zondag 29 mei 2011
Verbaasd
BURGER KING
Was er een tijd dat ik hier boven stond,
mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,
niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in
een taal te denken die geen tanden heeft?
Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.
Dus slof ik door de leeszaal van de straat
en blader maar wat door de Burger King,
gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos
eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.
- Als deze wanhoop ons Walhalla is,
als hier het ware leven staat te lezen,
mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal
betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,
eerder verbaasd dat alles wat zo laag
en lelijk is zo sterk en stevig staat.
© Menno Wigman
Uit: Menno Wigman De droefenis van copyrettes, Amsterdam, Prometheus, 2009
Zakdoeken
LICHTEN
In het water
In mijn stilte bij jou
in het vuur dat ons verenigt
drijf ik
alleen jij roept me, misschien
. . . . . . . . . . . . . .
Een vogel gaat de groene tijd in
als een snaar
een lichtflits in de ogen, een geheim
een kus neigt naar de regenboog
de regen duurt voort
In de straten zijn mijn vrienden niet
in de huizen ver uiteen
zijn geen lichten
in het hart klopt de verloren hartslag weer
maar jij werpt zakdoeken naar wie weggaat
ochtendlicht zorgt voor de rest
© Al-Saddiq Al-Raddi
Gedicht van Al-Saddiq Al-Raddi (Soedan), uit het Arabisch vertaald door Kees Nijland en Assad Jaber.
In: Thirteen ways of looking at a blackbird / Dertien manieren om naar een merel te kijken - opening van het 41ste Poetry International Festival, Rotterdam juni 2010
zaterdag 28 mei 2011
Plakkertje
ANSICHTKAART
Terug van vakantie vlooi ik door de post.
Er is een ansichtkaart van mijn moeder.
Sinds de dood van mijn vader
gaat ze elke zomer naar het buitenland.
De Jura, dit jaar. Dat ligt tegen
de Spaanse grens,
had ze gezegd. Ik beaamde dat.
Ik spreek haar niet meer
tegen.
Ik bekijk de kaart. Op de voorkant
een dorp in de bergen.
Op de achterkant
mijn adres en een plakkertje waarop ze
een paar woorden heeft getikt
al voor ze vertrok.
Ik zie haar aan de keukentafel zitten,
achter de oude typemachine.
Een beetje bevreesd:
het buitenland blijft het buitenland.
Alles O.K. hier. Ma.
© Wim Brands
Uit: Wim Brands Ruimtevaart, Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2005
Dit doen
JIJ, DE STILTE
ik heb al geprobeerd te doen alsof
je weer hier bent. ik dek de tafel voor twee,
schuif de stoel voor me wat naar achteren,
luister en knik.
ik hoor je een grap vertellen.
je lacht en ik lach mee, niets mooier
dan uitbundige tranen.
dit doen is als zoenen
op het venster. het koude glas,
dat je eerst schrikken,
dan walgen doet.
© Sylvie Marie
Uit: Sylvie Marie Toen je me ten huwelijk vroeg, Antwerpen/Amsterdam, Vrijdag-Podium, 2011
vrijdag 27 mei 2011
Uitzicht
VRIENDIN VAN ÉÉN NACHT
Het was onbereikbaar.
Maar voor iederen die dat óók vond, trok ze tijd
uit, en haar bloesje en de spelden uit d'r haar.
Ze had velours geribde rode lippen om je erover heen te praten
en schaars-paarse om er nadien over te zwijgen,
en lange vingers om je lang en langzaam tot zich toe te laten,
het was bijna gewijd:
hijgen werd heel ver adem
halen, voorbij de grenzen van de tijd.
En de wanhoop nadien had iets van lekker samen.
Uitzicht op leegte, maar
met gordijntjes voor de ramen.
© Herman de Coninck
Uit: Herman de Coninck Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had - de mooiste gedichten (bloemlezing), gekozen en ingeleid door Kristien Hemmerechts.
Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2009
Labels:
dichterswit,
herman de coninck,
Kristien Hemmerechts
donderdag 26 mei 2011
Weggedraaid
DE LAATSTE WOORDEN VAN MIJN ENGELSE GROOTMOEDER
Er stonden een paar vuile borden
en een glas melk
naast haar op een tafeltje
bij het zurige, slordige bed -
Gerimpeld en vrijwel blind
lag ze te snurken
schrok wakker om met kwade stem
iets te eten te willen
Geef me wat te eten -
Ze hongeren me uit -
Ik voel me prima - Ik ga niet
naar het ziekenhuis. Nee, nee, nee
Geef me iets te eten!
