dinsdag 31 januari 2012

Algebra



GROOTSTEEDS


Wat ze vóór mij deed? Met Hugo at ze kreeft,
met Thomas reed ze door LA, met Sander sliep
ze in Berlijn, met Jean, met Stein... En ik,

zo groen in de geheime algebra
van ons geluk: wier haar, wier lippen en
wier oogopslag zie ik bij haar terug?

Ze weet niet dat ze net als Lisa lacht.
En ik zie niet wat ik van Hugo heb.
Maar na een week of zeven staat er 's nachts

een kring van schimmen rond ons bed te kijken
hoe traag, hoe teder en verbeten wij
hun diepste namen uit ons hoofd verdrijven.


© Menno Wigman


Uit: Menno Wigman Zwart als kaviaar Amsterdam, Bert Bakker, 2001

Futiliteiten


DE WROEGING



Ik heb de ergste zonde begaan
Die een mens begaan kan. Ik ben niet
Gelukkig geweest. Laat de meedogenloze gletsjers
Der vergetelheid me meesleuren en verzwelgen.
Mijn ouders hebben me verwekt voor het
Hachelijke, prachtige spel van het leven,
voor de aarde, het water, de lucht, het vuur.
Ik heb ze bedrogen. Ik ben niet gelukkig geweest.
Hun prille wens is onvervuld gebleven.
Mijn geest heeft zich toegelegd
Op de symmetrische disputen van de kunst,
Die futiliteiten vlecht. Ze hebben me moed vermaakt.
Ik ben niet moedig geweest. Nooit wijkt van mijn zijde
De schaduw van de ongelukkige die ik ben geweest. 


© Jorge Luis Borges




- uit het Spaans vertaald door Robert Lemm -




Uit: J. L. Borges Gedichten Amsterdam, De Bezige Bij, 1990

maandag 30 januari 2012

Wit


ZOMER




Het land is warm.


De weg is wit.


Het duin is leeg.


De zee is stil.


De zon is grijs.


De dag is heel.
 
 
 
© Gerrit Krol
 
 
 
Uit: Gerrit Krol De industrie geneest alle leed - Verzamelde gedichten. Amsterdam/Antwerpen, Querido, 2009

zondag 29 januari 2012

Toeval


DE VRIJE WIL



Het heeft mij behaagd mij reeds vroeg te begeven
naar wat toevallig mijn werk is. Om vijf uur
behaagde het mij het diner te gebruiken
in wat toevallig mijn huis is. Daarna
behaagde het mij behagen te scheppen
in wie toevallig mijn vrouw is. Tenslotte
behaagde het mij 's nachts zeer wel te rusten.
Het heeft mij behaagd dit te hebben gezegd.


©  Jan Emmens




Uit: Jan Emmens Gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1974

zaterdag 28 januari 2012

Vanmiddag


Er staat een man voor het open raam.

Op driehoog een man met wie zij
de hare bedroog.

In de pauze herinnert ze zich misschien
zijn naam, nu staat de vrouw op straat
en kijkt naar het open raam.

Ze wil dat de dekens in de portiek
haar strelen. Of de hele dag in de tram
zich vervelen en

luisteren naar een monotoon gebed:
als ik vanmiddag sterf weet jij niet
hoe je de wasmachine uitzet.

De vrouw staat op straat en sluit
haar ogen: ze is een goochelaar
vlak voor hij lusteloos

zijn hoed afzet. Ook wanneer zij wil
herhaalt zich het wonder. Nu
desnoods:

als ze ongeïnteresseerd knipoogt
naar iemand in het 
bijzonder.


 © Wim Brands




Uit: De vijftig beste gedichten van Wim Brands (bloemlezing, samenst. Chrétien Breukers),
Maassluis, Compaan uitgevers, januari 2012

vrijdag 27 januari 2012

Elke dag

 
Wist je dat ons haar elke dag weer uitvalt zich

in die verre zee vermengt met het smeltwater van
een ijsberg? Of wist je dat niet.



Kim Hyesoon (1955, Zuid-Korea)





- Schone regels, rondrijdend Rotterdams vuilniswagengedicht -

donderdag 26 januari 2012

De mooiste


De mooiste gedichten behoren toe aan de stilte.





