vrijdag 31 december 2010

Oude schoenen


NIEUWE PAPA


Nieuwe Papa was erg stil, in zijn nabijheid leken we allemaal kinderen.
Die dag vertelde Oude Papa ons: Nieuwe Papa bestaat eigenlijk niet. Hij zei dat mijn broertje en ik te veel dromen.
Nieuwe Papa was in onze dromen, en Oude Papa behandelde ons goed, heel goed.
Nieuwe Papa droeg altijd de oude leren schoenen van Oude Papa, zijn gezicht was triest. Zijn das was oud, zijn ogen waren oud, ook zijn ademhaling was oud.
Later, toen Nieuwe Papa niet meer verscheen, was Oude Papa ook oud geworden.


© Ye Mimi


- uit het Chinees vertaald door Silvia Marijnissen -

Tong van de tijd


ER IS


Er is
een seconde
zoek.

De tijd
is op
de pijnbank gelegd.

De tong
van de tijd
is losgemaakt.

De tijd
heeft geschreeuwd.

De tijd
is geslagen
getrapt
en vernederd.

Ze hebben
de tijd
voor het voetlicht
gebracht
en het geweten
stond in brand.

Maar
er is
en er blijft
een seconde
zoek.


© Jan Arends


Uit: Jan Arends Vrijgezel op kamers (herz. en uitgebr. ed.), Amsterdam, de Bezige Bij, 2003

Smeltende uren



eens toen ik bij de mieren
in Zwitserland woonde
hoorde ik dat de wijsheid
een bergbeek voorstelt,
klaterend uit de hemel
maar ik luisterde niet


later wachtte
ik voor de open rots
maar de uren smolten
het blauwe kristal niet


eindelijk viel
een lange regen
in mijn voetstappen.


© Hans Lodeizen


Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996

Tegels


DE GESCHENKEN




Vandaag heb ik een
warm rood bloed aangetrokken
vandaag hebben de mensen mij lief
een vrouw lachte mij toe
een meisje gaf me een schelp
een jongen gaf me een hamer

Vandaag kniel ik op het trottoir
ik spijker aan de tegels
de naakte witte voeten van de voorbijgangers
allen zijn in tranen
maar niemand schrikt
allen zijn blijven staan waar ik ze heb aangetroffen
allen zijn in tranen
maar ze kijken naar de luchtreclames
en naar een bedelares die broodjes verkoopt
in de lucht

Twee mensen fluisteren
wat doet hij spijkert hij ons hart vast?
ja hij spijkert ons hart vast
dan is hij dus een dichter




© Miltos Sachtouris



Uit: Miltos Sachtouris Het hoofd van de dichter, tweetalige uitgave - uit het Grieks vertaald door Bernadette Wildenburg en Jan Veenstra - Groningen, Styx Publications, 1993

donderdag 30 december 2010

Gordijn


ZON
DER



die morgen tref ik woorden aan tussen de lakens,
ze prikken als stukjes spiegel waarin een schim
weerkaatst. ik lees:

ik ben weg, neem niets mee behalve
de geur van je haren, de zachtheid van je wangen,
de smaak van je lippen. de hond

op straat leidt me
af en ik staar naar het raam, nooit zag het ochtendlicht
er zo vaal uit, had het gordijn zo weinig kracht.

het was de eerste keer dat het niet opbollend
in mijn haren snoof, mijn wangen streelde,
me goedemorgen zoende.


© Sylvie Marie


Uit: Sylvie Marie Zonder. Antwerpen/Amsterdam, Vrijdag-Podium, 2009

Achterwaarts



T-SPLITSING


van twee kanten kwam ik aangelopen;
kan alleen nog maar rechtdoor.

van de bedenktijd vouw ik een vogel
met een grotere spanwijdte dan de bedenktijd
en na dat gezichtsbedrog moet ik rechtdoor.

had ik een echoput gevouwen,
een hart vol wensen,
een vat vol nee-zeggerij,
en het antwoord was me niet bevallen,
wat had ik mogen doen?

het bed delen met een negenenveertigjarige vrouw.
of ze is nog zeventien en hoe moet het dan?

misschien kan ik het herschrijven
tot rug tegen de muur
en dat ik alleen nog maar achteruit kan:

een oplossing als voor een kat
die in de muur een kattenluik ontdekt
en er achterwaarts doorheen stapt.


©
Bas Belleman


Uit: Bas Belleman Hout, Amsterdam, Uitgeverij 521, 2006

Opluchting


O niet in staat te zijn te kiezen
tegen de pijn of voor de opluchting
van het verliezen


© Elly de Waard



Uit: Elly de Waard Afstand, Amsterdam, De Harmonie, 1978

Nieuws


ALWEER EEN JAAR



en elke negentiende september
- het wordt alweer bijna vier jaar,
wat is de tijd toch snel voorbijgegaan -
zal ik haar weer moeten vragen
of er nog nieuws is,
of er al iets bekend is.

en zij dan: nee hoor, dank u wel,
bedankt voor uw belangstelling,
terwijl haar ogen almaar blijven zeggen
wat ze mij die eerste keer
zonder woorden zeiden
- dat is nu bijna drie jaar geleden,
hoe is het mogelijk -
nee hoor, dank u wel,
bedankt voor uw belangstelling,
maar ik ben geen weduwe,
kom niet dichterbij,
je hoeft nergens op te zinspelen,
ik zal niet met je trouwen,
ik ben geen weduwe,
nog niet.


