zondag 27 september 2009

Zonder schroeven


DE GEDICHTENMACHINE



In mijn hoofd ligt een gedichtenmachine
onophoudelijk op de loer.

Met zijn onzichtbare grijparm
pakt hij steeds en overal dingen weg.

De machine houdt niet van lawaai,
van ophakkers en acteurs al helemaal niet.

De machine houdt eigenlijk nergens van,
ja, van het stiekeme wegplukken zelf!

Van de oogwimper die knippert zonder benul,
van de lege toiletrol half in een vuilnisbak,
van de modderspatten op een verwaarloosde auto,
van alles wat blijft liggen in alle verhalen.

De machine is trots dat hij geen geluid geeft
en geen schroeven of bouten bevat.

Luidkeels ontkent hij dan ook machine te zijn.

Zolang hij niet wegvliegt en ik 'm oliën blijven mag,
sta ik die ontkenning liefdevol toe.

Hans van Willigenburg

Uit: Hans van Willigenburg Dichter aan de Maas Rotterdam, Uitgeverij Douane, 2009

donderdag 24 september 2009

Zwaai



AAN DE VOGEL



Ik zeg tegen de vogel:

ik vlieg ervandoor.

De vogel zwaait naar me
met de gebruiksaanwijzing.


© Ewa Lipska


Uit: Ewa Lipska Splinter - uit het Pools vertaald door Ad van Rijsewijk - Breda, De Geus, 2007

woensdag 23 september 2009

Roest



BOERIN IN IVIERS



Elke dag nog praat ze
met zijn grafsteen
op het kleine kerkhof aan de overkant
uitzicht over het dal
met het dunne riviertje
glinsterend als een spinnendraad in het Noord-Franse licht

sinds hij dood is
doet ze minder aan de tuin
eens haar trots

ze kreeg er nog een prijs voor
de senator kwam er voor over
helemaal uit Parijs
waar hij een appartement had
en een vriendin
het was vlak voor de verkiezingen
die hij won

de koeien zijn verkocht
de tractor staat te roesten in het hoge gras
het erf is netjes aan kant
en er is nog hout voor één winter

Remco Campert



Uit: Remco Campert Nieuwe herinneringen, Amsterdam, Bezige Bij, 2007

Voor de spiegel


VIII




Jij leest de krant. Het laatste nieuws stokoud. Je stem

Vult de kamer met grond. Εn niemand die uitkomst

brengt.

De dag van ijzer. Vierkant. Met stof in de hoeken. Je
lacht.

Εn zet je voor de spiegel οm je ogen οp te maken.


Ik strijk de aarde uit mijn haren.



© Násos Vayenás


Uit: Násos Vayenás Biografie en andere gedichten – vertal. uit het Grieks: Marko Fondse en Hero Hokwerda.
Amsterdam, Het Griekse Eiland, 1990.



VIII


Διαβάζεις έφημερίδα. Οί τελευταίες είδήσεις είναι πανάρ­-
χαιες. `Η φωνή σου

Γεμίζει χώμα τό δωμάτιο. Δiν ύnάρχει νά βοηθήσει
xavείς.

'Η μέρα είναι σιδερένια. Τετράγωνη. Μi σxόνη στίς äxρες.
Γελάς

Καί xάθεσαι στόν καθρέφτη νά βάcΠεις τά μάτια σου.

'Εγώ βγάζω τό χώμα άπ' τά μαλλιά.

dinsdag 22 september 2009

Haltes


UIT DE TIJD


 


Ik rijd naar huis in de bellende leegte
Van de laatste tram. Het wordt mijn tijd.

Verlaten straten komen samen, gaan uiteen
Op steeds dezelfde, stroevende punten.

Ik zit in mijn ijzer, lees de haltes, steeds
Dezelfde, door het raam dat wie weerkaatst.

Ik zoen de koude naam op de achterkant
Van mijn adres, verscheur de enige brief.

Het maanwit heeft weer niets verklaard.
De nacht bezit geen grond om op te rusten.

Het is vroeg in de slapende stad.
Het is laat in mijn slapeloos leven.




© Leonard Nolens




Uit: Leonard Nolens Hart tegen hart. Gedichten 1975-1990. Amsterdam, Querido, 1994

maandag 21 september 2009

Schepnet




Vannacht reed je de kamer in, je droeg

een gele jurk, die liet je boezem bloot.
Ik zei 'Je bent verdomme twee jaar dood,
ga maar weer weg'; je stapte af en vroeg

'Ben ik je moeder niet, op wie je joeg
met je schepnet, je mond vol woorden, vroeg
en spade? Kom maar gauw op schoot.'
Ik klom en klom maar god, wat was je groot.


