vrijdag 18 februari 2011
Te doen alsof
EILAND
Woensdag, we hebben het plan. Van dit eiland te vluchten. (Allemaal vanwege de zee.)
We zijn vreselijk dorstig. Kunnen bijna niet schrijven.
Uit de slanke pen groeit een harde, groene schelp, het eerste velletje briefpapier is leeg. Niemand is meer gewend een zinderende brief te schrijven op een tropisch hete dag.
Dinsdag, we hebben het plan om te vluchten. Te vluchten in de zee van het eiland, te doen alsof alles perfect is als in het begin.
Te doen alsof wij het eiland zijn, en onze ogen maanlicht. Zodat we de hitte niet meer voelen.
© Ye Mimi
- uit het Chinees vertaald door Silvia Marijnissen -
Ye Mimi (1980, Taiwan) publiceerde in 2004 haar tot nu toe enige dichtbundel, Pikdonker. Sinds dit debuut is haar ster snel rijzende.
Voor nadere informatie en meer vertaalde poëzie van Ye Mimi, zie:
http://www.silviamarijnissen.nl/2010/ye-mimi-wat-voor-spook-gedichten/
Gedragen
ZE LIEPEN MET KAARSEN DE BERG OP
Ze liepen met kaarsen de berg op
en zongen daarbij een muziek die klonk
als klagen dat door het licht omhoog
werd gedragen. Hem droegen ze
levend en dood, de moeder droegen ze
ook, maar die wankelde zo alsof de dragers
er de brui aan gaven. Die er waren
sloten zich aan bij de stoet: een schare donker
en licht die zingend of zwijgend
bleef klimmen en dalen.
© Hester Knibbe
Uit: Hester Knibbe De buigzaamheid van steen Amsterdam/Antwerpen, de Arbeiderspers, 2005
donderdag 17 februari 2011
Onhandig
AAN HET EINDE VAN DE DAG
Aan het einde van de dag,
als iemand aan komt hollen met de liefde,
als je moe bent en onhandig en toevallig net verward in
een warnet
van angsten –
wat moet je doen,
wat moet je met de liefde doen, donzig, schrikachtig,
die iemand je nog brengt?
© Toon Tellegen
Uit: Toon Tellegen Alleen liefde, Amsterdam, Querido, 2002
woensdag 16 februari 2011
En de anderen maar dansen
HET THEATER VAN DE SLAAP
Voor Yorgos Michaïlidis
Werkelijk ik was haar vergeten
ik was haar gezicht en haar stem vergeten
en herinnerde mij niet eens
de straat het huis en de trap
zo plotseling in een zwarte jurk
op blote voeten net als toen
trad zij mijn donkere droom binnen
kom zei ze
en we daalden op de tast de trap af
we gingen weer op de treden zitten en ik omhelsde haar
en waar ga je heen vroeg ik
en kan me niet schelen zei zij
en ik wilde haar
en ík wil jou wél zei ik
het is de Oorlog zei ze
stil nu maar mijn lief
misschien zien we elkaar op een dag weer
ze woelde mijn haar in de war
en je bent nog jong zei ze
je vindt wel andere vrouwen je zult me vergeten
je zult niet meer weten dat je me vergeten bent
en de anderen boven maar dansen
en iemand boog met een kaars over de trap
riep van boven
is er iemand op de trap
en we spraken niet
en mijn adem was in haar adem
net als toen
maar nu wisten we dat we wanhopig speelden
we speelden de liefde
ons voorbije leven
in mijn donkere droom
als twee onhandige acteurs
die sidderen voor de regisseur.
© Yorgos Pavlópoulos
- uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda -
Een van de twaalf door Hokwerda vertaalde verzen van Pavlópoulos ter gelegenheid
van het optreden van deze dichter bij Poetry International, Rotterdam juni 2003
dinsdag 15 februari 2011
Wandspiegel
Weer wat kleren heb ik uitgetrokken
en ze mijn knechtje laten verpanden bij het wijnhuis…
Nu kijk ik omhoog naar de heldere hemel
en dit is wat ik de maan vraag -
‘Luister eens: Li Po, die oude zatlap,
wat was hij vergeleken bij mij?’
- Namp'a Kim Ch'ŏnt'aek
Namp'a Kim Ch'ŏnt'aek (ca. 1700) was oorspronkelijk politieman, doch verwierf roem als zanger.
*
Ik wil je vergeten,
maar dat schijnt onmogelijk…
Ik wil mijn liefde als zinloos zien
en in bed keer ik mijn gezicht naar de muur,
maar de wand wordt een spiegel
en die toont slechts jouw gezicht.
- anoniem -
Twee gedichten uit: Liefde rond, liefde vierkant - bloemlezing uit de sijo-poëzie. Zeven eeuwen Koreaanse poëzie, vertaald uit het Koreaans en beschreven door dr. F. Vos.
