrecht en Frans Kuipers -


Gedicht van Heberto Padilla (1932-2000) uit het archief van Poetry International, in de festivaluitgave Chaos & Orde, Rotterdam juni 2011 .


De Cubaanse schrijver en dichter Padilla was een voormalig medestander van Fidel Castro. Hij werd in 1971 gearresteerd wegens "contra-revolutionaire activiteiten", door zijn vroegere vrienden. Zijn aanhouding bracht tal van progressieve denkers tot inkeer. Padilla werd na het schrijven van de roman Fuera del juego en tijdens de voorbereiding van zijn boek En mi jardin pastan los héroes (In mijn tuin grazen de helden) in de gevangenis gegooid. Pas na zware druk van West-Europese en Zuid-Amerikaanse intellectuelen kreeg hij toestemming om zijn land te verlaten.


In 1981 was Heberto Padilla te gast op Poetry International in Rotterdam.

donderdag 1 december 2011

Onderwaterlicht


DOMINO





Er zwemt een barst door het huis
Niemand die luistert

Uit de schaduw groeien schaduwen
in het onderwaterlicht
dat passerende auto's werpen
op de muren rondom het bed

In de diepblauwe stilte
herhaalt een jongetje lipzacht
al wat gezegd is die dag
en stopt woord voor woord
de gaten in het geluid
dat huwelijk heet

De vloer golft
De deurklink is ver

En het jongetje houdt zijn handpalmen
als een boek in zijn handen
en ik lees 'kom terug, ga weg'

Een spreuk, een dominosteen
die een ster slaat
in het glas van mijn huis

Dan begint het buiten
bruidsjurken te sneeuwen



© K. Michel



Uit: K. Michel Waterstudies, Amsterdam, Meulenhoff, 1999

woensdag 30 november 2011

Sommetje


ACH JE MOET GEWOON ALLES OPTELLEN


Ach je moet gewoon alles optellen

Je telt gewoon alles op

Het slechte vergeet de mens en
het goede vergroot-ie,
je telt gewoon alles op.

Dat zeg jij, zegt zij, maar zo werkt het niet
niet bij mij.

Maar we zijn tenminste één.

Welnee, toen wij zogenaamd heerlijk
in het gras lagen zegt zij, lagen we in scheiding,
dat zeg je er niet bij.
En dat van Madurodam is ook niet zo gegaan.

Maar we waren één.

En die liefjes van jou
zegt zij, en die van mij...

En die keren dat we toch weer
bij elkaar kwamen, zeg ik,
- en hebben geschreid, zeg ik er niet bij -


Je telt uiteindelijk
gewoon alles op.


© Gerrit Krol







Uit: Gerrit Krol - 't Komt allemaal goed, gedichten
Amsterdam, Querido, 2005


dinsdag 29 november 2011

Een vinger die alles verkeerd doet


IN HET TWEE EN DERTIGSTE JAAR



Ik ben nog nooit zo geweest:
na een en dertig jaar zo klein als een schelp
en zo moe als een oud huis,
waarin spoken tekeer gaan, onvermoeibaar,

Géén schelp, geen huis. Wel het vluchtend omhulsel
van het sidderende dier, levensgroot verschrikt,
dat mijn naam draagt. Maar de naam liefde?
Zo dikwijls die naam en zo zelden die stilte.

Ik heb nu meer dan een en dertig jaar
niet veel rust gehad, de simpele, die van mensen:
ergens naar kijken of luisteren, niet meer denken,
slapen als een kind.

Lieveling zeg niets. Ik ben een vinger,
die alles verkeerd doet zodat hij kan schrijven.
Schrijven en weer schrijven. Ik wilde mijn ogen
wel sluiten en slapen als een schip aan je huid.

Mijn redenen ken ik niet. Heb ik mij gekozen
toen ik nog licht was, een vergeetachtig soort
latere engel? Woorden zijn vals,
woorden zijn katten die krols zijn van wijsheid.

Ik wilde wel slapen als een kind op het strand,
als het kind dat ik niet geweest ben, de man
die niet uit het kind kon groeien, de mens
die nu dan hardloopt in mij, gekke sprinter.

