zaterdag 31 december 2011
Warme jaarwisseling (12 °C)
DORP OP DE BERG
In woorden die ik kies
in het chagrijn dat soms opduikt
in de reden dat ik ben waar ik ook ben
je bent de hoek van het café, de
schaduw van de dag, de kern van
de oude aan elkaar gegroeide stad.
Ik neem je argwaan voor wat er
niet vertrouwd uitziet voor lief.
Ik voed de rengelaote* aan mijn kind
en slinger honing uit de taal
die je in mijn geheugen vindt.
Ik ben de berg afgedaald
maar keer steeds terug om te weten wie ik ben.
Beloof dat ik altijd mag komen.
Beloof me, dat ik welkom ben.
© Sander Koolwijk
* Rengelaote: befaamde pruimensoort in Sweikhuizen (Sjweikese, L.), ook wel bekend als 'ringelotten'
Uit: Sander Koolwijk De patroon van dit huis Haarlem, uitg. mij. Holland | Windroosreeks, 2011.
Koolwijk [1974] is bergbeklimmer en dichter. In 2005 debuteerde hij in de Windroosreeks met de bundel Onder dak (uitverkocht). In datzelfde jaar werd hij Nederlands Kampioen Podium Poëzie.
Als nationaal Slamkampioen treedt hij veel op en draagt hij voor van Poetry International tot en met Lowlands.
Gebonden
KEER TERUG
Omdat vogels
mij zeiden
keer terug
naar het land
van je oorsprong
heb ik hun vleugels
gebonden
mijn hoofd reeds gebogen
naar alles
wat ik had vergeten
© Ton van Reen
Uit: Ton van Reen Blijvend vers. Verzamelde gedichten 1965 - 2007, Utrecht, De Contrabas, 2011.
Oorspr. gepublic. in Vogels, reeks De Bladen voor de Poëzie, 1965, Brugge (B.), uitg. Desclée de Brouwer
vrijdag 30 december 2011
Zwaluwen planten
DEZE REIS
(HIERDIE REIS)
Vir Jack
Deze reis die je gestalte uitwist
verscheurde bloedengel gegooid voor de honden
dit landschap is verlaten als mijn voorhoofd
Wond van de rozen
Graag had ik je zien lopen zonder ketenen
graag wilde ik weer je open gezicht zien
gezicht gebroken en dood als modder
Wond van de modder
In de nachten van afwezigheid zonder ogen
wilde ik een werkelijk ster zien in jouw hand
wilde ik de blauwe lucht blauw zien en één woord
horen van een echt mens
Bittere engel onwaarachtig met een vlam in je mond
onder je oksels zal ik twee zwaluwen planten
en over je lichaam een wit kruis trekken
Voor de man
aan wie jij me ooit hebt laten denken
© Ingrid Jonker
Laatste gedicht van Ingrid Jonker (1933-1965), kort voor haar dood geschreven, waarna ze de zee inliep en - zichzelf - verdronk.
In: Ingrid Jonker Ik herhaal je - uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Gerrit Komrij,
met een nawoord van Henk van Woerden - Amsterdam, Podium, 2000
Daarginds
graaf hier, zegt de een
nee, graaf daarginds, zegt
een ander, graaf totdat je het
hebt gevonden
ik leg mijn spade terzijde
ik graaf niet, ik ga beginnen
mijn tong op te halen
uit diepe grond
© Leo Herberghs
Uit: Leo Herberghs Hij, de langzaamste van allen Utrecht, De Contrabas, 2011.
Kaart van dichter Leo Herberghs bij eindejaarspost: 'Zullen we in het nieuwe jaar wederom door het leven gaan met "h" en zónder "h", en voelen we ons daar dan gelukkig mee?'
Kaartillustratie: Black Venus (1967), manshoog figuur van beeldhouwer-kunstschilder Nikki de Saint Phalle
- afbeeldingen en delen van haar werk zijn te zien in o.a. Basel,
Museum Jean Tinguely
Een rijk jaar
THUISKOMST
Ik droomde dat ik van je
droomde: we zaten op de bank en
praatten wat, je droeg de trui die ik
die dag gedragen had, je haar was
nat van alle regen. Je lijf solide
warm had weer de frisheid van
wanneer je in de grienden was geweest
en je vertelde feestelijk gewoon
dat het daarginds toch anders
bleek, hoe diep de wortels
reiken van de eik. En ik
verhaalde van wat ik hierboven
had geleefd, over het groeien van
de hazelaar, ook een bijzonder rijk
spinnenjaar zei ik. Je schaterlachte.