© Ariel Dorfman



Uit: Ariel Dorfman Verdwijnen - vertaling Eric Gerzon - Amsterdam, De Populier, 1985

woensdag 29 december 2010

Gekapseisd



morgen valt de zee achterstevoren
drinkt eb vloed
vaart zonder aankondiging
de hemel los

blijven we achter op het zand
engelen zonder draad
engelen zonder passe-partout
andersdenkend

morgen draait de wind
zonder mededogen
kapseist drijfhout
niets grandioos voor de boeg

blijven we achter op het zand
met geschilde lijven
dijen bezoedeld
monden gedregd



© Gerry van der Linden



Uit: Gerry van der Linden Glazen jas. Amsterdam, uitg. Nieuw Amsterdam, 2007

Dovenetel


EEN KLAAGLIED


Achter de westelijke weilanden
bij de grenzen van het dorp,
De Drie Witte Palen en Het Witte Huis,
kwamen ons op de Endegeesterstraatweg*
in den treure krankzinnigen tegen.
Zij liepen met spaden en wagens
dingen te doen die niemand begreep.
Zij waren niet kwaad, was ons verteld
door bewakers, zij waren niet goed
bij hun hoofd, daarom waren zij kaal.

Soms staken zij door de afrastering
van het gesticht ons dovenetels toe
met het verzoek ze te vullen, hetgeen
ons wonderlijk voorkwam en daarom
konden we het niet. Terug in het dorp
hoorden wij hen 's avonds hard huilen.


© Redbad Fokkema



Bron: R.L.K. (Redbad) Fokkema [1938-2000] Elke dag is de eerste, Amsterdam, Querido, 1980

* Endegeest: gesticht in Oegstgeest (Z.-H.)

Ongeloof


NIEUWJAARSKAARTEN IN DE VIJFTIGER JAREN


Voor het laatst vertoonde zich de goudkleur
van ikonen en middeleeuwse schilderijen op
wenskaarten uit de vijftiger jaren: laatste
opleving van de beslotenheid en het geluk.

Nog eenmaal spanden mensen als een rendier
natuur voor hun ar: breng ons verder! Breng
ons door de poort van het stervende jaar! Ja
hoefijzers en klavertjesvier, zilverglitter,

reikten postbodes aan in de sneeuw. Eeuwig
stormden klokken aan in de lucht, schijnsel
viel uit kerkjes. Zoete landschappen ademden

geur van vanille uit. In de zandwegen hoog-
stens karresporen; blijde vinkjes laag op hun
tak. Ongeloof stortte neer op 't ganzenbord.


© H.H. ter Balkt


in: Tirade, jaargang 1993

maandag 27 december 2010

Tijdloos


Op andere dagen loerde de zon door de stoffige ruiten.
Om te zien hoe laat het was. Maar er was geen klok


Charles Simic




- Schone regels, Rotterdams vuilniswagengedicht -

zondag 26 december 2010

Golven


HET STRAND VAN DE KINDERJAREN. IK HIELD
MIJN HART
aan de borst van de zee. De korrels metselde ik
tot dromen en kastelen aaneen, mijn glimlach
de mortel. Maar de golven leefden zo snel

© Yvonne Né



Uit: Y. Né Dun land - gedichten en tekeningen, Amsterdam, de Bezige Bij, 1994.

Ook opgenomen in: Y. Né Hier mag niets af zijn - verzameld werk t/m 2005, Breda, De Geus, 2009

zaterdag 25 december 2010

Met mijn handen


BLUES II
[Aceste bluesuri impregnate]


Deze bluesgedichten doordrongen van de geur van papier
van de gitaar van Paco de Lucia en van
jouw kracht je te verschuilen achter een clownsmasker
zijn precies wat ik me nu heb voorgenomen
niet meer, maar ook niet minder
in een gelijkmatig en toch onheilspellend ritme
van steeds geraffineerder vleselijke genoegens toen
het welriekende haar op je borst vermengd met sigarettenrook
me een moeilijk te beschrijven beneveling van de zintuigen bezorgde,
en toen ik omzichtig afdaalde over de middellijn,
ik bedoel die bruinige lijn van jouw buik
had ik kunnen stuiten op een kuil, een meer, een put
maar ik botste op een in de natuur omgevallen toren,
zo dikwijls ontmoet en zo weinig voorspelbaar
in zijn weerspannigheid, dat ik naar adem snak.
ik streel je schedel, je handen en zelfs je lange ranke voetzolen,
ik streel je huis, de kleurloze, bijna zwarte bloem voor het raam,
je doffe blik van een zieke die niet weet hoe ziek hij is,
ik streel ze zonder hartzeer, zonder verspilling, zonder afgunst
hoewel ik misschien niets van dat alles heb
maar eerder met een bezorgdheid die
het uitdagende gevoel van verlangen kan vervangen
en de hartstocht van de dingen die na een brand zijn overgebleven,
het geweld van het bezitten, want men zegt dat seks gewelddadig is
en zelfs dit uiteinde van de wereld
vanaf nu verloren voor minstens honderd jaar zo niet voorgoed,
ach, en jouw haan stapt met mijn voetzolen,
en jouw trompet speelt met mijn lippen
en jouw minnaressen vrijen met je met mijn handen.