Kom, ik breng je
naar het ziekenhuis, zei ik,
en als je weer beter bent
kun je doen wat je wilt.
Ze glimlachte, Ja
eerst kun jij doen wat je wilt
dan mag ik doen wat ik wil -
Au, au, au! schreeuwde ze
toen de ziekenbroeders haar
op de brancard tilden
Noemen jullie dat
het iemand naar de zin maken?
Heel helder was ze toen.
Och jullie denken knap te zijn,
jullie jongelui,
zei ze, maar ik zeg je
helemaal niks weten jullie.
Toen vertrokken we.
Onderweg
kwamen we langs een lange rij
iepen. Ze keek er eens even naar
door het raampje
van de ambulance en zei,
Wat zijn dat daar
voor wazig uitziende dingen?
Bomen? Nou, die ben ik zat
en draaide haar hoofd weg.
© William Carlos Williams
- vertaling uit het Engels: Huub Beurskens -
Uit: William Carlos Williams (1883-1963, VS) Even dit, Amsterdam, Meulenhoff, 2006
Labels:
dichterswit,
Huub Beurskens,
William Carlos Williams
woensdag 25 mei 2011
Hij komt toch niet (2)
Te elfder ure, "om persoonlijke redenen", heeft dichter Remco Campert zijn inhaaloptreden komende zondag op het Rotterdamse Dunya vandaag alsnog moeten afzeggen.
Campert wordt tijdens Poetry Park, het letterenprogramma van het 34ste Dunyafestival in het stadspark bij de Euromast, vervangen door schrijver Marcel Möring.
De aftrap van Dunya, dat af wil van het imago van traditioneel wereldmuziekfeest ten gunste van een meer 'trendy muziekfestival', is zondagmiddag om 13.00 uur.
Romanschrijver Möring, wiens nieuwe boek Louteringsberg net uit is, zal onder de Euromast voorlezen uit zijn tot nog toe enige dichtbundel Reinigingsadvies (2008).
Daaruit alvast het titelgedicht:
REINIGINGSADVIES
Vergeet mij was mij uit je kleren kam je haren onthaar je kam
schrob de hoeken van de badkamer met een tandenborstel
borstel je kleren laat de kranen lopen gooi chloor
in de toiletten zeem de ramen haal wattenstaafjes door je oren
snuit je neus en reinig je nagels borstel het huis stofzuig waar ik was.
Voor meer poëzie van Marcel Möring, die ooit begon met het schrijven van gedichten maar ze tot enkele jaren geleden zelden publiceerde, klik door naar:
http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2009/05/schouders.html
Campert wordt tijdens Poetry Park, het letterenprogramma van het 34ste Dunyafestival in het stadspark bij de Euromast, vervangen door schrijver Marcel Möring.
De aftrap van Dunya, dat af wil van het imago van traditioneel wereldmuziekfeest ten gunste van een meer 'trendy muziekfestival', is zondagmiddag om 13.00 uur.
Romanschrijver Möring, wiens nieuwe boek Louteringsberg net uit is, zal onder de Euromast voorlezen uit zijn tot nog toe enige dichtbundel Reinigingsadvies (2008).
Daaruit alvast het titelgedicht:
REINIGINGSADVIES
Vergeet mij was mij uit je kleren kam je haren onthaar je kam
schrob de hoeken van de badkamer met een tandenborstel
borstel je kleren laat de kranen lopen gooi chloor
in de toiletten zeem de ramen haal wattenstaafjes door je oren
snuit je neus en reinig je nagels borstel het huis stofzuig waar ik was.
Voor meer poëzie van Marcel Möring, die ooit begon met het schrijven van gedichten maar ze tot enkele jaren geleden zelden publiceerde, klik door naar:
http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2009/05/schouders.html
dinsdag 24 mei 2011
Hij komt!
