woensdag 8 februari 2012

Begraaf mijn hart in zee




Je stuurde mij die foto
waar de bergen omhoog zieden
waar de rivier door de
wijde vlakte stuift,
schuimbekkend oerpaard
in vloeibare tijd.

Stoof ik daar voort?
Klom ik daar omhoog?
En in welk leven?




SCHOENEN




I.


Ik heb jullie weergevonden
blaartrekkende vrienden
die mij droegen over de schelpenzee
naar Avebury’s stenen strand.

Die mij droegen naar Thorung-La’s
ammonnietenzee
waar stenen golven reiken
tot in de wolkenkuiven.

Vergeef mij dat ik mij
van jullie wilde ontdoen.

In 1979 hield ik van jullie
In 1986 hield ik van jullie
In 1996 hield ik van jullie

Ach wat is tijd voor de god
van het wandelen.

Vier nieuwe vibramzolen
hebben jullie gekregen
nooit hebben jullie versaagd.

Vergeef mij dat ik mij
van jullie wilde ontdoen.

Toen ik het stof van jullie voorhoofd wiste
herinnerden jullie mij aan ons samenzijn
en als Abraham tegenover God stond ik
en het mes viel uit mijn hand.

Vergeef mij dat ik mij
van jullie wilde ontdoen.



II.



“Jetzt fangen wir wieder an
mit dem schönen laufen”,
sprak de grote Duitser.

Hij glimlachte en op blote voeten
in zijn sandalen
bedwong hij de pas van Thorung-La.

“Hoe is dat mogelijk”, vroeg ik hem.
“Da muss man aber wirklich robust sein”,
was zijn enige antwoord.






III.



Mijn twee verroeste sleepboten
zet jullie vibramzolen schrap
trek mij los van mijn ankers
sleep mij weg van de stad
breng mij naar zee, naar zee.

Zing mij het schelpenlied
zing mij het golvenlied
laat mijn hart bollen als een zeil.
Laat heel de wereld weten:
“Hij is uitgevaren.”



IV.  


Seizoenen 

 Ik heb jullie aangetrokken
en wankel de straat op
een net geboren hert.

O wat doet de lente
zeer aan mijn voeten.
Kort is het dichtersleven
van moment tot moment
struikelend in bloesems.



De aarde trilt
onder jullie tred.
Het slapende zaad ontwaakt
weldra zal het ontkiemen.

Dan rijpt het koren
en ik sta lachend
in het volle licht van de zomer,
een tijdloze aar.


*


Ik moet voorzichtig lopen
langzamer, langzamer.
Met elke stap
sneeuwen bladeren
om mij heen.

Het is stil in het bos,
geen zuchtje wind
zingt in de bomen.

Een dode tak schreeuwt
brekend onder mijn voet.
Verschrikt kijk ik op…
“Is dat de dood die roept?”

Ga maar voort
vergeet de dreiging
zet stap na stap
op de donkere grond.

*

Vervloekt Frank Jasso

Je liet ze mij zien
die schoenen van Vincent 
dat afgetrapte leven.
Niet meer te verzolen
snijdende pracht.

Nu zit ik in de stoel
die mijn vader maakte
in het besneeuwde land
mijn handen voor mijn ogen.

Een blinde mol
die niet meer wegkruipen kan
in de bevroren grond.

Vervloekt Frank Jasso!





V.



Meedogenloze vrienden
draag mij opnieuw naar zee
door de straten van de stad.
Waar de stenen jubelen:
“Kijk, daar gaat de atleet.”

Trams zullen mij omhelzen
met hun vlinderkussen.
Hoor ze roepen:
“Tingeling tingeling,
daar gaat de gezalfde
door de erepoort.”

Jonge meisjes
strooien de bloesem
van hun kristallen lach
voor mijn voeten.

Auto´s toeteren: “Ga voort,
ga voort lieve zwerver
gooi alle remmen los.”

De oude Jowett Javelin
van de stadsfotograaf
stopt ronkend voor mijn voeten.
Hij draait zijn raam open
en in een flits reikt hij mij
zijn speer van creativiteit.

Fantasmagorieën sneeuwen
uit haar schacht.
Een ballade van Tim Buckley
waait door het open raam
de straat in en schalt
tussen de gebouwen:

“If the fiddler played you a song my love
and I gave you a wheel
would you spin for my heart and loneliness
would you spin for my love”
Ja doe mij pijn, doe mij pijn,
pijn om de liefde voor de zee
kastijd mijn oceanische ziel
die huilt om het schuim van de golven.

Al die jaren lagen jullie
onder stoom en wachtten,
in één oogopslag
hebben jullie mij gewekt.

O mijn twee roestige sleepboten
trek mij zingend over de rivier.
En dan, als ik niet meer hoor
hoe de stad huilt,
dan ga ik scheep.
Naar Zanzibar,Yokohama,
Cristóbal, Porto Alegre,
Hangzhou,Whenzhou,
Nagasaki, Kobe.

Verder nog, verder nog,
voorbij Ultima Thule.
Ja Harry…
Plus ultra, plus ultra **
tussen schreeuwende vogels.
Het chagrin d’amour van
gemiste kansen
dure toute la vie
n'est-ce pas mon ami?

O mijn roestige sleepboten
meedogenloze vrienden
vergeef mij dat ik mij
van jullie wilde ontdoen.






VI.




“Ik ben het blonde Albion
schreeuwen de krijtrotsen.
Zee ben ik geweest
miljoenen jaren geleden.
Land werd ik weer.
Triljoenen zeedieren
herbergt mijn lichaam.
Hoor hun krijtwitte klachten,
vol heimwee roepen zij de zee.”

En zij fluistert met haar verre ruis:
“Kom naar mij, kom naar mij
mijn geliefde, ma bien aimée.”
En als het overvloedig regent
smelt het krijt voor haar
van oceanische liefde.

Tegen de vibrambodem
van mijn schoenen
drukt de gestolde zee
haar lenige lichaam.
Ik ben haar minnaar
haar matroos aan de wal.

