zondag 31 oktober 2010

Harry Mulisch (1927 - 2010)


VERSLAG VAN DE UITGEZONDEN BODE?


Achter duinen zag ik ijzer
In een geul door zand stromen
Toen ik bij de brug kwam. Maar eerst
Zocht ik de bron van het ijzer.
Toen ik de bron van het ijzer
Gevonden had, keerde ik terug
Naar de rivier. Ik verdwaalde
In het ijzer onder de brug
Aan het water. Gekruiste balken,
Klinknagels dreven het zweet
Uit mijn gezicht. Ik ging terug
Naar de bron van het ijzer,
Niet bang voor het ijzer, bang
voor de brug.


© Harry Mulisch



Uit: Harry Mulisch De Gedichten 1974-1983, Amsterdam, De Bezige Bij, 1987.

Een 'oorlogsgedicht' van Mulisch staat op:
http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2009/05/zijn-vader.html

Vervlogen feest (voor Harry)



EIND VAN DE ZOMER
*


Ze worden weer langer, de brieven
naar het licht, getekend op
lichtzinnige bladeren, de verhalen gaan mee
met de zon, licht en spraakzaam,
het dubbelzinnige feest is vervlogen.
De wereld van wat mogelijk is groeit
met de schaduwen. Er is er maar een die zegt:
Het blijft zoals het was.
Als een dief trekt de wind
aan onze kleren, en het water
houdt zich niet meer terug.


©
Michael Krüger


- vertaling uit het Duits: Cees Nooteboom -

zaterdag 30 oktober 2010

Betrapt


O





O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.


Maar nee, wat bij mij ingaat
moet bezinken,
verdicht zich tot een sprake-
loos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.



O, klonk het nog eens ongehinderd.




© Jan Eijkelboom



Uit: J. Eijkelboom Tot zo ver - De meeste gedichten, Amsterdam/ Antwerpen, Arbeiderspers, 2002


Ook in 1996 geplaatst op een muur aan de 4e Binnenvestgracht/Gerestraat in Leiden -
zie voor dit en meer Leidse muurgedichten:
http://www.muurgedichten.nl/eijkelboom.html

Rekentafel


HET HOOFD


Er zit een ruimteschip in
en een project
om pianolessen af te schaffen.
En er zit de ark van Noach in,
die zal de eerste zijn.

En ook
een absoluut nieuwe vogel,
een absoluut nieuwe haas,
een absoluut nieuwe hommel.

Er zit een rivier in
die naar boven stroomt.

Er zit een rekentafel in.

Er zit antimaterie in.

En je kunt het niet kappen.

Ik geloof
dat alleen wat je niet kunt kappen
een hoofd is.

Ik vind het veelbelovend
dat zoveel mensen
een hoofd hebben.


©
Miroslav Holub


Uit: Miroslav Holub De geboorte van Sisyphus, samengesteld en uit het Tsjechisch
vertaald door Jana Beranová. Amsterdam, De Bezige Bij, 2008

vrijdag 29 oktober 2010

Deur




Hij tekende overal ramen.
Op te hoge muren,
op te lage muren,
op wanden die stompe hoeken maken,
in de lucht en zelfs op de daken.
Hij tekende ramen alsof het vogels waren.
Op de grond, in de nachten,
in de voelbaar dove blikken,
in de omgeving van de dood,
op de graven, in de bomen.

Hij tekende zelfs ramen op de deuren.
Maar nooit tekende hij een deur.
Hij wilde niet naar binnen en niet naar buiten.
Hij wist dat het onmogelijk is.
Hij wilde alleen zien: zien.

Hij tekende ramen.
Overal.



©
Roberto Juarroz

- uit het Spaans vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu -

in: tekstboekje van Poetry International, Rotterdam 1990


Originele versie, in het Spaans:


Dibujaba ventanas en todas partes.
En los muros demasiado altos,
en los muros demasiado bajos,
en las paredes obtusas, enlosrincones,
en el aire y hasta en los techos.

