donderdag 24 november 2011
Een vogel voor iedereen
DAN ZOU IK 'S NACHTS MIJN BORST ALS EEN VENSTER OPENZETTEN
Daarboven zouden de ooievaars met de wolken verkeren
Zo’n duizend ooievaars gereed voor de trek
Samen met jou zouden ze glijden en spreiden
Op jouw teken zich verzamelen en gaan
Wij zouden daar beneden, geknield op de grond
Duizend mensen, uitgeput, vertrapt,
naar boven kijken met tweeduizend ogen
met onze voeten en handen en harten als ogen
En voor ieder zou er daarboven een vogel zijn
© Ali Cengiskan
- uit het Turks vertaald door Margreet Dorleijn -
Bron: Maastricht Poetry Nights Festival, 2000 - zie
http://www.maastrichtpoetry.com/avtor.asp?lang=mac&id=957
De bloemen
GEMOMPEL
Kijk hem met zijn bloemen.
Nou denk je hij heeft succes gehad
of een rijke bewonderaar.
Maar reken maar dat ze elke avond dezelfde bos krijgen
op alle bühnes van het land
rozen van plastic
voor de goedkoopte.
© Remco Campert
Uit: Remco Campert, Dichter Amsterdam, Bezige Bij, 1995.
Remco Campert (1929) is dit jaar 60 jaar dichter.
Hij debuteerde in 1951 met de verzenbundel Vogels vliegen toch. In Den Haag, Camperts geboortestad, wordt dit dichterschap morgen gevierd met een bescheiden symposium in het Letterkundig Museum.
Met film, muziek, lezingen en optredens van behalve de feesteling zelf onder anderen Bart Chabot, Ad Zuiderent, Anna Enquist, Theo Loevendie, Cees Nooteboom en Hagar Peeters.
illustratie uitnodigingskaart:
Fritzi Harmsen van Beek (1927-2009)
Koninkrijk
ECHT
Alleen het onvoorspelbare is waar
authentiek, nog niet verpest.
Achter de taal zit het koninkrijk
van het onuitgesproken,
het nog te bedenken.
© Mark Blaisse
Uit: Mark Blaisse Gestapeld steen Amsterdam, Panarea Publishing, 2010
woensdag 23 november 2011
Zijn laatste
ZWEET
In de laatste weken voor zijn dood vaak de wasmand omgekeerd
om aan zijn overhemden te ruiken, zijn sokken. Voor de onderbroeken
was hij nog niet dood genoeg. De rugpanden van zijn witte hemden
roken het lekkerst. Eén keer de verwarrende, heel lichte geur van aardbeien.
Toch was het moeilijk hem een specifieke geur toe te kennen. Hij was
geen man van kettingsmeer, duivenvoer, schuurlucht.
Ik heb mijn vader nooit zien zweten in zijn knisperende overhemden.
Zijn zakdoeken kwamen niet hoger dan zijn neus.
In zijn laatste pyjama kon ik hem al na twee dagen niet meer vinden.
© Maarten Moll
Uit: Maarten Moll Lichaam, Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Contact, 2011
dinsdag 22 november 2011
Traanklieren
OVER LIEFDE EN CYAANKALI!
Vraag me niet bij je te komen, in je mansarde,
terwijl je draait - als een leeghoofd draait -
aan de knoppen van het fornuis,
om je eens en voor al te bevrijden
van het gehuil van de oude ovenwolven,
hun ruiende haar
dat onophoudelijk op je armen groeit,
’s nachts, als steenpuisten,
wanneer je diep in je vlees je sigaretten dooft.
Vraag me niet bij je te komen, in je mansarde,
terwijl je knakt - als een leeghoofd knakt -
tussen de bedspijlen,
in de deur, onder de laars,
je scheen- en kuitbeen
- ik hoor ze kraken in mijn mobieltje -
alsof je
het oude jachtgeweer van je vader knakt,
dat te veel plakt om het opnieuw te kunnen laden,
nadat hij zich voor zijn kop had geschoten
en, stuiptrekkend, je deur kapot had getrapt.
