maandag 21 november 2011

Reisdoel


FOLTER



Het is niet bekend op welk tijdstip men
hem omhoogtrok,
hij werd op slag gefolterd,
men neemt aan dat hij getwijfeld heeft.

Het is niet bekend hoe hoog hij zweven moest,
of hij een reisdoel had, of hij
de aftocht zag.
Hij verdween en liet niets merken.


© Armando



Uit: Armando Gedichten 2009, Amsterdam-Antwerpen, Augustus, 2009

zaterdag 19 november 2011

Op het water


stond ik zo aan de zomerrand kwam er een

opgeruimde klant droeg krijtwitte
schoenen donkerblauwe broek vroeg ik of
ik mee kon varen en mijn koffer was geruit
floot die man een meeuwenlied en groen dat
de peppels waren op het water mag ik niet
en waar haal ik een boot vandaan zei hij
keek naar zijn broek en plukte eraan en ik
zei zorgeloos dat maakt niet uit u bent in
elk geval matroos


© Herta Müller




Uit: Herta Müller De rokkenjager en diens bijdehante tante - collagegedichten,
uit het Duits vertaald door Ria van Hengel - Breda, De Geus, 2011

vrijdag 18 november 2011

Offer


Het ambrozijn

was reeds gemengd,
Hermes nam een kruik en schonk de goden in.

En allen tegelijk
hieven hun bekers
voor het offer en smeekten om zegen voor de bruidegom.


Sappho


versfragm. 141 in: Sapfo Gedichten - uit het Grieks vertaald door Mieke de Vos, met een
nawoord van Doeschka Meijsing, Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011 

donderdag 17 november 2011

Mechanisch


220 VOLT



met kracht stoot hij
haar lichaam open
inspecteert hart
en longen

vraagt beleefd
of de buren ooit
hebben geïnformeerd
hoe hij haar doorbrandt
elke nacht

zij kijkt hem aan
met grote glazen ogen
knippert mechanisch
naar het licht

kantelt haar hoofd
en laat de rook
uit haar geopende mond
ontsnappen.



© Maurice Buehler



Uit: Maurice Buehler Grasaap te water Amsterdam/Antwerpen, Contact, 2004.

Ook opgenomen in: Gerrit Komrij De 21ste eeuw in 185 gedichten (bloemlezing met
 verzen van jong talent, dichters geboren na 1976) Amsterdam, De Bezige Bij, 2010

Strelend zeelicht


V


En met witte wiek graait
een draaiwind naar een zorgende
Rok, voor de open deur van de laatste
Dofogende woning voor schor en Stad Niks; stof
Stuift uit een mat en zij, haar witte tanden afgekeerd,

Ziet de zwarte akkers,
Ziet donkerkantige wolken,
En fluistert: "Theo" (met levenslange
'O'); en niet langer vlaagt de onrust in haar rok,
Nu haar zwarte hak de voordeur, die zich witschrikt, dichtslaat.

Op het geploegde dak
Streelt zeelicht de venusschelpen -
De droge zolder ziet nog de zwarte
Voren van de golven onder windploegende
Ganzen, een vriesnacht, waarin geen ziel een thuis zal vinden.


© Tsjêbbe Hettinga



Uit: Tsjêbbe Hettinga Aan schor en Stad Niks voorbij (Oan leech en Stêd Niks foarby) - in het Nederlands vertaald door Benno Barnard en Tsjêbbe Hettinga -  Leeuwarden / Rotterdam, 
Friese Pers Boekerij / Poetry International, 2010

woensdag 16 november 2011

Jouw schaduw


IK HEB NAAR HET PAD VAN MIJN LICHAAM GEZOCHT

(Ek het na die pad van my liggaam gesoek)



Ik heb naar het pad van mijn lichaam gezocht
en vond niets dan de vreemde littekens in het stof
Sporen van blauwe antilopen olifanten en luipaarden
zichtbaar in het klaar geheim van het witte pad
O ik wou niets dan jouw schaduw kennen, steenbokje
en het minieme gewicht van je vluchtende lijf