Lieveling, zeg niet. Ik heb zo lang,
eigenlijk zò lang geleefd, het is belachelijk.
Maak als je kunt dat mijn ogen gaan rusten
en dat àchter mijn ogen: de schreeuwende leegte,

waarachter mijn god die dwaas van de liefde.




© Hans Andreus


Uit: Hans Andreus Zoon van Eros Amsterdam, uitg.mij. Holland - Windroosreeks, 1986

maandag 28 november 2011

Trombones


AIR MAIL



Vannacht lag ik iedereen brieven te schrijven
op luchtpostpapier. Het ging over rozen,
trombones, de maan.
Beter bewijs dat ik droomde bestaat niet:
ze zweefden als vliegtuigjes weg door de kamer
en kwamen in dromen van anderen aan.



© Ingmar Heytze



Uit: Ingmar Heytze Het ging over rozen. Amsterdam, Podium, 2002

Aankomst


VANDAAG



Dit meldt men op doorreis
men is halverwege
het licht is gespleten
men ligt tussen drinken en eten
het glas speelt de meerdere
het eten vast nog een meter
men is hier geheel

gisteren vertrokken zal men morgen
als het luchtkasteel meezit
als van ouds arriveren -


© Gerrit Kouwenaar


Uit: Gerrit Kouwenaar Vallende stilte - een keuze uit eigen werk. Bloemlezing i.s.m. René Puthaar ter gelegenheid van de 85ste verjaardag van de dichter, Amsterdam, Querido, 2008

zondag 27 november 2011

Boodschapper


VOORTDUREND WACHTEN



We wachtten maand na maand. Altijd stond er iemand
op de uitkijk. Niets. Geen boodschapper verscheen.
Het pad lag vol stenen en doornen.
Oktober, november, december. En de lange tafel
Vergeten onder de bomen. Ten slotte
kwam de opziener, zette de twaalf glazen
op de tafel. Eén ervan viel op de grond;
het lag aan scherven. Zodat ons niets overbleef
dan te wachten, opnieuw, van bij het begin.


© Yánnis Rítsos



- uit het Grieks vertaald door Ben Cami -


In: De mooiste van de hele wereld - de moderne wereldpoëzie in 333 gedichten, 
samenst. Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. Tielt (B.) / Amsterdam, Lannoo/Atlas, 2010

Een jongetje dat


SONNET



Soms loop ik 's nachts naar het Victorieplein,
Als kind heb ik daar namelijk gewoond.
Aan vaders hand zijn zoon te zijn,
Op moeders schoot te zijn beloond

Om niet. Om niet is het, dat ik hier ga,
De vrieskou in mijn jas laat dringen,
Alsof de tijd zich ooit zou laten dwingen,
Terwijl ik roerloos in de deurpost sta

Om thuis te komen. En zo simpel is de gang
Om tot dit moeilijk inzicht te geraken:
Dat ik geen kind meer ben; dat ik verlang

Naar iemand die nooit kon bestaan:
Een jongetje dat alles goed zou maken -
de tijd die stilstond en hem liet begaan.



© Ischa Meijer [1943-1995]




schrijver




Uit: Rogier Proper [samenst. en red.] Citroen, Citroen ('Loof de Heer'  is Kampioen), een selektie van gedichten uit Propria Cures 1964-1972. Amsterdam, St. Propria Cures, 1972.


Als kind overleefde de journalist, interviewer, filmacteur, toneelschrijver en televisiepresentator Israël Chaim (Ischa) Meijer samen met zijn joodse ouders het concentratiekamp Bergen-Belsen.



zaterdag 26 november 2011

In de veronderstelling


DROOMBEELD



Vanmorgen toen ik nog niet wakker was
maar al niet meer sliep sloop onzichtbaar
op gehoefde sokken het onheil binnen
in mijn bed, vlijde zich tegen mij aan
en fluisterde om mij niet te wekken mijn naam.