Dibujaba ventanas como si dibujara pájaros.
En elpiso,en las noches,
en las miradas palpablemente sordas,
en los alrededores de la muerte
en las tumbas,los árboles.

Dibujaba ventanas hasta en las puertas.
Pero nunca dibujó una puerta.
No quería entrar ni salir.
Sabíaque no se puede.
Solamente quería ver: ver

Dubujaba ventanas.
En todas partes.

Roberto Juarroz

Richtingen


ZOMEREINDE AAN DE LEIE
*



dit is wat een schilder zou zien:
de gebleekte graskant, kastanjes
en linden, het warme maar heengaande
licht van de avond en tegen de haag
op de andere oever een loper, en zijn
gedachten, hoe schilder je die
en boven het water de meeuwen
en tussen het licht- en het donkerder groen
de plecht van een jacht, het schuiven
der dingen, de richtingen

het water zelf kun je hier waar wij zitten
niet zien en ik vraag me nog af hoe je
afstanden schildert, steeds lichter misschien
tot je wit overhoudt, en hoe het verleden
toen jij daar nog liep

hoe schilder je dat je nooit weer
daar zult lopen, tegenstribbelend
aan je vaders hand


© Miriam Van hee


Uit: Miriam Van hee Buitenland Amsterdam, De Bezige Bij, 2007

* Herman de Coninck-Publieksprijs voor het ‘Beste Gedicht’

donderdag 28 oktober 2010

Niet de kleur die past


ALS IK GEEN ROOD MEER HEB


Als ik geen rood meer heb
maak ik de bomen groen, de struiken,
het hele landschap wat ik schilder.
Dus ook het onkruid en het gras,


waarin je languit ligt te wachten roerloos
maar toch diep ontroerd, wanneer je later
het doek mag zien waar ik je rooie jurk
vervangen heb door zachte naaktheid,
waarvoor ik net als voor je glimlach
vooralsnog niet de kleur vond die je past.

Als ik geen rood meer heb,
heb ik nog altijd je lippen.


©
Paul Snoek


Uit: Paul Snoek Schildersverdriet, Brussel, Manteau, 1982

woensdag 27 oktober 2010

Schitteringen


WEERKAATSING


voor de familie Kelly



Dat jaar
viel de engel
op aarde.
Hij kwam omlaag
als een fazant
met een kogel vanbinnen,
een subtiele toevoeging
tussen weerschijnende
schitteringen.

Hij draaide,
duikelde
enkel
het hoofd
en hield stil in een tuin.

Hij doodde niemand
bij het neerstorten.
Toen ik de schreeuw hoorde,
zonder te denken
aan de gepolijste
bottenstoffige
oppervlakte
die terugkeert tot zijn oorspronkelijke vormeloze vorm,
onvoorstelbaar mozaïek van zuiverheid,
toen dacht ik dat vanuit het middelste van de aarde
een signaal voortkwam
dat alles in beroering bracht,
een gecodeerd bericht,
een ultimatum:

“Wat je ook doet,
de leerstoel staat hier.
In het geheim en in eenzaamheid
wordt deze door iemand bezet,
iets,
en de lichamen
van voorbijgaande aard
komen en gaan,
niet meer dan, en hoogstens
een residu van iets.”
Waarom rijst
mijn nacht op
in dit gezicht?
Ademen wellicht
zijn gelaatstrekken
tussen mijn mistflarden?

Waarom benijd ik
degenen die het zagen blinken
toen de rust regeerde,
een gouden pupil
tussen felgekleurde vinken en bassaanganzen?

Is
het goddelijke?
Is
de wakende
de slapende
de zich openbarende?



©
Pura López Colomé



Uit: Pura López Colomé (Mexico) De vormen van de wind - uit het Spaans vertaald door Catharina Blaauwendraad. Maastricht, Azul Press, 2010

the Maastricht International Poetry Nights (1)




Drie dagen - internationale - poëzie, elke twee jaar, in Maastricht.
Morgen, donderdag, de aftrap van de 8e editie - in theater La Bonbonnière,
Achter de Comedie 1, Maastricht.

