donderdag 30 september 2010
Banket
Telefoonseks. Trek je je slipje uit?
Hou je de hoorn erbij dat ik het hoor?
Kun je je benen zo opendoen dat ik hoor
dat je nat bent?
Je hebt een lange buik, aan weerszijden waarvan
wij aan tafel zitten, jij met je hoofd, ik van tussen
je benen komend met ook een hoofd.
Banket. In je navel zout voor de radijsjes.
Mijn verbeelding is zo groot als mijn gemis.
Het zou elkaar kunnen vullen. Zoiets als een glas
waarvan je drinkt en dat even vol blijft.
Het staat op een lege tafel
op een schilderij in een leeg huis.
© Herman de Coninck
Laatste gedicht uit:
Herman de Coninck [1944-1997] Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had - de mooiste gedichten (bloemlezing), gekozen en ingeleid door Kristien Hemmerechts.
Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2009
Labels:
dichterswit,
herman de coninck,
Kristien Hemmerechts
Kanon
TOULON
Geluid dat uit de foto's stijgt
Kale plekken binnen het hoofdgordijn
Wie er allemaal verdwenen zijn
Tegen de lijmstokken van de dood gevaren
Roekeloos, as, verstrooid verleden
Stomme film zonder gebaren
Naar de dood richt ik elk grijs kanon
In de haven van Toulon.
© Hans van de Waarsenburg
Uit: Hans van de Waarsenburg De dorst der havensteden, Amsterdam, J.M. Meulenhoff, 1990
Ontcijferen
schrijf je wel eens de laatste lippen om te verwoorden?
ja, ik ontcijfer een kus van bemodderde rozen
- Gerrit Kouwenaar, in: Totaal witte kamer (2002)
zaterdag 25 september 2010
Lachende kroonluchters
SCHADUW EN LICHT
1
Wat avondjapons onthulden
deed kroonluchters lachen of huilen.
Wat ochtendjurken verrieden
was wat vroeg daglicht verdroeg.
Maar al wat op bloesjesdag
rakelings aan je voorbijging!
Nee, niet aan je voorbij, het bleef
een lente lang als een schaduw
van bloeiende meisjes bij.
2
Een lente lang als een schaduw
van breekbare benen die lengen
en rakelings blijven opdagen.
Wat ochtend koeltjes onthulde
als straatlantarens uithuilen.
Wat avond luchtig verried –
al wat geen daglicht kan velen
en in de schaduw wil schuilen
en één schaduw wil strelen
© Stefaan van den Bremt
Uit: Stefaan van den Bremt A, Tielt (B.), Lannoo, 2005
donderdag 23 september 2010
Schitterend
MASTERCLASS
Hij sprak
en de hemden van boetelingen
vielen op de grond, bezwangerd.
Het was de keizersnede van de gedachte,
pluchen poppetjes werden geboren, juichend.
Het was het profiel van eenieder,
geknipt uit zwart papier.
Lieveheersbeestjes kropen van onder onze nagels.
Je kon het bazuingeschal horen bij Jericho
en het gesis van onze genen.
Het was schitterend, zoals hij sprak.
Ik kan me alleen niet meer herinneren
waarover.
© Miroslav Holub
- vertaling: Jana Beranová -
Uit: Miroslav Holub De geboorte van Sisyphus, samengesteld en uit het Tsjechisch vertaald door Jana Beranová. Amsterdam, De Bezige Bij, 2008
woensdag 22 september 2010
Onontdekt
Tederheid is het binnenste
van iets doorgesnedens,
het midden van een romp, merg van een bot
of melk van bloemenstelen.
Gemaakt voor eenheid en daarin
als alles dat volmaakt is, onontdekt,
treedt zij pas voelbaar aan het licht
als de toegang afgesneden is naar haar object.