Glacés van mijn voeten
feest van bruin nappa
buigzaam als marters
onvermoeibare vrienden
van mijn rusteloosheid.
Draag mij opnieuw
door de schelpenzee
van Zuid-Engeland.
Laat mij de donder van
de branding horen
en de schreeuw van de
meeuwen boven haar,
begraaf mijn hart in zee.




VII.



In vijfendertig jaren trouwe dienst
verdroegen jullie zonder klacht geduldig
de volle zwaarte van mijn zoekend wezen.

Van jullie kreeg ik liefdevol advies
en jullie toonden mij de juiste weg
die ik een leven lang niet zelf kon vinden.

En jullie zeiden: “Het is zo simpel trek ons aan
wij zijn een sterk en louterend vehikel
en dragen je waarheen je maar wilt gaan.

Raas jij maar voort, wij zijn je trouwe basis
geschapen zijn wij voor de lange baan
wij weten wat het is om stil te staan.

Jij bent uit wilde wolken uitgesneden
een vluchtig wezen, een neurotisch dier
dat de woestijn doorkruist en dorst naar water.

Wij zijn je vaste grond je aardse baken
wij zorgen dat al je gedachtenwater
weer neerslaat en je ziel doet groeien.

Welaan dan stop je vuisten in je zakken
en ga de weg die naar de hoogte wijst
stijg naar de hemel met de leeuweriken.

En draag je ziel in bei’ je open handen.
Schenk je hart aan ieder die het wil.
En maal niet om de plek waar je zult landen.”





VIII.




Op een ochtend trok ik jullie aan
en jullie namen mij mee
door het doolhof van straten
in het niemandsland van de stad.
Verder steeds verder
tot mijn voeten pijn deden.
Jullie schrijnden in mijn enkels
alsof jullie iets wilden zeggen
alsof jullie mij wilden straffen.
Wat was het vrienden?
Waar brachten jullie mij heen?
Wat wilden jullie mij laten zien?

Opeens hielden jullie halt
in de straat onder elzenkatjes
gloeide een bronzen knop
tussen de stoeptegels.
Ik leunde voorover
de knop ging open
en ik las de gegraveerde woorden:

“Hier woonde
Dolly Reens-Gosler
Geboren in 1903
Gedeporteerd in 1943
Vermoord in Bergen-Belsen
op 22 maart 1945.”

Ik keek op naar het zwijgende huis
in de schuldige straat
en ging weg van die plek.
Op de hoek van de straat
dwongen jullie mij terug.

Weer stond ik voor de
gloeiende knop en boog.
Rood als brandend bloedkoraal
barstte de knop open
en ik las…

“Hier woonde Dolly Reens-Gosler.”

Het leek of de letters
met kokende lava
in het oppervlak
van de knop waren gekerfd.
Opnieuw draaide ik mij om
en liep weg.

Ten derde male dwongen
jullie mij die straat in.
Weer stond ik voor
de gloeiende knop.
Hij brandde en trilde drie keer
als de bloedrode kam
van een kraaiende haan.

Toen zag ik hoe zij openbrak
als de deur van een loeiende oven
waarbinnen helse vlammen zieden.
En de straat werd witgloeiend
van het razende vuur
dat scheen te krijsen met
ontelbare monden.
En één stem maakte zich
los van alle anderen.
Het was de stem van Dolly.
Voor mijn ogen werd zij
uit het vuur geboren
met heel de wilde koorts
van haar ongeschonden jeugd.

Toen wist ik dat ik 6 miljoen keer
heen en weer zou moeten lopen
tot het bloed van schande
over mijn schoenen zou lopen
tot mijn bloed hun bloed zou worden
mijn lichaam hun lichaam
mijn wezen hun wezen.

En toen heb ik jullie uitgetrokken.



januari 2012



© Peter Goedhart




Zanger-dichter-componist-zeevaarder Peter Goedhart vond onlangs zijn oude bergschoenen op zolder terug. Hij wilde ze weggooien, in plaats van dat te doen trok hij ze echter nog één keer aan om te ervaren hoe het vergeten schoeisel ooit voelde. Goedhart maakte vervolgens een aantal stadswandelingen op z'n oude schoenen. Als uitvloeisel daarvan ontstond bovenstaande serie nieuwe gedichten, een kleine epische reeks van verlies.


(noot) ** : Verwijzing naar het gedicht Plus Ultra van de antropoloog-filosoof  Harry van den Bouwhuijsen

dinsdag 7 februari 2012

"Rayonhoofden weer bijeen"


Wind en water
ranselende ramen
ga door ga door
mooi
machteloos koor
ik heb de zon
in huis.


© Cesare Filioli


- met dank aan openhaard.nl

zondag 5 februari 2012

Wit


HELS



Nu zijn we niets dan licht

tussen lakens en hitte
die wit als een lawine is.




© Reine De Pelseneer



Uit: Gerrit Komrij [red.] De 21ste eeuw in 185 gedichten (bloemlezing met verzen van jong talent, dichters geboren na 1976). Amsterdam, De Bezige Bij, 2010

zaterdag 4 februari 2012

Slee



alle vier de avonden klop ik op zijn deur ik

heb mijn jurk niet uitgedaan dan raakt hij mij
waar ik niet wil tenminste niet aan hij maakt
zich naakt kijkt op mij neer als kalk en teer
wanneer hij de hondenslee perfect midden door
de bontingang trekt eens zei hij in de bioscoop
van jouw hoofd ruist hoe dan ook een andere film
maar een pas heb ik je niet beloofd en vluchten
is net als bidden of zingen iets wat je leert met
oefeningen ik kuste mijn haat in zijn hals en
zei laat ook maar mij naait de lucht onderweg
wel aan elkaar




© Herta Müller



Uit: Herta Müller De rokkenjager en diens bijdehante tante - collagegedichten,
uit het Duits vertaald door Ria van Hengel - Breda, De Geus, 2011.