© Ingrid Jonker




Uit: Ingrid Jonker Ik herhaal je - uit het Zuid-Afrikaans hertaald door Gerrit Komrij -
Amsterdam, Podium, 2000

dinsdag 15 november 2011

Uitvindingen


ik schiep een wolk, joeg

wind achterna, vond
regen uit voordat
regen viel

ik lachte voordat iemand
lachen uitvond, zwom
de zee in voordat
ik kieuwen had

schaduw was ik voordat
ik boom was


© Leo Herberghs



Openingsgedicht uit: Leo Herberghs Hij, de langzaamste van allen Utrecht, De Contrabas, 2011

zondag 13 november 2011

Aarzeling (zou kunnen)



Papieren tafellaken met poëzie. Met verzen van acht - wisselende - dichters,
uit de reeks Poëten Aan Tafel, een uitgave van de stichting Plint, Eindhoven.

Ook verkrijgbaar met bedrukte servetten, met gedichten van diverse auteurs.
 
 
 
 
* Hans-Georg Gadamer (1900-2002) was een Duits filosoof

Dorst & onvindbaar


Het bestaat dus echt: verward, verloren

een café binnenlopen, namen opzeggen,
een vrouw zijn dorst aanbieden,
daarna zich onvindbaar maken.

Fluisteren buren in het hotel
dat er nergens oorlog, nergens echtbreuk,
alleen maar liefde is, niemand weet hoelang.

Aan beide zijden van de straat het licht
toereikend, zolang nog niet gedoofd,
rolt zich uit, catwalk voor de nacht.

Een zuchtje wind, de lucht klaart zacht,

tilt omhoog de stad.


© Frans Budé 


Uit: Frans Budé Bestendig verblijf, Amsterdam, Meulenhoff, 2009

zaterdag 12 november 2011

Politieke najaarsopruiming





Uit De Grote Rotterdamse Kunstkalender 2012 ("nu met 366 dagen!"), 
naar een idee van Zinnebeeld, buro voor grafisch ontwerp

De Grote Rotterdamse Kunstkalender toont op fiks formaat (30 x 34 cm, bijna drie kilo zwaar) iedere dag
het werk van een hedendaags Rotterdams kunstenaar.

vrijdag 11 november 2011

Gebrek


DE KIP, EEN JAMMERKLACHT



Zie de kip

Vogel: zeker
Maar nooit het luchtruim
de allesverterende drang naar verte

Veren: zeker
Maar nooit de trage vleugelslag
het hautaine zweven

Uit gebrek bestaat de kip
uit wat zij mist:
De coloratuur van bladgroene zangers
Het potloodventen van pauwen
Het scheurende oog van de havik
Het opgewekt cynisme van kraaien
De hockeydijen van de struisvogel

Tegenover de wulpsheid van wulpen
de gierigheid van gieren
stelt de kip haar kippigheid
het blindelings pikken
naar wat beweegt

Zoals zij klinkt is de kip:
de tweepotige k
de spichtige i
de pruillippige p
kip, haar spellen is haar verachten

Vel over borst is zij
een zak voor krop en maag en lever
eileiders
een warme zak voor drumsticks
tv boutjes

Ach arme naakte kip
het woord is vlees geworden.



©  Lodewijk Ouwens



Uit: Lodewijk Ouwens Wespenverdrinken en geel cellofaan Rotterdam, Douane, november 2011.



boekomslag: Joop Steenkamer  

donderdag 3 november 2011

Onder het bed


AF EN TOE KIJK IK...



af en toe kijk ik
onder mijn bed
zoek tussen de jassen
tast langs potten en flessen
en vind jou niet
vergeet het weer
tot het gemis opnieuw
te voelen is

soms laat je je vinden
en schrijf ik je op


© Anneke Buys


Bron: http://annekebuys.nl/index.php

woensdag 2 november 2011

Tijdreizigers


BEGRAAFPLAATS BROEKHEM



Op de helling boven de huizen
rustten haagomsloten de rustenden
in aarde die onbeweeglijk leek
tot graafmachines om wille van
een egaal bedrijventerrein
(echo van het motto: werk, werk, werk)
een hap uit de heuvelvoet namen.
Sindsdien zakken de zerken scheef
scheuren hardstenen dekplaten
staan asters uit het lood
schuift, kortom, de voormalige bevolking
inclusief mijn schoonouders,
heeroom, Jan Hanlo, Hubertina Nix
(om maar enkelen te noemen)
onherroepelijk terug naar het dorp.
Alwaar zij hun oude werk op zullen nemen.