© Elly de Waard
Uit: Elly de Waard Afstand, Amsterdam, De Harmonie, 1978
dinsdag 21 september 2010
Glazen bekkens
Omdat je niet grieks bent
kunnen je ogen delfisch orakelen
hoor ik bucolische muziek
een heel hoge mondharmonica in plaats van een fluit
maar meer dan dit
men moet zo zonder gestalte zijn
om lief te kunnen hebben
zo niemand en zo bewoond door leven
duizendpootleven en halfgodbestaan
dat men kan zeggen jij met een klank van glazen bekkens
bloemkoopmannen hebben droevige gezichten
zij hebben haren van kuilgras
en ogen van magere aarde
maar zij hebben hun bossen rozen als waaiers ontvouwd
en je naam van je heupen gelezen
ik heb een dag lang de dood op handen gedragen
ik heb een dag lang de kou van alaska betast
ik heb een nacht lang een jong dier zien doodgaan
ik heb een nacht lang je ogen gezien blinkend met een
blijdschap als water
ik weet allang niet meer wie je was
een vogelroep
of de komeet van halley
of
het eiland sicilië
maar ik leefde zo dood als kamers in spiegels
luister ik rinkel als bellen
de lichtrode weerschijn van onder je borsten
begrijp ik niet
de vertraagde val van je heupen door de ruimte
begrijp ik niet
je mond en je ogen zijn onherkenbaar
maar ik bespeel je en jij noemt mij
de bank van monto carlo
men wijst mij aan ik ben in de maan de kinderen roepen
mij maanman na
maar ik vaardig proclamaties uit
in een koninklijk meervoud
wij
zijn
de spiegels
der zon
© Hans Andreus
Oorspr. in De taal der dieren, Amsterdam, Bezige Bij (1953) -
ook in: Hans Andreus Verzamelde gedichten, Amsterdam, Bert Bakker, 1984
Haast nog niet
EEN HERFST
Men is vandaag ontzettend onsterfelijk
het is eindelijk de echte heldere herfst
die er haast nog niet is
de bladeren vergelen, nog betrekkelijk groen
de wind is nog blauw, wijst geen enkele richting
de grond ligt nog onder het gras
men rookt de zwarte sigaar van de dokter
men raakt bezweet door het werpen met darts
men drinkt zijn zevende glas
in een ligstoel later men stippelt
onder het genot van dit tijdstip
een reis uit
de reis voor de komende heldere winter
en men vindt met de pink weer die heldere weg
naar dat denkbeeldige eindpunt -
© Gerrit Kouwenaar
Uit: Gerrit Kouwenaar Vallende stilte - een keuze uit eigen werk,
Amsterdam, Querido, 2008
Herfstleugen
All I have is a voice
To undo the folded lie
The romantic lie in the brain
- W.H. Auden, September
maandag 20 september 2010
Wimpers
Je gezicht, sluimrend van tederheid
zichtbaar, tastbaar, binnen mij.
O lief, lief, lief, zegt het, zeg ik
en de lippen beven even
en de ogen, met de wimpers,
gaan even dicht.
© Vasalis
Uit: M.Vasalis Vergezichten en gezichten Amsterdam, Van Oorschot, 1954
Gewatteerde huid
EEN OGENBLIK, EEN MAN SLAAPT
Het opstaan, het baden en voortdurend
het gaan van jou. Het is laat
en ik zeg dat ik plaats maak,
er is geen tijd om te rekken
als tijd. Met lange nagels
kras ik zigzag over de lakens
en een ooglid trilt. Er is een ogenblik.
De man ontwaakt. Hoe val ik
in het licht? Je draait me in de leegte
van een bed. Terwijl: binnen de randen
van een ronde handspiegel zoek
ik de meest gunstige uitsnede
van mijn met vlees gewatteerde,
droge huid. Zo zag ik eruit.
© Maria Barnas
Sonnet van Maria Barnas in Tirade, 1996/1
Zoet, ingeblikt
KOORDDANSEN
Altijd op zoek naar een navelstreng
nu de eerste niet langer bestaat,
balanceer ik op de ragdunne draad
van blik tot blik, tot het ogenblik
dat ik opnieuw jij
en jij ik.
Een keten weer opeens
hangen we boven het land.
Geen afstand meer. In dit verband
past het heelal met gemak
in één hand.
Ik snoep je lieve woordjes.
Je tovert zoentjes uit je zak.
Ik slik ze, pik ze, blik ze in
voor later.
Wanneer het strak gespannen snoer
halverwege de acrobatentoer
ombuigt tot valstrik,
val ik.
© Hagar Peeters
Uit: Hagar Peeters Koffers zeelucht. Amsterdam, De Bezige Bij, 2003
(dichtbundel bekroond met de J.C. Bloemprijs)
zondag 19 september 2010
Schepen
ALLEEN MAAR STEM
op deze plek ben ik alleen maar stem.
ik roep u soms, zoals des avonds schepen
het land aanroepen met hun vage seinen
en die mij horen kunnen mij niet duiden,
en die antwoorden kan ik niet verstaan
en die mij zoeken met hun torenlichten
vinden een ander, elke keer een ander
want wat ik ben is wat in mij verandert.