Herta Müller omringd door persfotografen in Berlijn, net na de bekendmaking van de Nobelprijs.afp


De Roemeens-Duitse dichter en schrijfster Herta Müller in 2009,
omringd door persfotografen, kort nadat bekend werd dat ze de Nobelprijs voor Literatuur had gewonnen.


foto © AFP/Michael Gottschalk

Meikersen


ZOIETS SIMPELS



Het is vaak zoiets simpels, het is
gemis van je stem bijvoorbeeld, geen
verhaal over landschappen meer, geen
gedoe met je was, je kleren

onaangeroerd in de kast. Het is van je handen
op zoek naar houvast de afdruk nog weten
op leuning en deurpost en je voetstappen
op het parket en de trap, dat zo willen
laten, bedenken: poetsen en wrijven is
sinds de tijd verdrijven, jouw tijd

moet hier blijven. Het is
zo simpel en groot als huilen
bij meikersen, appelstroop in de schappen
en geitenkaas op het brood.


© Hester Knibbe



Uit: Hester Knibbe Verstoorde grond, Baarn, De Prom, 2002

vrijdag 3 februari 2012

Incognito wrijven


SPOOK IN DE VORM VAN EEN OVERHEMD




Ik lag de hele dag tussen je vuile kleren
vermomd als ongewassen overhemd

Ik hoorde hoe je de teil met water vulde
en de doos waspoeder opende

Ik zag je geknield bij de teil
een voor een de kledingstukken wassen

En nu voel ik je onthutste handen
en je strakke blik op mij gericht onder water

want ondanks het boenen en borstelen en wrijven
krijg je het bloed niet weg uit mijn flank


© Óscar Hahn

- uit het Spaanse vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu -



Gedicht van Óscar Arturo Hahn Garcés (1938, Chili) in Poetry International festivalbundel 1998. Hahn moest, als zovelen, voor zijn vrijheid vluchten na de bloedige staatsgreep van generaal Pinochet in 1973 en de daaropvolgende militaire dictatuur.

Ook opgenomen in: Gedicht aan de reiziger [red. Janita Monna], verzamelbundel van poëzie in het Rotterdams openbaar vervoer - Rotterdam, uitg. Aristos i.s.m. RET, 1999.

donderdag 2 februari 2012

Grap


HERSENEN



De mogelijkheid even een kijkje te nemen in zijn hersenen.
Maar de vader is nooit in de buurt van kogels geweest
geen man om te bedreigen of af te persen, geen man om op straat
te overvallen in zijn kleren die nooit veel mochten kosten.

Stel dat. Een kogel die door zijn schedel zou schieten
zonder hem van het leven te beroven en die alleen delen
van de prefrontale hersenschors zou beschadigen.

Waarna hij in een dier zou veranderen en de opgezette buizerd
door de kamer zou smijten omdat hij niet meer tegen grappen kon.
Omdat hij vond dat de deksels en doppen godverdomme eens
aangedraaid moesten worden en de deuren gesloten.

Geen boeken meer, of films waarin behoorlijk geacteerd wordt.
Woorden en gedrag uit de bakken met het goedkoopste
en meest primaire gegraaid. Een andere man in het lichaam van dezelfde man.
Misschien zou hij dan tot daden komen waar een biograaf wat aan had.



© Maarten Moll



Uit: Maarten Moll Lichaam, Amsterdam/Antwerpen, Uitgeverij Contact, 2011

Winterschapen


II


Licht en dag versmelten
Hier als blinde geliefden, bloot
Als de zee, wild als de golven strandend
In ogen die ogen het denken benemen.
En van ver, wind in de wol, grasvretend, winterschapen

Onder stormachtige
Sterns, meeuwen boven de vloedlijn -
Het kimstrakke tweespoor van armoe en
Verlatenheid (gezicht dat het weten ontgaat),
Eenzame jacht van de zeevalk tegen windvlagen in.

Tussen de blauwe kust
Van het westen en de grijze
Zeehoek van het grimmige noorden loopt,
Uit het lood hangend door de gesel van de wind,
Een vrouw met zeegroene ogen die vergat om te zien.

Op de zwarte hakken
Van het lot (dat wijst naar een deur
Met een mat van 'en maar wachten' ervoor),
Worstelt ze, nacht voor noch na, in het middelpunt
Van de leegte, naar niets dat haar haar naam zal toezeggen.  


© Tsjêbbe Hettinga


Uit: Tsjêbbe Hettinga Aan schor en Stad Niks voorbij (Oan leech en Stêd Niks foarby) - in het Nederlands vertaald door Benno Barnard en Tsjêbbe Hettinga - Leeuwarden / Rotterdam,
Friese Pers Boekerij / Poetry International, 2010


woensdag 1 februari 2012

In memoriam Wisława Szymborska (1923-2012)



TOESPRAAK IN HET KANTOOR VOOR GEVONDEN VOORWERPEN



Op weg van zuid naar noord heb ik enige godinnen verloren,
en op weg van oost naar west ook heel wat van mijn goden.
Voor immer zijn een paar sterren gedoofd, hemel, waar ben je.
Een of twee eilanden zijn in zee gestort en gezonken.
Ik weet niet eens precies waar mijn klauwen zijn gebleven,
wie in mijn pels rondloopt of wie nu in mijn schaal woont.
Toen ik aan land kroop, ben ik broers en zussen kwijtgeraakt
en ik heb maar één botje over dat die datum in mij herdenkt. 
Ik ben uit mijn vel gesprongen, heb wervels en poten verspild,
ben vele, vele malen buiten mijn zinnen geraakt.
Lang geleden heb ik daarvoor mijn derde oog gesloten,
het met een vin weggewuifd, er mijn takken over opgehaald.

't Is weg, verloren, naar alle windstreken uiteengedreven.
Het verbaast me hoe weinig er van me is overgebleven:
één individu van het momentaan menselijk geslacht,
dat gister in de tram niet aan zijn paraplu heeft gedacht.



© Wisława Szymborska



- uit het Pools vertaald door Gerard Rasch -


Uit: Wisława Szymborska Einde en begin - gedichten 1957-1997, Amsterdam, Meulenhoff, 1999.