© Hester Knibbe
Uit: Hester Knibbe Verstoorde grond, Baarn, De Prom, 2002
donderdag 29 december 2011
Soortelijk gewicht
FAMILIEPORTRET
Toen moesten we een foto nemen
verzamelden ons feestelijk om blauw
geaderde kaas, gefileerde vis onder citroen,
taart toe, room, chocoladesnippers met
af en toe een druppel zout uit een oog.
Je soortelijk gewicht veranderde, maar
wij aten de dood de deur uit, boter, brood
alleen de fruitschaal sloeg alarm met zijn
vroeg zomerse kleuren. We groepeerden
ons, verstrengelden armen, wierpen schaduw
dat je niet uitgeknipt kon worden, een gat
gestanst voor het jurkje van een aankleedpop.
Het was een mooie dag, zei je, dank je wel
wij werden later digitaal bewerkt tot glimlach.
© Ineke Holzhaus
Uit: Ineke Holzhaus Waar je was, gedichten, Maastricht/Amsterdam, Azul Press, december 2011
woensdag 28 december 2011
Mobiel briefje
Sms-gedicht van Ingmar Heytze [eerste Utrechtse stadsdichter 2009-2011],
op een muur aan de Heycopstraat. Utrecht, omgeving Croeselaan.
Grap van water
DE RIVIER 5
Eenzaam ben je altijd aan het water
van een rivier, omdat het je achterlaat
met je gedachten aan de dood. En later
als het weerkomt nog altijd water
is maar ander water, terwijl jij dezelfde
blijft daar op de kant, waar het veer
is opgeheven en de schepen, meer
dan vroeger en blinder en sneller,
als treinen in hun eigen richting razen.
Maar dat zou ik immers voor je weglaten
uit deze prent. Is mijn klein schip al daar?
Laten wij dan nog één keer met elkaar
de heren zijn van dit lange papier,
ingrijpen in die boosaardige grap
van het water. Kijk naar de rivier.
Nu staat hij stil. Bewegingloos. En hier
stroomt het met jou en mij weg, stralend
en bloeiend zeewaarts, ons landschap.
© Willem van Toorn
Uit: Willem van Toorn De aardse republiek, Amsterdam, Querido, 1988
dinsdag 27 december 2011
De val
WANKEL
Jarenlang in strijd met de wanordelijke
wetten
rekent hij op de val van het getal.
Hij hoort het waaien van de modder, hij ziet
de wrede groei,
de leegloop der rivieren.
Hij wankelt en gaat liggen.
© Armando
Uit: Armando Gedichten 2009, Amsterdam-Antwerpen, Augustus, 2009
maandag 26 december 2011
Afdruk
DAT ZIJ VLUCHTEN ziet de wereld op haar scherm.
Zij dragen op hun schouders de geesten
van wie levend zijn verbrand,
onzichtbare moeders, botten van kinderen.
De olijfboom houdt niet op met verrijzen.
Ochtend glinstert op hun wimpers
en het regent zelden in augustus.
De rivier proeft zwavel en scarabee.
Op de bergen schimmelen millennia.
Zij die vluchten wringen bloed uit lakens
en honden uit zwartgeblakerd wasgoed.
Mannen die vertrekken laten hun geur
achter in de afdruk van hun bed.
Ze wachten op gunstige wind.
Ze strelen het vraagteken in de ruggengraat
van hun vrouw en zeggen:
Dit is de laatste, ik ben de laatste.
Thompsons ratelen: zevenhonderd kogels
per minuut. Daarna gaat iedereen dood
in de damp van heilig water.
(Knin)*
© Johan de Boose
Uit: Johan de Boose Geheimen van Grzimek Antwerpen, Meulenhoff/Manteau, 2010.
