Posts tonen met het label Harry Mulisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Harry Mulisch. Alle posts tonen

woensdag 8 augustus 2012

Nee, meer een plas



Droge naald etst hen aan de rand van het bos:

Jager & hond. Nevel arcerend in koper.
Oktober. Een dinsdag in het jachtseizoen.

Zon, nog begraven onder het mos, woelt al
Tussen de wortels. Metaal krult van de plaat.
Metaal als geweerloop. Metalen kogel.

Mist ligt in vitrages over het meer, nee
Meer een plas, trage schaal vloeibare lucht.
Jager & hond roerloos tussen hout en water. 


© Harry Mulisch

 
Uit: Harry Mulisch De vogels - drie balladen (gedichten).
Amsterdam, Atheneum-Polak & Van Gennep, 1974

vrijdag 9 september 2011

Water van lakens


SONNET VAN HET BED



wanneer de ochtend zacht het labyrinth
van slaap begraaft onder bedauwd licht
van de stad (haar catacomben, gedicht
door meeuwenschreeuw) verschijnt het kind

bij het bed waarin het is volbracht
door ons, in duizelend sterrenuur,
met maanscheuten, die walmende nacht:
roof uit de droom, geschenk aan de duur.

het ruikt zijn oorsprong, plonst in water
van lakens, wollen golven, doorwaadt er
kussenbranding, doorzwemt het ledikant

dat ooit als oerzee dampende het strand
likte, het ongeziene, verbrande land
dat de gast wacht die uit zee kwam, later.



© Harry Mulisch


Uit: Harry Mulisch De wijn is drinkbaar dank zij het glas, Amsterdam, De Bezige Bij, 1986 (2e dr.) 

vrijdag 5 november 2010

Wij die



EEN BEGRAFENIS


'zο plοtseling, wie had dat verwacht'
'zenuwen en sigaretten, ik heb hem gewaarschuwd'
'redelijk, dank je'
'pak die bloemen uit'
'zijn broer had het ook aan zijn hart, vast een familiekwaal'
'met die baard had ik u nοοit herkend'
'eigen schuld, hij moest zich overal mee bemοeien'
'die nieuwe zou iets zeggen, maar ik zie hem nergens'
'Kazek zit in Warschau, Tadek in het buitenland'
'jij bent de enige die zο slim was οm een paraplu mee te nemen'
'wat maakt het uit dat hij de knapste was van allemaal'
'een tussenkamer, Baśka gaat er nooit mee akkoord'
'hij had natuurlijk gelijk, maar dat is nog geen reden'
'raad eens hoeveel, met het lakken van de pοrtieren erbij'
'twee dοοiers en één eetlepel suiker'
'niet zijn zaak, waar had hij dat νοοr nodig'
'uitsluitend blauwe en alleen kleine maten'
'vijf keer en niet één keer antwoord'
'οké, ik had misschien, maar jij net zο goed'
'goed dat zij tenminste nοg dat baantje had'
'weet ik eigenlijk niet, vast familie'
'die pastoor lijkt sprekend οp Belmοndο'
'ik ben nog nooit op dit deel van het kerkhof geweest'
'ik droomde een week geleden van hem, ik had zo'n voorgevoel'
'niet onknap, dat dochtertje'
'het staat ons allemaal te wachten'
'kun je de weduwe namens mij, ik moet op tijd zijn voor'
'toch klonk het plechtiger in het Latijn'
'voorbij is vοοrbij'
'tοt ziens, mevrouw'
'zullen we ergens een biertje'
'bel me, dan praten we verder'
'met de vier οf de twaalf'
'ik deze kant'
'wij die'


© Wíslawa Szymborska


- vertaald uit het Pools door Gerard Rasch -


Uit: Wíslawa Szymborska Einde en begin - gedichten 1957-1997, Amsterdam, Meulenhoff, 1999.

* Morgen, zaterdag, wordt schrijver en dichter Harry Mulisch (1927-2010) - na een laatste overtocht per boot - begraven aan de Amstel, op Zorgvlied

dinsdag 2 november 2010

Herinnering aan Harry (1)



HET INCIDENT TE MAINZ *


Rheinreise, am 9. Juni 1984

In den Schleusen hab' ich einen hohen Aufblick
zu den Kaimauern von Silber & Schwarz

Ein Luxusgefangener, ein Dichter…


Zo was daar, zomer 1984, die Rheinreise. Dichters uit de landen waar de rivier de Rijn door of langs stroomt, waren aan boord geïnviteerd van het Rijncruiseschip Deutschland, voor die gelegenheid omgedoopt tot Das Narrenschiff.
De Nederlandse delegatie viel te onderscheiden in een 'Rotterdamse' en een 'Amsterdamse'.
De 'Rotterdamse' bestond uit het echtpaar Buddingh’, Cees en Stien, de arbeidersdichter Wim de Vries ‘uit Puttershoek’ en mijzelf. Gevieren deelden wij een coupé in de internationale trein naar Bazel, het startpunt van de boottocht.

