donderdag 13 mei 2010

Hemelvaart, op een koude meimorgen



ICARUS


Je weet niet van tevoren hoe iets breekt,
op welke dag, hoe laat, om welke reden
het zijden draadje knapt. Toevalligheden?
Of kun je weten wat erachter steekt?

De scheidslijn is maar dun: het scheelt een haar,
een hartinfarct, een vliegtuigstoel, seconden
waarin iets hapert. Dan word je gevonden
en hulpverleners zwijgen naar elkaar.

Als Icarus, de vleugels hoog geheven,
zo zou je willen zweven als je kon,
gewichtloos en in louter licht te leven.

Het fijne stof waaruit we zijn geweven
keert terug tot stof waarmee het ooit begon.
Wat blijft is ons verlangen naar de zon.



Rikkert Zuiderveld *


* Gedicht op Radio 1 vanochtend, geschreven voor het programma Dit is de dag

Vaders rug


WILLEMSBRUG, mei '40


Smeulend puin. Een graflucht. Meeuwen krijsen.
Maar ik ben achter vaders rug niet bang. Hij wijst.
- De jongenslijken die de Willemsbrug bevolken.
Weer zie ik het zwarte water om de pijlers kolken.


*




VERGETELHEID

Dresden is van de vergetelheid gered;
Rotterdam viel onder slopershamers.
- Duivelswerk was 't. Zelfverminking.
De vuilste was blijft binnenskamers.


© Hans Sleutelaar


Twee gedichten uit:
Hans Sleutelaar Vermiste stad - Rotterdamse kwatrijnen, Amsterdam, De Bezige Bij, 2004.



"Tijdens de slag om Rotterdam in mei 1940 hielden mariniers en zeemiliciens met verouderde
wapens vijf dagen lang stand tegen Duitse stoottroepen die over de Willemsbrug wilden oprukken naar Den Haag. Zij opereerden praktisch zonder commando. 'Ieder vocht voor wat hij waard was,' getuigde een van hen na de oorlog.
Bij de gevechten om de Willemsbrug sneuvelden enige tientallen jeugdige Nederlanders en Duitse militairen; de schattingen van hun aantal lopen uiteen." (Aantekening van de auteur)

woensdag 12 mei 2010

Atelier



HIJ SPRONG NIET VAN DE DERDE VERDIEPING

(Nie wyskoczyl z trzeciego piętra)


De Tweede Wereldoorlog.
Warschau.


Vannacht hebben ze bommen gegooid
op het Theaterplein.


Op het Theaterplein
heeft mijn vader zijn atelier.

Al zijn doeken, het werk
van veertig jaar.


Vanmorgen is vader gaan kijken
op het Theaterplein.
Hij heeft alles gezien.


Zijn atelier
heeft geen plafond meer,
geen wanden,
geen vloer.


Vader sprong niet
van de derde verdieping.
Vader is helemaal
opnieuw begonnen.



© Anna Świrszczyńska


Uit: Heb medelijden, tijd - Poolse poëzie van de twintigste eeuw.
Samengesteld en vertaald door Karol Lesman. Leiden, Plantage, 2003

Hevig voorjaar



VROEG DAALT DE AVOND OVER DE GEVANGENIS


Vroeg daalt de avond over de gevangenis.
Zelfs als draak begin je daar niets tegen.
Noch je kundigheid in de strijd,
Noch je dappere heldenhart,
Wapent je tegen weemoed
Die zich zachtjes in je nestelt, je verteert.


Vroeg daalt de avond over de gevangenis.
Zeven stalen bomen worden neergelaten,
Sluiten zeven poorten af.
En dan plotseling treurt de tuin
Daar aan de voet van de muur.
Drie takken nachtelijke rust,
Drie wortels driekleurige viooltjes...

In dezelfde vreselijke liefde
Hangt de wolk in de lucht, de abrikoos aan de tak.
De gevangenschap begint zwaar te vallen.
De duisternis is beklemmend...
Oρ het eiland zingt iemand de 'Koerdenbruid'
Terwijl ik op en neer loop langs de kooien
En aldoor onmogelijke dingen verzin,
Lachwekkende, onhandige, kinderlijke...