EVA GERLACH


Uit: Eva Gerlach Verder geen leed. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1979.

Later ook opgenomen in: Eva Gerlach Voorlopig verblijf, gedichten 1979-1990, Amsterdam/Antwerpen, Arbeiderspers, 1999.

zondag 20 september 2009

Vierduizend



OP VERZOEK



Dat ik van je hou, dat wil ik dan
ook wel eens schrijven, nu je dat
zo vraagt. Want ik hou van je en
niet eens zo zelden, gezien de
vierduizend dagen en nachten.
Dat het lijkt of je nauwelijks
ouder geworden bent, dat
je soms nog ver weg kijkt als
was je verliefd, dat
je handen nog mooi zijn, verder
zou ik toch niet willen gaan.

Dat ik je wang soms zoek en niet
je mond.


©
Anton Korteweg


Uit: Anton Korteweg Tussen twee stilten, Amsterdam, Meulenhoff, 1982

Uitgekookt


Het water begon zich te schamen
voor wat het was en altijd gedaan had.
Namens iedereen kwam een vis aan land
om een regeling te treffen.

De vis rechtte zijn rug:
"Mensen: drie wensen."

Het strand was leeg, alleen de schelpen
hadden de vorm van mutsen met oren eronder.
Het uitgekookte dier moest zijn lachen inhouden.

Ik kan beloven wat ik wil, dacht het.
Dit kost me geen stuiver. De geschiedenis is ja nog niet begonnen.
Ik moest maar eens gaan teruglopen door de branding.

Of zal ik hier nog wat blijven? Droog ben ik nu toch.
Het is wel heerlijk, die zeewind.


© Tonnus Oosterhoff


Uit: Tonnus Oosterhoff  De ingeland, Amsterdam, De Bezige Bij, 1993

donderdag 17 september 2009

Hoe ze zat


ALLEEN



Hoe ze had gebladerd, uitgezocht,
de kast nagekeken, een lijstje gemaakt,
het haar achter haar oor
gestreken, in winkels in rijen wachtte

Hoe ze straks de tafel zou dekken, twee plaatsen,
de tijd opstookte met haar fornuis, haar handen
afveegde, haar schort aflegde, het zou later worden,
later dan ze wilde,

terwijl ze niets at maar zat
en zatter werd van wachten, nog altijd
En al is er nu iemand die wel komt

en wel eet, die haar glazen droogt
en terugzet waar ze horen
Stil zit ze daar – gebarsten



© Hanz Mirck



Uit: Hanz Mirck Wegsleepregeling van kracht, Amsterdam, Prometheus, 2006

- bundel bekroond met J.C. Bloem-poëzieprijs 2007 -

dinsdag 15 september 2009

Nooit een bericht


ZOUTKARAVAAN



Er is een zoutkaravaan verdwenen. Zoals een meisje
van veertien kan verdwijnen. Eeuwig
zijn ze doorgelopen, zijn de kamelen door het oog
gekropen. De berijders van de dieren waren
in hun verlangen naar zuiverheid verkleind
tot onmogelijk weerzien en tussen de zandkorrels
verloren geraakt. Dat althans in het oog
van de kamelen, want die voelden zich uitvergroot,
vergroeid tot schommelende sterrenschepen, tot hemel
vullende proporties; doorzichtig zijn ze opgestegen.
Hun adem van fluitgras bevroor tot melkwegen.
Een karavaan verdween, alleen het zout
stoof naar alle kanten, werd overal gevonden.

Zoals een meisje van veertien. Sokjes
met ronde-oren-beren, maar geboren
om te verdwijnen naar een nachtelijke hemel.
Nog nooit ongesteld, maar wel zwanger
van een wonder: zout, al dat zout.
Een kamer die nooit zal worden afgebouwd;
een weg naar school met afstapmogelijkheid;
een laatste trein, een onbedoeld station, het zout
van een oud shirt dat bij de schoenpoets lag.
Iedere dag komt de post, nooit een bericht;
een plots gezicht tussen de massa in een vreemde stad:
al die wonden, het fluitend ademen in een telefoon,
haar sterrenschip dat tegen de muren hangt.


©
Tomas Lieske


Uit: Tomas Lieske Stripping en andere sterke verhalen - Amsterdam, Querido, 2002

zondag 13 september 2009

Weg met het kompas! (Kemp & Dickinson)



NACHTVERLANGEN



De heren torens hebben mij vannacht gegroet!
De maan vloog blank en breed. De lucht was goed,
als groen likeur groot over 't dal verzaamd.
Er klonk een ruime klank, ook klok genaamd.

De blauwe dijen van de huizen blonken.
De ronde borsten van de bruggen zonken.
Er zwol een naam uit iedere stratenvouw
mijn zoekende ogen langs. Die naam was: Vrouw!