* Knin is een oude stad in Kroatië, vlakbij de bron van de rivier Krka. Alle partijen, ook in dit vakantiegebied aan de Adriatische kust in Noord-Dalmatië, maakten zich eind twintigste eeuw tijdens de Balkanoorlog schuldig aan etnische zuiveringen. Daarbij werden hele bevolkingsgroepen verdreven, onder grote dwang dan wel met dodelijk geweld. Vóór de etnische conflicten in het voormalig Joegoslavië bedroeg het aantal Servische inwoners dat al eeuwen thuis was in en rond Knin 79%. Tijdens "Operatie Storm" werden de Serviërs verjaagd: in 2001 vormden Kroaten uiteindelijk de meerderheid (ruim 80%).
Onder zand
MIJN TRUI *
In mijn land is er zoveel meer zand
dan korrels mensen.
In mijn land staat men op, groet
elkaar, schudt elkaar de hand en gaat
aan het werk.
In mijn land werd ik als kleine jongen
voorgesteld aan de vrouw met wie ik
nu nog steeds slaap
In mijn land zag ik hoe ze mijn moeder
vermoordden en later begroeven onder
zand.
In mijn land was ik marktkoopman
en verkocht ik alles wat men maar
wilde.
In mijn land zei ik tegen een klant:
“Geef me je hand, dan geef ik jou
mijn trui, ok?”
© Mostafa Chefhaki
* Aankondiging van de debuutbundel van de Nederlands-Iraanse dichter Mostafa Chefhaki Dan geef ik je mijn trui op DeContrabas.com.
De naam M.Chefhaki is een pseudoniem, om veiligheidsredenen gekozen in verband met in het geboorteland achtergebleven familie van de auteur.
Voor méér, zie:
http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2011/12/debuut-mostafa-chefhaki.html
zondag 25 december 2011
Spiegel (1)

Gedicht KRA!, op verzoek van het Letterkundig Centrum Limburg
geschreven door Hans van de Waarsenburg -
aangeboden ter gelegenheid van de jaarwisseling 2011 | 2012.
Labels:
dichterswit,
divers,
Hans van de Waarsenburg
Spiegel (2)
WINTERREIS
'Eine Krähe war mit mir'
Alles gaat voorbij, streep na streep
De schaduw, het hoesten. Traag
Slaan de deuren dicht, spreekt
Het grijs van veldmutsen. Ieder
Gezicht is een perron, de tijd
Een dovemansoor. In dit
Niemandsland is een bed een
Gebaar, een droom van rust
Waarin je gezichten bedenkt,
Stemmen hoort van alle jaren,
Waarin de zwarte spiegel
Van het raam winters meereist.
© Hans van de Waarsenburg
fragm. uit Winterreis, Nederlands-Engelse bibliofiele eindejaarsuitgave met drie nieuwe gedichten van Hans van de Waarsenburg, grafisch verzorgd en gedrukt bij In de Bonnefant/Hans van Eijk, Maastricht-Banholt.
zaterdag 24 december 2011
Vitrines
BRIEF AAN MIJN MOEDER
Moet je horen, mamma, luister je?
Ik lees hier over een aanbod
waarbij zeer oude moeders met
meestal zeer oude zonen die
om niet tastbare redenen niet meer
bij ze willen slapen
een zwaan ter beschikking wordt gesteld
door de thuiszorg.
Het gaat om Hollandse zwanen.
Ze zwemmen overdag rond,
maar 's avonds worden ze opgeborgen
in prachtige vitrines.
Ze worden thuisbezorgd en in je bed gelegd.
Ze slaan hun linker vleugel om je heen: dat
is tegen angst voor duizeligheid en ze leggen
hun snavel op het andere kussen:
dat is tegen eenzaamheid.
's Ochtends worden ze weer opgehaald.
Nou, doe het maar, mamma.
Je bent er immers voor verzekerd.
© Frank Koenegracht
Uit: Frank Koenegracht Lekker dood in eigen land, Amsterdam, Bezige Bij, 2011
vrijdag 23 december 2011
Bedwelming
Morgen rijd ik met bedwelmende bloemen naar je toe.