Werd ik maar neergeschoten, verslagen, zeg ik,
Spiernaakt, in een gevecht.
Waren vriendschap en vijandschap
Maar even manhaftig.
Maar dat kun je vergeten,
Bajonetten worden oρ lopen gezet.
De nachtronde van de bewakers begint...

Gretig strijk ik een lucifer af..
Met de eerste trek rook ik mijn sigaret tot de helft op,
Ik inhaleer diep, heel diep, een teug zal mijn laatste zijn.
Ik weet het, 'jij ook al?' zul je zeggen.
Maar vroeg daalt de avond over de gevangenis.
En buiten is het hevig lente,
Ik ben gek op je,
Stapelgek...



Ahmed Arif


- vertaling uit het Turks: Sytske Sötemann -



Gedicht Αkşam erken iner mahpushâneye, in:

Moderne Turkse Poëzie - Mehmet Emin Yildirim, Sytske Sötemann en Mehmet Çetin (samenstelling). Amsterdam, Atlas, 2010

dinsdag 11 mei 2010

Aan, uit


ZOMAAR, ZOMER


Deel van me,
klop maar, ik laatje
toch niet buite.

Ik kan niet zegge
dat je veel zon krijg.
Gaat verandere.
Doen we wat aan,
uit, bedoel ik.
Deel van me, jij moet.


C.B. Vaandrager



Uit: Zij het gehavend, stad-cyclus in:
Vaandrager Made in Rotterdam - verzamelde gedichten, samenst. Martin Bril & Hans Sleutelaar. Amsterdam, De Bezige Bij, 2008

maandag 10 mei 2010

Gewatteerde jasjes


EN WIJ MAAR RENNEN

(A myśmy biegli)


En wij maar rennen over het gras
terwijl werd beschikt over het lot van de geschiedenis.

Wij hoorden geen schoten.
In plaats van geschiedenis hadden we gym.

En wij maar rennen over het gras
terwijl schoenen voor ons werden genaaid.

Korte gewatteerde jasjes
waren ons een steun in de rug.

Ewa Lipska


- uit het Pools vertaald door Karol Lesman -

Uit: Karol Lesman (samenst. en vert.) Heb medelijden, tijd. Poolse poëzie van de twintigste eeuw. Leiden, Plantage, 2003

Opperbevel


DAT


Dat de hersenen de opperbevelhebber van het lichaam zijn
dat het lichaam begeerte verbergt in de grot van het schaamdeel
dat het schaamdeel de lippen van de gevangene bevochtigt
dat de gevangene een gebroken tand is in de mond die het bevel schreeuwde
dat het bevel geen grens kent
dat de grens gespannen is als een kous
dat de kous zwijgt
dat het zwijgen draden lostrekt uit de kluwens van woorden
dat in de hersenen de woorden vastzitten als een hek
en erachter niets meer te bespreken valt.

© Ronny Someck



Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen, gedichten – uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach. Maastricht, Azul Press, 2010

Degene van toen


U BEGRIJPT MIJ NIET



u begrijpt mij niet wij vochten tegen
een vijand een vijand begrijp mij toch
ons werd verteld dat er een vijand was
ja we hadden een vijand nodig

u begrijpt mij niet u begrijpt niet
dat er oorlog was ik was degene van toen


© Armando


Uit: Armando Verzamelde gedichten Amsterdam, Bezige Bij, 1999

Andere tijd



10 MEI 1994




Vanavond gehoord van je dood op een uur
dat de dag haast stilstond van vrede

maar onder een andere hemel verstreek een andere tijd
ontplofte het licht en je was verdwenen

hier in mijn schemer vonkt nog het oude volledige leven
en bekvecht het uitgesteld vlees met de geest

een verwonderde muze wacht op het donker en vlecht
nog een kraai en een nachtegaal tussen de regels

niets is voor niets geweest nu niets meer beweegt
voorgoed lig je vast in je taal en je tekens
in wat je steeds luider totaler verzwijgt -


©
Gerrit Kouwenaar



Uit: Gerrit Kouwenaar Helder maar grijzer, gedichten 1978-1996. Amsterdam, Em. Querido, 1998.

