maandag 16 juni 2008

Begrenzing


EENZAAMHEID


Ik zal
jouw eenzaamheid beschermen,
begrenzen en verwelkomen
- ze niet wegnemen



Rainer Maria Rilke (1875-1926)

Wenen, Ernst Happelstadion - voetbalvers (10)




NICHTS LOS


Ernst Happel 1925-1992


hij verloor in een casino
twintigduizend dollar
maar zei dat hij ze had gewonnen

hij werd ontslagen in spanje
maar zei dat hij ontslag had genomen

hij was ongeneeslijk ziek
maar zei dat het een virusje was

hij ging dood
we zullen hem binnenkort
dus wel weer ergens tegenkomen




©
Chris Willemsen




Uit: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'
[samenst. en red. Ben Herbergs – illustr. Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000


Voetbaltrainer Ernst Happel ("Kain geloel main joenge, fussballe, einfach Tore schieszen") leerde zijn karakteristieke Nederlands in Rotterdam-Zuid. Overdag op de velden van het Feyenoordcomplex en 's avonds niet ver daar vandaan in het roemruchte café 't Haantje. Happel won in 1970 met Feyenoord de eerste Nederlandse Europacup en aansluitend de Wereldbeker. In 1978 werd hij als bondscoach met Nederland in Argentinië vice-wereldkampioen. Naar verluidt bestond Happels wedstrijdbespreking voor de finalewedstrijd tegen het destijds politiek omstreden gastland uit de zin: "Meine Herren, zwei Punkte."

Vanavond: Oostenrijk-Duitsland, een duel tussen twee erfvijanden, in de geboortestad van Der Ernst. Happel zou dit bij leven op zijn minst geestig hebben gevonden. Men mag hopen dat het straks in het postuum naar hem vernoemde Praterstadion voor tenminste één Mannschaft nog tot een Anschlusztreffer komt.

Doordat het herinnering wordt



BEWUSTZIJN




Ik denk dat ik hier ben, op deze aarde,
om er rapport over uit te brengen maar ik weet niet aan wie.
Alsof ik ben uitgezonden om alles wat hier plaats vindt
een zin te geven alleen doordat het tot herinnering wordt.


Czeslaw Milosz (1911 - 2004),
Nobelprijswinnaar 1980



Milosz' werk behoort tot het meest vertaalde van de Poolse poëzie.

zondag 15 juni 2008

Rondrijdende gedachten


ZE LIGT




Het is waar.
Het liefst ligt ze in bed.

Met achter zich het open raam,
het geruis van de bomen, het geluid

van de voertuigen die van A via B
naar C gaan.

Met aan haar rechtervoet de poes,
aan haar linkerhand de krant
en in het midden van haar hoofd
de rondrijdende gedachten.

En papier, zo wit als het laken,
de pen tussen de tanden, de handen
vertwijfeld aan de slapen. Precies!
Zoals Proust!


© Gerry van der Linden



Uit: Gerry van der Linden Lila en de Tekens (Het Meisje Lila en de Tekens van de Tijd, een vertelling) - inclus. muziek-cd door Dirk Polak en illustraties van Sandra Derks.
Met dank voor de ondersteuning aan Theo van Gogh. Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 1999

- ook opgenomen in: Gerrit Komrij NEDERLANDSE POËZIE van de 19de t/m de 21ste eeuw – bloemlezing, 1979. Amsterdam, Bert Bakker 2004 [13e-14e verm. dr.]

Op de CD bij de dichtbundel Lila en de Tekens leest de auteur gedichten 'tegen het zingen aan'.

Beeldend kunstenaar, muzikant en schrijver Dirk Polak maakte een tiental van de composities en begeleidde de schrijfster op accordeon, vergezeld door Esther Apitulay (altviool) en Kim Soepnel (contrabas).

Kom nog eens terug



PARABEL VAN DE VERLOREN VADER


Zoon wil wereld veranderen.
Vader eigenlijk liever zoon.
Maar hij kan alleen een zin veranderen
tot die niet meer anders wil.