Eind januari jl.- kort voor Gedichtendag - gemist, door een onfortuinlijke val van de trap in zijn woonhuis waarbij hij een schouder brak... maar inmiddels weer volledig hersteld, Remco Campert. Het indertijd afgelaste aftreden, waarbij de bijna 82-jarige dichter in een volle Paradijskerk moedig werd vervangen door Moustafa Stitou in gezelschap van Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr, gaat komende zondag alsnog door! Mede door inspanning van de onvolprezen Rotterdamse boekhandel v/h Van Gennep.
Campert's inhaalgeste voor de lezers - een voordracht in het park bij de Euromast zondagavond - maakt deel uit van het Dunya Festival, de jaarlijkse opmaat naar Poetry International (in de Rotterdamse Schouwburg, van 14 - 19 juni as.)
maandag 23 mei 2011
Slippenkleed
DUIZEND EN EEN NACHT
Zij kwam en droeg een wa melkwit en -zacht
en hare oogen waren ingevangen
in mijmering, de rozen harer wangen
zegenden Hem, Die ze had voortgebracht.
En ik: gij gaat voorbij en ziet mij niet,
terwijl dat ik mij geef in uwe handen
als het gewillig lam der offerande,
dat zelf zijn gorgel aan den slachter biedt.
En zij: laat af van spreken en geniet
des Scheppers gave in stilte van bezit;
wit is mijn lijf en wit is mijn gewaad,
wit mijn gezicht en wit mijn levensdraad
en dit is wit op wit en wit op wit.
Zij kwam en droeg een stroomend vlammenkleed
rood als haar hoogmoed zonder mededoogen
en ik riep uit verwonderd en bewogen:
gij, die u blanker dan het maanlicht weet,
hoe durft gij komen met een wangenpracht,
waarop de druppels onzes harten tronen,
en met het trots satijn der anemonen!
En zij: de morgen leende eerst zijn dracht,
nu werd de middagzon mijn bondgenoot;
rood zijn mijn wangen, rood het bloedsatijn,
rood is mijn mond, rood de gedronken wijn
en dit is rood op rood en rood op rood.
Zij kwam en droeg nachtzwart een slippenkleed
en sloeg haar oogen afwaarts van mijn schande
en ik: ziet gij dan niet, hoe mijn vijanden
uitbundig zijn over mijn diepste leed?
O nu besef ik al mij wanhoopssmart!
Zwart zijn uw ogen en zwart zijn uw haren
zwart is uw kleed, zwart zijn mijn levensjaren
en dit is zwart op zwart en zwart op zwart.
© J.H. Leopold
Uit: J.H. Leopold Verzameld Werk dl. I (verzen) - bezorgd door P. N. van Eyck,
Rotterdam-Amsterdam, Brusse/G.A. van Oorschot, 1967
zondag 22 mei 2011
Zonder ogen
LANDSCHAP
Vaak kijk ik uit mijn ogen naar het landschap,
de velden en de paden langs de bossen,
de kleine hoeven en de kleine weiden;
vaak loop ik met mijn voeten door de schemer
en kan het landschap aan mijn oren horen
en voel het rustig liggen in mijn lichaam.
En eenmaal kende ik het als mezelve-
Dat was toen ’s avonds, tussen enkle sterren,
ik zonder ogen in het donker rondging
en plotseling mijn ziel veranderd voelde
in een onwerelds en onmeetlijk landschap
© Leo Herberghs
In: Bert Voeten (samenst.) Erts, een bloemlezing uit de poëzie van heden - public. voor o.a. literatuuronderricht op middelbare scholen. Amsterdam, J. G . Strengholt, 1955
zaterdag 21 mei 2011
Vrij laat
PARADOXAAL
Hij houdt van vlees. Zoals 's avonds vrij laat
in bed. Hand in hand liggen. Flitsen, beelden,
lichten in het donker op. De misdeelden
verblijven lang met vingers zonder daad.
Hij houdt van haar. Het grijze leger gaat
de overwinning halen, maar hij streelt de
lieve lengte. Wel is waar: hij verdeelt de
aandacht anders, maar met gelijke maat.
Hij wil haar vasthouden door de nacht heen,
zoals een echtpaar slapend werd verrast
door lava en zij waren niet verast,
opgravers ontdekten hen: samen één.
Die hij ben ik. Geen omheinde enclave
is ons kerkhof, liefste, levend begraven.
