woensdag 9 september 2009
Dag lieve jongen
GRAF TE BLAUWHUIS
(Voor buurvrouw H., te G.)
Hij rende weg, maar ontkwam niet,
en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud.
Een strijdbaar opschrift roept van alles,
maar uit het bruin geëmaljeerd portret
kijkt een bedrukt en stil gezicht.
Een kind nog. Dag lieve jongen.
Gij, die Koning zijt, dit en dat, wat niet al, ja ja, kom er eens om,
Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?
Gerard Reve
Uit: Gerard Reve (1923-2006) Verzamelde gedichten, Amsterdam, De Bezige Bij, 6e dr., 2006.
dinsdag 8 september 2009
Zeven nachten hoger
KRISTAL
Zoek je mond niet aan mijn lippen,
de vreemdeling niet voor de poort,
de traan niet in het oog.
Zeven nachten hoger wandelt rood naar rood,
zeven harten dieper klopt de hand aan de poort,
zeven rozen later ruist de bron.
Paul Celan
- vertaling uit het Duits: Ton Naaijkens -
Uit: Paul Celan (1920-1970) Verzamelde gedichten, Amsterdam, Meulenhoff, 2003
Frisierkunst
KINO-PALAST
Toen heel ons leven ver voor ons lag
en we niet zagen hoe vlak voor onze voeten
de grond vertrapt werd
was er in het Westen niets nieuws
maar toen dat er kwam werd het verboden
am Nollendorfplatz waar film
en Frisierkunst schitterend bloeiden.
Nu jaren later op dezelfde plaats
duik ik op een koude avond
bezaaid met al te jonge dennebomen
in onbestaanbaar Berlijn de p.orno in
jonge bruid bruiloftsmaal
bruidegom jonge arts weggepiept
voor spoedgeval getuigen angeheitert
vergrijpen zich und so weiter.
En zoals in elke film
onverbiedbaar
een moment van waarheid
een hand die zich verraadt
ogen in de camera
veel warmer dan ik vraag.
Straks naar het hotel
en niet willen weten hoe het afloopt.
Remco Campert
In: Remco Campert Scènes uit Hotel Morandi, Amsterdam, De Bezige Bij, 1983
maandag 7 september 2009
In de ochtendbus
ODE (fragment)
Vaderland is de duistere cel. De muren afgebladderd.
Vaderland is de invalide οp straat. En de afgebroken voet
in het museum.
De dode conducteur in de οchtendbus.
De raaf verbleekt in het zοnlicht. De paardevijg in
het gras.
Het oudje bij de vuilnisbak en de hond οp het kussen.
Vaderland is dit lichaam. De knieën die niets ver-
wachten.
De kerk met de kreupele heilige. De bomen met ge-
hangenen.
De afgetakelde menigten van het leven. De afgetakelde
menigten van de dood.
Het standbeeld van Velestinlís en het standbeeld van
Μavrοkοrdátοs.
Násos Vayenás
Uit: Násos Vayenás Biografie en andere gedichten – vertal. uit het Grieks: Marko Fondse en Hero Hokwerda.
Amsterdam, Het Griekse Eiland, 1990.
Niet bellen
Kom met dauw
KOM NIET MET DE HELE WAARHEID
Kom niet met de hele waarheid,
kom niet met de zee voor mijn dorst,
kom niet met de hemel als ik om licht vraag,
maar kom met een glimp, met dauw, met een flinter,
zoals vogels druppels meedragen van hun bad
en de wind een korrel zout.
