Posts tonen met het label Adriaan Morriën. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Adriaan Morriën. Alle posts tonen
donderdag 1 september 2011
Vingertoppen
VRAAG EN ANTWOORD
Ik streelde haar; haar huid
smeekte mijn vingers: ga niet weg.
Ik ging niet weg, ik wilde 't telkens horen,
dit spreken van haar huid tegen mijn vingertoppen,
het antwoord geven en tevredenstellen,
zoals een moeder kinderen sust, een man
een vrouw zegt dat zij slapen moet,
terwijl zij in het donker ligt te wachten,
met grote ogen luistert
of hij het nog eens zeggen zal,
een laatste maal, omdat zij dan pas slapen kan,
wegglijden uit zijn gedachten, haar geduld
dat ongeduld geworden is.
© Adriaan Morriën
Uit: Adriaan Morriën Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1993
donderdag 16 september 2010
Vlinders
MEISJE
Zij ontbloot haar borst als een wonde,
alsof het pijn doet bloot te zijn,
zoals een kind een vlinder in zijn hand
laat zien, bang dat hij weg zal vliegen.
Toch is haar lichaam nergens zo gesloten
als aan haar tepels die ontsteld
van schaamte zouden willen vluchten,
als vlinders uit een kinderhand.
Haar handen kennen niet de weelde
van een beminde vrouw die in haar schoot
haar vingers rusten laat omdat zij moe
gestreeld zijn en haar lippen stilgekust.
Zij raakt verward in kou en warmte,
voelt niet de zekerheid van 't licht
en de verwantschap met haar schaduw.
Haar schoot is in zichzelf gekeerd en bang.
© Adriaan Morriën
Uit: Adriaan Morriën Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1993
vrijdag 26 juni 2009
Boodschap
AFSCHEID
Zul je voorzichtig zijn?
Ik weet wel dat je maar een boodschap doet
hier om de hoek
en dat je niet gekleed bent voor een lange reis
Je kus is licht,
je blik gerust
en vredig zijn je hand en voet
Maar achter deze hoek
een werelddeel
achter dit ogenblik
een zee van tijd
Zul je voorzichtig zijn?
© Adriaan Morriën
Oorspr. uit de bundel Oogappel (1986), later ook in:
Adriaan Morriën (1912-2002) Verzamelde gedichten, Amsterdam, Van Oorschot, 1993
Abonneren op:
Posts (Atom)