De Oosterse Bilbiotheek, Leiden/Amsterdam, Meulenhoff, 1978
Labels:
anoniem,
dichterswit,
Namp'a Kim Ch'ŏnt'aek
maandag 14 februari 2011
Ik drink uit jouw ogen
DE SAAMHORIGHEID
Jij zult gaan schrijven
"Zij zocht in haar handtas naar een aansteker"
en als ik uitroep: saamhorigheid verbindt ons
dan zul jij gaan schrijven:
"Zij zei: verberg mij en ontdek mijn plekje"
en na ons verzoekje om onderdak zul je gaan schrijven:
"Zij was droevig als Hagar"
Het is niet onwaarschijnlijk dat het gedicht zo eindigt:
"Jij drinkt uit jouw kopje
en ik drink uit jouw ogen"
Of zo:
"de tastbare dingen zijn verbindingen naar de ideeën"
Of zo:
"Ik ben niet onschuldig en geen marionet"
en daarom: ik zal mijn mond niet opendoen,
maar jij, ook jij zult gaan en schrijven:
"Zij deed haar mond niet open
omdat haar hart open stond"
© Helmi Salim
Helmi Salim (1951, Egypte) in:
Onbereikbare Liefde - tweetalige bloemlezing van Arabische dichtkunst (red. Ibrahim Cohen, Ronald Kon en Abderazak Sbaïti), Amsterdam, El Hizjra, 1995
Dezelfde hemel?
WEG
Is het naar mij
net zo ver als naar jou?
Voel jij als het koud is
dezelfde kou?
Voel jij als het warm is
dezelfde hitte?
Zie je dezelfde
opaatjes zitten?
Staat de zon
aan dezelfde hemel
te schijnen?
Is mijn straat de jouwe
en jouw straat de mijne?
Is de weg
net zo recht dus
en echt dus en vrij?
Waarom kom ik dan hier?
En jij nooit eens
bij mij?
© Edward van de Vendel
Uit: Edward van de Vendel Superguppie krijgt kleintjes Amsterdam, Querido, 2005
zaterdag 12 februari 2011
Tussendoor
IN HET RESTAURANT
Jonge vrouw met gouden hoofddoek
vreemde zwarte zwaan zelden waargenomen
in de bijt van dit restaurant
net als ik zit ze nijver te schrijven
tussen de gerechten door
het lijkt wel een wedstrijd
ik durf haar niet aan te spreken
vroeger van verlegenheid
nu van ouderdom
als ze opkijkt kijk ik neer
en opeens wat een timing! is ze weg
en ben ik alleen met een luchtspiegeling
© Remco Campert
Uit: Remco Campert Een oud geluid Amsterdam/Rotterdam, De Bezige Bij-Poetry International, Gedichtendagbundel 2011
vrijdag 11 februari 2011
In de vroegte
IK NOEM JE ETC.
ik noem je: bloemen
ik noem je: merel in de vroegte
ik noem je: mooi
ik noem je: narcissen in de nacht
waaroverheen de wind strijkt
naar mij toe
ik noem je: bloemen in de nacht
© Jan Hanlo
Uit: Jan Hanlo Verzamelde Gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1970
Ander volk
DE OPLOSSING
(Die Lösung)
Na de opstand van de 17e juni
Liet de secretaris van de schrijversbond
Op de Stalinallee pamfletten uitdelen
Waarin stond dat het volk
Het vertrouwen van de regering verloren had
En het slechts door twee keer zo hard te werken
Terug kon winnen. Was het dan toch
Niet eenvoudiger dat de regering
Het volk ophief en
Een ander koos?
© Bertolt Brecht
Door Brecht, die steeds meer twijfelde over de nieuwe mens in het 'betere' - communistische - Duitsland, geschreven na het bouwvakkersoproer van 1953 in de DDR.
Oorspr. in Buckower Elegien, hier uit:
Bertolt Brecht Over de aardse liefde en meer - samenst. en vert. Martin Mooij - Rotterdam, Ad. Donker, 1998
donderdag 10 februari 2011
Mummies
WEG MET DE FARAO
Men noemt Egypte het volk van de farao’s…
O, ja? Hebben zij de piramiden gebouwd
stapelden zij moeizaam, steen op steen
beulden zij zich af in de brandende zon?
Nee, dat deden zij niet
dat deed het volk
Het volk, dat zij sloegen en niet kreeg te eten
Al eeuwen zijn er geen farao’s meer
Hun graven zijn verlaten, hun schatkamers leeg
Hun mummies grijnzen in museumvitrines
O, ja? Zijn er geen farao’s meer?
En Hosni Mubarak dan?