© Lenze L. Bouwers
In: De Revisor, nr. 4/augustus 1988
Zo schoon niet
Het is niet waar dat dit het zonlicht is,
Gij zijt het.
Dit is ook niet de wind die over 't water blauwt,
Die is zo zacht niet,
Gij zijt het.
Dit is ook de aarde niet, de hemel niet,
Zo schoon zijn die niet, Gij zijt het.
© Herman Gorter
Uit: Herman Gorter Verzen Amsterdam, Atheneum Polak & Van Gennep, 1987
maandag 16 mei 2011
Mens
VOORUITGANG
Beuken en linden zijn wij geweest -
de wind kwam toen in ons zingen.
Paarden en herten waren wij
die sprongen in de wind en draafden.
Sinds wij mensen werden
die leerden te vliegen
is de laatste hoop
ooit vogels te worden
vervlogen.
© A.Roland Holst
Uit: A.Roland Holst (1888-1976) Verzamelde gedichten,
Den Haag-Bussum, Bert Bakker/C.A.J. van Dishoeck, 1971
zaterdag 14 mei 2011
Handen
Zo hel scheen de maan;
wij durfden elkaars handen
nauwelijks vasthouden.
- Yoshino
Als met een gebed,
werpen zij liefdesbrieven
in brievenbussen.
- Eiichi
Zo beeldschoon was zij,
alsof ze was geboren
zonder haar ouders.
- anoniem
Drie haiku's uit:
J. van Tooren Japans Gedicht - de mooiste haiku, senryū en tanka, Amsterdam, Meulenhoff, 1985
vrijdag 13 mei 2011
Waanzinnige dag
Alleen in een loopgraaf ben ik aarden woorden.
Zo bang was ik, waarom sliep iedereen?
Het stofsneeuwde en in de grond
van mijn hart groef ik mij in.
Een vreemd tot de tanden gewapend ongeluk
schoot genadeloos mijn grenzen stuk.
Iets verderop kroop iemand overeind
en plaste hard een einde aan de nacht.
Een hand zocht diep in mijn broekzak,
ik dacht aan een naakte vriendin en elke
waarzinnige dag stierf in mijn handpalm een vogel.
Ik merkte hoe moe het landschap was, een oud beest,
een steen, op zoek naar het graf waarbij
hij zich neerleggen kan, alleen in zijn loopgraaf,
mens in een krakende jas.
© Ivo van Strijtem
Uit: Ivo van Strijtem Een rode sjaal, Amsterdam/Antwerpen, Atlas,1998
Zo bang was ik, waarom sliep iedereen?
Het stofsneeuwde en in de grond
van mijn hart groef ik mij in.
Een vreemd tot de tanden gewapend ongeluk
schoot genadeloos mijn grenzen stuk.
Iets verderop kroop iemand overeind
en plaste hard een einde aan de nacht.
Een hand zocht diep in mijn broekzak,
ik dacht aan een naakte vriendin en elke
waarzinnige dag stierf in mijn handpalm een vogel.
Ik merkte hoe moe het landschap was, een oud beest,
een steen, op zoek naar het graf waarbij
hij zich neerleggen kan, alleen in zijn loopgraaf,
mens in een krakende jas.
© Ivo van Strijtem
Uit: Ivo van Strijtem Een rode sjaal, Amsterdam/Antwerpen, Atlas,1998
donderdag 12 mei 2011
Duitschers
HEIL
Zoek met kiespijn nooit uw heil
bij God noch bij Diens Zoon
want zo Zij al tot ingrijpen ge-
neigd zijn zal Hun eerste vraag
aan u toch zijn of u particulier
verzekerd bent of van het fonds?
Heil haalde je uit Duitschland
met bakken tegelijk
De Duitschers hadden heil genoeg
al was het aan de prijs
Soms kon je ook in Oostenrijk
voor heil nog wel terecht
maar als je óók nog kiespijn had
stuurden ze je weg
De heilstoestand in Duitsland
is niet meer wattie was
Het hakenkruis biedt hedenthans
bij kiespijn geen soelaas
Zoek daarom voor eigen heil
de bijstand van een arts
al zallie minder grondig zijn
dan die van de SS
© Jules Deelder
Uit: J. A. Deelder Ruisch, gedichten. (volgens titelpagina) Rotterdam, De Bezige Bij, 2011
woensdag 11 mei 2011
De luiken
BESTEMMING
Toen we het dorp binnenreden stuitten we op
een samenloop naar oude gewoonten: er was
een leeg huis en de deur stond wijdopen.