Pierre Kemp





Wild Nights - Wild Nights!
Were I with thee
Wild nights should be
Our luxury!

Futile - the winds -
To a Heart in port -
Done with the Compass -
Done with the Chart!

Rowing in Eden -
Ah - the Sea!
Might I but moor - tonight -
In thee!

Emily Dickinson



Wilde nachten - wilde nachten!
Als ik met jou zou zijn -
Wilde nachten zouden zijn
Onze weelde!

Zinloos - de winden -
Aan een hart in de haven -
Weg met het kompas -
Weg met de kaart!

Op drift in het paradijs -
Ach, de zee!
Mocht ik maar ankeren -
vannacht -
Aan U!

EMILY DICKINSON

- vertaling Ellen de Zwart -


Uit: Henny Vrienten Zwaan kleef aan, Amsterdam, De Harmonie, 2009.
pp. 22-23, de combinatie Kemp/Dickinson

In deze bloemlezing zijn door Vrienten dichters uit verschillende tijden en landen bijelkaar gebracht. Hij verbindt de zwaan van García Lorca met die van Eva Gerlach, vergelijkt de steen van Drummond de Andrade en die van J.A. Dèr Mouw en de bommen van Paul Rodenko lijken te vallen bij Miroslav Holub.

Kemp (1886-1967), Nachtverlangen, oorspr. in P. Kemp Verzameld werk, deel I. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1976.
Dickinson (1830-1886, VS), Wild Nights!/Wilde nachten!, oorspr. in ... om voor jou te breken. Een keuze uit haar gedichten. Amsterdam,
Van der Velden, 1981.

Het laatste proeflokaal




EEN LEVER NA DE DOOD




als er een hiernamaals is hoe zal het heten


hemel, hel οf grand café en wat kan je er eten
paling, zalm οf kaviaar drank die helpt vergeten
dat de schroefdop de kurk vervangen heeft

geef mij een lever na de dood
vergeet het vage vuur en de fletse hemel

laat het hiernamaals een slijterij zijn
een proeflokaal waar 's morgens
nog voor het ontbijt in een plechtige stilte

de glazen tοt aan de rand worden afgevuld

Hans Wap

Uit: Hans Wap De laatste lemming, Varik, De Weideblik, 2008.

- ill. van beeldend kunstenaar-dichter Hans Wap, afkomstig uit bovenstaande bundel.

Aan de rand van een glas



FOTO


Voor Jan Eijkelboom


Op de foto de man.
Op de arm van de man zijn kind.
Misschien bomen. Een schaduw van wind

in het woelige haar van de man.

Het kind proeft aan de rand
van een glas waar het leven begint.
De man weet er alles al van:

het leven is niet onderin,
je moet omhoog ernaar toe.

En omdat in liefde geluk
niet geheel ondenkbaar is, moet

het glas nog lang niet stuk,
de man nog lang niet moe.

En dat is hij ook niet, hoor. Hoe
veel licht ook de rimpels aanraakt
in zijn gezicht - je vindt
in zijn ogen oneindig het kind.


© Willem van Toorn



Uit: Willem van Toorn Gulliver en andere gedichten. Amsterdam, Querido, 1985.

Balkje


TETONA




'De vrouw die met deze last door het leven moet
trad wel op, maar wenste niet herkend te worden.'
(een zwart balkje voor de ogen)

Maar hoe zou je haar na een voorstelling, ook al
verbergt ze zich lezend achter een boek,
niet herkennen uit duizenden?

Een zwart balkje voor wat
wel gezien, maar niet getoond mag worden?

Hoe zou je haar schier onmogelijke last
niet herkennen, zelfs als je
haar nog nooit had ontmoet?

Het balkje als symbool?

Waar trad ze op?


© Gerrit Krol

Tetona is Spaans voor 'vrouw met grote borsten'.


Uit: Gerrit Krol De industrie geneest alle leed - Verzamelde gedichten. Amsterdam/Antwerpen, Em. Querido, 2009.
- oorspr. uit de cyclus De Nieuwe Natuur in: 't Komt allemaal goed (Querido, 2005).

zaterdag 12 september 2009

Niet met hartstocht


VLUCHT



Onze liefde was niet anders
ze vluchtte keerde weer en bracht ons
een neergeslagen ooglid heel ver weg
een versteende glimlach, verloren
in het ochtendgras
een vreemde schelp die onze ziel
hardnekkig trachtte te verklaren.

Niets anders was onze liefde zij tastte
voorzichtig tussen de dingen rond ons
om te verklaren waarom we niet willen sterven
met zoveel hartstocht.