© Olav H. Hauge
Kom ikkje med heile sanningi/Kom niet met de hele waarheid van Olav H. Hauge (1908-1994), uit het Noors vertaald door Bart Kraamer, hier uit:
Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries 500 Gedichten die iedereen gelezen moet hebben - de canon van de Europese poëzie, Amsterdam, Meulenhoff, 2008
Gezichten
MIJN MINNAAR EN IK
Je kijkt en je kijkt en je blijft vragen
naar wat je ziet, maar wat je ziet
is het enige antwoord
je ziet de hoofden van minnaars
en je gaat naar hun gezichten
naar hun ogen hun mond
je kijkt en je ziet hoe hun lippen
elkaar vinden en zoeken
zoeken en vinden
Rutger Kopland
Uit: Rutger Kopland Toen ik dit zag, Amsterdam, Van Oorschot, 2008
zaterdag 5 september 2009
Aardappelen van schaamte
DE AFDALING VAN DE REGEN
ik ben water van regen
ik ben water
ik ben regen
door een gat in mijn hoofd
sijpelt regen
ik ben de verwaterde
regen, val scheef
door het licht, door het gericht
van mijn ogen. hang regenvanen
uit mijn toren
veel ogen heeft de regen
veel oren heeft de regen
de regen hoort alwie
luistert naar regen
zittend onder de poort
van de regen
ik ben dronken van goden
ik ben dronken van regen
spreek tot mij schemering, spreek
naderen hoor ik je
achter de wegkromming nabij
het tuinhuis, opspringend in
mijn gehoorbuis
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
trommelregen, oude woudregen
regen die komt na het leven, regen
van vóór de geboorte
oor, hoor
de doodsregen
naaldfijne hakken van regen
stadsregen, straatstenenregen
zedepreker regen die steden
tegenspreekt
regen die zegt
nee
regen, op je harp spelend
boven zee, boven pijnboom-meren
boven bontgerokt vee
ijzeren regen, spoorstaven
regen, vertrekkende regen, aankomende regen
die signalen onkenbaar maakt, stationsklokken opjaagt
overkappingen weergalmen laat
maak, regen, geluk
tot een zitplaats aan het raam
maak ogen onuitputtelijk
zing lof onophoudelijk
spring over sprinkhanen
haal hazen in, laat vogels
rondedansen maken
kraai mee met morgenhanen
ontmaak mij, sla mij
genadig, sla mij met je naam
maak mij tot je renpaard
ga met mij, nachtraaf
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
in putten waaiende
druppelregen, hinkende regen,
regen die kantwerk maakt
van zwaluwen
geef mij schuinte van sleepsterren
geeft mij schuine getallen, geef mij
spiegelende karresporen, snikkende
slikregens van dennen
maak mij kraai, maak mij
uitzinnig, maak mij glinsterend
van blijdschap, laat mij zitten
onder hazelaren waar ik
tussen varens mij
inspin
maak mij dorpser dan dorsvloeren, maak mij
stichtelijker dan kerkportalen, maak mij
krommer dan kromhorens, geef mij
kwader gesternte
verschoppeling regen, maak mij
zwerfregen, maak mij zwerfsteen
lange akker, kronkelig
lopende steenweg waar overheen
eenhoorns snellen
dakloze regen
regen met bittere armen, met gebogen
knieholte, maak mij
een verweesde
geef mij jouw voetzool
dat ik dool tussen
kikvors en eendekroos
regen, je vioolsnaren
zijn van zilver, je garen
wind je af van
oude klossen
je speelsnaar is
van korstmossen
muisgrijze regen, liever dan
over appels en rozen loop je
over kevers
sta je langer stil
bij distels, val je dieper
in sneeuw
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
ga struikgewas binnen, hang
er druppels, ga bukkend
onder lijsterbessen
de schemering binnen, langs slingerende
paden, gele lissen waar mossen
de enkels vinden
van vlinders
prevelaar in de waterput met
ijzersmaak in je praatmond: hoor je
het plonzen van de roerdomp, de gelukkig
slurpende oerbron
haak regenhaken
in mij, vang mij,
spartelende vis, berg mij
in je groot visnet
bind rond mijn lichaam je wikkels
wikkel in pijn mij in
maak mij tot een waaiende
reiger, die de ruimte van de hemel
met zijn vleugels vult
zit aan mijn tafel:
brood van tranen, aardappelen
van schaamte, schaduw
van vlees
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
nederige regen, glinster
minder dan
bliksem
grasregen, glansregen
maak van de wereld as, maak
er misgewas van
bittere boze regen, stamp
op het asfalt
van de stad die jou niet
overleven zal
maak donker het zilver, dring ijzer binnen
maak blinder het bestek, jij
ooglichtbezerende
regen, engel die de lippen
losser maakt, vleugels van
zwaluwen lichter
laat mij springen