Terwijl ik mijn ogen niet opende zag ik
dat hij naar mij keek met ook zijn ogen dicht
het kussen streelde dat hij voor mijn lippen aanzag
en dat hem zoende zoals ik zou hebben gekust.
Wij omhelsden in de veronderstelling van elkaar.



© Hagar Peeters



Uit: Hagar Peeters Koffers zeelucht Amsterdam, De Bezige Bij, 2003

donderdag 24 november 2011

Een vogel voor iedereen


DAN ZOU IK 'S NACHTS MIJN BORST ALS EEN VENSTER OPENZETTEN




Daarboven zouden de ooievaars met de wolken verkeren
Zo’n duizend ooievaars gereed voor de trek
Samen met jou zouden ze glijden en spreiden
Op jouw teken zich verzamelen en gaan

Wij zouden daar beneden, geknield op de grond
Duizend mensen, uitgeput, vertrapt,
naar boven kijken met tweeduizend ogen
met onze voeten en handen en harten als ogen

En voor ieder zou er daarboven een vogel zijn




© Ali Cengiskan


- uit het Turks vertaald door Margreet Dorleijn -




Bron: Maastricht Poetry Nights Festival, 2000 - zie
http://www.maastrichtpoetry.com/avtor.asp?lang=mac&id=957

De bloemen


GEMOMPEL



Kijk hem met zijn bloemen.
Nou denk je hij heeft succes gehad
of een rijke bewonderaar.
Maar reken maar dat ze elke avond dezelfde bos krijgen
op alle bühnes van het land
rozen van plastic
voor de goedkoopte.



© Remco Campert




Uit: Remco Campert, Dichter Amsterdam, Bezige Bij, 1995.


 



Remco Campert (1929) is dit jaar 60 jaar dichter.
Hij debuteerde in 1951 met de verzenbundel Vogels vliegen toch. In Den Haag, Camperts geboortestad, wordt dit dichterschap morgen gevierd met een bescheiden symposium in het Letterkundig Museum.
Met film, muziek, lezingen en optredens van behalve de feesteling zelf onder anderen Bart Chabot, Ad Zuiderent, Anna Enquist, Theo Loevendie, Cees Nooteboom en Hagar Peeters.






illustratie uitnodigingskaart:
Fritzi Harmsen van Beek (1927-2009)

Koninkrijk


ECHT




Alleen het onvoorspelbare is waar
authentiek, nog niet verpest.
Achter de taal zit het koninkrijk
van het onuitgesproken,
het nog te bedenken.


© Mark Blaisse



Uit: Mark Blaisse Gestapeld steen Amsterdam, Panarea Publishing, 2010

woensdag 23 november 2011

Zijn laatste


ZWEET



In de laatste weken voor zijn dood vaak de wasmand omgekeerd
om aan zijn overhemden te ruiken, zijn sokken. Voor de onderbroeken
was hij nog niet dood genoeg. De rugpanden van zijn witte hemden
roken het lekkerst. Eén keer de verwarrende, heel lichte geur van aardbeien.
Toch was het moeilijk hem een specifieke geur toe te kennen. Hij was
geen man van kettingsmeer, duivenvoer, schuurlucht.

Ik heb mijn vader nooit zien zweten in zijn knisperende overhemden.
Zijn zakdoeken kwamen niet hoger dan zijn neus.

In zijn laatste pyjama kon ik hem al na twee dagen niet meer vinden.



© Maarten Moll



Uit: Maarten Moll Lichaam, Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Contact, 2011

dinsdag 22 november 2011

Traanklieren


OVER LIEFDE EN CYAANKALI!




Vraag me niet bij je te komen, in je mansarde,
terwijl je draait - als een leeghoofd draait -
aan de knoppen van het fornuis,
om je eens en voor al te bevrijden
van het gehuil van de oude ovenwolven,
hun ruiende haar
dat onophoudelijk op je armen groeit,
’s nachts, als steenpuisten,
wanneer je diep in je vlees je sigaretten dooft.