Gerenommeerde dichters uit Australië, Canada, Mexico, Verenigde Staten en Zuid-Afrika lezen voor uit eigen werk. Drie dagen lang vergezeld door de fine fleur van jonge Europese dichters uit o.a. IJsland, Noorwegen, Polen, België, Italië, Slovenië, Duitsland en Nederland.
Eregast: de Nederlandse dichter Willem van Toorn. Op de slotavond zal Breyten Breytenbach, winnaar van de festivalprijs van twee jaar geleden, de Hans Berghuisstok voor Poëzie 2010 overhandigen aan zijn opvolger.

De presentatie van het festival is in handen van Bas Belleman, Daan Cartens en Ineke Holzhaus.

de Maastricht International Poetry Nights (2)




DE VORMEN VAN DE WIND


1

De wind gooit zich wijd open
in stromen,
maakt karavanen,
laat
adjectieven van hoeveelheid toe.
“Vol van hem” zelf
komt neer op “niets”
in immateriële zin:
“Hoofd vol wind”.
Op zijn hoogtepunt:
artillerie, een lege ruimte
tussen de kogel en de loop van het kanon:
een eenvoudige luchtstroom
op natuurlijke wijze door de atmosfeer gecreëerd.
Op het toppunt van zijn ijdelheid, krijgt hij “airtjes”
zijn duizenden gezichten, duizenden benamingen,
nagenoeg alle beangstigend, gretige verslinders:
de Aquilo, de Auster, de Boreas,
de Zefier, de Skiron, de Levant,
de Mistral, de Moesson, de Sirocco...
En in vormeloze toestand
tonen zij
hun intersyllabische emoties
aderen die door een tranendal lopen
zonder windrichtingen.

2

Misschien schuilt het geheim
in die verbintenis,
de link tussen hem en een ander.
Die natuurlijke dictie toestaat,
richting,
het op weg gaan naar een doel
gegrift
in de oorspronkelijke waterhoudende omgeving.
Een kompasnaald,
een scherpe punt die de zak
van de allereerste wateren doorprikt,
magnetiserend zij die vrij ronddraait
op een omsingelde spil
boven een cirkel die de tekening draagt
van de windroos;
naald zonder oog die zich oriënteert, spontaan,
in noord-zuidelijke richting en,
door deze te doen samenvallen met de lijn
die deze richting
in de roos,
markeert
kan zij elk ander aanlokkelijk punt vaststellen.
Nautisch kompas van het universum.
Ik noem je in een litanie
opdat je
de ingewanden
van dit kompaskastje toont:
dit leven
gedeeld,
goddelijk
raadsel.

3

De vogels weten
de wind
de keel af te snijden
met de snede van het lichaam.
Mes van de horizon
waarvan het staal
de sneeuwvracht draagt
op vulkanische
vleugels.


© Pura López Colomé


Titelgedicht uit: Pura López Colomé (Mexico) De vormen van de wind - uit het Spaans vertaald door Catharina Blaauwendraad. Maastricht, Azul Press, oktober 2010.
De bundel verschijnt ter gelegenheid van het 8e Maastricht International Poetry Nights festival deze week.



Zie ook:

dinsdag 26 oktober 2010

Opdrogende wellust


DE LATE STRAF




Haar hart was een magneet en van graniet:
zij hoefde maar languit te liggen wachten,
de prooien kwamen wel, elk ging te niet
met huid en haar verslonden, haar roofkrachten
verzadigend, tot ze voldaan insliep.
Haar bloed hield haar verwende vlees zachtgloeiend,
een hinderlaag waaruit zij wel eens riep
naar een prooi die ontkwam, haar bed uitwoelend
bijtijds nog.
Zij lag languit, heet, ijskoud,
en ligt zo nog en zal nog vele jaren
zo liggen.
Toch, de wellust zelfs wordt oud
en komt, verveeld, langzaamaan tot bedaren,
maar het herdenken van de wellust blijft,
het verloren genot vergiftigt de uren,
zij geeslen het alleengelaten lijf
met zwepen die geen sterveling kan verduren.
Kortom: daar ligt zij dan die nog naleeft
van wat haar gedoogd vuur haar heeft berokkend:
stram, uitgeput roofdier dat honger heeft
en geen prooi meer kan lokken. -