Vraag me niet te komen, in je mansarde,
want dan zal ik komen!
En ik zal me het hart uit de borst rukken,
ik zal het bekerven met mijn tanden
en het bestrooien met zout
dat ik met een plat houweel
uit mijn traanklieren heb gewonnen
en ik zal het werpen
zoals je een molensteen werpt,
zodat het je scheen- en kuitbeen zal breken,
- in duizend stukjes! -
zodat het diep in de oven
je ammoniakadem zou opstapelen
en voor immer
je wilde beestenkop zou knakken!
© Linda Maria Baros
In: Revolver nr. 138, 2008
- uit het Frans vertaald door Jan H. Mysjkin -
Linda Maria Baros (1981, Boekarest) is een Frans-Roemeens dichter, essayist, critica en vertaalster. Ze werkt als onderzoeker aan de Sorbonne in Parijs. In 2008 was zij te gast op het Poetry International Festival in Rotterdam. Ze heeft tot nog toe vijf dichtbundels op haar naam, w.o. Het boek van tekens en schaduwen en De Autosnelweg A4 en andere gedichten. De dichtbundel Het huis van scheermesjes (La maison en lames de rasoir) werd bekroond met de Prix Apollinaire 2007.
Meer over haar werk is te lezen op:
foto: Jan Mysjkin
Labels:
B,
dichterswit,
Jan H. Mysjkin,
Linda Maria Baros
maandag 21 november 2011
Reisdoel
FOLTER
Het is niet bekend op welk tijdstip men
hem omhoogtrok,
hij werd op slag gefolterd,
men neemt aan dat hij getwijfeld heeft.
Het is niet bekend hoe hoog hij zweven moest,
of hij een reisdoel had, of hij
de aftocht zag.
Hij verdween en liet niets merken.
© Armando
Uit: Armando Gedichten 2009, Amsterdam-Antwerpen, Augustus, 2009
zaterdag 19 november 2011
Op het water
stond ik zo aan de zomerrand kwam er een
opgeruimde klant droeg krijtwitte
schoenen donkerblauwe broek vroeg ik of
ik mee kon varen en mijn koffer was geruit
floot die man een meeuwenlied en groen dat
de peppels waren op het water mag ik niet
en waar haal ik een boot vandaan zei hij
keek naar zijn broek en plukte eraan en ik
zei zorgeloos dat maakt niet uit u bent in
elk geval matroos
© Herta Müller
Uit: Herta Müller De rokkenjager en diens bijdehante tante - collagegedichten,
uit het Duits vertaald door Ria van Hengel - Breda, De Geus, 2011
vrijdag 18 november 2011
Offer
Het ambrozijn
was reeds gemengd,
Hermes nam een kruik en schonk de goden in.
En allen tegelijk
hieven hun bekers
voor het offer en smeekten om zegen voor de bruidegom.
- Sappho
versfragm. 141 in: Sapfo Gedichten - uit het Grieks vertaald door Mieke de Vos, met een
nawoord van Doeschka Meijsing, Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011
donderdag 17 november 2011
Mechanisch
220 VOLT
met kracht stoot hij
haar lichaam open
inspecteert hart
en longen
vraagt beleefd
of de buren ooit
hebben geïnformeerd
hoe hij haar doorbrandt
elke nacht
zij kijkt hem aan
met grote glazen ogen
knippert mechanisch
naar het licht
kantelt haar hoofd
en laat de rook
uit haar geopende mond
ontsnappen.
© Maurice Buehler
Uit: Maurice Buehler Grasaap te water Amsterdam/Antwerpen, Contact, 2004.