Vraag me niet bij je te komen, in je mansarde,
terwijl je knakt - als een leeghoofd knakt -
tussen de bedspijlen,
in de deur, onder de laars,
je scheen- en kuitbeen
- ik hoor ze kraken in mijn mobieltje -
alsof je
het oude jachtgeweer van je vader knakt,
dat te veel plakt om het opnieuw te kunnen laden,
nadat hij zich voor zijn kop had geschoten
en, stuiptrekkend, je deur kapot had getrapt.


Vraag me niet te komen, in je mansarde,
want dan zal ik komen!
En ik zal me het hart uit de borst rukken,
ik zal het bekerven met mijn tanden
en het bestrooien met zout
dat ik met een plat houweel
uit mijn traanklieren heb gewonnen
en ik zal het werpen
zoals je een molensteen werpt,
zodat het je scheen- en kuitbeen zal breken,
- in duizend stukjes! -
zodat het diep in de oven
je ammoniakadem zou opstapelen
en voor immer
je wilde beestenkop zou knakken!



© Linda Maria Baros



In: Revolver nr. 138, 2008


- uit het Frans vertaald door Jan H. Mysjkin -




Linda Maria Baros (1981, Boekarest) is een Frans-Roemeens dichter, essayist, critica en vertaalster. Ze werkt als onderzoeker aan de Sorbonne in Parijs. In 2008 was zij te gast op het Poetry International Festival in Rotterdam. Ze heeft tot nog toe vijf dichtbundels op haar naam, w.o. Het boek van tekens en schaduwen en De Autosnelweg A4 en andere gedichten
De dichtbundel Het huis van scheermesjes (La maison en lames de rasoir) werd bekroond met de Prix Apollinaire 2007.

Meer over haar werk is te lezen op:


foto: Jan Mysjkin 

maandag 21 november 2011

Reisdoel


FOLTER



Het is niet bekend op welk tijdstip men
hem omhoogtrok,
hij werd op slag gefolterd,
men neemt aan dat hij getwijfeld heeft.

Het is niet bekend hoe hoog hij zweven moest,
of hij een reisdoel had, of hij
de aftocht zag.
Hij verdween en liet niets merken.


© Armando



Uit: Armando Gedichten 2009, Amsterdam-Antwerpen, Augustus, 2009

zaterdag 19 november 2011

Op het water


stond ik zo aan de zomerrand kwam er een

opgeruimde klant droeg krijtwitte
schoenen donkerblauwe broek vroeg ik of
ik mee kon varen en mijn koffer was geruit
floot die man een meeuwenlied en groen dat
de peppels waren op het water mag ik niet
en waar haal ik een boot vandaan zei hij
keek naar zijn broek en plukte eraan en ik
zei zorgeloos dat maakt niet uit u bent in
elk geval matroos


© Herta Müller




Uit: Herta Müller De rokkenjager en diens bijdehante tante - collagegedichten,
uit het Duits vertaald door Ria van Hengel - Breda, De Geus, 2011

vrijdag 18 november 2011

Offer


Het ambrozijn

was reeds gemengd,
Hermes nam een kruik en schonk de goden in.

En allen tegelijk
hieven hun bekers
voor het offer en smeekten om zegen voor de bruidegom.


Sappho


versfragm. 141 in: Sapfo Gedichten - uit het Grieks vertaald door Mieke de Vos, met een
nawoord van Doeschka Meijsing, Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011 

donderdag 17 november 2011

Mechanisch


220 VOLT



met kracht stoot hij
haar lichaam open
inspecteert hart
en longen

vraagt beleefd
of de buren ooit
hebben geïnformeerd
hoe hij haar doorbrandt
elke nacht

zij kijkt hem aan
met grote glazen ogen
knippert mechanisch
naar het licht

kantelt haar hoofd
en laat de rook
uit haar geopende mond
ontsnappen.



© Maurice Buehler



Uit: Maurice Buehler Grasaap te water Amsterdam/Antwerpen, Contact, 2004.

