Posts tonen met het label anoniem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label anoniem. Alle posts tonen
zaterdag 7 april 2012
Vertrek
Zodra het anker was gelicht, is het schip vertrokken.
Als je nu heengaat, wanneer keer je dan terug?
Kom toch weer veilig bij mij thuis
zoals je nu over de wijde blauwe golven wegvaart!
Bij het horen van visserliederen in de nacht
zal mijn hart breken van verlangen naar jou...
Anoniem gedicht in: Liefde rond, liefde vierkant - bloemlezing uit zeven eeuwen sijo-poëzie. Vertaald uit het Koreaans en beschreven door Frits Vos.
Deel 7 van de Oosterse Bilbiotheek, Leiden/Amsterdam, Meulenhoff, 1978
donderdag 18 augustus 2011
Niet lang
En wat was de liefde nu? Wat was zij?
Was zij rond? Was zij vierkant?
Was zij lang? Was zij kort?
Kan ik haar omspannen of meten?
Echt lang is zij, geloof ik, niet;
maar toch weet ik niet waar zij ophoudt.
- anoniem -
Een van de bekendste anonieme Koreaanse liefdesliederen, deze versie in:
Liefde rond, liefde vierkant - bloemlezing uit de sijo-poëzie. Zeven eeuwen Koreaanse poëzie,
vertaald uit het Koreaans en beschreven door dr. F. Vos.
De Oosterse Bilbiotheek, Deel 7. Leiden/Amsterdam, Meulenhoff, 1978
dinsdag 15 februari 2011
Wandspiegel
Weer wat kleren heb ik uitgetrokken
en ze mijn knechtje laten verpanden bij het wijnhuis…
Nu kijk ik omhoog naar de heldere hemel
en dit is wat ik de maan vraag -
‘Luister eens: Li Po, die oude zatlap,
wat was hij vergeleken bij mij?’
- Namp'a Kim Ch'ŏnt'aek
Namp'a Kim Ch'ŏnt'aek (ca. 1700) was oorspronkelijk politieman, doch verwierf roem als zanger.
*
Ik wil je vergeten,
maar dat schijnt onmogelijk…
Ik wil mijn liefde als zinloos zien
en in bed keer ik mijn gezicht naar de muur,
maar de wand wordt een spiegel
en die toont slechts jouw gezicht.
- anoniem -
Twee gedichten uit: Liefde rond, liefde vierkant - bloemlezing uit de sijo-poëzie. Zeven eeuwen Koreaanse poëzie, vertaald uit het Koreaans en beschreven door dr. F. Vos.
De Oosterse Bilbiotheek, Leiden/Amsterdam, Meulenhoff, 1978
Labels:
anoniem,
dichterswit,
Namp'a Kim Ch'ŏnt'aek
maandag 18 oktober 2010
Achtervolging
Ik zwoer niet meer te zullen drinken,
maar de wijn blijft mij achtervolgen.
Houd ik, die drink, van hem
of houdt mijn belager van mij?
Met mijn kom in de hand vroeg ik het de maan,
maar die zei: ‘Maakt dat iets uit?’
*
Mijn man is pas gestorven
en tranen vallen op mijn borst.
Zilt is de smaak van mijn melk
en razend mijn baby…
De ellendeling! Waarom vond hij
dat ik met hem moest trouwen?
- anoniem -

Twee gedichten uit: Liefde rond, liefde vierkant - bloemlezing uit de sijo-poëzie. Zeven eeuwen Koreaanse poëzie, vertaald uit het Koreaans en beschreven door dr. F. Vos.
De Oosterse Bilbiotheek, Leiden/Amsterdam, Meulenhoff, 1978
zaterdag 7 februari 2009
De trappen vegen
Αls je geen wond draagt midden op je borst,
Blijf ik onaangedaan bij je rug doorzeefd met kogels.
*
Leven op deze aarde van ballingschap richt me te gronde.
God geve dat ik naar mijn hoge bergen mag terugkeren!
*
Wat zou je anders kunnen doen dan de strijd ingaan?
Onderworpen ben je minder dan de slaaf van een slaaf.
*
Mijn man is hindoe en ik ben mohammedaanse,
Uit liefde veeg ik de treden van de verboden tempel.
Vier korte gedichten van anonieme Afghaanse Pasjtunvrouwen die als vluchteling leven in Pakistan.
In: Liefde kon maar beter naamloos zijn – 150 dichteressen voor Amnesty International. Samenst. Daan Bronkhorst, 2000,
Breda, De Geus
zaterdag 24 januari 2009
Meneer 1 t/m 11
DE DAG
Meneer één legt zijn handen op tafel dan weer
op zijn schoot stamelt over een geweer dat hij
verborg toen verkocht het leger riep hem op hij
had geen wapen en dat was twee jaar cel.
Meneer twee komt met zijn vrouw hoogzwanger
en nog meer zwanger is de angst in haar ogen
ze verlieten hun dorp honger en werden gepakt.
Meneer drie heeft een agent geslagen wist hij niet.
Meneer vier liep zomaar de grens over waar zijn
kinderen zijn weet hij niet eigenlijk weet hij
niets. Vijf en zes hebben wel hun papieren.
Zeven weet ook alle data nog heel precies.
Meneer acht is 's nachts van zijn bed gelicht
en betaalde flink. Het verhaal van meneer negen
lijkt sprekend op meneer één weer dat geweer.
Tien en elf zijn uit hetzelfde dorp dat was de dag.
De meneer die mijn baas is legt de dossiers
heel precies op een stapel bergt zijn pennen
op. Dat was de dag het schiet niet op er was
dit keer alweer geen echte vluchteling bij.
Gedicht van - anonieme - Cambodjaanse vrouw die als tolk werkte bij de VN-vluchtelingenοrganisatie in een opvangkamp in Thailand.
In: Daan Bronkhorst (samenst.) Liefde kon maar beter naamloos zijn – 150 dichteressen voor Amnesty International, 2000, Breda, De Geus.
Abonneren op:
Posts (Atom)