Zijn knokploegen slaan het volk van Egypte
dat roept om vrijheid
waar het recht op heeft. Zoals alle volkeren
En nog steeds heeft het volk niet te eten
Weet, Nederland, als Egypte niet vrij is,
dan zijn wij ook niet vrij
want wij zijn EEN volk op aarde
En daarom zeg ik: Hosni Moebarak
laatste levende mummie van Egypte, verlaat ons!
Farao, go home !
© Manuel Kneepkens
Gedicht voorgelezen tijdens een Egypte-demonstratie afgelopen zondag bij het Rotterdamse World Trade Center (WTC)
Blues
DE PIJN IN DE OCHTEND
Op een zomeravond, het stikt van de muggen,
kan je beter op de stoep van je huis gaan zitten
waag een gokje, het is zomer in de stad
er kan van alles gebeuren, de lucht is als een zwarte zee
iedereen wil wel iemand in z’n armen houden
laat je hart toch breken, wat kan jou het schelen,
dan kan je tenminste als je bij de hemelpoort aanklopt
zeggen , god wees lief voor me, ik heb een gebroken hart
nu nog niet, niet je zakken vol stenen
het water is niet koud genoeg
pik iemand op
het is zo’n heerlijk avond, de lucht
licht van de maan en stil als de zee
en god die je gebroken hart lijmt
holy shit, zegt god, die chick heeft de blues
ze moet op de stoep voor haar huis gaan zitten
pech van die muggen
en een gokje wagen.
© Carla Bogaards
Uit: Carla Bogaards Dat zwart gewalste hart Amsterdam, Veen, 2006
woensdag 9 februari 2011
Boordlicht
'S NACHTS
's Nachts varen de landstreken naar huis.
Op volle kracht, elkaar met brandend boordlicht
omzeilend. Het schuurt aan boomwortels,
boegwater klotst in vijvers.
's Nachts wonen we in Midden-Duitsland.
Langs het raam schaduwen de hardnekkigste
creaturen van de gebroeders Grimm, zijzelf wellicht,
treurend om iets van duizend jaar geleden,
ze zijn het vergeten.
's Nachts sluit zich om ons het bos
vol echo's van boerenkrijgen. Kinderen
door wanhopige ouders achtergelaten
bidden om wedergeboorte uit een wolf.
Maar kijk, tussen de stammen een licht!
Dan is het tijd. Ochtend. Opluchting.
Hun lot is toch niet ons lot.
Varen terug. Tongval weer vertrouwd.
Enige twijfel blijft.
© Rouke van der Hoek
Uit: Rouke van der Hoek Het magnetische noorden, gedichten Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 2001
Op ooghoogte
DAG EN NACHT
De blozende dag vertoont zich in een
kleurrijke mantel,
op ooghoogte hangen de lichamen te drogen,
ze worden ongeduldig, ze worden
onbesuisd.
De nacht maakt de houten gaten zwart,
het bos beraamt,
de hoestende voertuigen banen zich een weg,
er brandt al licht boven de struiken.
© Armando
Uit: Armando Gedichten 2009, Amsterdam-Antwerpen, Augustus, 2009.
De bundel werd recent op de Dag van het Gedicht bekroond met de VSB Poëzieprijs 2011
maandag 7 februari 2011
Strik
VOORZICHTIG
voorzichtig
heb ik de gevangen vogel
uit de strik verlost
ik laat hem vliegen
hij geeft mij vleugels
© Willem Hussem
Uit: Willem Hussem (1900-1974) Warmte vergt jaren groei - een
keuze uit de gedichten en tekeningen (samenst. F. Eerhart en H. Steenbruggen). Tevens tentoonstellingscatalogus bij de Hussemexpositie in Enschede, Rijksmuseum Twenthe. Eindhoven, uitg. stichting Plint, 1992.
Méér over de kunstenaar-dichterWillem Hussem staat op:
http://www.rogerarts.com/artists/hussem/hussemdescr.htm
zaterdag 5 februari 2011
ademloos
die daar als knoflook geur heeft geplakt
tussen de plooien van je vingerkoten
waar je je neus in neigt om je te wanen
onder het kirrende van haar sproeisel, onder
het minnelijke van haar buidel, onder het
moederlijke van haar memsel, dat jou
in je strot kroelt en bijstert en
ademloos
houdt vanwege het lood dat langs
de regenboog van haar kijker je long
in loopt, vanwege het cellofaan waarmee
de schaterlach van haar toekomst de
tocht over je tong stopt en je dwingt je te
wentelen in wie jou is, in wie jij zijn zal:
luidloze, hooploze, tijdloze
© Henk van der Waal
Uit: Henk van der Waal Zelf worden Amsterdam, Querido, 2010
vrijdag 4 februari 2011
Iets onzegbaars
GEVLEUGELD EN BIJTEND DONKER
Een zin met ‘gevlekte schaduw’ erin.