Vandaag in haar slaap overleden, in Krakau, aan een slopende ziekte in haar longen: een van de grootste dichters van de twintigste eeuw, Nobelprijswinaar voor de Literatuur in 1996, Wisława Szymborska.


dinsdag 31 januari 2012

Algebra



GROOTSTEEDS


Wat ze vóór mij deed? Met Hugo at ze kreeft,
met Thomas reed ze door LA, met Sander sliep
ze in Berlijn, met Jean, met Stein... En ik,

zo groen in de geheime algebra
van ons geluk: wier haar, wier lippen en
wier oogopslag zie ik bij haar terug?

Ze weet niet dat ze net als Lisa lacht.
En ik zie niet wat ik van Hugo heb.
Maar na een week of zeven staat er 's nachts

een kring van schimmen rond ons bed te kijken
hoe traag, hoe teder en verbeten wij
hun diepste namen uit ons hoofd verdrijven.


© Menno Wigman


Uit: Menno Wigman Zwart als kaviaar Amsterdam, Bert Bakker, 2001

Futiliteiten


DE WROEGING



Ik heb de ergste zonde begaan
Die een mens begaan kan. Ik ben niet
Gelukkig geweest. Laat de meedogenloze gletsjers
Der vergetelheid me meesleuren en verzwelgen.
Mijn ouders hebben me verwekt voor het
Hachelijke, prachtige spel van het leven,
voor de aarde, het water, de lucht, het vuur.
Ik heb ze bedrogen. Ik ben niet gelukkig geweest.
Hun prille wens is onvervuld gebleven.
Mijn geest heeft zich toegelegd
Op de symmetrische disputen van de kunst,
Die futiliteiten vlecht. Ze hebben me moed vermaakt.
Ik ben niet moedig geweest. Nooit wijkt van mijn zijde
De schaduw van de ongelukkige die ik ben geweest. 


© Jorge Luis Borges




- uit het Spaans vertaald door Robert Lemm -




Uit: J. L. Borges Gedichten Amsterdam, De Bezige Bij, 1990

maandag 30 januari 2012

Wit


ZOMER




Het land is warm.


De weg is wit.


Het duin is leeg.


De zee is stil.


De zon is grijs.


De dag is heel.
 
 
 
© Gerrit Krol
 
 
 
Uit: Gerrit Krol De industrie geneest alle leed - Verzamelde gedichten. Amsterdam/Antwerpen, Querido, 2009

zondag 29 januari 2012

Toeval


DE VRIJE WIL



Het heeft mij behaagd mij reeds vroeg te begeven
naar wat toevallig mijn werk is. Om vijf uur
behaagde het mij het diner te gebruiken
in wat toevallig mijn huis is. Daarna
behaagde het mij behagen te scheppen
in wie toevallig mijn vrouw is. Tenslotte
behaagde het mij 's nachts zeer wel te rusten.
Het heeft mij behaagd dit te hebben gezegd.


©  Jan Emmens




Uit: Jan Emmens Gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1974

zaterdag 28 januari 2012

Vanmiddag


Er staat een man voor het open raam.

Op driehoog een man met wie zij
de hare bedroog.

In de pauze herinnert ze zich misschien
zijn naam, nu staat de vrouw op straat
en kijkt naar het open raam.

Ze wil dat de dekens in de portiek
haar strelen. Of de hele dag in de tram
zich vervelen en

luisteren naar een monotoon gebed:
als ik vanmiddag sterf weet jij niet
hoe je de wasmachine uitzet.

De vrouw staat op straat en sluit
haar ogen: ze is een goochelaar
vlak voor hij lusteloos

zijn hoed afzet. Ook wanneer zij wil
herhaalt zich het wonder. Nu
desnoods:

als ze ongeïnteresseerd knipoogt
naar iemand in het 
bijzonder.


 © Wim Brands




Uit: De vijftig beste gedichten van Wim Brands (bloemlezing, samenst. Chrétien Breukers),
Maassluis, Compaan uitgevers, januari 2012

vrijdag 27 januari 2012

Elke dag

 
Wist je dat ons haar elke dag weer uitvalt zich

in die verre zee vermengt met het smeltwater van
een ijsberg? Of wist je dat niet.



Kim Hyesoon (1955, Zuid-Korea)





- Schone regels, rondrijdend Rotterdams vuilniswagengedicht -

donderdag 26 januari 2012

De mooiste


De mooiste gedichten behoren toe aan de stilte.





- Anéstis Evangélou (1937-1994)

Handdoek




Gekozen tot het populairste gedicht van Vlaanderen: Zonnehemel van Paul Demets, uit zijn bundel De Bloedplek (Bezige Bij Antwerpen, 2011). Vanaf vandaag in boekhandels en bibliotheken van België af te halen als - gratis - poëzieposter.

Demets won niet alleen de Herman de Coninck Publieksprijs voor het Beste Gedicht, hem viel een dubbele eer te beurt. De bloedplek kreeg ook nog de Herman de Coninck Prijs 2012 voor de beste dichtbundel van het afgelopen jaar.

dinsdag 24 januari 2012

Naast mij


Daar komen de paarden aan

staan stil of zij luisteren

terwijl het duister hen nadert
beademen zij met hun adem
hun vleugels van koper

voordat zij weg willen gaan
komen zij naast mij staan
en wenen



© Leo Herberghs



Uit: Leo Herberghs Hij, de langzaamste van allen Utrecht, De Contrabas, 2011

Neem gerust nog


DE PIJNFUIF



vrienden ik heb de pijn
maar op de kachel gezet
om ze warm te houden

als iemand pijn wil
ze is lekker vers
neem gerust

en neem wat meer
er is pijn genoeg
voor iedereen


© Gust Gils



Uit: Gust Gils Uniek onkruid Antwerpen, A. Manteau, 1982

maandag 23 januari 2012

Mandarijn


morgen is de dag die de andere

dagen verdeelt als een moeder de
maaltijd voor haar kleine kinderen

wij zijn arm van vreugde schip
en wind zullen wij trotseren zonder
een partje van de mandarijn te krijgen

en wanneer wij landen is het schemer.


© Hans Lodeizen



Uit: Hans Lodeizen Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1996

Voor de volgende stroomstoring


OLIFANT



De kamer is donker.
Op de tast voelen we,
allemaal.

De een voelt een slurf:
het lijkt wel een tuinslang.
De ander een poot:
nee, 't is een pilaar.
Een oor: een waaier.
Een rug: een troon van leer.