Je zal maar jong zijn en meningen hebben
van anderen, en verder niks,
niet eens een dode vader.

"Dat eigen leven, begin daar gvd. eens mee,
en kom over tien jaar eens terug met verdriet
in plaats van gelijk, bijvoorbeeld na een vrouw of twee.
Dat ik kan zeggen: je bent dezelfde gebleven."

Het bovenstaande is tien jaar geleden geschreven.
En aldus is tien jaar later geschied.


© Herman de Coninck


Uit: Herman de Coninck Vingerafdrukken, Amsterdam, De Arbeiderspers (1997)

Aan mijn vader


TER NAGEDACHTENIS AAN MIJN VADER: Australië

Ik droomde dat je nog leefde en geëmigreerd
was naar Australië. Doodgemoedereerd
kwam je stem tot mij, mopperend over het klimaat
en het behang: de flat die je hebt gehuurd staat
jammer genoeg niet in het centrum maar aan zee,
vier hoog, geen lift, wel een bad, dat valt mee,
dikke enkels, 'En m'n pantoffels ben ik kwijt'
klonk het goed verstaanbaar en ietwat zuur.
En in de hoorn gierde opeens 'Adelaide! Adelaide!',
het bulderde, beukte, alsof er tegen een muur
een luik sloeg, van de scharnieren bijna los.
Toch is dit stukken beter dan de urn met je as,
dan het document waarop je sterfdatum staat –
deze flarden van een stem die praat en praat
en de pogingen nors te lijken en onaangedaan
de eerste keer sinds jij in rook bent opgegaan.



JOSEPH BRODSKY (1940-1996),
winnaar Nobelprijs voor de Literatuur 1987

Scheef



TWEE ZONNEN


Wanneer ik ga slapen ligt de zee nog steeds beneden
en altijd is de zon me voor.

Ik sta bij een uitsnede
van donker water en later ben ik bij de boten

met zeilen wit zo licht als opgeluchte stemmen
en tussen de schaterende meeuwen weleens opgetogen.

Maar in de ring die ik kreeg sta ik scheef
naast een datum. En ik zie hem in de verte
gaan, met een zon. Slordig herhaald in het raam.

Hij noemde me Bloem. Ook wel Lente, Sexy, Liefste,
Liefde, Lief en de laatste tijd steeds vaker
Lieverniet, Neelater, Alsjeblieft.


MARIA BARNAS


Uit: Maria Barnas Twee zonnen, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2003.

Schrijver-dichter-beeldhouwer Maria Barnas ontving tijdens Poetry International voor deze debuutbundel de C. Buddingh' Prijs 2004. Ook werd het boek in hetzelfde jaar genomineerd voor de Jo Peters Poëzieprijs.

Niets mooier dan


Dit moment

Er is niets voor te stellen mooier dan
een vrouw die in het strijkend avondlicht
een tuin in loopt, het waait, ze zoekt naar
bloemen, snoeiend, alles als weleer.
Daar bukt ze, rustig buiten elke tijd,
verbonden met haar wereld, ook de mijne.
Ik zie het aan in dit moment en wens
dat ondanks ons verstrijken het beklijft.

T. VAN DEEL

Uit: Tom van Deel Boven de koude steen. Amsterdam, Querido, 2007

Zonder krassen


Spiegelbeeld


Ik schrik bij elke spiegel van de vraag:
Is dat mijn vader niet?
Elke morgen scheer ik uit
mijn baard zijn kaken bloot.
Zijn wil steekt in mijn rug een steel.
Al geef ik soms de schijn te breken van
die pijn, ik kan niet zonder druk; ik bijt
mijn nagels stuk, om krassen te vermijden op het glas



© GWY MANDELINCK, Watou (B.)

zaterdag 14 juni 2008

Houd mij niet voor de gek



DOOD





Dood. Heb geen angst. Talm niet
voor mijn deur. Kom binnen.
Lees mijn boeken. In negen van de tien
kom je voor. Je bent geen onbekende.