Gedicht naar aanleiding van het overlijden van zijn collega en vriend Lubertus Jacobus Swaanswijk: kunstschilder, dichter, tekenaar en lithograaf Lucebert (Amsterdam, 15 september 1924 – Alkmaar, 10 mei 1994).

De uitspraak van het pseudoniem Lucebert is Loetsje-bert, van het Italiaanse 'luce' (=licht) en het Germaanse 'bert' (=licht), eigenlijk dus dubbel of twee maal licht.


Lucebert (foto rechts)

zondag 9 mei 2010

Kier


VERZOENDAG


Het heilige gebeurt. Ik heb geraakt
grenzen van God en mens en dier.
Voorhangsel scheurt. Het heilige is hier.
Het heilige der heiligen ontwaakt.

Ik word geheel met u gelijk gemaakt.
Leven en dood staan niet meer op een kier.
De wanden draaien open van de vier
hemelgewesten. Gij zijt losgehaakt

van het papier, dat u gebonden hield
aan lettertekens, die tesamen stonden
om wat zij wisselend van u bevonden;

spel door zichzelve ritselend bezield
tot zoveel vuur, dat er geen vezel blijft
tussen wat is en wat er over schrijft.



Gerrit Achterberg


Uit: Gerrit Achterberg [1905-1962] Verzamelde Gedichten, Amsterdam, Querido (1964)

zaterdag 8 mei 2010

Rode teil



KORTE GESCHIEDENIS VAN DE WODKA



Ik weet niet meer hoe de bar heette, achter in
de Cultuurzaal van de metaalarbeiders in Tsjiljabinsk.
Ik herinner me alleen nog het meisje dat om het kwartier
achter de toonbank vandaan kwam om de glazen te verzamelen in
een rode plastic teil.
Ze sprong van tafel naar tafel haar hoge schoenen
klosten de geur van een flinke buit,
een bontmuts smeerde oorlogssneeuw op haar voorhoofd
en de alcoholdampen vervaagden het gezicht dat wapperde als een witte vlag.
Er bestaan, zei de man die naast me zat, geen lelijke vrouwen
er is te weinig wodka.


Ronny Someck


- vertaling uit het Hebreeuws: Hilde Pach -


Ronny Someck (1951, Baghdad) verhuisde op jonge leeftijd naar Israël. In Tel Aviv studeerde hij literatuur en filosofie. Tot heden zijn er negen dichtbundels van hem verschenen. Zijn poëzie is vertaald in 39 talen; werk van hem is opgenomen in diverse bloemlezingen, onder andere in het Frans, Engels en Italiaans.
Someck, een voormalig dienstweigeraar, is bestuurslid van de ‘Batsheva Dance Company’ en van het Hebreeuws-Arabisch Theater.
Voor zijn poëzie heeft hij vele prijzen gekregen, waaronder in 2006 de Hans Berghuisstok, de poëzieprijs van The Maastricht International Poetry Nights.

Blues van de derde zoen is zijn eerste bundel in Nederlandse vertaling, met de bekendste gedichten uit zijn oeuvre tot dusver.
Hilde Pach, vertaler van o.a. Amos Oz en David Grossman, twee vooraanstaande schrijvers uit de hedendaagse Israëlische literatuur, tekende ook voor deze verzameling verzen in het Nederlands van de dichter Ronny Someck (Uitgeverij Azul Press, maart 2010).

Straaltje



EN SNEL VALT DE AVOND



Ieder staat alleen op het hart van de aarde
doorboord door een straaltje zon:
en snel valt de avond.



Salvatore Quasimodo (1901-1968)


Uit: De mooiste van Quasimodo - vertaling uit het Italiaans: Erik Derycke en Bart van den Bossche - Tielt (B.) / Amsterdam, Lannoo/Atlas, 2004.
Ook in: Van Dante Tot Neruda - 123 wereldgedichten om uit het hoofd te kennen,
samenst. Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. Tielt, Lannoo (2009)


ED È SUBITO SERA

Ognuno sta solo sul cuor della terra
trafitto da un raggio di sole:

ed è subito sera.

