zaterdag 30 juli 2011
Voor altijd
KASTANJES
Ik zie hen naast elkaar gehurkt
met de handen door de bladeren
woelen. Ze zoeken naar iets kostbaars
dat vooral niet mag verloren gaan.
Ze fluisteren en ik hoor hen lachen
maar gedempt: ze delen de geheimen
waar ik voor altijd buiten sta. Dit
zijn mijn vader en mijn zoon maar
van de zestig jaren tussen hen in
is er geen spoor dat nog naar mij
verwijst. Ze verdwijnen in elkaar
zoals de glimmende kastanjes
vanzelfsprekend verdwijnen
in hun broekzakken.
© Marc Tritsmans
Uit: Marc Tritsmans De wetten van de zwaartekracht, Tielt (B.), Lannoo, 1992
Dansen
RAADSELS VAN DE REGEN
Wat is zelfgenoegzaam? Regen.
Wat is een kapstok? Een stille vriend.
Hoeveel gaten telt een knoop?
Het dubbele van een knoopsgat.
Wat wil dansen maar kan het niet? Regen.
Wat wil vuur zijn maar kan het niet worden? Regen!
Wat ligt daadwerkelijk stil? Het hart van een dode.
Wat klopt het hardst: het hart of de voet van de baby?
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Wasdom Amsterdam, De Bezige Bij, 2011
donderdag 28 juli 2011
Heimwee
ERGENS OP HET ZWARTE LAKEN
de regen suisde door het raam
opnieuw had je gezwegen
in gedachten klom ik op je en liet je me begaan
je zou het heimwee voelen en misschien
het zachte ruisen van de regen
© Alja Spaan
Uit: Wouter van Heiningen - Alja Spaan Je hebt me gemaakt met je kus, liefdesgedichten,
met illustraties van Pierre Struys. Alkmaar, Atelier 9en40, januari 2011
Niet meer
CREDO
ik geloof in een rivier
die stroomt van zee naar de bergen
ik vraag van poëzie niet meer
dan die rivier in kaart te brengen
ik wil geen water uit de rotsen slaan
maar ik wil water naar de rotsen dragen
droge zwarte rots
wordt blauwe waterrots
maar de kranten willen het anders
willen droog en zwart van koppen staan
werpen dammen op en dwingen
rechtsomkeert
© Remco Campert
Uit: Remco Campert Vogels vliegen toch Amsterdam, Uitgeversmaatschappij Holland, 1951 -Windroosreeks no. 14.
Remco Campert (Den Haag, 28 juli 1929) is dit jaar zestig dichter. Vogels vliegen toch was in 1951 zijn debuut.
A, B of C (formulier)
ONDERZOEK
Wilt u rusten overdag en 's nachts een man gelukkig maken?
Voelt u zich neerslachtig bij het idee van lavendel?
Heeft u wel eens een hotel bedacht?
Haal door: ik ben geen vrouw / ik ben een domme vrouw.
Ik heb in de afgelopen jaren minimaal zes keer
spijt gehad. Aan mijn vingertoppen kleeft
bij voorkeur: bladgoud, verf, tomatensap.
U past in een koffer. Als u niet in een koffer past
hoe zou u uzelf dan omschrijven? Hoe lang
heeft u last van overgewicht? Hoe vaak?
Als u van een brug springt zult u toch proberen:
A) uzelf aan te wijzen op een kaart
B) steeds verder weg te drijven
C) halverwege om te keren
Stel, uw ziekte is een dier. Bij gezondheid telt de vraag
voor twee. Welk dier is uw ziekte bij voorkeur niet?
Let op: de slechte dagen dienen meegeteld.
Bent u banger voor de uitslag dan voorheen?
Schrijf op wie volgens u de vragen stelt.
© Ester Naomi Perquin
Uit: Ester Naomi Perquin Namens de ander Amsterdam, Van Oorschot, 2009
Glanzend
DE VERDELING VAN GELUK
Dekbedden teruggeslagen,
Verfrommelde lakens,
Glanzend in maanlicht.
Beeld van verrukking,
Of verlangen,
Of kwelling.
Afhankelijk van wie
Zich wat voorstelt.
(Ik weet het: jij bent degene
Die doorstoken is, ik ben degene
Diep gebogen naast je, die probeert
Door je ogen naar binnen te kijken.)
© Robert Hass
- vertaling uit het Engels: H. C. ten Berge -
Robert Hass Een verhaal over het lichaam, teksten en gedichten - met vertaling
en nawoord door Hans ten Berge. Amsterdam, Meulenhoff, 2010
woensdag 27 juli 2011
Een vin
De kastanje eet uit mijn handpalm;
ik zit met mijn gezicht
naar de muur waaruit ik bloed.
