Posts tonen met het label Zbigniew Herbert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zbigniew Herbert. Alle posts tonen
dinsdag 13 december 2011
Maaltijd in lila
STOPPLAATS
We hielden halt in het stadje de herbergier
liet een tafel in de tuin zetten de eerste ster
flitste aan en doofde we braken brood
je hoorde krekels in de ganzenvoet van de avond
gehuil maar het gehuil van een kind daarnaast gekrioel
van insekten van mensen de vette geur van aarde
zij die met de rug naar de muur zaten
zagen een - nu lila - galgenheuvel
tegen de muur een dichte klimop van executies
we aten veel
zoals altijd als niemand betaalt
© Czesław Miłosz
- vertaling uit het Pools: Karol Lesman -
In: Heb medelijden, tijd. Poolse poëzie van de twintigste eeuw, samengesteld en
vertaald door Karol Lesman, Leiden, Plantage, 2003
zondag 18 april 2010
Voor wie
maar wat maakt het ook uit
voor wie een standbeeld is
- Zbigniew Herbert (Polen)
dichtregel op vuilniswagen, Rotterdam
maandag 14 juli 2008
Met herinneringen in de hand
REGEN
Toen mijn oudste broer
terugkwam van de oorlog
had hij een zilveren sterretje op het voorhoofd
en onder dat sterretje
was de afgrond
het was een scherf van een schrapnel
die hem bij Verdun had getroffen
of misschien bij Grunwald
(de bijzonderheden was hij vergeten)
hij sprak veel
in vele talen
maar het meest hield hij
van de taal van de geschiedenis
zolang hij ademen kon had hij
gevallen kameraden overeind getrokken
Roland Karelsen Hannibal
steeds geroepen
dat dit de laatste kruistocht was
dat Carthago weldra vallen zou
waarna hij snikkend bekende
dat Napoleon niet van hem hield
we zagen hem
verbleken
verlaten door zijn zinnen
werd hij langzaam tot een beeld
in de muziekschelpen van zijn oren
trad een stenen bos
terwijl de huid van zijn gezicht
werd dichtgeknoopt
met twee blinde droge
knoopjesoren
wat hem restte
was de tast
ongelooflijk zoals hij
met zijn handen kon vertellen
in de rechter had hij liefdesverhalen
in de linker soldatenherinneringen
mijn broer werd opgehaald
en uit de stad gebracht
nu komt hij elk najaar terug
stil en mager
hij wil niet binnen komen
klopt op het raam ik ga naar buiten
we wandelen door de straten
en hij vertelt mij
de meest fantastische verhalen
mijn gezicht aanrakend
met blinde vingers die huilen.
© Zbigniew Herbert
uit: Zbigniew Herbert Verzamelde gedichten - vert. Gerard Rasch Amsterdam, De Bezige Bij, 1999
dinsdag 10 juni 2008
Laagste viervoeters
STOELEN
Wie had ooit gedacht dat een warme hals een leuning zou worden, en poten die zo graag rennen en dansen tot vier rechte stelten zouden verstijven. Vroeger waren stoelen mooie, bloemen etende dieren. Ze hebben zich echter te makkelijk laten temmen en nu vormen ze de laagste soort van viervoeters. Ze zijn hun weerstand en moed kwijt. Zijn alleen geduldig. Hebben nooit iemand vertrapt, nooit iemand meegesleurd. Ze zijn zich zeer zeker bewust van hun verspilde leven.
De vertwijfeling van stoelen openbaart zich in hun gekraak.
Zbigniew Herbert (1924-1998)
In: Verzamelde gedichten - vertal. uit het Pools: Gerard Rasch,
Amsterdam, De Bezige Bij, 1999
vrijdag 23 mei 2008
Twee evenwijdige rechten
DE BERG TEGENOVER HET PALEIS
De berg tegenover het paleis van Minos is als een
Grieks theater
een tragedie met de rug leunend op een stormachtige
helling
in de rijen heel geurige struiken nieuwsgierige olijven
klappen voor de ruïne
Tussen de natuur en het menselijk lot
bestaat geen wezenlijk verband
zeggen dat het gras spot met de catastrofe
is een bedenksel van ontroostbaren en weifelenden
Een bijzonder geval: twee evenwijdige rechten
snijden elkaar zelfs in het oneindige niet
Meer kan men er in eerlijkheid niet van zeggen
Zbigniew Herbert (1924-1998)
-vertaling uit het Pools: Gerard Rasch, 1999 -
zaterdag 10 mei 2008
In plaats van een horizon
De vijf
1
's Morgens worden ze
naar de stenen plaats gevoerd
en tegen de muur gezet
vijf mannen
twee nog heel jong
de overigen in de kracht van hun leven
niets meer
valt er over hen te zeggen
2
wanneer het peloton
de wapens naar het oog toe brengt
verstart alles opeens
in het helle licht
van het onontkoombare
een gele muur
koud helderblauw
zwart draad op de muur
in plaats van een horizon
dat is het ogenblik
waarop de vijf zinnen in oproer komen
het liefst zouden ze vluchten
als ratten van een zinkend schip
voor de kogel zijn bestemming bereikt
zal het oog het projectiel zien naderen
het oor het stalen suizen registreren
zal scherpe rook de neusgaten vullen
een blaadje bloed het verhemelte beroeren
terwijl de tast verkrampt verslapt
nu liggen ze al op de grond
tot de ogen toegedekt met schaduw
de afmars van het peloton
hun knopen riemen
stalen helmen
zijn meer levend
dan zij die liggen bij de muur
3
ik heb dat niet vandaag gehoord
weet dat niet sinds gisteren pas
waarom dan schreef ik
onbenullige gedichten over bloemen
waarover spraken de vijf
in de nacht voor hun executie
over voorspellende dromen
een avontuur in een hoerenkast
auto-onderdelen
een zeereis
als hij schoppen had
moest hij niet beginnen
wodka was beter dan wijn
waarvan je hoofdpijn kreeg
over meisjes
vruchten
over het leven
en daarom kun je
in de poëzie de namen van griekse herders gebruiken
de kleuren van de ochtendhemel trachten te vereeuwigen
over de liefde schrijven
en ook
nog een keer
met dodelijke ernst
de bedrogen wereld
een roos
aanbieden
Zbigniew Herbert (1924-1998)
In: Verzamelde gedichten - vertal. uit het Pools: Gerard Rasch, Amsterdam, De Bezige Bij, 1999
Abonneren op:
Posts (Atom)