als een vis boven het water, maak mij
kleiner en
verbaasder
tik tegen het glas
van de maan, laat het tikken
in de straat mij
slapen en waken en slapen
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
open de kamers van rouw
ga er binnen, haal de oogst
van het rijke verdriet
eindelijk binnen
sluip in het oog
van de dagpauw
sla feller tegen
de windvaan, koppel de bergen los
van hun hengsels en stort
hen in zee
klop de geest
uit het donker los, klop
het donker los uit het nachtbos, gorgel
in de mond van de bronnen
kir als een nachtegaal
in waterklokken
stotter in keelholten, bloos
in het bleekste
regen
maak mij een vlot
maak mij zee
ga met de wandelaar, laat hem
jouw dwars pad gaan, veldwegen vol
zoete dwalingen
laat hem op toppen
van windvlagen winters
en alleen staan
kroon hem, beroof hem
van slijm en leem
zwijgregen in
nazomerdagen als oogharen
trillen gaan, poorten zich openen
naar het najaar
augustusregen, alle dagen
een andere hooinaam
nader trappelend
met de hoef van het paard
de boomgaard, sla de zwaarden
uit zijn hand, maak zijn zwaarte
ontoelaatbaar
laat uit verre schuren
het muizegraan rollen
in mestwater
woed tegen
smeedijzeren hekken, stambomen
en stamnamen. maak scheuren
in grafkapellen, roestplekken
in familiewapens
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
maak mijn ogen open, maak
mijn knieën
buigzamer, mijn haren losser
mijn rug bevlogener
regen op mij
je nee
tranen druppelen langs de snaren
van je viool, gekrulde regen, vismonden
regen, pianospeler
op zee
sla tegen het ijzer
van de hemel, beitel in steen
mijn gezicht tot welfsel
van been
plunder feestzalen, sla kerktorens
tot puin, maak kathedralen
tot geraamtes, ontbloot
de kaken van
nachtbrakers
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
lenteregen, welke kleur heeft
lenteregen, rozeblaadjeskleur?
smalle heupen, smallere
ogen, o langzaam dalende ogenregen, jij
uitnodigende bruiloftsregen, schuifelend
over rozen
landregen, zoete hooiregen, jij die je
leegschudt op dorpshoven
gelukkige
paarse aprilregen, oorbellenregen
in gras gelegen vlinderregen
die vleugels hangt in de boom, ze weer loshaakt,
ze prijs geeft
herfstregen die wegwist, die de kleur wegwist, die
de verte wegwist, weg wist wat op de wereld
ooit vol schroom is verschenen
wis, regen, de wereld weg
op een doodgewone herfstige
achternamiddag, maak
een aarde zonder
verten
wis de dansers weg
leg mij, een ledige
terug in het ledige
maak schuilhoeken voor
lachers, maak nissen
waar zich hun lachen
kan verpozen
laat de eenzaamste bomen
door de wind zijn verlaten, ga slapen
nabij nesten van
regenvogels
waai vanachter bosschages
naar mij toe waar ik wacht op de schuinste
pessoaanse regenval
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
leg je leeslint tussen
de druppels, dat ik
blad na blad
lezen kan van
je gemis
geef mij
je leeslamp die ruist
van jouw ruisen dat ik
nog even kan voortbestaan
laat de wereld bestaan
uit lettertekens, laat ze bestaan
uit doornstruiken
uit dovenetel
laat, regen, mij aan je vasthouden
dat ik niet te laat kom
troostregen, regen van erfgrond, van dodemansgronden,
van stichtelijke wortels, van ongebruikte
oogbollen, holteregen, waterwolfregen
daal eindelijk af, murmel
in mijn broekzak, slaap in de luier
van slaap
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
daal in erfgoden, kraai boven
de haan, boven de bokkesprong, ga binnen
in spinrokken, waai
door het oog van het paard
ga naar braakland, zet
honderd regenstoelen klaar
voor nazaten
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
verschijn in klaslokalen
kras namen in lessenaars
zeg dat regen woorden heeft
voor klaproos en ratelaar,
dat regen zingt op
het asfalt als
honderd katers
wees aandachtig in hout
dring door tot de houtworm
graas, regen, het gras weg
graas het schaap weg, graas de tong weg
van het schaap, waai achter de sneeuw aan
van verleden jaar, waai tegen
sneeuwpaarden aan
waai mijn naam weg waar
ik lig op mijn slaapsteen
alleen alleen alleen
wees aandachtig in hout
dring door tot mijn houtworm
© LEO HERBERGHS, 17 augustus 1999
Het episch vers DE AFDALING VAN DE REGEN verscheen, als aparte ingenaaide bijlage (16 p. in druk), bij de dichtbundel Daarmee Wordt Gezwegen van Leo Herberghs.