Gemeente en kerkbestuur kijken
zwijgend toe alsof ze respecteren
de ondervinding van deze tijdreizigers
dat het leuker is
geschiedenis te maken
dan geschiedenis te zijn.



© Rouke van der Hoek



Uit: Rouke van der Hoek Bodemdaling, Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 2005

Spiegelschrift





tekstfragment op spiegel, naar een idee en ontwerp van J. Steenkamer
- ook verkrijgbaar in een Russische uitvoering, met vertaling van de Rotterdamse slavist-uitgever
A. van der Ent

dinsdag 1 november 2011

Voetstuk


EEN MEER DAN WAARDIG AFSCHEID



Bedankt voor de uitnodiging. Als het meezit ben ik bij je
binnen een dag of twee, tegenwind en files meegerekend.
Je bent gezond maar snel ontroerd sinds je speelgoed hebt
om mee te spelen, steeds zoek je een hoekje om te huilen.

Ik hoop wel dat het gezellig wordt, alles moet in orde zijn,
voor je huis staat een boom en erachter ligt een grasveldje,
hijgend sta je naast je voetstuk, het strand is vijf minuten
lopen, daar liet ik soms de zwarte herder van de buren uit,

ik hield zo van het razen. De hond, z'n naam ben ik kwijt,
wist van gekkigheid niet wat hij met die grote leegte moest,
een luchtballon steeg op en jij was roze van het hunkeren.

Wat is nostalgie toch fotogeniek, net een leeg weefgetouw!
Of denk anders aan die ene film waarin dat meisje vrolijk
touwtje springt tussen de graven, terwijl - o, je kent 'm niet.


©  Alfred Schaffer


Uit: Alfred Schaffer Kooi Amsterdam, De Bezige Bij, 2008.

De dichter ontving voor deze bundel in 2010 te Zutphen de Ida Gerhardt Poëzieprijs

dinsdag 11 oktober 2011

In het weefsel


'S NACHTS




en als ik nu eens niet wakker werd
maar bleef: sneeuwwitje achter glas.
zou een autopsie je smaken, prins?

betast mijn borst die onbeweeglijk blijft,
mijn tepels stijf van kilte. schrik niet
wanneer mijn hart roder wordt, je bevende handen
op mijn rug wroeten, je trillende vingers
in het weefsel rond mijn onderrib klemmen
als in de nok van een door- en doorzocht pand.

stel vast: ik ben niet langer het meisje met de lolly,
niet langer het kousenvoetensluipende mensje
dat je met de handen voor je ogen verrast
met een ontbijt.

besluit: er steekt geen appel
in mijn keel, er is er ook nooit een geweest.
ik stikte in de valse nagels van de heks.


© Sylvie Marie




Uit: Sylvie Marie Toen je me ten huwelijk vroeg, Antwerpen/Amsterdam, Vrijdag-Podium, 2011

Bladzijden



- Schone regels, rondrijdend Rotterdams vuilniswagengedicht -

maandag 10 oktober 2011

Min veertig



OVERZICHT




Toen je ouder dan 50 was,
At je alleen nog kreeften en splinters.

Toen je ouder dan 40 was,
Keek je naar gozers met flitsende heupen.

Toen je ouder dan 30 was,
Bezocht je Romaanse kerkjes op dinsdag.

Toen je ouder dan 20 was,
Luisterde je steeds naar kale geluiden.

Toen je ouder dan 10 was,
Begon je al van de hel te dromen.

Toen je ouder dan 0 was,
Kocht je een ouderwetse vissersboot.


