Posts tonen met het label judith herzberg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label judith herzberg. Alle posts tonen
woensdag 1 augustus 2012
De overlevenden
ONTHEEMD
Het lijkt precies, dit land,
op dat waar wij gedwongen werden
scheep te gaan. Na de bekende ramp
zijn wij weer aangespoeld, gered,
zoals dat wordt genoemd.
Wij zijn nu voortaan overlevenden
terwijl degenen die aan land
gebleven zijn niet zo hoeven te heten.
Het land, nu we er weer terug zijn
is wel hetzelfde, maar getekend.
Getekend en beschreven. Alleen
in de herinnering zichzelf gebleven.
© Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg Het vrolijkt, Amsterdam, De Harmonie, 2008
zaterdag 9 juni 2012
Zwenken
BIJNA NOOIT
Bijna nooit zie je een vogel in de lucht
zich bedenken, zwenken, terug.
- Judith Herzberg, op papieren tafellaken van Plint
zondag 18 september 2011
Van takken en blaadjes
Je zoenen zijn zoeter dan
zoeter dan honing en ik vind je
mooier en liever, liever
en aardiger nog dan de koning.
We gaan samen liggen
een eind hier vandaan
we maken van takken
van takken en blaadjes
een vloer en een dak,
dat was onze woning,
of ik was het tuintje
en jij was de tent
daar gingen wij wonen
en blijven en horen
o rep je mijn liefje
ik heb je zo graag
nu of nooit samen slapen
want we zijn er
alleen maar vandaag.
© Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg 27 Liefdesliedjes - een bewerking van het Hooglied,
Amsterdam, De Harmonie, 1971
woensdag 1 december 2010
Nu alles is
DAGLICHT
Uit chaos van lakens en
voorgevoel opgestaan, gordijnen
open, de radio aan, was
plotseling Scarlatti
heel helder te verstaan:
Nu alles is zoals het is geworden,
nu alles is zoals het is
komt het, hoewel, misschien
hoewel, tenslotte nog in orde.
© Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg Doen en laten. Een keuze uit de gedichten, Amsterdam,
Maarten Muntinga i.s.m. G.A. van Oorschot en uitg. De Harmonie, 1994
woensdag 23 juni 2010
Volop zomer!

Er is nog zomer en genoeg
wat zou het loodzwaar
tillen zijn wat een gezwoeg
als iedereen niet iedereen terwille
was als iedereen niet iedereen
op handen droeg.
Judith Herzberg
- kaartenmapje van Plint, met illustratie van Ruscha Langelaan -
donderdag 18 juni 2009
Jaloers
OPGEHEMELD DOOR GELEERDEN
Opgehemeld door geleerden
waar hij in zijn jaloers gewoel
mee competeerde, zich bij voegde –
Terwijl de vrouwen die hij, in zijn angst
van ze te houden, zwetend streelde
zwijgen als het graf.
© Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg Doen en laten. Een keuze uit de gedichten, Amsterdam,
Maarten Muntinga i.s.m. G.A. van Oorschot en uitg. De Harmonie, 1994
zaterdag 6 juni 2009
Allerlei fruit
Keer om, keer om
mooi meisje keer om!
Je danst in je sandalen
met voeten die groeten
met heupen als schakels
gemaakt om te draaien.
Ga mee in de velden
dan gaan we daar slapen
dan gaan we daar kijken
hoe alles gegroeid is
of de knoppen al botten
de blaadjes al groenen,
daar ga ik je zoenen
en bij onze deur
ligt allerlei fruit klaar
rijp en groen
speciaal mijn lief
voor jou bewaard.
Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg 27 Liefdesliedjes, Amsterdam, De Harmonie, 1971
maandag 2 maart 2009
Afgunst zo diep
ALS JE ZOVEEL OM IEMAND GAF
Als je zoveel om iemand gaf
Dat je alles wat je had
Je huis en je hele boel
Daarvoor zou willen geven
Dan werd je alleen maar veracht.
Toch is het een gevoel
Dat inslaat als een flits
Een brand vlamt door je heen
En er is geen rivier
Geen water in de wereld
Dat zulke vlammen blust
Houd me dicht tegen je aan
Als een band om je arm
Als een hanger op je hart
Want sterk als de dood
Is de liefde, en afgunst
Zo diep als het graf
Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg 27 Liefdesliedjes, Amsterdam, De Harmonie, 1971
maandag 19 januari 2009
Ze praten vaak over chocola
GROOTOUDERS
Grootouders wonen in vollere huizen
ze worden nooit oud want ze waren het al
en hoewel je zou denken dat zij zouden denken
aan sterven met ernstige haast, praten
ze vaak over chocola.
Dat is onrustbarend. Hun toekomst is niets.
Ze hebben verhalen die ze herhalen
en woorden waar ze niet op komen
en namen van straten die nu zijn gesloopt
maar nooit iets over iets dieps.
Ze maken zich zorgen en zorgen voor eten.
's Nachts dromen ze nog van slootje springen
hun ouders erbij voor het applaudisseren
hun grootouders ook, met de droge kleren.
Ze betalen het kindertarief op de tram
maar waar halen zij wat wij halen bij hen?
Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg Soms vaak Amsterdam, De Harmonie, 2004
Ook in "Vandaag" (22 november) op de Dagkalender van de Poëzie 2006, van Meulenhoff.
zaterdag 3 januari 2009
Door de straten van de stad
NIET GEBEURD
We waren stompjes, rompen
zonder ledematen, we lagen in de modder
bij een tot puin geschoten Rijksmuseum
en konden elkaar alleen nog
aan onze stemmen herkennen.
Ik geloof zelfs dat ik je
deze droom nog heb verteld.
Intussen is zoiets hier niet gebeurd.
Wel ben ik aan mijn grijze haren
achter jouw praalwagen van leugens
door de straten van de stad gesleurd.
We waren stompjes, rompen
zonder ledematen, we lagen in de modder
bij een tot puin geschoten Rijksmuseum
en konden elkaar alleen nog
aan onze stemmen herkennen.
Ik geloof zelfs dat ik je
deze droom nog heb verteld.
Intussen is zoiets hier niet gebeurd.
Wel ben ik aan mijn grijze haren
achter jouw praalwagen van leugens
door de straten van de stad gesleurd.
JUDITH HERZBERG
Uit: Judith Herzberg Soms vaak, Amsterdam, uitg. De Harmonie, 2004
Uit: Judith Herzberg Soms vaak, Amsterdam, uitg. De Harmonie, 2004
vrijdag 8 augustus 2008
Zo denken dieren
ZOALS
Zoals je soms een kamer ingaat, niet weet waarvoor
en dan terug moet langs het spoor van je bedoeling,
zoals je zonder tasten snel iets uit de kast pakt
en pas als je het hebt, weet wat het was,
zoals je soms een pakje ergens heen brengt
en, bij het weggaan, steeds weer denkt, schrikt,
dat je te licht bent, zoals je je, wachtend,
minutenlang hevig verlieft in elk nieuw mens
maar toch het meeste wachtend bent,
zoals je weet: ik ken het hier, maar niet waar het om ging
en je een geur te binnen schiet bij wijze van
herinnering, zoals je weet bij wie je op alert
en bij wie niet, bij wie je kan gaan liggen,
zo, denk ik, denken dieren, kennen dieren de weg.
Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg Zoals, Amsterdam, de Harmonie, 1992
maandag 14 juli 2008
Een man die tamelijk beroemd is
EEN KINDERSPIEGEL
'Als ik oud word neem ik blonde krullen
ik neem geen spataders, geen onderkin,
en als ik rimpels krijg omdat ik vijftig ben
dan neem ik vrolijke, niet van die lange om mijn mond
alleen wat kraaiepootjes om mijn ogen.
Ik ga nooit liegen of bedriegen, waarom zou ik
en niemand gaat ooit liegen tegen mij.
Ik neem niet van die vieze vette
grijze pieken en ik ga zeker ook niet
stinken uit mijn mond.
Ik neem een hond, drie poezen en een geit
die binnen mag, dat is gezellig,
de keutels kunnen mij niet schelen.
De poezen mogen in mijn bed
de hond gaat op het kleedje.
Ik neem ook hele leuke planten met veel bloemen
niet van die saaie sprieten en geen luis, of zoiets raars.
Ik neem een hele lieve man die tamelijk beroemd is
de hele dag en ook de hele nacht
blijven wij almaar bij elkaar.'
© Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg Beemdgras. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1968 11
vrijdag 4 juli 2008
Met schoothond en schrikvel
OUDERDOM
Later, als ik zwakzinnig ben
met schoothond en schrikvel
houd ik een kruik warm
tegen me aan en praat
ik met je in mijn slaap.
Als je nu kan begrijpen
wat ik dan ga bedoelen,
krakende dorre tak dat ik ben,
ga ik me niet zo afgebroken voelen
maar meer een uitgeblazen paarde-
bloem. Hoor je me dazen?
Daar gaan mijn parapluutjes al.
Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg, Zeepost. Amsterdam, Van Oorschot, (1963) 1974
dinsdag 10 juni 2008
Het is uit tussen ons
AFWASMACHINE
- Aan mijn bestek
Adieu messen en vorken, ik was jullie nooit meer af.
Het is uit tussen ons. Geen toegewijd leuteren meer
tussen zachte doeken, ik stop jullie als lastige kindertjes
in een crèche, ik ben blij dat ik jullie heb,
o, ik zou jullie niet willen missen! Maar nooit
meer zullen jullie als bekenden door mijn handen gaan.
Handenbindertjes! Voortaan zijn jullie vaat.
Hoor eens, we moeten redelijk zijn, het gaat niet aan
die conversaties na het ontbijt, hoe was de pap,
maakte het ei erg vlekkerig, is er niet al te hard
op je gebeten en was de rabarber verfrissend?
En het douwderideine lepeltje mijn deukje mijn
klein fijn mongooltje, moet jij ook door de molen?
O grote opscheplepel worden je kinderen nu voortaan
zonder aanzien des persoons door het water geslagen?
Wij moeten niet kinderachtig zijn. Warme sopjes
hebben hun tijd gehad. De wereld eist ons op
voor gewichtiger zaken. Mijn persoonlijkheid
bijvoorbeeld, moet nog ontplooid. Dat
kan natuurlijk niet met jullie, of met de kopjes.
© Judith Herzberg
Uit: Doen en laten. Een keuze uit de gedichten, Amsterdam, Maarten Muntinga i.s.m. G.A. van Oorschot en uitg. De Harmonie, 1994
Abonneren op:
Posts (Atom)