Allen voelen een deel,
en denken aan het geheel.

Wat we nodig hebben is licht,
een enkele kaars volstaat
en weg zijn de verschillen.


© Rumi



Uit: Rumi [1207-1273] Gedichten - redactie en vertaling W. van der Zwan - 
Deventer, Ankh-Hermes (2e aangev. dr.), 2003.
 
Met dank aan M.B. 

zaterdag 21 januari 2012

Spelen


Mijn opa draagt een lange, door de kleermaker gemaakte jas.

Later, als hij dood is, draagt mijn vader die. Dan is hij kort.
Mijn opa heeft een hoed op en een bril met een zwart glas.
Ik geef hem mijn hand als we naar de zwanen in de vijver gaan
bij de tanks. Hij staat erbij en kijkt door ons geklauter heen
naar de granaten die de grond inslaan, in schuilkelders
gegraven gaten met een deksel waarin een vader
en een moeder en hun vijf kinderen doodgaan. Maar hij zegt niks.
De verhalen komen later van mijn moeder. Hij staat
en kijkt en wacht tot het spelen is gedaan.



© Ineke Holzhaus



Uit de afdeling "Opa Overloon", in:
Ineke Holzhaus Waar je was, gedichten, Maastricht/Amsterdam, Azul Press, 2011

vrijdag 20 januari 2012

Dikwijls


Ik weet niet

of er woorden bestaan
die de geur van je huid
kunnen vangen, het beweeglijke
licht in je ogen, de warmte
die in me opspringt zodra
je me aanraakt, het rulle
gevoel van je haar
aan mijn vingertoppen,
de bloemblaadjestere huid
van je oogleden tegen
mijn lippen.

Als daar woorden voor waren,
kon ik alles snel
vastleggen op papier
voor als je er niet bent
(en dat is dikwijls).


© Hanny Michaelis



Uit: Hanny Michaelis (1922-2007) Verzamelde Gedichten, Amsterdam, G. A. van Oorschot, 1996.

donderdag 19 januari 2012

Tot de avond


MORGEN



Je bent wakker
Waar ben je?
In je eigen huis.
Je bent er nog steeds niet aan gewend
In je eigen huis te zijn als je wakker wordt!
Dat is een van de vreemde gevolgen
Van dertien jaar gevangenschap.
Wie is het die naast je slaapt?
Het is niet de eenzaamheid, maar je vrouw.
Zij slaapt als een roos.
Zwangerschap staat een vrouw goed.
Hoe laat is het? 
Acht uur.
Dat betekent dat je veilig bent
Tot de avond
Omdat het niet de gewoonte is
Dat de politie overdag huiszoeking doet. 


© Nâzim Hikmet 



Uit: Moderne poëzie uit Azië - bloemlezing, samenst. en vertaling Bertus Dijk. Amsterdam, Van Gennep, 1977.
 
Oorspr. in Nâzim Hikmet Selected Poems, done into English by Taner Baybars. London, Jonathan Cape Ltd. (1967). 

woensdag 18 januari 2012

In ruil voor fabels


THUIS IN VREEMDE dorpen, grotten, grachten,

slapeloos, doder dan de anderen,

zonder land van oorsprong of ster die leidt,
door alle stervelingen opgezegd,

hier, o angstig mens,
als het me vergund is,
als de gekke goden wijken -

wil ik brood met zout eten,
verwelkomd als een prins,
wil ik een laatste keer een lichaam krijgen
in ruil voor fabels over eeuwigheid.


(Istanboel)



© Johan de Boose



Uit: Johan de Boose Geheimen van Grzimek Antwerpen, Meulenhoff/Manteau, 2010

dinsdag 17 januari 2012

Babel



PATRIOTTENLIED




Ik ben een pyjama-Irakees, mijn vrouw een Roemeense
en onze dochter is de dief van Bagdad.
Mijn moeder kookt nog steeds de Eufraat en de Tigris,
mijn zus leerde pirosjki’s bereiden van de Russische moeder
van haar man.
Onze vriend, een Marokko-mes, steekt een vork
van Engels staal in een vis die geboren is op de Noorse kusten.
Wij zijn allemaal ontslagen bouwvakkers, van de steigers gehaald van de toren
die we wilden bouwen in Babel.
Allemaal verroeste speren die Don Quichot
naar de windmolens wierp.
Allemaal schieten we nog steeds op de oogverblindende sterren
vlak voordat ze verzwolgen worden
door de Melkweg.




© Ronny Someck




- uit het Hebreeuws vertaald door Hilde Pach -


Uit: Ronny Someck Blues van de derde zoen (bloemlezing, vert. Hilde Pach), Maastricht, Azul Press, 2010

maandag 16 januari 2012

Weerloos


VUILNISZAKKEN



Zoals ze daar 's morgens
op de stoep tegen elkaar
aan geleund warmte zoekend
in hun plastic jassen
staan te wachten, grijs,
vormeloos, vol afgedankt
leven, tegelijk broos
en weerloos. Je zou ze
weer naar binnen willen
halen, je ouders
wachtend op de bus.


© Victor Vroomkoning


Uit: Victor Vroomkoning Echo van een echo, Antwerpen, A.Manteau, 1990

Vlees van de winter


IJS



Zij die belangstelden
in de verkoop van ijs
verzamelden zich eertijds
met lange zagen op de meren.

Toen kon je
als de dagen muisstil waren
tot in het dodenrijk toe horen
hoe brokken ijs uit het vlees van de winter werden gesneden
en zagen vissen een bron in de zon.



© Lennart Sjögren


- uit het Zweeds vertaald door Bernlef -



Uit: Lennart Sjögren Oog om oog Amsterdam, Querido, 1999

zondag 15 januari 2012

Ketel thee


Die avond klonk er salsa op

uit elke bar.

We aten kip en zoute aardappel
we dronken bier en witte rum
die zoet als water was

en naast ons stak er uit een muts
een aangezicht nog bruiner dan
en rimpelig als een walnoot.

We waren peilloos moe nadien
we sliepen in een kaal convent

en plots was het geen zeven graden meer
en hield zij, de Maleise, niet met rillen op.