© Bert Voeten
Uit: Bert Voeten Gedichten 1938-1992 Amsterdam, De Bezige Bij, 2001
Boerenmaagden
LANDJUWEEL
met een broodkorst als corsage gaat
de blijde zwerver door het wijde land
hij wuift naar de koeien in de weiden
naar het bloeiende koren hem terzijde
terwijl leeuweriken eten uit zijn hand
's avonds stralend staan de boerenmaagden
aan de dorpspomp en brengen hem hun groet
zij kussen zijn bezwete konen zelfs bedaagde
maagden vlijen warm hun harten aan zijn voet
omdat hun oude moeders zeggen dat het moet
laat in het hooi prevelt de zwerver zijn gebeden
en leest wat lezenswaardigs in het oude boek
terwijl pooiers en hoeren strompelen door de steden
hun gore ratten rennen radeloos van hoek naar hoek
strekt hij verzadigd zijn gelooide leden
© Lucebert
Uit: Lucebert Verzamelde gedichten, Amsterdam, De Bezige Bij, 2002
zaterdag 18 september 2010
Nog een uur
BRUIDSBEDE
Och, laat me kort
mijn krans nog dragen,
scheur niet al mijn sluier,
mijn witte sluier, kapot!
Nog schitteren de lichten
en gloeien de rozen -
och liefste, laat me een uur
nog dansen in het wit!
Ja, laat me een uur
nog licht en vrolijk
van arm tot arm gaan
- ik eindig in de jouwe!
Een uur nog kun je me
jong en vrij laten zijn
deze laatste avond
nu de nacht al van jou is!
© Halldis Moren Vesaas (1907-1995)
- uit het Noors vertaald door Janke Klok -
Oorspr. in: Morgonen (De ochtend, 1930).
Hier overgenomen uit Kruispunt, internationaal poëzienummer, juni 2001.
Brurebønn
Å lat meg bere kransen
enno ei lita stund,
og riv kje enno sløret,
mitt kvite slør, i sund!
Enn strålar alle lamper bjart
og alle roser glør -
å kjære, lat meg danse enn
ein time i mitt slør!
Ja unn meg enn ein time
å førast lett og blidt
frå bryst til bryst i dansen
- eg stoggar snart ved ditt!
Ein time kan du unne meg
å vera ung og fri
av denne siste kvelden
når natta all er di!
© Halldis Moren Vesaas
In een doosje
GEHEIM GEDICHT
Vannacht heb ik een zoen begraven.
Hij lag dertien maanden tussen ons in
en jij had al een paar keer gevraagd:
wat ligt daar nou toch steeds.
Toen je eindelijk sliep, drukte ik
de zoen met mijn lippen in een doosje
vol watten en liep naar de tuin. Daar
groef ik een graf van twee monden diep
onder de beuk. De duizend zoenen
die volgend jaar rood en zoet uit de takken
komen waaien, zijn allemaal voor jou.
© Ingmar Heytze
Uit: Ingmar Heytze Schaduwboekhouding, Amsterdam, Podium, 2005
Hier
Ergens moet hier een mens zijn.
Gennadi Ajgi (Sovjet-Unie/Rusland, 1934-2006)
- Schone regels, fragment van een gedicht op Rotterdamse vuilniswagen -
vrijdag 17 september 2010
Sleutels
SONNET XLIV
Weet dat ik jou bemin en niet bemin
gezien de twee manieren van het leven,
het woord is als een vleugel van de stilte,
het vuur is voor de helft van kou vervuld.
'k Bemin jou om 't begin van het beminnen
om het oneindige te herbeginnen
en nooit met jou beminnen op te houden:
en dus bemin ik jou nog altijd niet.
'k Bemin je en bemin je niet alsof
ik in mijn handen sleutels van geluk
en van onzeker geluk zou houden.
Twee levens heeft mijn liefde je te geven.
'k bemin je dus als ik je niet bemin
en als ik je bemin, bemin ik je.
© Pablo Neruda
Uit: Pablo Neruda Honderd liefdessonnetten - uit het Spaans vertaald door Catharina Blaauwendraad - Amsterdam, Prometheus, 2003.
donderdag 16 september 2010
Vlinders
MEISJE
Zij ontbloot haar borst als een wonde,
alsof het pijn doet bloot te zijn,
zoals een kind een vlinder in zijn hand
laat zien, bang dat hij weg zal vliegen.
Toch is haar lichaam nergens zo gesloten
als aan haar tepels die ontsteld
van schaamte zouden willen vluchten,
als vlinders uit een kinderhand.
Haar handen kennen niet de weelde
van een beminde vrouw die in haar schoot
haar vingers rusten laat omdat zij moe
gestreeld zijn en haar lippen stilgekust.
Zij raakt verward in kou en warmte,
voelt niet de zekerheid van 't licht
en de verwantschap met haar schaduw.
Haar schoot is in zichzelf gekeerd en bang.
© Adriaan Morriën
Uit: Adriaan Morriën Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1993
Abonneren op:
Posts (Atom)