De uitgave werd gepubliceerd ter gelegenheid van de eerste Dag van het Gedicht, later de jaarlijkse Gedichtendag in Nederland en Vlaanderen. (Rotterdam, Bèta Imaginations, januari 2000)
De schilder

EDWARD HOPPER EN HET HUIS BIJ HET SPOOR *
Hierbuiten op exact het midden van de dag,
Draagt dit vreemde, klungelige huis de uitdrukking
Van iemand die bekeken wordt, van iemand die
Onder water zijn adem inhoudt, zwijgend en vol verwachting;
Dit huis schaamt zich voor zichzelf, schaamt zich
Voor zijn fantastische mansardedak
En zijn pseudo-gothische veranda, schaamt zich
Voor zijn schouders en grote, eigenaardige handen.
Maar de man achter de ezel is meedogenloos;
Hij is brutaal als het zonlicht, en gelooft
Dat het huis iets verschrikkelijks gedaan heeft
Tegen de mensen die er ooit in leefden
Want nu is het zo hulpeloos leeg,
Het moet iets tegen de hemel gedaan hebben
Want de hemel is, ook, volledig blanco
En ontdaan van iedere betekenis. Er zijn nergens
Bomen of struiken - het huis
Moet iets gedaan hebben tegen de aarde.
Er is alleen een enkel paar rails aanwezig
Dat zich uitstrekt naar de verte. Geen treinen komen voorbij.
Nu keert de vreemdeling dagelijks terug naar dit oord
Totdat het huis begint te vermoeden
Dat ook de man desolaat is, desolaat
En zelfs beschaamd. Spoedig begint het huis
De man eerlijk aan te kijken. En op de een af andere manier
Neemt het lege, witte canvas langzaam
De uitdrukking aan van iemand die terneergeslagen is,
Iemand die onder water zijn adem inhoudt.
En dan verdwijnt op een dag de man simpelweg.
Hij vormt een late namiddagse schaduw die
Zich over de rails beweegt, baant zich een weg
Door de immense, schemerende velden.
Deze man zal nog andere verlaten herenhuizen schilderen,
En verbleekte ramen van cafetaria's, en slecht geletterde
Winkelpuien aan de randen van kleine stadjes.
Altijd zullen ze deze uitdrukking dragen,
De volledig naakte blik van iemand
Die bekeken wordt, iemand die Amerikaans en slungelig is,
Iemand die op het punt staat in de steek gelaten te worden,
Alweer, en er niet langer tegen kan.
Edward Hirsch
- vertaling Joris Lenstra -
* Naar het gelijknamige doek van de Amerikaanse realistische schilder Edward Hopper (1882-1967).
Edward Hopper and the House by the Railroad (1925) , gedicht van Edward Hirsch uit: Wild Gratitude, New York, Knopf, 1986.
Met dank aan Artchive/Art.com
Knie
EERSTE PSALM
is de nacht al begonnen
is dit de nacht
er zijn nog lichten aan
er zijn nog gordijnen die niet zijn dichtgedaan
een ongelukkige fietst naar zijn huis maar herkent het niet
hij herkent zijn vrouw niet
en het kroost dat bakkeleit om wie op vaders knie
hij herkent zijn knie niet
Erik Jan Harmens
Uit: Erik Jan Harmens Gospels en psalmen, Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2008
vrijdag 4 september 2009
Een hart van regen
73.
Vreemdeling die luistert en die een asiel meesleept
in eigen land, ik ben een gebaar en
vertaal een nevel in de zon van een woord
ik weet enkel dat je lucht bent
die mijn ogen raakt, ik ben on-
doorschijnend van aarde, doordrongen van
uw adem en ik reik u een hart van
regen, handen van zand
iets meen ik te verstaan, ik zoek de andere
in mijn spiegel, door het transparante van een voorhoofd
je bent, als ik naderbij kom, de verdamping van een
druppel die op mijn verfoeisel zelfs geen spoor nalaat
ik ben rotswoestijn uit één oppervlak waar
in de kalme windstoot der woorden zich nooit wellicht
uw stilte zal vasthaken aan mijn graten

Marcel Hennart
- vert. Iris Van de Casteele -
Uit: Le temps éteint / De uitgebluste tijd, nog onuitgegeven persoonlijk cadeau van Marcel Hennart (1918-2005) aan de vertaalster Nederlands, naderhand tweetalig verschenen in het Frans en Spaans als Le temps éteint / Tiempo apagado, in de Spaanse vertaling van Renata Duran - Mortemart, Ed. Rougerie, 1993.