Er werd een ketel hete thee gezet.
Ze droeg je zeemansblauwe trui.



© Erik Spinoy





Uit: Erik Spinoy Dode kamer, De Bezige Bij Antwerpen, 2011

Hoeft niet


Wie A heeft gezegd,
hoeft geen B te zeggen.
Hij kan ook toegeven
dat A fout was.

- Bertolt Brecht
 

in: Bertolt Brecht Teatereksperiment en politiek, Nijmegen, SUN, 1972 - uit het Duits vertaald door Jacq Firmin Vogelaar en Wim Notenboom (oorspr. Suhrkamp Verlag, Berlin/Frankfurt, 1957).

zaterdag 14 januari 2012

Archeoloog


ALLES MAG JE WORDEN




Het springzaad knapt, de brempeulen
knallen open en jij ligt daar in je wieg
als een popelend boontje bij.

Alles mag je worden van mij: zeeman
boswachter, archeoloog. Of -
als je leven ingewikkelder loopt -

geponsord ontdekker van aangroei
werende stoffen voor scheepsverf,
alleenstaand paddenstoelenfotograaf,
pacht- en beestenlijstenonderzoeker
van verdwenen Drentse keuterijen.

Alles. Behalve ongelukkig. Beloofd?


© Erik Menkveld


Uit: Erik Menkveld Schapen nu! Amsterdam, Bezige Bij, 2001

donderdag 12 januari 2012

Boven terrines


HET HERENHUIS



De tafel op 't gelijkvloers was gedekt
maar waar was iedereen?

Damp hing boven de terrines
en het onberispelijk bestek.

Een lamp van kleurig glas
maakte ook nog gezelligheid
en in de hoeken wuifden
palm en kamerplant

maar waar was iedereen?

Die van de kelder loerden
naar die van de zolder

en omgekeerd.


© Peter Ghyssaert



Uit: Peter Ghyssaert Jubileum en andere gedichten Amsterdam, Bert Bakker, 1997

dinsdag 10 januari 2012

Met haar mond


MAGNESIUMLICHT (SOMS)


2 - ring -


Soms lig je op een wiegend ponton in zee. Wijdbeens komt ze
boven je staan, haren in vuur en vlam. Glimlachend buigt ze
achterover, de beenspieren opsplitsend, duikt ruggelings in het water - 
ze zal met haar mond een ring van de bodem plukken en die keer op keer
over je vinger schuiven, zilverkleurig als een dolfijn.
                                                                                       's Nachts       
zullen vlammetjes over het water rennen. Aan land springen.
Door de bergflanken vreten. Wijngaarden bezielen. Ondergronds rijpt
het vuur. Uitverkoren zijn zij die een glimp opvangen. 


© Peter Verhelst




Uit: Peter Verhelst Nieuwe sterrenbeelden, Amsterdam, Prometheus, 2008

Zuster!



ZOMAAR EEN ZOMERAVOND




Mijn moeder maakte haar nagels schoon
de Marilyn Monroe-roodgelakte
met acetonacetylacetaat

Ik (her)las de Sprookjes van Grimm

Buiten daalde de avond in de perenboom
waar tussen jade bladeren
vruchten, kuis
als (half verborgen) borsten
hingen

Herinneringen
in goudkleurig Technicolor
aan Hollywood-films, eind Jaren Vijftig

Mijn moeder is al jaren dood
Mijn kinderen slapen
Mijn vrouw heeft zomeravonddienst
Zij werkt in het ziekenhuis Sint Annadal

Zuster Madeleine… kunt u komen?
Mijn infuus zit los!!!

Als ze in bed kruipt, vroeg in de ochtend
ruik ik op de moeheid van haar huid
dwars door een vleugje

L’Ange Heurtebise

haar favoriete parfum…

de bittere geur van toen

die van Marilyn Monroe’s
                   te
                vroege
                 dood

O, lange, lange
nagels, doodswitblauw
van Grandma Roodkapje

in Technicolor

in wolvenstad Hollywood!






© Manuel Kneepkens



- ongepubliceerd -


Aantekening van de dichter: 2012 wordt in zeker twee opzichten een gedenkwaardig jaar. Het is op de kop af vijftig jaar geleden dat de Amerikaanse actrice, zangeres en filmdiva Marilyn Monroe overleed. En het is binnenkort ook tweehonderd jaar geleden sinds, in 1812, deel één verscheen van de Duitse sprookjesverzamelaars en broers Jacob en Wilhelm Grimm, Kinder- und Hausmärchen.

maandag 9 januari 2012

Vriendschap


Als je mijn vriend bent

neem dan een jongere vrouw,
ik waag mij niet aan een huwelijk
waarin ik de oudste ben.



- Sappho





versfragm. 121 in: Sapfo Gedichten - uit het Grieks vertaald door Mieke de Vos, met een
nawoord van Doeschka Meijsing, Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 2011

zondag 8 januari 2012

Vaargeul


EILAND



Zeker een eiland zijn. Zeker de brug
nog weigeren zolang je kan, de dijk
niet denken. Buiten het bereik
blijven van wat daar op de grens
van lucht en water loert: het land
waar eindeloos hongerig land achter ligt.

Maar wel de steiger teren voor het veer,
de vaargeul open houden, het uitzicht
bewaren op wat voor ieder kind weer
in dromen opdoemt: later ooit nog van
hier oversteken naar wat daar onzicht-
baar lokkend ligt: de overkant.



© Willem van Toorn


Uit: Willem van Toorn Tegen de tijd Amsterdam, Querido, 1997

zaterdag 7 januari 2012

Niets houdt haar nog warm


BOODSCHAPPENTAS




Ze hangt als een boodschappentas
aan mijn arm en ik bedenk
wat er met haar

uit mijn leven verdwijnt: Buisman,
een stoof, de theemuts.

Niets houdt haar trouwens
nog warm.

Bevelend wijst ze naar
de supermarkt en
vraagt me

wat ik zie:
ik noem een naam.

Nee, idioot,
dat is de overkant
en hoe komen wij daar?