Als wij door lendenen omklemd werden, andere nekken
met alle kracht omhelsden,
onze adem mengden met de adem
van die mens,
als wij de ogen sloten, was zij niet anders
alleen dat grondeloos verlangen vast te houden
bij de vlucht.


© Yórgos Seféris


Uit: Yórgos Seféris Op de wijze van Y.S. en andere gedichten - vert. Hans Warren & Mario Molegraaf, Amsterdam, Bert Bakker, 1992.

Seféris (1900-1971, Griekenland) ontving in 1963 de Nobelprijs voor Literatuur

vrijdag 11 september 2009

Onthouden dat hij ademhaalde


CASSETTE



Ik vond cassettebandjes in een doos op zolder
en wilde weten of er nog iets moois op stond.
Toen hoorde ik ineens de stem van mijn vader,
alsof de woorden kwamen uit zijn mond.

Hij zong een liedje over edelweiss en alpen;
ik denk dat hij het zomaar zelf verzonnen heeft.
Ik zat verstard en luisterde geschrokken
omdat mijn vader al sinds jaren niet meer leeft.

Tot nu toe had ik enkel maar een boek met foto's
en ook een envelop waarop zijn handschrift staat.
Ik ben verbaasd dat een cassette heeft onthouden
dat hij ademhaalde, zong en heeft gepraat.

Zijn stem was het eerste dat ik ben vergeten
en toch herken ik hem bij elk gezongen woord.
Het valt me op dat hij een heel klein beetje sliste.
Toch gek, dat heb ik toen hij leefde nooit gehoord.



©
Ted van Lieshout


Uit: Zij vonden de naam die zou blijven - Nederlandstalige gedichten over familie
(samenst. Henk van Zuiden). Utrecht, Kwadraat, 1996

Geheim


DODE VISSEN



De voetstappen van de nacht
op de veranda van de vergeten lente
zijn ongetwijfeld het neuriën voor het onvindbare.

Verspreid
de verloren dagen
over de gouden golven van de zon.

De nacht is berouwvol dichtbij,
de blikken van mijn zusters
zijn nog altijd in afwachting
en het zout dat de gedachten van de zee
bezig houdt, grijnst
pronkend de dode vissen toe:
"Jullie geheim is veilig bij mij."

Verspreid
de verloren dagen
over de gouden golven van de zon.

De nacht is zo berouwvol dichtbij.



© Nafiss Nia


Uit: Nafiss Nia Esfahan, mijn hoopstee, Leeuwarden, Bornmeer, 2005.



Nafiss Nia, geboren in Esfahan [Iran], woont sinds 1992 in Nederland. Ze is werkzaam als (scenario)schrijver, filmmaker en vertaler. Bovenstaand gedicht is afkomstig uit haar debuutbundel.

Andermans mouwen



ZIJN JAS





Mijn vader J was nog maar net
gestorven toen mijn moeder A
zijn nieuwe regenjas voorzichtig
van de kapstok nam. Pas eens,
zei ze, hij was er zo trots op.

Daar stond ik dan en voelde
aan de mouwen en bij het sluiten
van de knopen hoe dood hij was
en hoe ver weg mijn jeugd. Oud
en zwak zou ik worden, in deze
plooien zou mijn huid gaan hangen
om mijn knoken.




©  Rutger Kopland

Gedicht III uit de cyclus Bij De Dood Van Mijn Vader in:
Rutger Kopland Het orgeltje van yesterday, Amsterdam, G.A. van Oorschot, negentiende dr., 2000

woensdag 9 september 2009

Dag lieve jongen



GRAF TE BLAUWHUIS

(Voor buurvrouw H., te G.)


Hij rende weg, maar ontkwam niet,
en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud.
Een strijdbaar opschrift roept van alles,
maar uit het bruin geëmaljeerd portret
kijkt een bedrukt en stil gezicht.
Een kind nog. Dag lieve jongen.

Gij, die Koning zijt, dit en dat, wat niet al, ja ja, kom er eens om,
Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?


Gerard Reve



Uit: Gerard Reve (1923-2006) Verzamelde gedichten, Amsterdam, De Bezige Bij, 6e dr., 2006.

dinsdag 8 september 2009

Zeven nachten hoger


KRISTAL



Zoek je mond niet aan mijn lippen,
de vreemdeling niet voor de poort,
de traan niet in het oog.

Zeven nachten hoger wandelt rood naar rood,
zeven harten dieper klopt de hand aan de poort,
zeven rozen later ruist de bron.



Paul Celan


- vertaling uit het Duits: Ton Naaijkens -


Uit: Paul Celan (1920-1970) Verzamelde gedichten, Amsterdam, Meulenhoff, 2003