© Angela Marinescu


- uit het Roemeens vertaald door Jan Willem Bos -




Met dank aan Meander, literair e-zine, en het letterentijdschrift Deus Ex Machina


Zie ook eerder op dit weblog:
http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2009/11/landkaart.html

Ontwortelde namen



THEBE


Die ochtend gingen we naar Père Lachaise.
We dronken koffie in Café Rond Point
en staken bij het stoplicht over:
wie grafwaarts gaat wil er niet aan.
Wat ingestort was vonden we het mooist.
Jij nam wat foto's: een gebroken zerk
met scheefgezakte zuilen, terwijl ik Thebe
schreef, de dood een stad vol heimelijk leven.

Een boom had zich genesteld rond een
steen, een naam omworteld, overschreven,
alsof dat hooguit breeduit bleef van
wie ooit stam zei, takken, blad.

We keken in een onafzienbaar gat en
spraken over dàt. Ik zou niet treuren
op je graf zei je, dat kan ik niet, ik zou
je missen, missen zou ik je.


©
Hester Knibbe


Uit: Hester Knibbe Een hemd van vlees, Baarn, De Prom, 1994

Staatsgreep



Ik ontwaak in een land waarin

de verliefden de macht hebben overgenomen.

Ye Mimi




- Schone regels, Rotterdams vuilniswagengedicht -

vrijdag 24 december 2010

Ster


KERSTLIED VAN DE SUPPORTERS


We waren van 't voetbal teruggekeerd,
we hadden een treinstel verruïneerd
en we liepen nog wat door de angstige stad
en toen riep er eenje: Hé! Zie je dat!
Daar is verdomme
een ster gekomme!

Toen riep er een ander: 'Heremejee,
dat is een nieuw geintje van de ME:
nu jagen ze ons weer op de vlucht
met helicopters, hoog in de lucht,
en er zijn honden
aan vastgebonden.'

Maar je hoorde geen motor, het bleef zo stil,
en min of meer tegen onze wil
liepen we mee met die zwervende ster
en Japie zei nog: ik zie al van ver
waar die ster heengaat:
'Tweede Jan Steenstraat.'

Een dronken kerel zong er een lied:
'Driehoog achter is het geschied.'
En hij had gelijk in zijn dronkenschap,
dus wij liepen over een donkere trap
zachter en zachter
naar driehoog achter.



© Willem Wilmink



Uit: Willem Wilmink We zien wel wat het wordt - liedjes voor kinderen in de groei,
Amsterdam, Bert Bakker, 1985

Licht


WENS



Als de mens een moeder had
die hem opneemt aan het einde,
zoals een moeder hem weggaf
aan het begin,
hoe licht zou de dood zijn.


© Heinz Kahlau



Uit: Heinz Kahlau (1931, Duitsland) Blanke man, een selectie uit de poëzie van H. Kahlau -  in de vertaling van Geert van Istendael en Koen Stassijns - Antwerpen, Epo, 2002.

Ook in: Half engel half mens - 100 moedergedichten uit de wereldliteratuur, bloemlezing door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, Tielt (B.), Lannoo, 2010

donderdag 23 december 2010

Kraambezoek


BETHLEHEM



We stonden nietsvermoedend in de stal,
toen kwam dat jonggehuwde stel er aan
en was er prompt een zuigeling geboren.

Er werd kortom, van alles aan gedaan
om onze nachtrust grondig te verstoren.
Het kraambezoek gedroeg zich niet beschaafd.

Er waren herders met hun toebehoren.
Uitheemse types kwamen opgedraafd
en engelen… het leek wel carnaval.

Wij dieren zijn toch altijd weer de klos
Wie komt er ons bevrijden?

Ezel
Os


©
Drs. P


Uit: Toenemend feestgedruis – De beste gedichten van Drs. P, samengesteld, bezorgd, ingeleid en toegelicht door Cees van der Pluijm. Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 2004

Ontsnapping



EEN MAN IS MAAR EEN KLEINE MAN


Een man is maar een kleine man.
Hij valt in slaap,
zijn mond valt open,
zijn dromen ontsnappen hem zonder spoor.

En 's ochtends niemand die zeggen kan
welke naam er op zijn lippen lag,
welk gezicht hij daarbij amper trekt.
Hij neemt zijn lege koffer en vertrekt.
Mensen zeggen naar zijn werk.


© Jo Govaerts

Uit: Jo Govaerts Apenjaren, Leuven (B.), Van Halewyck, 1998