- Anéstis Evangélou (1937-1994)

Handdoek




Gekozen tot het populairste gedicht van Vlaanderen: Zonnehemel van Paul Demets, uit zijn bundel De Bloedplek (Bezige Bij Antwerpen, 2011). Vanaf vandaag in boekhandels en bibliotheken van België af te halen als - gratis - poëzieposter.

Demets won niet alleen de Herman de Coninck Publieksprijs voor het Beste Gedicht, hem viel een dubbele eer te beurt. De bloedplek kreeg ook nog de Herman de Coninck Prijs 2012 voor de beste dichtbundel van het afgelopen jaar.

dinsdag 24 januari 2012

Naast mij


Daar komen de paarden aan

staan stil of zij luisteren

terwijl het duister hen nadert
beademen zij met hun adem
hun vleugels van koper

voordat zij weg willen gaan
komen zij naast mij staan
en wenen



© Leo Herberghs



Uit: Leo Herberghs Hij, de langzaamste van allen Utrecht, De Contrabas, 2011

Neem gerust nog


DE PIJNFUIF



vrienden ik heb de pijn
maar op de kachel gezet
om ze warm te houden

als iemand pijn wil
ze is lekker vers
neem gerust

en neem wat meer
er is pijn genoeg
voor iedereen


© Gust Gils



Uit: Gust Gils Uniek onkruid Antwerpen, A. Manteau, 1982

maandag 23 januari 2012

Mandarijn


morgen is de dag die de andere

dagen verdeelt als een moeder de
maaltijd voor haar kleine kinderen

wij zijn arm van vreugde schip
en wind zullen wij trotseren zonder
een partje van de mandarijn te krijgen

en wanneer wij landen is het schemer.


© Hans Lodeizen



Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996

Voor de volgende stroomstoring


OLIFANT



De kamer is donker.
Op de tast voelen we,
allemaal.

De een voelt een slurf:
het lijkt wel een tuinslang.
De ander een poot:
nee, 't is een pilaar.
Een oor: een waaier.
Een rug: een troon van leer.

Allen voelen een deel,
en denken aan het geheel.

Wat we nodig hebben is licht,
een enkele kaars volstaat
en weg zijn de verschillen.


© Rumi



Uit: Rumi [1207-1273] Gedichten - redactie en vertaling W. van der Zwan - 
Deventer, Ankh-Hermes (2e aangev. dr.), 2003.
 
Met dank aan M.B. 

zaterdag 21 januari 2012

Spelen


Mijn opa draagt een lange, door de kleermaker gemaakte jas.

Later, als hij dood is, draagt mijn vader die. Dan is hij kort.
Mijn opa heeft een hoed op en een bril met een zwart glas.
Ik geef hem mijn hand als we naar de zwanen in de vijver gaan
bij de tanks. Hij staat erbij en kijkt door ons geklauter heen
naar de granaten die de grond inslaan, in schuilkelders
gegraven gaten met een deksel waarin een vader
en een moeder en hun vijf kinderen doodgaan. Maar hij zegt niks.
De verhalen komen later van mijn moeder. Hij staat
en kijkt en wacht tot het spelen is gedaan.



© Ineke Holzhaus



Uit de afdeling "Opa Overloon", in:
Ineke Holzhaus Waar je was, gedichten, Maastricht/Amsterdam, Azul Press, 2011

vrijdag 20 januari 2012

Dikwijls


Ik weet niet

of er woorden bestaan
die de geur van je huid
kunnen vangen, het beweeglijke
licht in je ogen, de warmte
die in me opspringt zodra
je me aanraakt, het rulle
gevoel van je haar
aan mijn vingertoppen,
de bloemblaadjestere huid
van je oogleden tegen
mijn lippen.

Als daar woorden voor waren,
kon ik alles snel
vastleggen op papier
voor als je er niet bent
(en dat is dikwijls).