Ik wil haar nooit meer ontstemmen,
zeg me hoe.

Maak je maar klaar,
we zullen moeten zwemmen.


© Wim Brands



Uit: Wim Brands Ruimtevaart, Amsterdam, Nieuw Amsterdam, 2005

vrijdag 6 januari 2012

In vlam


VAN DE ZIGEUNERIN


Voor Anthi


Ik wil zigeuner worden
zei ik tegen een zigeunerin
om jou te krijgen

Kun je vroeg zij als avondmaal
bittere groente eten zonder zout
en dan gaan liggen?

Dat kan ik zei ik

Kun je vroeg zij gaan liggen
zonder te huilen van kou
op de bevroren modder?

Dat kan ik zei ik

Kun je vroeg zij op de modder
mijn lichaam in vlam zetten
en verbranden tot as?

En of ik dat kan zei ik

Kun je vroeg zij mijn as
in je wijn strooien
en je bedrinken, mij vergeten?

Nee, dat kan ik niet zei ik

Dan word je geen zigeuner zei ze.




© Yorgos Pavlópoulos


- uit het Grieks vertaald door Hero Hokwerda -


In: Hotel Parnassus, poëzie van dichters uit de hele wereld. Poetry International 2003,
Rotterdam/Amsterdam, De Arbeiderspers, 2003 

donderdag 5 januari 2012

Lakens van de dageraad


DE GALM




De hitte van de ergernis,
het hese woord,
de galm van het verhaal.

De lakens van de dageraad,
droger dan ooit tevoren.

Gebieden waar geen geluid meer was.


© Armando



Uit: Armando Ze kwamen, Amsterdam-Antwerpen, uitg. Augustus, 2011

Elkaar drinken


SCHEPPINGSVERHAAL



Mooie geliefden waren we niet, tussen
stoffige dekens in een halfvreemd bed,
moe van de vlucht terug naar huis,
ondankbaar, vastbesloten
tot eten, drinken, elkaar.

Toch lagen we dicht
bij de ruimte waarin toen een
speldenknop, microscopisch land,
een nader uit te werken plan.

Leg je hand in mijn hand, je hart
in mijn hart, weet je slagen geteld.
Ken de oorzaak daarvan.

Je werd die nacht verondersteld
zoals dat heet, of liever toch bedacht.

Aan het einde van de slaap bleef
jij nog maanden duren.



© Ester Naomi Perquin



Uit: Ester Naomi Perquin Servetten halfstok, Amsterdam, Van Oorschot, 2007

Omdat


Omdat een droom mij aankeek ben ik er vandaag


- C.O. Jellema


woensdag 4 januari 2012

Cassave


[…]




Wat moet ik je geven om je aan
mij uit te lenen? Deftig ben je
van naam, met vier lettergrepen.
We dreven in een smokkelboot,
op de stranden lagen blinkende
visjes te drogen. We bezochten
de chimpansees. We aten cassave
en niemand wees ons de weg.
Later zou het vlooien beginnen
en het tuiten van de lippen.




© Emma Crebolder


Uit: Emma Crebolder Vergeten Amsterdam, uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2010

Vogel


zegt Li: een pond veren

vliegt niet als
er geen vogel in zit


Bert Schierbeek



- Schone regels, rondrijdend Rotterdams vuilniswagengedicht -

Uitstapje


TERUG NAAR DE NATUUR



Er was een man, ik zeg niet wie
hij was, die hield van de natuur,

althans dat dacht hij, want hij had
gehoord dat daar zoveel te vinden was,

de stilte, vrijheid, blijheid en jezelf
en zo. Genoeg in elk geval om daar

eens heen te gaan.





© Rutger Kopland



Uit: Rutger Kopland Alles op de fiets, Amsterdam, Van Oorschot, 1969

dinsdag 3 januari 2012

Te koud


Spreken was het makkelijkste
commentaar.

Voor huilen was het te koud.

Voor waarheid hadden we
de verkeerde kleren aan.


© Jan Baeke


fragm. uit: Jan Baeke Brommerdagen, Amsterdam, De Bezige Bij, 2010

Storm!


KONVOOI OP DRIFT
[2]



Een konvooi van felgekleurde speelgoedbeesten
koerst op de Ierse en Britse kusten af
Drie jaar geleden zijn ze in een storm overboord geslagen
Sindsdien doorkruisen zij de wereldzeeën
gele eendjes, blauwe schildpadden, rode bevers
negenentwintigduizend in getal

Volgens een oceanograaf vandaag in The Times
heeft de bonte stoet al enkele leden verloren
Bij Sitka in Alaska spoelden vierhonderd beesten aan
en ook verderop bij Kodiak werden ze gesignaleerd
Die vondsten stellen de onderzoekers in staat
om hen te volgen op hun barre tocht
Momenteel bevindt het konvooi zich ergens in de Beringstraat
Keurig verpakt in schotsen ijs dobberen ze
met een snelheid van zo’n acht kilometer per uur
in de richting van de Atlantische Oceaan
In dat tempo zal hun ijselijke tocht wel vijf jaar duren
voor ze op de Ierse en Britse stranden rust zullen vinden

Door de beestenboel op drift te volgen
hopen oceanografen hun computermodellen
voor het zeegedrag te kunnen verfijnen

Volgens stromingsdeskundige Curtis Ebbesmeyer
lopen de beesten bij dit experiment geen enkel gevaar
‘Ze zijn veerkrachtig en kunnen zelfs
De zwaarste ontberingen doorstaan’


© K. Michel


Uit: K. Michel Waterstudies, Amsterdam, Meulenhoff, 1999

Haast



Wat onder het woordoppervlak
schuilt, schuilt daar haast
tevergeefs

                                                                     - Hans Faverey


maandag 2 januari 2012

Fiets


FINISH



De atleet stond op het veld
en rekte zijn oude benen
toen de dood langskwam en wenkte:
Dag jongen, loop je even mee?

Een korte steek in de zij,
dat was alles. Hij bukte zich
om zijn veters aan te trekken,
maar de schoenen waren al leeg en
hij rende de lucht in.