Salvatore Quasimodo

vrijdag 7 mei 2010

Postzegels & Pedalen: de Giro d'Italia begint in Nederland



Noord-Italië, wielerbedevaartskerk Madonna del Ghisallo op ruim duizend meter hoogte in de Alpen boven het Lago di Como: maglia rosa, de roze leiderstrui van Fiorenzo Magni, alias "De Witte Wolf", die de Giro won in 1948, 1951 en 1955 . Links naast Magni's trofee aan dezelfde kerkmuur de regenboogtrui van wereldkampioen en vijfvoudig Girowinnaar Alfredo Binda. Binda's record van 41 Giro-etappeoverwinningen in één wielerleven hield meer dan zeventig jaar stand, totdat sprinter Cipollini - ook wel Il Re Leone of "Mooie Mario"- begin deze eeuw zijn totaal aantal ritzeges in de Ronde van Italië op 42 bracht (in 2003).


FIETSTOCHT


Het verre postkantoor was de magneet.
Niet om de luchtpostzegels of de taal
van overzeese stempels - nee, het deed
op tweehoog 's middags dienst als jeugdleeszaal.

Tweemaal, op dinsdag en op donderdag,
verdween ik in het ruime trapportaal
en kwam weer buiten met een brede lach.
Ik had mijn voorraad boeken andermaal.

Met in mijn hoofd een eerste regel die
ik vluchtig had gezien bij een verhaal
werd, fietsend, al naar het vervolg gegist.

Toch geselde ik vervaarlijk het pedaal
om sneller thuis te zijn, omdat ik wist:
het boek is beter dan de fantasie.


Gerrit Komrij


Uit: Gerrit Komrij Luchtspiegelingen, Amsterdam, De Bezige Bij, 2001




Aan het kerkplafond, links: de groene Bianchi-fiets waarmee Felice Gimondi in 1976 de Giro d'Italia won. Onderop: gezegende en vervolgens weggeschonken olympische en wereldkampioenstruien van Italiaanse wielerhelden, op het altaar van de Madonna del Ghisallo. [fotoarchief 2005]



Méér over het wielerbedevaartsoord Madonna del Ghisallo bij Como (It.) op:

Iedereen vogelvrij


EEN MOOIE DAG OM STILTE TE VERSCHEUREN


Een mooie dag om stilte te verscheuren.
Oud-strijders staan te beven aan de kant
de blikken op zwartwit - en het gebeurt.
Gewoon, omdat het kan. Omdat één man.

Het is de wet van Nederland. Bij ons
moet alles vroeg of laat een keer gebeuren
dus dan ook dit. Elkeen zoekt naar het licht
als hamsters in een bak met open deuren.

Ik heb vandaag mijn oorlogsland herdacht
en struikel voort in ongeremdheid
zozeer bevrijd dat ik een kind vertrap.

Vlak voor mijn voeten valt een hoogbejaarde
in zijn soldatenpak. Hij huilt. Ik kijk.
Waar alles mag, is ieder vogelvrij.



©
Ramsey Nasr


Nationaal gedicht nummer 11 van Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr, mei 2010.
Bron: Dichter op het scherm/Koninklijke Bibliotheek, Den Haag.

Nasr was 4 mei jl. 's avonds op de Amsterdamse Dam tijdens de jaarlijkse Dodenherdenking bij het nationaal monument voor de gevallenen aanwezig toen bij een plotselinge verstoring aan het eind van de twee minuten stilte honderden mensen in de menigte in paniek wegvluchtten. Bij de eenmansactie van de - verslaafde - 'Damschreeuwer' raakten tientallen deelnemers door omvallende dranghekken vertrapt en gewond.

donderdag 6 mei 2010

Dichter tussen mes en vork





Voor wie nog wil aanschuiven: servetten en papieren tafellakens - in damastpatroon - uit de reeks Poëten Aan Tafel van de onvolprezen stichting Plint. Vijfenzeventig servetten bedrukt met één gedicht, zoals hierboven Bert Schierbeek,
plus een papierrol van tien meter met teksten van acht - wisselende - dichters (onder).

