Posts tonen met het label Peter Ghyssaert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter Ghyssaert. Alle posts tonen
donderdag 12 januari 2012
Boven terrines
HET HERENHUIS
De tafel op 't gelijkvloers was gedekt
maar waar was iedereen?
Damp hing boven de terrines
en het onberispelijk bestek.
Een lamp van kleurig glas
maakte ook nog gezelligheid
en in de hoeken wuifden
palm en kamerplant
maar waar was iedereen?
Die van de kelder loerden
naar die van de zolder
en omgekeerd.
© Peter Ghyssaert
Uit: Peter Ghyssaert Jubileum en andere gedichten Amsterdam, Bert Bakker, 1997
donderdag 18 augustus 2011
Hitte
DE STRIJKSTOK
Uit het hardste hout gesneden, nauwelijks aangeraakt,
ook door het babbelzieke wijf niet dat hem van haar
moeder had, de bes die al jaren niet meer speelde
maar haar op- en afstreek in de schommelstoel op
de veranda deed. Waar was hij toen de Grote Oorlog
uitbrak en de veldkeukens als reizende orkesten vol
met zenuwlijders langs de kerken raasden? In zijn huis,
zijn donkere huis, waar de platanen hees van stilte
in de stapelhitte stonden te verkommeren. En toen
miljoenen op het platteland verhongerden en doofden als
één vlam? Toen was hij thuis - de mededelingloze zee van
jaren laat het bloed in hete sluiers door de sparren
vliegen, laat de stervende verlangen naar de luchtbel van
een goudvis. Slapend, glans opsparend tussen aubergine-
kleurig velours, wordt hij weer van het bos, in onverschillig
suizelende nachten, in massieve zomers van miljarden
takken. En er is geen hand die hem beveelt; geen mythe
die hem zoekt; geen snaar die hem langs onder streelt.
Water - te veel - achter de dijk; wind omsingelde de bomen;
hitte in de ogen van gezichten die al jaren zijn vergeeld.
© Peter Ghyssaert
Openingsgedicht uit: Peter Ghyssaert Ezelskaakbeen Amsterdam, Atlas, 2011
Abonneren op:
Posts (Atom)