Waar je bent en hoe je kwam
DE ENE REIZIGER ZEI TEGEN DE ANDERE
WIJ KOMEN NIET TERUG ZOALS
Ik ken de woestijn niet
maar aan haar randen grοeide ik in woorden
die woorden zeiden en ging
als een verstoten vrouw, als haar gebroken echtgenoot
Ik οnthield niets dan het ritme
dat ik hoorde
en volgde
en ophief als een duif
op weg naar de hemel
van mijn lied
Ik ben een kind van de Syrische kust
waar ik woon als punt van vertrek οf verblijf
tussen zeevolk
maar de luchtspiegeling bindt mij in het oosten
aan oude bedoeïenen
Ik drenk de mooie paarden
en voel de klop van het alfabet in de echo
Ik kom terug als een venster naar twee kanten
Ik vergeet wie ik ben
οm een menigte in één persoon te zijn, tijdgenoot
van gezang van vreemde zeelui onder mijn venster
een brief van soldaten aan hun familie
Wij komen niet terug zoals wij gingen
Wij komen niet terug, ook niet af en toe
Ik ken de woestijn niet
al bezocht ik die vaak in gedachten
In de woestijn zei de verborgene tegen mij
Schrijf
Ik zei: in de luchtspiegeling is een ander schrift
Hij zei: schrijf, opdat de luchtspiegeling groen wordt
Ik zei: ik mis verborgenheid
en ik zei: ik heb de woorden nοg niet geleerd
Hij zei tegen mij: schrijf οm ze te kennen
en te weten waar je was en waar je bent
en hoe je kwam, en wie je morgen bent
Leg je naam in mijn hand en schrijf
οm te weten wie ik ben, en ga als wolken
de ruimte in
En ik schreef wie zijn verhaal schrijft, erft
de wereld van het woord en bezit de betekenis
Ik ken de woestijn niet
maar neem afscheid: dag
stam ten oosten van mijn lied: dag
familie van wie velen door het zwaard vergingen: dag
zoon van mijn moeder onder zijn palm: dag
mοe'allaqa die onze planeten kenden: dag
volkeren die voorbijgaan als een herinnering: dag
begroeting van mij tussen twee gedichten
Een gedicht werd geschreven
en een andere dichter was verliefd gestorven
Ben ik ik
Ben ik daar οf hier
In elk 'jij' ben ik
Ik ben jij, de aangesprokene. Het is geen verbanning
jij te zijn. Het is geen verbanning
dat mijn ik jij is en geen verbanning
dat zee en woestijn
het lied zijn van een reiziger voor een reiziger
Ik kοm niet terug zoals ik ging
Ik kοm niet terug, ook niet af en toe
© Mahmoud Darwish
- vert. Kees Nijland en Asad Jaber -
Uit: Mahmoud Darwish Waarom heb je het paard alleen gelaten. Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009.
Danspas
OOGZIEKENHUIS
als ik wazig in het glas gekeken heb
en glazig door mijn bril heen tuur
denk ik aan vroeger tijden
toen cyclopen nog monocles droegen
en de opticien een half salaris ving
aan ziekenhuis de knipoog
waar men het voltage van de geleidehond verhoogde
tot zijn contactgestoorde lenzen licht gaven
als ik wazig in het glas gekeken heb in
braille praat tegen dovemansoren een
danspas uitprobeer op het zebrapad
dan hoop ik dat de brillenglazen
van de aanstormende automobilist
minder dik zijn dan de mijne
© Hans Wap
Uit: Hans Wap De laatste lemming, Varik, De Weideblik, 2008
Werkelijkheidsdroom
VERGEET III
Vergeet de
poëtische waarheid
Er is alleen
de werkelijkheid
zeggen de denkers
Vergeet de werkelijkheid
Er is alleen de
poëtische waarheid
zeggen de dromers
de ware werkelijkheid
© Günter Grass
- uit het Duits vertaald door Daan Bronkhorst -
Uit: Zo'n gelukkige dag - Dichters voor Amnesty International (samenst. Daan Bronkhorst),
Breda, De Geus, 2007.
Günter Grass (Danzig/Gdansk, 1927) werd met romans als Die Blechtrommel de belangrijkste naoorloogse literaire stem van Duitsland. In 1999 kreeg hij de Nobelprijs voor de Literatuur.
De vorm van mijn handen
DE GELIEFDE *
Zij staat over mijn oogleden
en haar haren zijn in de mijne,
zij heeft de vorm van mijn handen,
zij heeft de kleur van mijn ogen,
zij verzinkt in mijn duister
als een steen op de hemel.
Zij heeft haar ogen altijd open
en laat mij niet slapen.
Haar dromen in het volle licht
slaan wolken uit de zonnen,
laten mij lachen, huilen en lachen,
en praten zonder iets te hoeven zeggen.