Ik wil niet langer wachten, eindelijk weten hoe
je bent: de bloemen zullen je verraden.
Als je liefdeloos bent, zullen ze kwijnen en treuren;
Als je kwijnt van verlangen, heviger geuren;
Als je brandt van verlangen, hun knoppen scheuren
En jij in een groot gebaar al je gewaden.
© J. J. Slauerhoff
Uit: J. Slauerhoff Verzamelde Gedichten, 's-Gravenhage/Rotterdam, Nijgh & Van Ditmar, 6e dr., 1961
donderdag 22 december 2011
woensdag 21 december 2011
Het wak
WEGGAAN
ingekeerd akkerland
wind zonder geur
stemt zijn magere fluit
daar bovenuit
een viervoudig suizen
zwanen in strijklicht
nekken gestrekt
fronsend en zwijgend
verbeten op weg
blijven is doodgaan
het wak telkens kleiner
weggaan is sterven
op eigen kracht.
© Lodewijk Ouwens
Uit: Lodewijk Ouwens Wespenverdrinken en geel cellofaan Rotterdam, Douane, 2011
dinsdag 20 december 2011
Zijn blik
ARCHIEFVERNIETIGING
Hoe dit je verbaasde: een man die uitstapt met pech,
door een vrachtwagen aangereden op de andere weg-
helft beland, zijn vrouw aan de overkant
niet kan geloven dat auto na auto hem daar overrijdt,
hij om en om en na elke klap haar vragend aankijkt –
niet om hulp, want hulp – maar om wees bij me, nu
in dit uur dat duurt en duurt en je vraagt
is dat schoonheid? Ik weet het niet
Misschien hoe zij alleen zijn blik ziet,
niet de auto's, niet zijn lichaam,
niet de vrachtwagen
met dat stil opschrift haast uit het zicht
Misschien hoe je bij dit ongeluk dacht
aan geluk
© Hanz Mirck
Sonnet/titelgedicht uit de bundel Archiefvernietiging van Hanz Mirck,
Amsterdam, Prometheus, 2009
Vliegtuigje
RAAM IN DE LUCHT
Vandaag kreeg ik je brief.
Ik heb hem niet geopend.
Ik heb hem op mijn bed gelegd.
Stilte, achter mijn raam
in de lucht een vliegtuigje, hier
in de kamer steeds meer
schaduw - ik wil deze dag terug,
mijzelf bewaren: meisje met brief.
Daarom open ik je brief niet.
© Esther Jansma
Uit: Esther Jansma Dakruiters. Amsterdam, Arbeiderspers, 2000
Bekentenis
GEHEIM AGENT
Alles heb ik geregeld: de valse naam
en het hotel waar niemand ons zou zoeken.
Zijn spierkracht, dat hij klein was, niet veel sprak,
zijn gladde bruine zolen heb ik zelf bedacht.
De rust waarmee hij alles met me deed
om me tot een bekentenis te dwingen.
Stroomstoot, ijslikeur, bamboe, valse hoop:
hij was een meester in het derdegraads verhoor.
Toen ik vertrok had ik gezworen wat hij wou.
Ik had gemoord, verraden en gelogen,
en meer getierd dan hij ooit had gehoord
en toegegeven: deze ontmoeting vond nooit plaats.
© Tonnus Oosterhoff
Uit: Tonnus Oosterhoff Boerentijger, Amsterdam, De Bezige Bij, 1990.
Het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde heeft maandag 19 december jl. besloten de P.C. Hooft-prijs 2012 toe te kennen aan Tonnus Oosterhoff (Leiden, 1953). Oosterhoff is dichter, essayist, schrijver, neerlandicus en reserve-brugwachter. Hij krijgt 'de P.C. Hooft', een oeuvreprijs deze keer bestemd voor poëzie, uitgereikt op 24 mei van het nieuwe jaar tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Letterkundig Museum te Den Haag.
Tonnus Ooosterhoff heeft al ruim tien jaar een website met 'bewegende' gedichten, illustraties en muziek die hij in het programma Flash schrijft: http://www.tonnusoosterhoff.nl/menu/index.html
Abonneren op:
Posts (Atom)