© A. Roland Holst




Uit: A. Roland Holst Voorlopig, Amsterdam, Van Oorschot, 1976

de Maastricht International Poetry Nights (3)



BLAUWE SCHAAL


Tegen het licht helt deze schaal
op haar voetstuk iets naar links,
een hang naar een andere filosofie
dan fruit.
De stompe hoek doet me denken
aan een bepaalde man:
wat dat scheefgehouden hoofd bezighield
was Kierkegaard, niet Zen.
Gelukkig bewonder ik asymmetrie
maar ook evenwicht,
net als mijn dokter, toen we jong waren,
en hij zijn stethoscoop
licht fronsend liet zakken
en vaardig mijn linkertepel opwipte
zodat die even naast zijn makker hing.
Een zuiver esthetisch gebaar
zoals wanneer ik een pluisje plukte van zijn jas.
Ik herinner me dat we een hoop lachten
om bijna niets. Later hoorde ik
dat zijn huwelijk was stukgelopen
en dacht aan dat jaar
toen we allebei regelmatige
controle raadzaam achtten.
Was het training of een natuurlijke neiging
die hem op het rechte pad hield?


© Jan Owen


Uit: Jan Owen De Kus - vertaald door Maarten Elzinga. Maastricht, Azul Press, oktober 2010.

De bundel van de Australische dichteres verschijnt ter gelegenheid van het 8e Maastricht International Poetry Nights festival.




Zie voor het volledige programma van het Maastrichtse poëziefestival later deze week:

http://www.maastrichtpoetry.com/index.asp?lang=mac

zondag 24 oktober 2010

Gebaar



Als een klein scherp mes
zal ik van je houden.
Je omzichtig openen
op de juiste plaatsen

alle vogels uit je vrijlaten
ze over het brede water
laten wegvliegen.

Ik zal een gebaar maken
waar je niet van schrikt.

Zo kunnen we ons
laten insneeuwen.



© JAN BOERKOEL (1945-2010)



Gedicht van de Maand, de favoriete keuze van stadsdichter Jana Beranová - Rotterdam, oktober 2010

Zie voor méér:

http://www.bibliotheek.rotterdam.nl/NL/Informatie/Pages/GedichtvandeMaand.aspx

vrijdag 22 oktober 2010

Schoenen


LANDINWAARTS





Nacht nog op zee, sterren erboven,
het land links en rechts van de ruigte,
moeras.

Kijkend, wadend door laaghangend licht,
de doornen ontwijkend,
gaan wij op weg naar de top.

In schoenen van aarde steken haar voeten
asgrijs, zwart, heimweegroen,

een etmaal klimmen in mottige wolken
en nog verbergt zij haar hoogte.

Daarboven stroomt water uit rotsen,
daar waanzint de wind,

Ongelooflijke zon laat zich zien.
Het regent alleen boven zee.



© Juliën Holtrigter



Uit: Juliën Holtrigter Omwegen Zoetermeer, Mozaïek/Boekencentrum, 2001

donderdag 21 oktober 2010

Zeven staarten


BEZOEK AAN EEN GELEGENHEID



In de bron wordt gelachen.
Ik ben niet aantrekkelijk.
Reik mij de kam aan Han.
Wat een vergissing. Een fiasco.
Nevel kolkt uitgangwaarts.
Niemand wil Eenoog
Vierend zien knielen. Niemand gelooft
In de kat met zeven staarten.

Het probleem is: ik ontglip.
Aan jou ligt het niet, liefste.
Jij hebt niet méér moeite van me te houden
dan heel de wereld.


© Tonnus Oosterhoff



Uit: Tonnus Oosterhoff Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen, Amsterdam,
De Bezige Bij, 2002

woensdag 20 oktober 2010

Kinderziel



ERFENIS



De witte honden van mijn jeugd
laat ik achter in een leven
met een verwonde kinderziel.