Ook opgenomen in: Gerrit Komrij De 21ste eeuw in 185 gedichten (bloemlezing met
 verzen van jong talent, dichters geboren na 1976) Amsterdam, De Bezige Bij, 2010

Strelend zeelicht


V


En met witte wiek graait
een draaiwind naar een zorgende
Rok, voor de open deur van de laatste
Dofogende woning voor schor en Stad Niks; stof
Stuift uit een mat en zij, haar witte tanden afgekeerd,

Ziet de zwarte akkers,
Ziet donkerkantige wolken,
En fluistert: "Theo" (met levenslange
'O'); en niet langer vlaagt de onrust in haar rok,
Nu haar zwarte hak de voordeur, die zich witschrikt, dichtslaat.

Op het geploegde dak
Streelt zeelicht de venusschelpen -
De droge zolder ziet nog de zwarte
Voren van de golven onder windploegende
Ganzen, een vriesnacht, waarin geen ziel een thuis zal vinden.


© Tsjêbbe Hettinga



Uit: Tsjêbbe Hettinga Aan schor en Stad Niks voorbij (Oan leech en Stêd Niks foarby) - in het Nederlands vertaald door Benno Barnard en Tsjêbbe Hettinga -  Leeuwarden / Rotterdam, 
Friese Pers Boekerij / Poetry International, 2010

woensdag 16 november 2011

Jouw schaduw


IK HEB NAAR HET PAD VAN MIJN LICHAAM GEZOCHT

(Ek het na die pad van my liggaam gesoek)



Ik heb naar het pad van mijn lichaam gezocht
en vond niets dan de vreemde littekens in het stof
Sporen van blauwe antilopen olifanten en luipaarden
zichtbaar in het klaar geheim van het witte pad
O ik wou niets dan jouw schaduw kennen, steenbokje
en het minieme gewicht van je vluchtende lijf


© Ingrid Jonker




Uit: Ingrid Jonker Ik herhaal je - uit het Zuid-Afrikaans hertaald door Gerrit Komrij -
Amsterdam, Podium, 2000

dinsdag 15 november 2011

Uitvindingen


ik schiep een wolk, joeg

wind achterna, vond
regen uit voordat
regen viel

ik lachte voordat iemand
lachen uitvond, zwom
de zee in voordat
ik kieuwen had

schaduw was ik voordat
ik boom was


© Leo Herberghs



Openingsgedicht uit: Leo Herberghs Hij, de langzaamste van allen Utrecht, De Contrabas, 2011

zondag 13 november 2011

Aarzeling (zou kunnen)



Papieren tafellaken met poëzie. Met verzen van acht - wisselende - dichters,
uit de reeks Poëten Aan Tafel, een uitgave van de stichting Plint, Eindhoven.

Ook verkrijgbaar met bedrukte servetten, met gedichten van diverse auteurs.
 
 
 
 
* Hans-Georg Gadamer (1900-2002) was een Duits filosoof

Dorst & onvindbaar


Het bestaat dus echt: verward, verloren

een café binnenlopen, namen opzeggen,
een vrouw zijn dorst aanbieden,
daarna zich onvindbaar maken.

Fluisteren buren in het hotel
dat er nergens oorlog, nergens echtbreuk,
alleen maar liefde is, niemand weet hoelang.

Aan beide zijden van de straat het licht
toereikend, zolang nog niet gedoofd,
rolt zich uit, catwalk voor de nacht.

Een zuchtje wind, de lucht klaart zacht,

tilt omhoog de stad.


© Frans Budé 


Uit: Frans Budé Bestendig verblijf, Amsterdam, Meulenhoff, 2009

zaterdag 12 november 2011

Politieke najaarsopruiming





Uit De Grote Rotterdamse Kunstkalender 2012 ("nu met 366 dagen!"), 
naar een idee van Zinnebeeld, buro voor grafisch ontwerp

De Grote Rotterdamse Kunstkalender toont op fiks formaat (30 x 34 cm, bijna drie kilo zwaar) iedere dag
het werk van een hedendaags Rotterdams kunstenaar.