Toen je ouder dan -10 was,
Sneed je bij herhaling je polsen door.

Toen je ouder dan -20 was,
Hield je erg van oorlogsdocumentaires.


Toen je ouder dan -30 was,
Spiegelde je je graag aan discuswerpers.


Toen je ouder dan -40 was,
Vond je een plek om krankzinnig te zwijgen.





Klik op de afbeelding om dit venster te sluiten.© Arjen Duinker




Uit: Arjen Duinker De geschiedenis van een opsomming. Gedichten. Amsterdam, Meulenhoff, 2000 

donderdag 6 oktober 2011

Het ongerepte


UIT MAART '79




Moe van iedereen die met woorden komt, met woorden maar niet
met taal
begaf ik mij naar het sneeuwbedekte eiland.
Het ongerepte heeft geen woorden.
De ongeschreven bladzijden breiden zich naar alle kanten uit!
In de sneeuw stuit ik op hoefsporen van een ree.
Taal maar geen woorden.




© Tomas Tranströmer


- vertaling uit het Zweeds: J. Bernlef -



Oorspronkelijke titel: Det vilda torget (1983).
Voor het eerst in de Nederlandse vertaling van Bernlef gepubliceerd in Raster nr. 21/1982.
Hier uit: T.Tranströmer Het wilde plein, gedichten 1948-1990. Amsterdam, De Bezige Bij, 1992.





De dichter Tomas Tranströmer (1931) is de Nobelprijs voor de Literatuur 2011 toegekend, aldus een bekendmaking van de Zweedse Academie van Wetenschappen vanmiddag in Stockholm.
Tranströmer verdient de onderscheiding volgens de jury van het Nobelprijscomité omdat hij "dankzij zijn gecondenseerde, doorschijnende beelden ons een nieuwe, frisse toegang tot de werkelijkheid geeft”.

Tranströmer (Ik heb geen gevoel voor de natuur. / Maar mensen in een landschap, dat zegt mij iets) nam o.a. in 2002 deel aan het 33ste Poetry International Festival in Rotterdam.

Hij geldt als een van de grote dichters van dit ogenblik in Europa. Zijn werk is in meer dan vijftig landen vertaald. Hij is een invloedrijk en veelgelezen dichter in o.a. de Verenigde Staten.

Het werk van van de Nobelprijswinnaar wordt in Nederland al bijna dertig jaar lang vertaald door de schrijver J. (Henk) Bernlef.
Uitgeverij De Bezige Bij heeft aangekondigd dat Tranströmers gedichten komende week weer leverbaar zijn, met een herdruk van de verzamelbundel De herinneringen zien mij uit 2002. In deze heruitgave is een ruime keuze van Tranströmers werk in de vertaling van Bernlef opgenomen.



foto auteur: Roeland Fossen/Poetry International






zaterdag 1 oktober 2011

Als zij baadt


VIRGO




Zij is een wezen tussen vrouw en knaap -
zij heeft de strakke passen van een jongen
Soms ligt zij als een poes inééngedrongen:
Dan schijnt zij vrouw, en glimlacht in haar slaap.

Haar ogen zijn van amber, en die weten
veel wegen, die haar mond aan geen verraadt -
Zij spiegelt zich in ‘t water als zij baadt
Haar lijf is rank en koel en nooit bezeten.

Zij houdt van lichte bloemen zonder geur,
lang kan zij zwemmen in de groene bronnen -
Zij leest veel en aandachtig, zoals nonnen
dat doen, alléén, achter gesloten deur

terwijl het zonlicht aan de wanden fluistert
en 't glas-in-lood raam donker glanst als wijn.
Zij heeft de trots van hen, die eenzaam zijn,
een hart dat wacht en aan de stilte luistert



© Hella Haasse



Uit: Hella Haasse Stroomversnelling (gedichten), debuut - Amsterdam, Em. Querido, 1945.




In memoriam Hélène Serafia (Hella) Haasse, grande dame van de Nederlandse letteren 
[Batavia, 2 februari 1918 - Amsterdam, 29 september 2011]