Hou mij niet voor de gek met kwalen
waarvan niemand de namen durft te noemen.
Leg mij niet in een bed tussen kwijlende
kinderen die van ouderdom niet weten wat ze zeggen.
Klop mij geen geld uit de zak
voor nutteloze uren in chique klinieken.

Veeg je voeten en wees welkom.



EDDY VAN VLIET (1942-2002)


Uit: Eddy van Vliet De toekomstige dief, Amsterdam, De Bezige Bij, 1991

vrijdag 13 juni 2008

Vrijdag de dertiende - voetbalvers (9)


1 x 1 = 1


ik heb nooit hard gelopen
om dichters te ontmoeten
maar mij wel vaak buiten adem gefietst
om op tijd bij een voetbalwedstrijd te zijn

het moet in de poëzie
niet van één kant komen


© C. BUDDINGH'



Vandaag: slotavond van het 39ste Poetry International festival te Rotterdam en op hetzelfde tijdstip de EK-voetbalwedstrijd Nederland - Frankrijk. (Voor Fransen is Vrijdag de Dertiende trouwens een geluksdag.) Vice-wereldkampioen Frankrijk - 'wij kunnen alleen nog bidden' -verloor het beladen duel in de "poule des doods" 's avonds met een onverwachte 4-1; nadat Nederland enkele dagen daarvoor al wereldkampioen Italië op verrrassende wijze met 3-0 had gediskwalificeerd.

1 x 1 in:
Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie,
bloemlezing van 'voetbalgedichten'
[samenst. en red. Ben Herbergs – met illustr. van Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

De voetbalgedichten van Cees Buddingh' verschenen oorspronkelijk in Gard Sivik en Barbarber. Een aantal is later opgenomen in C. Buddingh' Leve het bruine monster en andere schrifturen, Amsterdam, De Bezige Bij (1969) resp. in C. Buddingh' Daar ga je, Deibel! en andere verhalen, Amsterdam, Em. Querido, 1975.


Voetbalgedichten en -verhalen van de Dordtse dichter en DFC-fanaat C. Buddingh' zijn naderhand ook verschenen in Net zo links als Willem van Hanegem - het voetballeven van C. Buddingh' (red. Wim Huijser), Soesterberg, Aspekt, 2006. Van samensteller W. Huijser verscheen eerder bij dezelfde uitgever, in 2005, Het Engeland van C. Buddingh'.

San Marco - voetbalvers (8)



ONGEZIEN

Een baaierd van blikken bewees
zijn bestaan. Kijkers kenden
de contouren van zijn schouders.

Onder het krakend harnas van roem
begon het zeurend te branden.
Afleggen. Men rouwde. Ook hij.

Toen niemand meer keek
kroop hij verkreukeld het veld op,
rekte zijn nek onwennig. Vrij.


© Anna Enquist

- geschreven naar aanleiding van het door aanhoudende blessures afgedwongen afscheid van voetballer Marco van Basten, oorspr. gepubliceerd in Hard Gras nr. 17, december 1998,

ook opgenomen in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie,
bloemlezing van 'voetbalgedichten' [samenst. en red. Ben Herbergs - met illustr. van Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000.


De Amsterdamse Anna Enquist is supporter van een voetbalclub te Rotterdam-Zuid, blijkens een vermelding in het boek van oud-Dordtenaar Ronald Giphart e.a.: De liefde die Feyenoord heet (1999).

Reve's tegeltje






Dagsluiting

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt,
zoals ik U.

GERARD REVE



Tekst, in tegel gebakken, aan de wand van Kapsalon Sahara te Rotterdam: een persoonlijk geschenk van de dankbare cliënt Gerard Reve.
Reve en zijn levensgezel Joop Schafthuizen ('matroos Vos') lieten, ook nadat ze in 1993 hun woonplaats Schiedam hadden ingeruild voor een voormalige doktersvilla in België, nog jarenlang hun haren 'doen' in de kapperszaak aan de Rotterdamse Scheepmakerskade. Het tweetal ondernam vanuit Machelen-aan-de-Leie regelmatig onaangekondigde tochten richting "Sahara"; voor een knip- en wasbeurt met weldadige hoofdbehandeling door de vingervlugge handen van Wilma Blanken.

