Posts tonen met het label Leo Vroman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leo Vroman. Alle posts tonen
dinsdag 22 juni 2010
Huishouden
ZES MIEREN
Ik houd heus heel veel hier in huis
van hoogstens vijf mieren tegelijk.
Als er zes of meer langs het fornuis
of zo lopen te krioelen
dan, hoe langer ik naar ze kijk,
hoe meer ik ze ga voelen
kriebelen, en dan later in bed
loopt er een langs mijn nek maar
dat is eigenlijk een haar,
en een andere bijt in mijn zij want
dat is eigenlijk de rand
van mijn broekje.
En toch, als ik die weg wrijf
hoe griezelig is dan het kronkeldoodje
van zijn lief onwerkelijk lijf.
Al die gekromde pootjes.
© Leo Vroman
Uit: Leo Vroman Nee nog niet dood, Amsterdam, Querido, 2008
woensdag 13 mei 2009
Met één oog open
DE LAATSTE WERELDVREDE
Waarom draait een groot geschil?
Kijk vannacht eens lang en dood
doodstil vanuit de sterren
naar deze kleine aarde.
Wat blijft eigenlijk van verre
over van onze eigenwaarde?
Niets in de eeuwigheid
om voor te vechten zo gezien en
waar kan een oorlog anders nog toe dienen?
Ikzelf was eens in een daarvan gevangen
en zag de eeuwigheid al gapen in de dood-saaie eindeloze tijd
van ons hopeloos verslappende verlangen
naar vrijheid of desnoods een kopje chocola
met niets dan eindeloze slaap daarna.
Mensen! Hoe zoet is men geschapen!
Hoe prachtig past men in elkaar!
Ik ben verliefd op jullie, maar
ik ga met één oog open slapen:
ergens is jullie vreselijkste wapen
vast bijna klaar
© Leo Vroman
Gedicht speciaal geschreven in opdracht van Het Nationaal Comité 4 en 5 mei en voorgedragen tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, 4 mei 1998.
Voor meer poëzie over de meidagen zie het Gedichtenarchief Gedichten voor 4 mei en/of de reeks Dichter bij 4 mei op:
http://www.4en5mei.nl/herdenken/herdenking_organiseren/gedichten
vrijdag 24 april 2009
Even vrolijk, even veel calcium
VIA PILLEN
Saailustig willen de doktoren
dat wij bij alle anderen horen:
even vrolijk, even goed,
even veel calcium in het bloed,
elke handdruk even droog,
elke bloeddruk even hoog,
we zullen nog alleen verschillen
in kleur en kracht van kokhalspillen
die wij van ze moeten willen.
Zo worden wij van nek tot naakt
via de bek gelijk gemaakt.
© Leo Vroman
Oorspr. in Hollands Maandblad, nummer 4 - april 1998. Later in:
Leo Vroman Het andere heelal, gedichten. Amsterdam, Querido, 2005
vrijdag 13 juni 2008
In Kiev, Kleef en elders
DE VERSTANDIGE DOLFIJNEN
Dolfijnen woonden lang geleden
in Kiev, Kleef en andere steden.
Ze hadden talk, thee en handen,
en consuls in de meeste landen.
Maar één dolfijn vond eerst het kruit
en toen zelfs de atoombom uit.
Zij riep: 'Wij zijn te ver gegaan!
Terug ! Terug naar de oceaan!'
Zij wierp zich jurk en al in zee.
Alle anderen doken mee,
en zij verloren in het schuim
weer bril en opponeerbare duim.
Moraal
Dolfijnen! Schatjes! Maak ruim baan,
wij komen achter jullie aan!
© Leo Vroman
zondag 27 april 2008
meidagen (3)
VREDE
Komt een duif van honderd pond,
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met mijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
Sinds ik mij zo onverwacht
in een taxi heb gestort
dat ik in de nacht een gat
naliet dat steeds groter wordt,
sinds mijn zacht betraande schat,
droogte blozend van ellende
staan bleef, zo bleef stilstaan dat
keisteen ketste in haar lenden,
ben ik te dicht en droog van vel
om uit te zweten in gebeden,
kreukels knijpend evenwel,
en 'vrede' knarsend, 'vrede, vrede'.
Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede;
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt mij nu het bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilten voeten,
dat we, eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen, rennen en daarnaast
gillen in elkanders oren,
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.
Mag ik niet vloeken als het vuur
van een stad, sinds lang herbouwd,
voortrolt uit een kamermuur,
rondlaait en mij wakker houdt?
Doch het versgebraden kind,
vuurwerk wordend, is het niet
wat ik vreselijk, vreselijk vind:
het is de eeuw dat niets geschiedt,
nadat eensklaps, midden door een huis,
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen en vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen, de eeuwlange stilte voor-
dat het verbaasde kind in deze zuil
gewurgd wordt en reeds de armpjes
opheft.
Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.
LEO VROMAN
Leo Vroman (1915, Gouda) is in Nederland vooral bekend als dichter. Zelf ziet hij zich in de eerste plaats als man van de wetenschap (biochemicus, bloedonderzoeker). Behalve dichter, bioloog en hematoloog is Vroman ook (toneel)schrijver, tekenaar, schilder en waarschijnlijk nog meer. Moeilijk in te delen, hoort bij geen enkele stroming in de literatuur.
Vroman leeft sinds 1945 in de USA; aanvankelijk in New York, tegenwoordig in Texas.
Leo Vroman, die van joodse afkomst is, vertrok op 14 mei 1940 - de dag van het Duitse bezettersbombardement op Rotterdam - uit Nederland. Met een zeilbootje ontkwam hij naar Engeland. Vandaar reisde hij naar Nederlands-Indië. Toen de Japanners deze voormalige Hollandse kolonie binnenvielen, begon voor Vroman een tocht langs zeker zeven interneringsplaatsen, waarbij hij ook in kampen belandde buiten Indonesië (o.a. Singapore en Osaka).
Vroman en zijn vrouw, de antropologe Tineke (Georgina) Sanders, hebben sinds 1951 een Amerikaans paspoort. Toch geldt Vroman als een van Nederlands grootste levende dichters.
Via zijn vakgebied is zijn naam vereeuwigd in het zogeheten Vroman-effect, de herkenning van bepaalde bloedstollingverschijnselen.
Voor zijn poëtisch oeuvre ontving Leo Vroman in 1964 de P.C. Hooftprijs.
Bovenstaand gedicht, met de zeer bekend geworden slotstrofe, is afkomstig uit Vromans bundel Slaapwandelen (1957).
Abonneren op:
Posts (Atom)