Zodra ik maar een vin verroer
moet ik toegeven dat ik
een vis ben. Ik wapper
met mijn vleugels tot ze droog zijn,
tot ze zijn verdampt. Het gevreesde
nadert: het valsspelen begint.
Te weinig heb ik verworpen.
© Hans Faverey
Uit: Hans Faverey (1933-1990) Verzamelde Gedichten, ed. Marita Mathijsen, Amsterdam,
De Bezige Bij, 2000
Glazen en rietjes
ALLES OP AFSTAND
zo zitten we bijna in een woonkamer,
onze banken op de pier en de zee
als een salontafel tussen beiden,
glazen en rietjes ontbreken nog
om er het leven door te zuigen.
er is niets dat me naar je hand doet neigen,
niets dat mijn trillende vingers op je lippen
legt of me doorheen
je haren laat gaan.
de redenen staan in koffers
naast mijn voeten, zwaar en onhandig.
ik tors ermee, maar elders
wil ik nu niet zijn.
jij weet niets van de living en de koffers
vol bezwaren, het is de wind
die over je hand en mond glijdt en je haren
in de war brengt.
toch tuit je je lippen
om ‘zo’ te zeggen.
‘zo is het wel genoeg.’
© Sylvie Marie
Uit: Sylvie Marie Toen je me ten huwelijk vroeg, Antwerpen/Amsterdam, Vrijdag-Podium, 2011
De woorden vergeten
Om vissen te vangen gebruikt men aas. Heeft men de vissen
gevangen, dan kan men het aas vergeten. Om konijnen te
vangen gebruikt men een strik. Heeft men de konijnen
gevangen, dan kan men de strik vergeten. Men gebruikt
woorden om hun betekenis uit te drukken. Wordt de
betekenis verstaan, dan kunnen de woorden vergeten
worden. Waar vind ik een mens die woorden vergeet, opdat
ik met hem praten kan?
Tsjwang-Tse Chinees tauïstisch filosoof ( ca. 300-200 v.C.)
Rozenhoven
In Italië
in Italië heb ik je teruggevonden met een cederen gestalte
en met licht sidderend haar
nog door de nacht beschaduwd
In Holland en Frankrijk de zachte
poezesnoeten der vrees
de apen van de angst
de zilveren rails
de opengebroken grond
Rozenhoven vol kinderverlamming
de zeven terechtstellingstuinen
erkers verpleegsters en zwijgend parende beelden
de raderboten der ontzetting
een bijlslag in een rotte tronk hout
Maar zuidelijker
je gestalte smal tussen brandende bergen
en je schouders hoog boven einders van lichtval
en je voeten kleine hoeven langs de kanten der rotsen
en je lichaam een wiel in het water
© Hans Andreus
Uit: Hans Andreus Verzamelde gedichten Amsterdam, Bert Bakker, 1982 [1e dr.]
dinsdag 26 juli 2011
Maatpak
LIEVER ZOU IK NAAKT GAAN
Liever zou ik naakt door alle straten gaan
en ze om me laten lachen als dat hun lol is.
Liever zou ik naakt door alle straten gaan
of me laten opsluiten als een krankzinnige.
Liever zou ik naakt door alle straten gaan
en bevriezen zoals bomen, versteend zwart.
Liever zou ik naakt door alle straten gaan
en sterven als een man die eindigt met zelfmoord.
Liever zou ik naakt door alle straten gaan
en me gedragen als een geminachte arme dwaas.
Liever zou ik naakt door alle straten gaan
maar me nooit in een maatpak van leugens steken.
© Péter Kuczka
- vertaling: Daan Bronkhorst -
Irodalmi Usjág, Budapest 6 september 1956
uit: Zo'n gelukkige dag - Dichters voor Amnesty International (samenst. Daan Bronkhorst),
Breda, De Geus, 2007.
Péter Kuczka (Hongarije, 1923-1999) was een dichter en science-fictionschrijver die het van 1956 tot 1976
verboden was te publiceren.
maandag 25 juli 2011
In kazernes
HET KWAAD
Meestal krijgt het amnestie van gevoelens.
Op vrije voeten
slikt het valse lucht.
Cameralieden tonen de ganse wereld
de fiches van zijn zwart omrande ogen.
De tijd wordt vast in verlegenheid gebracht
door het zwaar achtergestelde uur.
Is het een drukfout
in de uitgaven van generaties?
Men kan een aanklacht indienen
tegen onbeantwoorde haat.
De epidemieën van de geschiedenis.
De hartstocht der gebeurtenissen.
Een al te achteloos doorstane keelontsteking.