Ook opgenomen in: Gerrit Komrij De 21ste eeuw in 185 gedichten (bloemlezing met
verzen van jong talent, dichters geboren na 1976) Amsterdam, De Bezige Bij, 2010
Labels:
B,
dichterswit,
gerrit komrij,
Maurice Buehler
Strelend zeelicht
V
En met witte wiek graait
een draaiwind naar een zorgende
Rok, voor de open deur van de laatste
Dofogende woning voor schor en Stad Niks; stof
Stuift uit een mat en zij, haar witte tanden afgekeerd,
Ziet de zwarte akkers,
Ziet donkerkantige wolken,
En fluistert: "Theo" (met levenslange
'O'); en niet langer vlaagt de onrust in haar rok,
Nu haar zwarte hak de voordeur, die zich witschrikt, dichtslaat.
Op het geploegde dak
Streelt zeelicht de venusschelpen -
De droge zolder ziet nog de zwarte
Voren van de golven onder windploegende
Ganzen, een vriesnacht, waarin geen ziel een thuis zal vinden.
© Tsjêbbe Hettinga
Uit: Tsjêbbe Hettinga Aan schor en Stad Niks voorbij (Oan leech en Stêd Niks foarby) - in het Nederlands vertaald door Benno Barnard en Tsjêbbe Hettinga - Leeuwarden / Rotterdam,
Friese Pers Boekerij / Poetry International, 2010
woensdag 16 november 2011
Jouw schaduw
IK HEB NAAR HET PAD VAN MIJN LICHAAM GEZOCHT
(Ek het na die pad van my liggaam gesoek)
Ik heb naar het pad van mijn lichaam gezocht
en vond niets dan de vreemde littekens in het stof
Sporen van blauwe antilopen olifanten en luipaarden
zichtbaar in het klaar geheim van het witte pad
O ik wou niets dan jouw schaduw kennen, steenbokje
en het minieme gewicht van je vluchtende lijf
© Ingrid Jonker
Uit: Ingrid Jonker Ik herhaal je - uit het Zuid-Afrikaans hertaald door Gerrit Komrij -
Amsterdam, Podium, 2000
dinsdag 15 november 2011
Uitvindingen
ik schiep een wolk, joeg
wind achterna, vond
regen uit voordat
regen viel
ik lachte voordat iemand
lachen uitvond, zwom
de zee in voordat
ik kieuwen had
schaduw was ik voordat
ik boom was
© Leo Herberghs
Openingsgedicht uit: Leo Herberghs Hij, de langzaamste van allen Utrecht, De Contrabas, 2011
zondag 13 november 2011
Aarzeling (zou kunnen)
Papieren tafellaken met poëzie. Met verzen van acht - wisselende - dichters,
uit de reeks Poëten Aan Tafel, een uitgave van de stichting Plint, Eindhoven.
Ook verkrijgbaar met bedrukte servetten, met gedichten van diverse auteurs.
* Hans-Georg Gadamer (1900-2002) was een Duits filosoof
Dorst & onvindbaar
Het bestaat dus echt: verward, verloren
een café binnenlopen, namen opzeggen,
een vrouw zijn dorst aanbieden,
daarna zich onvindbaar maken.
Fluisteren buren in het hotel
dat er nergens oorlog, nergens echtbreuk,
alleen maar liefde is, niemand weet hoelang.
Aan beide zijden van de straat het licht
toereikend, zolang nog niet gedoofd,
rolt zich uit, catwalk voor de nacht.
Een zuchtje wind, de lucht klaart zacht,
tilt omhoog de stad.
© Frans Budé
Uit: Frans Budé Bestendig verblijf, Amsterdam, Meulenhoff, 2009
zaterdag 12 november 2011
Politieke najaarsopruiming
Uit De Grote Rotterdamse Kunstkalender 2012 ("nu met 366 dagen!"),
naar een idee van Zinnebeeld, buro voor grafisch ontwerp
De Grote Rotterdamse Kunstkalender toont op fiks formaat (30 x 34 cm, bijna drie kilo zwaar) iedere dag
het werk van een hedendaags Rotterdams kunstenaar.
het werk van een hedendaags Rotterdams kunstenaar.