Maaltijdpoëzie, altijd vers!

En goed voor het milieu, voor wie daar in tijden van loze verkoopargumenten nog gevoelig voor is.
De papieren gebruikspoëzie kan na het diner in de prullenmand, vaatwasser volkomen overbodig.

- klik voor groter beeld -



woensdag 5 mei 2010

Minnaar


LIEFDESLIED
(Love Song)

Als jij zou verdrinken, kwam ik je redden,
Wikkelde je in mijn deken en schonk je hete thee.
Als ik een sheriff was, plaatste ik je onder arrest en
Sleepte ik je voortaan overal gevankelijk mee.

Als je een vogel was, dan maakte ik een plaat
Om de hele nacht te luisteren naar je hoge trillen.

Als ik een sergeant was, was jij mijn jansοldaat,
Εn je zou niks anders meer dan drillen willen.

Als je Chinees was, leerde ik de talen,
Ik brandde een boel wierook, kleedde me curieus.

Als je een spiegel was, bestormde ik de Dames,
Ik gaf je mijn rode lipstick en poederde je neus.

Als je van vulkanen hield, was ik lava,
Onstuitbaar stromend uit mijn verborgen bron.
En als je mijn echtgenote was, was ik je minnaar,
Omdat je voor de kerk niet scheiden kon.
Joseph Brodsky
- uit het Engels vertaald door Robbert-Jan Henkes -

in: 500 Gedichten die iedereen gelezen moet hebben - de canon van de Europese poëzie, samenst. Ilja Leonard Pfeijffer en
Gert Jan de Vries, Amsterdam, Meulenhoff, 2008


LOVE SONG

If you were drowning, I'd come to the rescue,
wrap you in my blanket and pour hot tea.
If I were a sheriff, I'd arrest you and keep you
in a cell under lock and key.

If you were a bird, I'd cut a record
and listen all night long to your high-pitched trill.
If I were a sergeant, you'd be my recruit,
and boy, I can assure you, you'd love the drill.

If you were Chinese, I'd learn the language,
burn a lot of incense, wear funny clothes.
If you were a mirror, I'd storm the Ladies',
give you my red lipstick, and puff your nose.

If you loved volcanoes, I'd be lava,
relentlessly erupting from my hidden source.
And if you were my wife, I'd be your lover,
because the Church is firmly against divorce.

Joseph Brodsky


Graf van de Amerikaans-Russische schrijver Joseph Brodsky op het dodeneiland San Michele,
in de lagune van Venetië (herfst 2009)

Aan land


HET KIND UIT VIJFENVEERTIG



Mijn vader had twee levens. Eén
kort en vlammend, zonder mij. En één
daarna. Mijn vrijheid was een plicht.
Ik speelde in een pasgeboren luwte;
wat ik voor vol aanzag was innerlijk
ontwricht. Verhalen gingen onvoorspelbaar

dicht en vragen ketsten terug. Ik zweeg.
Als ik aan tafel zat stond er een horde
hol van honger in mijn rug. Ik at.

Hij nam een boot. Geen vijand kan
op open water schuilen. Mijn vader
klemde in zijn vuisten schoot en roer.

Gevangen in een cel van hout dwong
hij de vrede af. Hij vocht met storm.
Opluchting dreigde als een tweede dood.

Mijn vader had twee levens: één
sloeg zijn brandmerk in het ander
en het ander joeg een schaduw over mij.

Ik ging aan land, ik voel de wind
en in die schaduw ben ik vrij.


© Anna Enquist


Gedicht uit 1995, met dank aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei, in:
De verleden tijd van vrede, dichters over 4 en 5 mei. Amsterdam, Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) & Nationaal Comité 4 en 5 mei (2005)

Het geluk van de binnenplaats



MIJN UITVAART

(Cenaze Merasimim)


Zal mijn begrafenis van onze binnenplaats vertrekken?
Hoe krijgen jullie mij van de derde verdieping beneden?
In de lift past de kist niet,
en het trappenhuis is te smal.