Gewichtloos en zonder
ooit buiten adem te raken
zwom hij door een sterrenzee,
fietste de melkweg rond
en liep ten slotte
in de witte tunnel van de zon,
als vuur door wind gedragen.

En bij de finish waren vele gezichten
die hem aankeken met zachte ogen,
en die zich verheugden,
want hij was er.


© Alexis de Roode


Uit: Alexis de Roode Geef mij een wonder, Amsterdam, Podium, 2005

De ander




THE WIFE


I know two woman
and the one
is tangible substance,
flesh and bone.

The other in my mind
occurs.
She keeps her strict
proportion there.

But how should I
propose to live
with two such creatures
in my bed -

or how shall he
who has a wife
yield two to one
and watch the other die.


© Robert Creeley





LA MOGLIE

Conosco due donne
e una
è di materia tangibile,
carne e ossa.


L'altra esiste nella mia
mente.
Lí tiene la parte che
le spetta.


Ma come potrei
suggerire di vivere
con due simili creature
nel mio letto -


o come potrebbe chi
ha una moglie
cederne due per una
e veder morire l'altra.


© Robert Creeley




Uit: Fernanda Pivano [ed.] Poesia degli ultimi Americani.  Milano, Feltrinelli | Universale Economica, 1964/2001 (8e dr.).
Poesia degli ultimi americani

Engels-Italiaanse bloemlezing met werk van Robert Creeley, Diane di Prima, Allen Ginsberg, Jack Kerouac, Norman Mailer, Gary Snyder, Bob Kaufman, Joel Oppenheimer, Jonathan Williams e.a.



Boekomslag: Jack Kerouac, gefotografeerd door Allen Ginsberg in New York in 1953, vier jaar voor verschijning van Kerouacs beroemde On The Road.

zondag 1 januari 2012

Hoe dichter


Denk.


Hoe dichter we bij het licht komen,
des te minder sterren we zien.

Hou nu op
met denken.


© Peter Verhelst



Uit: Peter Verhelst Zoo van het denken, Amsterdam, Prometheus, 2011

zaterdag 31 december 2011

Warme jaarwisseling (12 °C)


DORP OP DE BERG


In woorden die ik kies
in het chagrijn dat soms opduikt
in de reden dat ik ben waar ik ook ben

je bent de hoek van het café, de
schaduw van de dag, de kern van
de oude aan elkaar gegroeide stad.

Ik neem je argwaan voor wat er
niet vertrouwd uitziet voor lief.
Ik voed de rengelaote* aan mijn kind
en slinger honing uit de taal
die je in mijn geheugen vindt.

Ik ben de berg afgedaald
maar keer steeds terug om te weten wie ik ben.
Beloof dat ik altijd mag komen.
Beloof me, dat ik welkom ben.



© Sander Koolwijk



* Rengelaote: befaamde pruimensoort in Sweikhuizen (Sjweikese, L.), ook wel bekend als 'ringelotten'

Uit: Sander Koolwijk De patroon van dit huis Haarlem, uitg. mij. Holland | Windroosreeks, 2011.

Koolwijk [1974]  is  bergbeklimmer en dichter. In 2005 debuteerde hij  in de Windroosreeks met de bundel Onder dak (uitverkocht). In datzelfde jaar werd hij Nederlands Kampioen Podium Poëzie.
Als nationaal Slamkampioen treedt hij veel op en draagt hij voor van Poetry International tot en met Lowlands.



De  laatste dag, met sneeuw van vroeger: Sweikhuizen, gelegen op een heuvel, december 2010.
- naar een foto en idee van Har Wijnen -

Gebonden


KEER TERUG



Omdat vogels
mij zeiden

keer terug
naar het land

van je oorsprong
heb ik hun vleugels

gebonden
mijn hoofd reeds gebogen

naar alles
wat ik had vergeten


© Ton van Reen



Uit: Ton van Reen Blijvend vers. Verzamelde gedichten 1965 - 2007, Utrecht, De Contrabas, 2011.

Oorspr. gepublic. in Vogels, reeks De Bladen voor de Poëzie, 1965, Brugge (B.), uitg. Desclée de Brouwer

vrijdag 30 december 2011

Zwaluwen planten


DEZE REIS

(HIERDIE REIS)

Vir Jack

Deze reis die je gestalte uitwist
verscheurde bloedengel gegooid voor de honden
dit landschap is verlaten als mijn voorhoofd
Wond van de rozen

Graag had ik je zien lopen zonder ketenen
graag wilde ik weer je open gezicht zien
gezicht gebroken en dood als modder
Wond van de modder

In de nachten van afwezigheid zonder ogen
wilde ik een werkelijk ster zien in jouw hand
wilde ik de blauwe lucht blauw zien en één woord
horen van een echt mens

Bittere engel onwaarachtig met een vlam in je mond
onder je oksels zal ik twee zwaluwen planten
en over je lichaam een wit kruis trekken
Voor de man

aan wie jij me ooit hebt laten denken


© Ingrid Jonker


Laatste gedicht van Ingrid Jonker (1933-1965), kort voor haar dood geschreven, waarna ze de zee inliep en - zichzelf - verdronk.



In: Ingrid Jonker Ik herhaal je - uit het Zuid-Afrikaans vertaald door Gerrit Komrij,
met een nawoord van Henk van Woerden - Amsterdam, Podium, 2000

Daarginds


graaf hier, zegt de een

nee, graaf daarginds, zegt
een ander, graaf totdat je het
hebt gevonden

ik leg mijn spade terzijde
ik graaf niet, ik ga beginnen
mijn tong op te halen
uit diepe grond 



© Leo Herberghs



 
Uit: Leo Herberghs Hij, de langzaamste van allen Utrecht, De Contrabas, 2011.
 
 
Kaart van dichter Leo Herberghs bij eindejaarspost: 'Zullen we in het nieuwe jaar wederom door het leven gaan met "h" en zónder "h", en voelen we ons daar dan gelukkig mee?'
 
Kaartillustratie: Black Venus (1967), manshoog figuur van beeldhouwer-kunstschilder Nikki de Saint Phalle
- afbeeldingen en delen van haar werk zijn te zien in o.a. Basel,
Museum Jean Tinguely