Het toeval moet verhinderd hebben dat de kappersafspraken van de gevierde volksschrijver nimmer hebben geleid tot een daadwerkelijk fysieke ontmoeting met andere personen van Wilma's cliëntèle, zoals Robin van Persie en diens vader, de Rotterdamse kunstenaar Bob van Persie.
Men ziet de jeugdige Arsenalspeler, ex-Feyenoorder en voetbalinternational met het kuifje - tevreden over zijn nieuwe haarcoupe - al geknipt en geschoren ongeduldig de beurt van pa-lief afwachten: op de groene kappersbank, samen naast de naar België geëmigreerde auteur. Welk een voetbalpoëzie of fraai voetbalgedicht zou hier in Wilma's Sahara, desnoods eenmalig, niet hebben kunnen ontstaan tussen talenten van twee generaties!

Socioloog, voormalig hoogleraar, oud-burgemeester en oud-minister dr. A. Peper is trouwens een andere ingezetene van de Maasstad die zich bezitter mag noemen van de zeldzame Gerard Reve-teksttegel. Eveneens een persoonlijk cadeau van de schrijver. Peper en de twee jaar geleden aan de ziekte van Alzheimer overleden Reve correspondeerden tussen 1987 en 2002 intensief met elkaar. Ook aan Reve's kant leidde dat tot een boekwerkje, "Zeven gedichten voor mijn vriend Bram Peper", in 1997 in beperkte kring verschenen ter gelegenheid van het 15-jarig Rotterdams burgemeestersjubileum van Peper. De uitgave is anno 2008 bij een modern antiquariaat nog verkrijgbaar voor bijna 400 dollar.

Kapster en Sahara-eigenaresse Wilma Blanken is overigens niet alleen bedreven in kunstzinnige haarcoupes, in de kapsalon hangen ook enige niet onverdienstelijke schilderingen van haar zelf. "Ik ben liefhebber, een beetje gepassioneerd, maar een amateur."
In de zaak zijn ook enkele collages aanwezig over de haarkam, inclusief varianten op de witte haarvlinders van een zeventiende-eeuwse keizerin (vervaardigd naar een beroemd schilderij van Velásquez in het Madrileense Prado). Wilma's kammenliefde leidt in de kunstminnende Saharaklantenkring soms tot contra-inspiratie en onvermoed nieuwe creaties, zie de omslag van deze muziek-CD met haarliederen van iemand van de eigen cliëntèle.


Tenslotte een snapshot van een van Wilma's laatste werken, 'iets Van Gogh-achtigs', pal achter de toegangsdeur. De dame van de kapsalon: "Ik heb liever niet dat je het allemaal fotografeert, en al helemaal geen dingen van mezelf, nu ja: voor een keer dan. Néé néé, zelf wil ik al helemaal niet op een kiek."




De spiegel van Galileï - voetbalvers (7)



ARGOS



Rijk van de eenzaamheid
Een man komt bij je poort
Een dubbele Tiresias
Niemand schijnt op hem te letten
Wanneer hij zijn fiets
Tussen sprekende tweevoeters door rijdt
Mensenlichamen
Met varkenshersenen
Zij eten pizza
En kijken naar voetbal
Met de spiegel van Galileï
Zij hebben geen oog voor
De gladheid van de wegen
De permanente onoplettendheid
Van de dood

Hij een kind-oudeman
Kan het zwijgen horen
Het ongeschrevene lezen
En het onzichtbare zien
Hij leest nauwlettend de namen
Op de bellen
Tantalussings Artridemans Pelopwerda's
Wielbezitters
Afvalmakers
Argiven.