© Hanny Michaelis



Uit: Hanny Michaelis (1922-2007) Verzamelde Gedichten, Amsterdam, G. A. van Oorschot, 1996.

donderdag 19 januari 2012

Tot de avond


MORGEN



Je bent wakker
Waar ben je?
In je eigen huis.
Je bent er nog steeds niet aan gewend
In je eigen huis te zijn als je wakker wordt!
Dat is een van de vreemde gevolgen
Van dertien jaar gevangenschap.
Wie is het die naast je slaapt?
Het is niet de eenzaamheid, maar je vrouw.
Zij slaapt als een roos.
Zwangerschap staat een vrouw goed.
Hoe laat is het? 
Acht uur.
Dat betekent dat je veilig bent
Tot de avond
Omdat het niet de gewoonte is
Dat de politie overdag huiszoeking doet. 


© Nâzim Hikmet 



Uit: Moderne poëzie uit Azië - bloemlezing, samenst. en vertaling Bertus Dijk. Amsterdam, Van Gennep, 1977.
 
Oorspr. in Nâzim Hikmet Selected Poems, done into English by Taner Baybars. London, Jonathan Cape Ltd. (1967). 

woensdag 18 januari 2012

In ruil voor fabels


THUIS IN VREEMDE dorpen, grotten, grachten,

slapeloos, doder dan de anderen,

zonder land van oorsprong of ster die leidt,
door alle stervelingen opgezegd,

hier, o angstig mens,
als het me vergund is,
als de gekke goden wijken -

wil ik brood met zout eten,
verwelkomd als een prins,
wil ik een laatste keer een lichaam krijgen
in ruil voor fabels over eeuwigheid.


(Istanboel)



© Johan de Boose



Uit: Johan de Boose Geheimen van Grzimek Antwerpen, Meulenhoff/Manteau, 2010

dinsdag 17 januari 2012

Babel



PATRIOTTENLIED




Ik ben een pyjama-Irakees, mijn vrouw een Roemeense
en onze dochter is de dief van Bagdad.
Mijn moeder kookt nog steeds de Eufraat en de Tigris,
mijn zus leerde pirosjki’s bereiden van de Russische moeder
van haar man.
Onze vriend, een Marokko-mes, steekt een vork
van Engels staal in een vis die geboren is op de Noorse kusten.
Wij zijn allemaal ontslagen bouwvakkers, van de steigers gehaald van de toren
die we wilden bouwen in Babel.
Allemaal verroeste speren die Don Quichot
naar de windmolens wierp.
Allemaal schieten we nog steeds op de oogverblindende sterren
vlak voordat ze verzwolgen worden
door de Melkweg.




© Ronny Someck




- uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach -


Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen (bloemlezing, vert. Hilde Pach), Maastricht, Azul Press, 2010

maandag 16 januari 2012

Weerloos


VUILNISZAKKEN



Zoals ze daar 's morgens
op de stoep tegen elkaar
aan geleund warmte zoekend
in hun plastic jassen
staan te wachten, grijs,
vormeloos, vol afgedankt
leven, tegelijk broos
en weerloos. Je zou ze
weer naar binnen willen
halen, je ouders
wachtend op de bus.


© Victor Vroomkoning


Uit: Victor Vroomkoning Echo van een echo, Antwerpen, A.Manteau, 1990

Vlees van de winter


IJS



Zij die belangstelden
in de verkoop van ijs
verzamelden zich eertijds
met lange zagen op de meren.

Toen kon je
als de dagen muisstil waren
tot in het dodenrijk toe horen
hoe brokken ijs uit het vlees van de winter werden gesneden
en zagen vissen een bron in de zon.



© Lennart Sjögren


- uit het Zweeds vertaald door Bernlef -



Uit: Lennart Sjögren Oog om oog Amsterdam, Querido, 1999

zondag 15 januari 2012

Ketel thee


Die avond klonk er salsa op

uit elke bar.

We aten kip en zoute aardappel
we dronken bier en witte rum
die zoet als water was

en naast ons stak er uit een muts
een aangezicht nog bruiner dan
en rimpelig als een walnoot.

We waren peilloos moe nadien
we sliepen in een kaal convent

en plots was het geen zeven graden meer
en hield zij, de Maleise, niet met rillen op.

Er werd een ketel hete thee gezet.
Ze droeg je zeemansblauwe trui.



© Erik Spinoy





Uit: Erik Spinoy Dode kamer, De Bezige Bij Antwerpen, 2011