vrijdag 11 november 2011
Gebrek
DE KIP, EEN JAMMERKLACHT
Zie de kip
Vogel: zeker
Maar nooit het luchtruim
de allesverterende drang naar verte
Veren: zeker
Maar nooit de trage vleugelslag
het hautaine zweven
Uit gebrek bestaat de kip
uit wat zij mist:
De coloratuur van bladgroene zangers
Het potloodventen van pauwen
Het scheurende oog van de havik
Het opgewekt cynisme van kraaien
De hockeydijen van de struisvogel
Tegenover de wulpsheid van wulpen
de gierigheid van gieren
stelt de kip haar kippigheid
het blindelings pikken
naar wat beweegt
Zoals zij klinkt is de kip:
de tweepotige k
de spichtige i
de pruillippige p
kip, haar spellen is haar verachten
Vel over borst is zij
een zak voor krop en maag en lever
eileiders
een warme zak voor drumsticks
tv boutjes
Ach arme naakte kip
het woord is vlees geworden.
© Lodewijk Ouwens
Uit: Lodewijk Ouwens Wespenverdrinken en geel cellofaan Rotterdam, Douane, november 2011.
boekomslag: Joop Steenkamer
donderdag 3 november 2011
Onder het bed
AF EN TOE KIJK IK...
af en toe kijk ik
onder mijn bed
zoek tussen de jassen
tast langs potten en flessen
en vind jou niet
vergeet het weer
tot het gemis opnieuw
te voelen is
soms laat je je vinden
en schrijf ik je op
© Anneke Buys
Bron: http://annekebuys.nl/index.php
woensdag 2 november 2011
Tijdreizigers
BEGRAAFPLAATS BROEKHEM
Op de helling boven de huizen
rustten haagomsloten de rustenden
in aarde die onbeweeglijk leek
tot graafmachines om wille van
een egaal bedrijventerrein
(echo van het motto: werk, werk, werk)
een hap uit de heuvelvoet namen.
Sindsdien zakken de zerken scheef
scheuren hardstenen dekplaten
staan asters uit het lood
schuift, kortom, de voormalige bevolking
inclusief mijn schoonouders,
heeroom, Jan Hanlo, Hubertina Nix
(om maar enkelen te noemen)
onherroepelijk terug naar het dorp.
Alwaar zij hun oude werk op zullen nemen.
Gemeente en kerkbestuur kijken
zwijgend toe alsof ze respecteren
de ondervinding van deze tijdreizigers
dat het leuker is
geschiedenis te maken
dan geschiedenis te zijn.
© Rouke van der Hoek
Uit: Rouke van der Hoek Bodemdaling, Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 2005
Spiegelschrift
tekstfragment op spiegel, naar een idee en ontwerp van J. Steenkamer
- ook verkrijgbaar in een Russische uitvoering, met vertaling van de Rotterdamse slavist-uitgever
A. van der Ent
dinsdag 1 november 2011
Voetstuk
EEN MEER DAN WAARDIG AFSCHEID
Bedankt voor de uitnodiging. Als het meezit ben ik bij je
binnen een dag of twee, tegenwind en files meegerekend.
Je bent gezond maar snel ontroerd sinds je speelgoed hebt
om mee te spelen, steeds zoek je een hoekje om te huilen.
Ik hoop wel dat het gezellig wordt, alles moet in orde zijn,
voor je huis staat een boom en erachter ligt een grasveldje,
hijgend sta je naast je voetstuk, het strand is vijf minuten
lopen, daar liet ik soms de zwarte herder van de buren uit,
ik hield zo van het razen. De hond, z'n naam ben ik kwijt,
wist van gekkigheid niet wat hij met die grote leegte moest,
een luchtballon steeg op en jij was roze van het hunkeren.
Wat is nostalgie toch fotogeniek, net een leeg weefgetouw!
Of denk anders aan die ene film waarin dat meisje vrolijk
touwtje springt tussen de graven, terwijl - o, je kent 'm niet.
© Alfred Schaffer
Uit: Alfred Schaffer Kooi Amsterdam, De Bezige Bij, 2008.
De dichter ontving voor deze bundel in 2010 te Zutphen de Ida Gerhardt Poëzieprijs
Abonneren op:
Posts (Atom)