Misschien ligt de binnenplaats in de volle zon en scharrelen er duiven,
misschien sneeuwt het wel en is de lucht vol kinderkreten,
of misschien is het asfalt nat van de regen.
En staan op de binnenplaats, net als altijd, de vuilnistonnen.

En als ik, volgens plaatselijk gebruik, in een open kist op de vrachtwagen
wordt geladen,
kan er wel eens iets op mijn voorhoofd druppelen van een duif: dat heet
geluk!
Of de muziek nu wel of niet komt, de kinderen komen zeker naar me kijken,
kinderen zijn altijd nieuwsgierig naar de doden.

Ons keukenvenster zal me nakijken.
Ons balkon, met al z'n wasgoed, zal me doorlaten.
Ik heb op deze binnenplaats gelukkig geleefd, daar hebben jullie geen weet van.
Buren, ik wens jullie allen een lang leven toe...

Moskou, april 1963


© Nâzim Hikmet


- vertaling uit het Turks: Gerjan van Schaaik -Uit: Moderne Turkse Poëzie - Mehmet Emin Yildirim, Sytske Sötemann en Mehmet Çetin (samenstelling). Amsterdam, Atlas, 2010.





Rechts: Nâzım Hikmet, gefotografeerd in de gevangenis van Bursa, in 1948.
'Gevangen zitten is niet het probleem
Het probleem is hoe je voorkomt dat je je overgeeft…'



Hikmet (1902-1963) was anti-Atatürk en tegen de staat.
Zijn werk is wereldwijd vertaald, maar in eigen land werd hij verbannen. Zeventien jaar van zijn leven bracht hij door in gevangenissen. Bij zijn honderste geboortejaar, in 2002, was rehabilitatie door Turkije eindelijk in zicht. Al zou het nog zeven jaren duren voordat hij - posthuum - in 2009 zijn staatsburgerschap terugkreeg.

dinsdag 4 mei 2010

Hek



EEN REBÉTIKO VOOR FRANS VAN HASSELT*



vanmorgen stond ik in de lege keuken
en ruimde alles op voor ik vertrok

er was nog een halve fles olijfolie en 1 citroen
dat is teveel citroen

yorgos de kat sprong op het kozijn
en keek me aan met amberkleurige ogen
een geurende vissenkop is de liefste
de kleuren van de hemel zijn de kleuren van de zee
en de regen verdampt voor ze de straat raakt

ik dronk niet het retsina-flesje leeg
ik waste niet het mes uit Kreta af

de bouzoukispeler zong: waar gaat de liefde naartoe als die verdwijnt
en ik neuriede het melodietje mee

misschien is Kim vannacht gaan dansen met die jongen uit de bar
misschien bij volle maan al geeft geen Griek daarom

er was nog een halve fles virgin olijfolie en 1 citroen
dat is teveel citroen

waar gaat de liefde naartoe als ze verdwijnt
het hek sluit wel de poort maar niet de blik


Maria van Daalen


- voor het eerst gepubliceerd op Poetry International Web, 2008 -


* Frans van Hasselt (1927) is een Nederlands journalist die al decennia werkzaam en woonachtig is in Athene; hij geldt als kenner van de rebétiko, de Griekse 'blues', een recent herontdekt, terugkomend genre volksmuziek met liederen die oorspronkelijk veel te horen waren in de achterafbuurten van de havenstad Pireas (Piraeus).

Tussen München en Stuttgart


TRACTOREN




De zonen van dr. Mengele verkopen tractoren
op de weg tussen München en Stuttgart.
Wie ze koopt zal de aarde ploegen,
zal een boom water geven,
zal de dakpannen van het huis rood verven
en ziet op het bierfestival het hoempaorkest
op het plein staan als tinnen soldaatjes in een etalage.

In de schoonheidssalon van de geschiedenis weten ze nog een kuifje te
kammen
in het haar van
een monster.


Ronny Someck


Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen, gedichten – uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach. Maastricht, Azul Press, 2010