© YÁNNIS PATILIS


Uit: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten'
[samenst. en red. Ben Herbergs – met illustr. van Len Munnik],
Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000

Het gedicht over de alziende mythologische reus Argos - hier in de vertaling van Hero Hokwerda - werd door Yannis Patilis speciaal geschreven en voorgelezen in de Rotterdamse Schouwburg op 20 juni 2000, tijdens het 31e Poetry International Festival. Patilis verklaarde zijn woorden op te dragen "aan EURO 2000 in de Lage Landen", het vierjaarlijks toernooi om het Europees voetbalkampioenschap dat op dat ogenblik plaatsvond in Nederland en België.
De avond dat de Griekse dichter zijn vers las en opdroeg "aan voetballend Europa" eindigde met de uitschakeling van de favoriet geachte toernooideelnemers en Duitsland en Engeland. Duitsland ging niet ver van het podium van de verzamelde dichters aan het Schouwburgplein ten onder in de poëziehoofdstad van Nederland: te Rotterdam-Zuid, in het Feyenoordstadion, met 0-3 tegen de Portugezen.

In Kiev, Kleef en elders



DE VERSTANDIGE DOLFIJNEN





Dolfijnen woonden lang geleden
in Kiev, Kleef en andere steden.

Ze hadden talk, thee en handen,
en consuls in de meeste landen.

Maar één dolfijn vond eerst het kruit
en toen zelfs de atoombom uit.

Zij riep: 'Wij zijn te ver gegaan!
Terug ! Terug naar de oceaan!'

Zij wierp zich jurk en al in zee.
Alle anderen doken mee,

en zij verloren in het schuim
weer bril en opponeerbare duim.

Moraal

Dolfijnen! Schatjes! Maak ruim baan,
wij komen achter jullie aan!




© Leo Vroman

Nulnul, de toto-uitslagen van vanmiddag luisteraars!



HET LAND VAN DE DICHTER


D.W.S. - Spcl. Enschede 3 - 1
Heracles - G.V.A.V. 0 - 0
Sparta - Feyenoord 0 - 3
(Vitesse - Z.F.C. 0 - 0)


Zondag 18-10-'64


KOOS VAN ZOMEREN



in: Koos van Zomeren De wielerronde van Hank, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1965.
Ook opgenomen in Zeg eens bal - bloemlezing, Rotterdam, Bèta Imaginations, 2000

Suikerwijn


VERTREK


De dood is oranje net als de zon.

Dood spoor van binnen

verbrandde zijn huis
zoals vroeger de zon in Zuid-Frankrijk.
Daar, hoog in de Alpen,
waar Hannibal ooit met zijn troepen trok,
voerde hij vlinders dronken met suikerwijn.
Wat hebben wij toen alle drie gelachen.

Nu, hoog in de kussens,

kleeft het leven alleen nog aan zijn brein.
Zijn lichaam gelooft hij niet.
De dood heeft hem al bijna gedoofd,
zijn sleutel is op slot.
Ik klim als een Mohammed
3 x daags over het balkon
naar mijn berg.

De zevende dag zei hij verbaasd:
"Eindelijk dat je d'r bent!"
En hij lachte
op de rand van zijn bedgraf
beide benen in één broekspijp.


© Jana Beranová


uit: Jana Beranová Geen hemel zo hoog, Bussum, Agathon, 1983

Opgeheven



Rath & Doodeheefver


Op het behang van Rath & Doodeheefver
Staan de figuren die gij hebt gekend:
Een hart, een hand, een boomtak bloesemend
En kinderschommels die naar voren zweven.

De randen, door de ratten aangevreten,
Krullen aan de vier hoeken overend.
Oud en verschoten, in zichzelf frequent,
Raakt het motief tegen de muur vergeten.

Maar deze beelden stonden in uw ogen
En deze ogen zijn uiteen gegaan.
Hoe hoog en ver werden de schommelbogen.
Het hart kreeg alle ruimte om te slaan.
De hand wees mij de wegen naar het leven.
De wereld bloeit. De dood is opgeheven.