De mannen van het dorp sjouwden een kast het huis in.
De mannen van het dorp krasten een tafel het huis in.
De mannen van het dorp sleepten een bed het huis in.
En de vrouwen van het dorp droegen
schalen en borden en glazen en iets om
het bed bewoonbaar te maken het huis in.
Toen duwden de mannen een zoon naarbinnen.
Leer het vuur te stoken, zeiden zij,
leer het vuur te doven, zeiden zij,
wij sluiten de luiken.
Toen duwden de vrouwen een dochter naarbinnen.
Leer het warm te hebben, zeiden zij,
leer het koud te hebben, zeiden zij,
wij barricaderen de deur.
© Hester Knibbe
Uit: Hester Knibbe Het hebben van schaduw, Amsterdam/Antwerpen, de Arbeiderspers, april 2011
Pindasnoer
STRAF
Het wil mij maar aan niets ontbreken.
Vrouw, pen en fiets lopen gesmeerd.
Al zittend stijg ik almaar hoger.
Wat deed ik allemaal verkeerd?
*
TOT OVERMAAT
De zonnebloem werd zwart, de schommel rot.
Het pindasnoer is leeg, het gras vertrapt.
De kamperfoelie is kapot gewaaid.
En jij? Jij werd er ook niet mooier op.
*
IK NIET
Biesheuvel lezen. Binnen handbereik
port en sigaren. Naast me het getik
van breinaalden. Vlokje en Borre spinnen.
Wie er ook ongelukkig is - niet ik.
© Anton Korteweg
Drie korte verzen uit:
Anton Korteweg Voor mannen is 't niet erg - veertig jaar dichterschap in veertig kwatrijnen, Amsterdam, Meulenhoff, 2011
dinsdag 10 mei 2011
De overval (1)
Extra editie van dagblad Het Volk, 10 mei 1940
Luister luister naar mijn stem
die als de stoomfluit van een
trein om aandacht schreeuwt die je
wil vragen hoe je heet hoe
oud je bent en of je 's nachts
wel waakt en als je huilt zijn je
ogen soms van chocola
Ik heb je niet verzonnen
denk ik overal zie ik
je naam maar het kaartje
voor je grote reis is voor
altijd zoek je foto is
verdwenen ik zoek vergeefs
je stem je blik je geur
De oorlog is voorbij er
waren vliegtuigen
en soldaten die in
auto's door de straten
reden spelen we dieffie
met verlos verstoppertje
of is het al te laat
We plakken kranten voor
de ramen 's avonds moet
het donker zijn er gaat
een zanger door de straat
ik doe mijn ogen dicht want
welke vogel wil niet
hoger zingen dan hij vliegt
Alles is zoals het was
mijn vader zet zijn scheermes
aan mijn moeder schenkt de
koffie hij heeft zijn zwarte
kleren aan gaat lopend naar
zijn werk wie er dood zijn
horen wij vanavond
© Guus Luijters
(fragm.) Uit: Guus Luijters Sterrenlied - ter herinnering aan Sientje Abram (1931-1942),
Amsterdam, uitgeverij Nieuw Amsterdam, april/mei 2011
maandag 9 mei 2011
Papier
WRAAK
Ik sta geregistreerd. Geboorte, plaats, tijd.
Ik sta voor zowat één kilo papier:
geboorteakte, militie, verhuizen van daar naar hier,
politieke sympathieën, vakbondsaangehorigheid.
Daarom ben ik op zoek naar een plek op de grens van drie naties.
Daar wil ik dan sterven.
Want ik wil met mijn dood op z'n minst het plezier bederven
van een stuk of twintig administraties.
© Herman de Coninck
Uit: Herman de Coninck Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had - de mooiste gedichten (bloemlezing), gekozen en ingeleid door Kristien Hemmerechts.
Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2009
Labels:
dichterswit,
herman de coninck,
Kristien Hemmerechts
Abonneren op:
Posts (Atom)