vrijdag 11 november 2011

Gebrek


DE KIP, EEN JAMMERKLACHT



Zie de kip

Vogel: zeker
Maar nooit het luchtruim
de allesverterende drang naar verte

Veren: zeker
Maar nooit de trage vleugelslag
het hautaine zweven

Uit gebrek bestaat de kip
uit wat zij mist:
De coloratuur van bladgroene zangers
Het potloodventen van pauwen
Het scheurende oog van de havik
Het opgewekt cynisme van kraaien
De hockeydijen van de struisvogel

Tegenover de wulpsheid van wulpen
de gierigheid van gieren
stelt de kip haar kippigheid
het blindelings pikken
naar wat beweegt

Zoals zij klinkt is de kip:
de tweepotige k
de spichtige i
de pruillippige p
kip, haar spellen is haar verachten

Vel over borst is zij
een zak voor krop en maag en lever
eileiders
een warme zak voor drumsticks
tv boutjes

Ach arme naakte kip
het woord is vlees geworden.



©  Lodewijk Ouwens



Uit: Lodewijk Ouwens Wespenverdrinken en geel cellofaan Rotterdam, Douane, november 2011.



boekomslag: Joop Steenkamer  

donderdag 3 november 2011

Onder het bed


AF EN TOE KIJK IK...



af en toe kijk ik
onder mijn bed
zoek tussen de jassen
tast langs potten en flessen
en vind jou niet
vergeet het weer
tot het gemis opnieuw
te voelen is

soms laat je je vinden
en schrijf ik je op


© Anneke Buys


Bron: http://annekebuys.nl/index.php

woensdag 2 november 2011

Tijdreizigers


BEGRAAFPLAATS BROEKHEM



Op de helling boven de huizen
rustten haagomsloten de rustenden
in aarde die onbeweeglijk leek
tot graafmachines om wille van
een egaal bedrijventerrein
(echo van het motto: werk, werk, werk)
een hap uit de heuvelvoet namen.
Sindsdien zakken de zerken scheef
scheuren hardstenen dekplaten
staan asters uit het lood
schuift, kortom, de voormalige bevolking
inclusief mijn schoonouders,
heeroom, Jan Hanlo, Hubertina Nix
(om maar enkelen te noemen)
onherroepelijk terug naar het dorp.
Alwaar zij hun oude werk op zullen nemen.

Gemeente en kerkbestuur kijken
zwijgend toe alsof ze respecteren
de ondervinding van deze tijdreizigers
dat het leuker is
geschiedenis te maken
dan geschiedenis te zijn.



© Rouke van der Hoek



Uit: Rouke van der Hoek Bodemdaling, Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 2005

Spiegelschrift





tekstfragment op spiegel, naar een idee en ontwerp van J. Steenkamer
- ook verkrijgbaar in een Russische uitvoering, met vertaling van de Rotterdamse slavist-uitgever
A. van der Ent

dinsdag 1 november 2011

Voetstuk


EEN MEER DAN WAARDIG AFSCHEID



Bedankt voor de uitnodiging. Als het meezit ben ik bij je
binnen een dag of twee, tegenwind en files meegerekend.
Je bent gezond maar snel ontroerd sinds je speelgoed hebt
om mee te spelen, steeds zoek je een hoekje om te huilen.

Ik hoop wel dat het gezellig wordt, alles moet in orde zijn,
voor je huis staat een boom en erachter ligt een grasveldje,
hijgend sta je naast je voetstuk, het strand is vijf minuten
lopen, daar liet ik soms de zwarte herder van de buren uit,

ik hield zo van het razen. De hond, z'n naam ben ik kwijt,
wist van gekkigheid niet wat hij met die grote leegte moest,
een luchtballon steeg op en jij was roze van het hunkeren.

Wat is nostalgie toch fotogeniek, net een leeg weefgetouw!
Of denk anders aan die ene film waarin dat meisje vrolijk
touwtje springt tussen de graven, terwijl - o, je kent 'm niet.


©  Alfred Schaffer


Uit: Alfred Schaffer Kooi Amsterdam, De Bezige Bij, 2008.

De dichter ontving voor deze bundel in 2010 te Zutphen de Ida Gerhardt Poëzieprijs