© GERRIT ACHTERBERG


oorspr. uit: Sneeuwwitje (1949), later opgenomen in
Gerrit Achterberg Verzamelde gedichten, Amsterdam, Querido, 1963.

donderdag 12 juni 2008

Deze heg is mij lief



DE ONEINDIGHEID




Steeds was mij deze eenzame heuvel lief
en deze heg, die aan zovele zijden
de verre horizon aan 't oog onttrekt.
Telkens als ik hier zit, stel ik me erachter
onmetelijke ruimten voor, en stilten
die 't menselijk begrip te boven gaan,
en peilloos diepe rust; waarbij ik soms
bijna verstijf van angst. En als ik dan
de wind door deze takken heen hoor waaien
dan vergelijk ik die immense stilte
met dit geruis: ik denk aan de eeuwigheid,
aan de afgestorven jaren, en aan dit
dat leeft, en aan 't geluid ervan. En zo
verdrinkt mijn geest in eindeloze diepten,
en zoet is 't mij in deze zee te zinken.





Giacomo Leopardi (1798-1837)



L'infinito, uit: Gepolijst albast, acht eeuwen Italiaanse poëzie - vertaling: Frans van Dooren -
Baarn, Ambo, 1994.
Ook in: Herwig Arts Spiritualiteit en de taal van de poëzie, Tielt, Lannoo, 2007.



Een oudere Nederlandse vertaling van dit internationaal beroemde gedicht is van
de hand van H.W.J.M. Keuls:


HET ONEINDIGE

Voor immer werd mij deze heuvel lief
en deze hooge heg, die overal
den verren einder aan mijn blik ontzegt.
Doch goed is droomen hier, dan gaat verbeelding
die grens voorbij naar ruimten mateloos,
naar stilten, die de mensch niet kent, en rust
oneindig-groot; en vrij blijft daar het hart
van elke vrees. En als ik dan den wind
zoo dicht nabij hoor ruischen in het loof,
verbind ik gindsche grondelooze stilte
met dit geluid, en denk aan de eeuwigheid
en aan de doode tijden en het uur
van ’t levend heden met zijn vlucht’ge stem.
Zoo zinkt mijn mijm’ring weg in de diepe wat’ren.
En zoet is mij de schipbreuk in die zee.

Dichters - Voetbal 1:0

Oud misverstand, vooral onder intellectuelen of zij die daartoe graag worden gerekend:
wie van sport houdt kan géén poëzieliefhebber zijn!

Reeksen gerenommeerde schrijvers, musici, wetenschappers en 'gewone' geestesvermogenden gingen Jan Mulder, Jan Wolkers, Henk Spaan, Jules Deelder en anderen voor. En niet te vergeten de zojuist overleden criticus Kees Fens, een man met de dubbele passie letteren/sport, wiens ultieme wens het was het radioprogramma Langs de Lijn "nog een keer te mogen presenteren".
Namen van aanzienlijken alias letteren- en sportminnaars met wie menige hedendaagse hautaine pseudo-geletterde die nog immer geen bal van een ijshockeypuck kan onderscheiden zo graag koketteert, of tegenwoordig zo nodig pardoes op een 'popi' foto met een publieksheld moet omdat dat net goed uitkomt of net in zwang is.

Nu de directie van Poetry International en andere mooie zomerfestivals nog! Organisaties en instellingen die jaarlijks meestal uitgerekend in of rond juni ergerniswekkend consequent hun evenementen blijven uitschrijven op tijdstippen dat zich elders misschien ook een belangwekkende maatschappelijke manifestatie voordoet. Een tv-scherm ergens op een achteraf-gang, minder star aanvangsuur wellicht, kleine verschuiving in het programma. Al jaren heerst er ongenoegen over bij liefhebbers van beide takken van sport (sic) die nu nog door misplanning gedwongen moeten kiezen. En al jaren gebeurt er niets en heffen de aangeklaagden vol minachting de handen ten hemel. "Zeg, jij bent toch niet zo'n volkstype dat je dit jaar thuis blijft voor zo'n baltoernooitje?" Men hoort het dédain al, en niet eens op de achtergrond.

"DICHTERS MOETEN HUN NEUS OPHALEN VOOR VOETBAL"
- lees en genees, van uw vooroordeel. Zie de column hieronder van dichter Ingmar Heytze uit DAG van vandaag, 12 juni.

Klik op het knipsel voor een leesbare tekst.