Zij en ik deelden dagelijks
het gevoel vrij en verlaten te zijn.

Zij blaften hun verlatenheid uit hun longen,
ik rende om mijn leven aan hen voorbij.

De witte honden van mijn jeugd zijn al lang dood.
Alleen een elfjarige jongen komt me tegemoet, om me te laten zien,
hoe snel hij zou lopen als de honden er nog waren.



© Gino Chiellino



- vertaling: Daan Cartens -



Van Gino Chiellino (Italië - 1947, werkzaam in Duitsland) verscheen o.a. in 2005 de bloemlezing
Es gab einmal die Alpen. Zijn meest recent gepubliceerde werk is Landschaften aus Menschen und Tagen (2010).
Chiellino leest komende week een aantal van zijn gedichten voor tijdens de Maastricht International Poetry Nights.

Opeens



HERFSTWANDELING


Reeds vroeg ontstegen aan het bed
waarin ook zij wel heeft gelegen
wier doen en laten toen mij tegen-
woordig vaak nog aan het denken zet,

ging ik de herfst in. Allerwegen
stond boomskelet na boomskelet
van alle allerliefsten het
verkoold geraamte in de regen.

Wat is dat toch ontzettend met
relaties die hun einde kregen;
al was je ze ook zeer genegen,

je hebt er jaren van gezwegen
en dan opeens kom je ze tegen
terwijl je op iets anders let.


© Jean Pierre Rawie



Uit: Jean Pierre Rawie Wij hebben alles nog te goed - de mooiste liefdesgedichten,
Amsterdam, Bert Bakker, 2001

Eén kruimel



DE DROOM VAN EEN FLAMINGO



Water water water. Overal alleen maar water.
Was er maar land! Een duimbreed land, wat voor land ook!
Om een poot neer te zetten! Eén poot!

We hebben de goden gesmeekt! Allemaal!
Die van het water, het land, van het noorden, het zuiden.
Om een duimbreed, een spanne, een kruimel vast land, welksoorts ook!
Genoeg om slechts de klauw van één poot neer te zetten!
Niets. Alleen water. Niets dan water.
Water water water.
Een korrel vast land, één korrel maar!
We zijn verloren.


© Aleksander Wat


Uit: Aleksander Wat [eigenlijk: A. Chwat, 1900-1967] Met de huid geschreven,
Amsterdam, Meulenhoff, 1997 - keuze en vertaling uit het Pools: Gerard Rasch

dinsdag 19 oktober 2010

Haar hakken



ANDANTE

Als de tocht niet meer voert naar de
plaats waar alles weer goed komt,
wat houdt haar gaande? Rood zand
op het fresco verbleekt, troost verkleint
tot een blik, tot een handpalm.
Als niet wanhoop met windkracht tien
in haar rug staat, wat houdt haar in gang?

De straatstenen houden haar gaande
ogen likken de gevels, de keel
is gulzig naar lucht. Haar houdt
in gang het plezierpaard lijf dat
geen halt verstaat. Haar hakken
slaan vuur uit de tegels: Dat zij gaat
houdt haar gaande. Zij gaat.


© Anna Enquist


Uit: Anna Enquist Soldatenliederen. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1991

Inktpot



STRAMIEN



De waanzin zelf gaat goed gekleed.
Zijn werk vergt tact, precisie ook.
Dus kruist hij namen aan,
kamt steden uit, tast schedels af.
Veegt hij zijn voeten, is het raak.
Stampt het in de nok.

Weer vraagt zijn vrouw naar zijn pensioen.
En hij met noodweer nog op pad.
Niet snik. 'Verkeerd bedraad.'

Van Luther met zijn inktpot tot Feith,
tot Freud en jou en mij geen mens
die zijn stramien begrijpt.


© Menno Wigman

Uit: Menno Wigman De wereld bij avond, Rotterdam/Amsterdam,
Poetry International-Prometheus, Gedichtendagbundel 2006