Iets onzegbaars
dat stiekem als een lijster
uit de ochtendstilte gutst.
De andere man, de officier, die uien bracht
en wijn en zakken meel,
de majoor met de opgezwollen knie,
wilde na afloop een intelligent gesprek.
Omdat ze geen keus had, voorzag ze ook daarin.
Potsdamer Platz, mei 1945.
Toen de eerste klaar was wrikte hij haar mond open.
Bash? vertelde Rensetsu sensationele stof te vermijden.
Indien de verschrikking van de wereld de waarheid behelsde,
zei hij, zou er niemand zijn om het te zeggen
en niemand om het tegen te zeggen.
Ik denk dat hij de beschrijving van het lichtelijk opgewonden
zwermen van insecten bij een waterval aanbeval.
Wrikte haar mond open en spuugde erin.
Wij geven deze dingen blijkbaar door
omdat we zijn wat we ons kunnen voorstellen.
Iets onzegbaars in de ochtendstilte.
De geest die hongert naar gelijkenissen. ‘Gevoelige hemel,’ enz.,
buigt het spoor van de zwaluw om in de lucht.

© Robert Hass
- uit het Engels vertaald door H. C. ten Berge -
Uit: Robert Hass Een verhaal over het lichaam, een keuze uit het werk van deze Amerikaanse dichter (1941, San Francisco) met vertaling door H.C. ten Berge.
Amsterdam, Meulenhoff, december 2010
donderdag 3 februari 2011
Daar lag ik
ONDER DE STERREN
Onder de sterren geslapen. Lang in de tijd
liggen kijken, in de ijlende, krijsende ruimte.
De vreemde vreugde die dat ondenkbare schept.
Ik zag een foto die iemand vanuit een kuil had genomen.
Uitzicht vanuit een graf, stond eronder. Je zag
een stuk van de hemel en de dunne kruinen van bomen.
Ik denk aan mijn vader, heel ver van huis, niet meer
bij machte terug te keren.
En aan mijn ex die ik plots bij mijn tandarts aantrof
boven mijn wijdopen mond, mooier en harder dan ooit,
met een slang in haar hand om het gruis en het vocht
weg te zuigen. Daar lag ik.
Ik zou zo graag licht willen reizen, met in mijn rugzak
niet meer dan wat kleren, een veldfles, een pen
en papier
© Juliën Holtrigter
Gedicht waarmee Juliën Holtrigter (1946, pseudoniem van dichter, fotograaf en beeldend kunstenaar Henk van Loenen) eind januari jl. de tweede editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd won. In de Stadsschouwburg van Amsterdam ontving Holtrigter de eerste prijs van € 10.000 uit handen van juryvoorzitter Gerrit Komrij.
woensdag 2 februari 2011
College
PORTIER
rook uit de jaren zeventig slaapt in zijn snor als woede op
kinderen in een rijdende ford escort waar vader het woord
zijn onbewezen ongelijk logeert
even kijken wie de lekkerste borsten heeft tijdens het college
even snoepen van de truitjes in de pauze
mijn mond is een klooster vol oeh’s en ah’s
maar ik laat mijn broek niet zakken
ik laat mijn kaak niet zakken
voor de docent
in zijn dorp vechten meerkoeten en eksters
aan zijn tak wipt een doezelende druif op en neer
ik wil een machtige sleutelbos als conciërge
ik wil een niet te beledigen behendigheid
met apparaten
en
tijdens het vele repareren
wil ik vaak niets liever dan hartelijk komen kijken
bij wie de heerlijkste borsten had
in mijn dorp vechten meerkoeten en kraaien
© Tsead Bruinja
Uit: Tsead Bruinja Batterij, Amsterdam, Contact, 2004
dinsdag 1 februari 2011
Cadeau
IK WIL
een stad voor mijn verjaardag
met mensen huizen en een plein
een vijver met daarin een zwijn van
steen een kleine perenboom vol merels
en kerels wil ik van die potige met
kisten op hun schouders oude laarzen
en meisjes met mutsen van konijnenbont
en harde wimpers en gezoete lippen en
stippen wil ik in de plaats van strepen
nee zebrapaden zijn zo dun dat
je hun ribben door het asfalt ziet
en brievenbussen wil ik niet en regen
vuilnisbakken kan ik heel slecht tegen en
baby's die ruiken naar poeder en verdriet
nee ook baby's kale bleke baby's niet
© Eva Cox *
Uit: Eva Cox Een twee drie ten dans, Amsterdam, De Bezige Bij, 2009
* Met Armando, Kreek Daey Ouwens, Paul Bogaert en Henk van der Waal genomineerd voor
de VSB Poëzieprijs, januari 2011
Abonneren op:
Posts (Atom)