Bijlessen van altruïsten helpen niet.
Muzikale frasen. Stucwerk en ornamenten.
In de kazernes van nieuwe misdaden
verstommen engelenkoren ten einde raad.
© Ewa Lipska
Uit: Ewa Lipska Mensen voor beginners - uit het Pools vertaald door Karol Lesman en Ad van Rijsewijk - Breda, De Geus, 2000
zondag 24 juli 2011
Schuld
DAGDROOM
Ek het jou brief gelees terwyl ek eet,
die woordesoet het oor my tong gesprei.
Verby die aardse brood het ek gestaar
dwarsdeur die bome in die raam, dwarsdeur die grys
wolkeplafon tot in die paradys
waar alles lig en helder is. En net
soos in die Bybel was ons naak en het
ek, aangekla, gou hom die skuld gegee
wat skemerig sis... toe ek opeens gewaar
dat ek my halfgerookte sigaret
aftik in my twee-derde koppie tee.
© Elisabeth Eybers
Uit: Elisabeth Eybers Gedigte 1958-1973 Amsterdam, Em. Querido, 1978
Letter
Zij stuurde hem een blad
waar hij vroeg om een
brief. Zo was de taal
die zij samen spraken
brieven = bladeren.
Zij hadden kunnen kiezen
voor andere zij had hem
een letter kunnen sturen in plaats van
vele wat hij wou zinnen verhalen zij
kozen
de moeilijkste die waarin zij beiden
nog kinderen waren
niets meer wisten dan wat zintuigen
hun gaven wat is het
dat ik voel (stilte)
hoe heet het daar waar je me
kust - onnoembare details nu
naamloos uitvergroot:
Krakau* (moedervlek).
© Jo Govaerts
Uit: Jo Govaerts Waar je naar zit te kijken, Leuven (B.), Kritak, 1994.
* Govaerts (1971), slaviste, vertaalde poëzie van o.a. Wisława Szymborska, de Nobelprijswinnares voor de Literatuur van 1996. Szymborska woont en werkt in Zuid-Polen, in de omgeving van Kraków, stad aan de Wisła.
Labels:
dichterswit,
Jo Govaerts,
Wíslawa Szymborska
Zweet en hamburgers
GRENOBLE - OSLO
- na de aanslagen in Noorwegen -
Edvald Boasson Hagen en Thor Hushovd,
ritwinnaars en Noorse fjordrotsen in de branding:
hoe rijden zij vandaag de tijdrit,
als tuinmannen op de vlucht naar Ispahaan*,
met rouwbandjes om de gespierde biceps,
gehuld in zwart dat alle regenboogkleuren tart?
Ach, koers is maar een spel,
de Tour een megapretpark met zweet en hamburgers,
met spetterende kleuren, vettige geuren
die makkelijk uit shirts te wassen zijn.
Niet het bloed van Oslo na de criminele donderslag,
niet na de gruwelijke jachtpartij op Utøya,
tot gisteren een idyllisch eilandje en levensecht Utopia.
Edvald en Thor:
jullie land is plots niet meer wat het was,
het steunt en kreunt en laat zijn tranen tot een zee aanzwellen.
Ik, ik huil met jullie mee.
23 juli 2011
© Willie Verhegghe
Vers van 'wielerdichter' W. Verhegghe,
naar aanleiding van de gebeurtenissen in Noorwegen waarbij vrijdag jl. tijdens een bomaanslag in de regeringswijk van de hoofdstad en kort daarna bij een schietpartij op een naburig eiland bijna 100 doden vielen.
Het gedicht Grenoble-Oslo werd, een dag nadat de omvang van de tragedie volledig tot de wereld doordrong, voorgelezen en openbaar gemaakt door tv-sportpresentator Mart Smeets.
Dat gebeurde gisteravond bij het begin van de laatste uitzending van het Toursportprogramma De Avondetappe.
Hagen sloot zijn tijdrit af met een 12e plek. Zijn zwaar aangeslagen landgenoot Hushovd, in de regenboogtrui van de wereldkampioen, eindigde op de 105e plaats. Op grote afstand van de Australische outsider en winnaar Cadel Evans, die na drie weken met meer dan 3.000 kilometers op de fiets door Frankrijk, als klassementsleider in een nieuwe gele trui nu de grootste kans heeft op de eindzege, morgen in Parijs.
.
(foto AP - met dank aan NOS Studiosportzomer/De Avondetappe)
* Ispahaan (Isfahan) is een verwijzing naar o.a. het bekende gedicht van P.N. van Eyck (1887-1954)
De tuinman en de dood. Zie ook:
http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2010/03/knecht.html
Labels:
dichterswit,
divers,
P.N. van Eyck,
W,
Willie Verhegghe
Zonder tanden
TIJD
Je roept om de leider
en de leider, zonder hoofd,
trekt een kar voort zonder wielen.
