Posts tonen met het label Ahmed Arif. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ahmed Arif. Alle posts tonen
dinsdag 29 juni 2010
Blauwe mijn
GEGROET
De dag breekt aan,
Je sneeuw brengt doorregende aarde.
Beek van Incesu, gegroet.
Op het dak kwetteren de mussen boven alles uit,
In de wolken zweeft de adelaar,
Nog adembenemender.
Iemand die wacht op een vergunning
Trekt nog een knoop van zijn borst.
Beek van Incesu, gegroet.
Jonge vlaggen wapperen,
Denken aan vrede,
In de mijnen ziet het blauw van de arbeiders.
Ik denk aan alles,
Vierentwintig uur lang
En ik denk aan jou,
Donker, hartstochtelijk...
Aan jou, de grootste vrucht van de wereld
Een regel uit een lied over een liefdesverklaring,
Wordt rijp, roert zich bij mij vanbinnen,
Jouw ogen verschijnen in mijn herinnering...
Toch wordt mijn wens niet vervuld.
Of ik van wit weet of zwart,
Meer zit er voor mij niet in...
Mijn ogen zijn het lachen vergeten.
Mijn lippen het kussen.
Beek van Incesu, gegroet...
Ahmed Arif
- vertaald uit het Turks door Sytske Sötemann -
Uit: Moderne Turkse Poëzie - Mehmet Emin Yildirim, Sytske Sötemann en Mehmet Çetin (samenstelling). Amsterdam, Atlas, 2010.
MERHABA
Gün açar,
Karin νerír yağmurlu toprak.
İncesu Deresi, merhaba.
Saçakta serçeler daha çılgındır,
Bulutlarda kartal,
Daha çalimli.
Koparır göğsünden bir düğme daha,
Tezkere bekleyen biri.
İncesu Deresi, merhaba.
Genç bayraklar vardir,
Bariş düştinür,
Kuyularda işçi maνilikleri.
Ben hepsíní düşünürüm,
Yirmidört saat
Ve seni düşünürüm,
Karanlik, hirsli...
Seni, cihanların aziz meyνası
İlân-ι aşk makamından bir mısrâ,
Yeşeríp, kımıldar içimde,
Düşer aklima gözlerin...
Oysa murad alamam.
Oysa akdan-karadan
Bilírím, payım bu kadar...
Unutmuş gülmeyi gözbebeklerím.
Unutmuş dudaklarim öpmeyí.
Íncesu Deresi, merhaba...
Ahmed Arif
zaterdag 22 mei 2010
Luciferhoutje
VΑΝ VERLANGEN NAAR JOU HEB IK MIJN KETENEN VERSLETEN
Over jou te kunnen vertellen, over jou.
Aan de goede kinderen, aan de helden.
Over jou te kunnen vertellen, over jou,
Aan de eerloze, aan de zot,
Aan de achterbakse leugenaar.
Hoeveel strenge winters achter elkaar,
Sliep de worm, de vogel, de kerker, sliepen zij
Bij het lawaai buiten van een haastige wereld...
Alleen ik sliep niet,
Hoeveel nachten, lentes,
Heb ik uit verlangen naar jou mijn ketenen versleten.
Laat ik bloedrozen in jouw haar steken,
Eentje aan die kant,
Eentje aan deze kant...
Zou ik maar οm jou kunnen schreeuwen, οm jou,
In bodemloze putten.
Naar een vallende ster.
Naar een luciferhoutje.
Naar een luciferhoutje dat in de eenzaamste
Gοlf viel van de oceaan.
Zou ik maar over jou kunnen vertellen, over jou,
Over de verloren betovering van eerste liefdes,
Over verloren kussen,
Aan hem, aan wie de onverwacht dalende avond voorbijgaat,
Die in gedachten verzinkt, een borrel, een sigaret...
Jouw afwezigheid is een andere naam voor Hel
Ik heb het koud, doe je ogen niet dicht...
© Ahmed Arif (Dyarbakir, 1927 - Ankara, 1991)
- vertaling uit het Turks: Sytske Sötemann -
Uit: Moderne Turkse Poëzie - Mehmet Emin Yildirim, Sytske Sötemann en Mehmet Çetin (samenstelling). Amsterdam, Atlas, 2010.
HASRETIΝDEN PRANGALAR ESKITTIM
Seni anlatabilmek seni.
Iyi çocuklara, kahramanlara.
Seni anlatabilmek seni,
Namussuza, haldan bilmez,
Kahpe yalana.
Ard-arda kaç zemheri,
Kurt uyur, kuş uyur, zindan uyurdu
Dişarda gürül-gürül akan bir dünya
Bir ben uyumadım,
Kaç leylim bahar,
Hasretinden prangalar eskittim.
Saçlarına kan gülleri tαkayım,
Bir ο yana
Br bu yana...
Seni bağırabílsem seni,
Dipsiz kuyulara.
Akan yıldıza.
Bir kibrit çöpüne varana.
Okyanusun en ıssız dalgasina
Düşmüş bir kibrit çöpüne.
Yitirmiş tılsımını ilk sevmelerin,
Yitirmiş öpüctikleri,
Payi yok, apansiz inen akşamdan,
Bir kadeh, bir cigara, dalip gidene,
Seni anlatabilsem seni...
Yokluğun, Cehennemin öbür adıdır
Üşüyοrum, kapama gözlerini...
Ahmed Arif
woensdag 12 mei 2010
Hevig voorjaar
VROEG DAALT DE AVOND OVER DE GEVANGENIS
Vroeg daalt de avond over de gevangenis.
Zelfs als draak begin je daar niets tegen.
Noch je kundigheid in de strijd,
Noch je dappere heldenhart,
Wapent je tegen weemoed
Die zich zachtjes in je nestelt, je verteert.
Vroeg daalt de avond over de gevangenis.
Zeven stalen bomen worden neergelaten,
Sluiten zeven poorten af.
En dan plotseling treurt de tuin
Daar aan de voet van de muur.
Drie takken nachtelijke rust,
Drie wortels driekleurige viooltjes...
In dezelfde vreselijke liefde
Hangt de wolk in de lucht, de abrikoos aan de tak.
De gevangenschap begint zwaar te vallen.
De duisternis is beklemmend...
Oρ het eiland zingt iemand de 'Koerdenbruid'
Terwijl ik op en neer loop langs de kooien
En aldoor onmogelijke dingen verzin,
Lachwekkende, onhandige, kinderlijke...
Werd ik maar neergeschoten, verslagen, zeg ik,
Spiernaakt, in een gevecht.
Waren vriendschap en vijandschap
Maar even manhaftig.
Maar dat kun je vergeten,
Bajonetten worden oρ lopen gezet.
De nachtronde van de bewakers begint...
Gretig strijk ik een lucifer af..
Met de eerste trek rook ik mijn sigaret tot de helft op,
Ik inhaleer diep, heel diep, een teug zal mijn laatste zijn.
Ik weet het, 'jij ook al?' zul je zeggen.
Maar vroeg daalt de avond over de gevangenis.
En buiten is het hevig lente,
Ik ben gek op je,
Stapelgek...
Ahmed Arif
- vertaling uit het Turks: Sytske Sötemann -
Gedicht Αkşam erken iner mahpushâneye, in:
Moderne Turkse Poëzie - Mehmet Emin Yildirim, Sytske Sötemann en Mehmet Çetin (samenstelling). Amsterdam, Atlas, 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)