Paul Éluard
- Voor M. -
L'amoureuse van Paul Éluard (1895-1952) - vertaling Hans van Straten - in:
Guus Luijters De moderne Franse poëzie. Een anthologie, Amsterdam, Veen, 2001.
* Als titel boven dit vers stond in deze Nederlandse editie oorspronkelijk ‘De verliefde’.
Een correctere vertaling is echter ‘De geliefde’ (minnares, vrijster). Daardoor krijgt het gedicht een andere lading.
L’AMOUREUSE
Elle est debout sur mes paupières
Et ses cheveux sont dans les miens,
Elle a la forme de mes mains,
Elle a la couleur de mes yeux,
Elle s'engloutit dans mon ombre
Comme une pierre sur le ciel.
Elle a toujours les yeux ouverts
Et ne me laisse pas dormir.
Ses rêves en pleine lumière
Font s'évaporer les soleils
Me font rire, pleurer et rire,
Parler, sans avoir rien à dire.
Paul Éluard
donderdag 3 september 2009
Noem mij
FAMILIEBERICHTEN
I
Mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?
Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.
Voor wie ik liefheb, wil ik heten.
© Neeltje Maria Min
Uit: Neeltje Maria Min Voor wie ik liefheb wil ik heten, Amsterdam, Bert Bakker, 1966.
Dieper dan de lente
RAPSODIE
De liefde is een seizoen dieper dan de lente
zei je. Zij omsluit ons
als een gracht waaraan ontsnapping
onmogelijk is.
Ik maar zwijgen.
Naar de bomen kijken.
Of beter naar de vogels
in de bomen.
(Vrachtwagens kwamen voorbij).
Toen begon het te waaien
te stormen.
Te regenen ook.
De vogels wisselden
de hele tijd van tak.
De zon brak weer door.
Een mooie rode zon
die scheen als eerst.
Die bescheen wat er is.
Precies wat er is.
Niet méér.
Niet minder.
© Násos Vayenás
Uit: Násos Vayenás Biografie en andere gedichten – vertal. uit het Grieks: Marko Fondse en Hero Hokwerda.
Amsterdam, Het Griekse Eiland, 1990.
woensdag 2 september 2009
Ontcijfering
ER ZIJN GEEN ARGUMENTEN
er zijn geen argumenten
in de liefde geen bewijzen
ik zou je kunnen vragen
om nooit van me weg te gaan
je zou een antwoord kunnen geven
een teken dat ik moet ontcijferen
soms lachen wij en zijn onszelf
zo leven wij en zoeken
diep in elkaar naar een plek
waar wij het liefste zijn
een ogenblik een dag
daarna weer en dieper
zoals eenden naar de bodem duiken
en het is nooit genoeg
© Miriam Van hee
Uit: Miriam Van hee Reisgeld, Amsterdam, De Bezige Bij, 1992
dinsdag 1 september 2009
Alles wat ons aanraakt
LIEFDESLIED
Waar moet ik toch mijn ziel bewaren dat
zij niet langs de jouwe strijkt? Hoe draag ik haar
over jou heen en weer naar andere dingen?
Hoe graag niet liet ik haar in iets verzinken,
bracht ik haar onder ergens in de nacht,
verloren in een vreemde stilte waar
niets verder trilt wanneer je dieptes klinken.
Maar alles wat ons aanraakt, jou en mij
beroert ons samen als een strijkstok die
twee snaren tot één melodie gebiedt.
Op wat voor instrument zijn wij gestemd?
En welke hand heeft ons omklemd?
O teder lied.
Rainer Maria Rilke
Uit: R.M.Rilke Wie nu alleen is - twintig liefdesgedichten,
gekozen en vertaald door Menno Wigman,
Amsterdam, Bert Bakker, 1996
LIEBES-LIED
Wie soll ich meine Seele halten, daß
sie nicht an deine rührt? Wie soll ich sie
hinheben über dich zu andern Dingen?
Ach gerne möcht ich sie bei irgendwas
Verlorenem im Dunkel unterbringen
an einer fremden stillen Stelle, die
nicht weiterschwingt, wenn deine Tiefen schwingen.
Doch alles, was uns anrührt, dich und mich,
nimmt uns zusammen wie ein Bogenstrich,
der aus zwei Saiten eine Stimme zieht.
Auf welches Instrument sind wir gespannt?
Und welcher Geiger hat uns in der Hand?
O süßes Lied.
Abonneren op:
Posts (Atom)