Je roept naar de omstanders.
De omstanders, met dode ogen,
groeten je, blind.
Je roept de hond.
De hond, zonder tanden,
likt zijn eigen zachte gejank.
Je roept om de dichters.
De dichters, bang,
verbergen zich in hun eigen angst.
'Wat een tijd', zeg je
en je wacht met vreugde
op het uur van de Zondvloed.
© Mihail Rendzov
- vertaling: Robert Dorsman -
Oorspr. in: The Anthology of Macedonian PEN Poets (Skopje, 2001).
Hier uit: Zo'n gelukkige dag - Dichters voor Amnesty International (samenst. Daan Bronkhorst), Breda, De Geus, 2007.
zaterdag 23 juli 2011
Dromen van jaja
LIEDJE
Alle roekoemeisjes
van vanavond
alle toedoemeisjes
van vannacht
wat zeggen we daar nu wel van?
Niets.
we laten ze maar zitten
maar dromen van jajaja.
© Hans Andreus
Uit: de Muze en het meisje - Een bloemlezing van verzen, bijeengebracht door Ad den Besten en Bert Voeten. Met illustraties van Jan van Keulen.
Amsterdam, jeugduitgave van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels ter gelegenheid van de Boekenweek 1957.
Oorspr. in: Muziek voor kijkdieren (debuut, 1951), Windroosreeks, uitg. Holland, Haarlem
Labels:
Ad den Besten,
Bert Voeten,
dichterswit,
hans andreus
Zegepraal
AFSPRAAK
Aarde beef, hemel donder, sterren val.
Hier is mijn lief, voor één keer iets te vroeg.
Zij was het beste wat ik had,
maar kwam bij leven nooit op tijd.
Ik wou haar nog een dagje hier.
Nu dat niet mag: zorg goed voor haar.
Verstrek haar 's avonds goudsbloemthee
en zing een liedje in haar hals.
Ook moet een thermometer achterin.
Want ging het hier vaak fout met haar,
ik wed dat haar ook daar iets schort.
Laat haar dat leven overdoen
met een briljanter eindrapport:
o laat haar zegepralend gaan.
© Luuk Gruwez
Uit: Luuk Gruwez Vuile manieren Amsterdam, De Arbeiderspers, 1994
'Parijs is nog ver!'
TIJDRIT
ode aan de Zevenheuvelenweg*
De laatste wal loopt in de hemel dood
voorziet de renner die - de grens nabij -
met allerkleinst verzet de zwaarte polst.
Wie tijd bestrijdt, schakelt naar
eeuwigheid, schiet de ritmen van dit land
voorbij: ademtocht van wilde orchideeën
in de laagte, wiekslag van de molen bovenin
het dorp, echo's van oorlog rond de heuvels.
De schaduw die aan hem gekoppeld is
stijgt voor hem uit, ontvlucht zijn loden
lijf voordat de top bereikt is, valt.
Zijn schim heeft hem verlaten als hij op-
staat bij de pleisterplaats. Het geurt
naar nacht, zijn mond zoekt de bidon.
© Victor Vroomkoning
* De Zevenheuvelenweg (bij Nijmegen) heeft over bijna 1300 meter een gemiddeld hellingspercentage van 3,7. Voor fietsers:
de steilste driehonderd meter kent een klimgehalte van 8,4%.
Oorspr. uit Gelderland in proza, poëzie en prenten - Arnhem, Stichting Beeldende Kunst Gelderland, 1989.
Voorts in: Ook wij waren winnaars - Sportgedichten uit Nederland en Vlaanderen, samenst. Pascal Delheye en Willie Verhegghe, PoëzieCentrum Gent (B.)/De Geus, Breda, 2005
Labels:
B,
dichterswit,
Victor Vroomkoning,
W,
Willie Verhegghe
vrijdag 22 juli 2011
Haar lichaam
AAN DEN REGEN
Regen, haar lichaam heeft geen schuld, want ik was zonder
lied, toen ik bij haar lag; nu ga ik onder.
Regen, lichaam en ziekte groeien als gras ineen.
Regen, als gij haar vindt, zegen haar dan meteen
met deze woorden, die uit u gebeuren,
als uit de bloemen de verwelkte geuren;
dit voor het leven wel te laat gekomen lied;
voor de dood misschien niet.
© Gerrit Achterberg
Uit: Gerrit Achterberg Verzamelde Gedichten Amsterdam, Em. Querido, 2000
Abonneren op:
Posts (Atom)