En… Bob den Uyl! Die zwierf op dat moment door Duitsland en zou zich in Bazel bij het reisgezelschap voegen.

De 'Amsterdamse' delegatie was veel groter: Harry Mulisch, Remco Campert, Cees Nooteboom, Gerrit Kouwenaar , Bert Schierbeek en Bernlef.

Adriaan van Dis was mee als journalist.
Verder waren nog van de partij Louis Ferron uit Haarlem en Wiel Kusters uit Maastricht.
Wij werden culinair enorm in de watten gelegd. Iedere ochtend was er een reusachtig ontbijt. Middagmaal en avond werden bovendien rijkelijk met drank besprenkeld. Dichters zijn “heelalcoholici”. Dus dat beviel goed. Al te goed.
Bovendien werd tussendoor van elke Wijnberg die de boot passeerde de Spätlese te proeven aangeboden. Ik kan me niet herinneren ooit zo continu in de lorum te zijn geweest als op die Rijnreis.


Ik herinner me ook dat Remco Campert geheel roze was aangelopen. Naar zijn mening omdat hij te lang aan het dek in de zon gezeten had. Nee, Remco, dichtte een van zijn collega’s toen, dat komt / doordat jij een zuipschuit / op een zuipschuit…
Af en toe legde de Deutschland aan bij een Rijnstad en moest er - met voordrachten - opgetreden worden.

Eenmaal werden wij geacht bovendien zelf voor ons avondeten te zorgen..!
Dat was in Mainz.

Op een of ander manier functioneerde Harry Mulisch als 'leider' van de groep.
De Olympiër was zeer met mij ingenomen. Het was in de tijd van de kruisrakettenkwestie. Ik had in de Volkskrant de stelling ingenomen – niet als dichter, maar in mijn andere hoedanigheid, die van jurist - dat kruisraketten oorlogsrechtelijk bezien verboden wapens zijn.
Harry Mulisch, mordicus tegen plaatsing van de kruisraketten, had dat artikel gelezen. Ik kon geen kwaad bij hem doen!
Meestal ontbeet ik ’s ochtends aan het Rotterdamse tafeltje. Dus met de beide Buddingh's, Wim de Vries en, uiteraard, Bob den Uyl, eigenlijk de enige ‘echte’ Rotterdammer onder ons.

Bob bleek geobsedeerd door Mulisch. Hij hield het Amsterdamse tafeltje goed in de gaten: "Kijk, hij neemt zijn pijp uit zijn mond. Nu gaat Hij Spreken! De Olympiër, zo noemen die grachtengordeltypes hem! En dat laat hij zich aanleunen!"

Die avond in Mainz verkeerde ik in het gezelschap van Mulisch, Ferron en Adriaan van Dis. De laatste bleek voor ons een tafeltje gereserveerd te hebben in een werkelijk overvol Balkanrestaurant.
Terwijl wij daar aan het voorgerecht zaten, kwam plots Bob den Uyl het restaurant binnenwaaien. Hij zag ons. En verstijfde! Mulisch! Hij keek duidelijk rond of hij niet ergens anders kon gaan zitten. Maar, nee, het restaurant was werkelijk stampvol. Dus moest hij wel bij ons aan tafel.
De heren Van Dis, Mulisch en Ferron knikten hem vriendelijk toe, maar gingen vervolgens rustig verder met hun Exclusieve Herengesprek. Bob had alleen mij.
"Mijn kat is overleden", zei Bob. Hij had die middag naar huis gebeld en toen was hem dit droeve nieuws meegedeeld... Hij zag er ontdaan uit. Hij had ook gedronken. Aangenaam gezelschap was Den Uyl sowieso niet als hij had gedronken, en nu dus al helemaal niet.

De boot zou stipt om tien uur vertrekken. Het was inmiddels half tien, we moesten er nog naar toe lopen, en bovendien afrekenen. Een ober kwam met de rekening. Het was, als we naar boven zouden afronden voor een fooi, 300 mark.
"Mooi", zei Mulisch "dat is dan voor ieder van ons 60 mark…"
"Nee", meende Bob, "ik heb veel minder gehad dan jullie."
Hij pakte de rekening en begon minutieus te tellen hoeveel iedereen, met name hijzelf, precies bijdragen moest.
Het was duidelijk dat wij in dat barstensvolle restaurant, met niets dan gejaagde obers, ons geen langdurige discussie over de rekening konden permitteren. De tijd drong!
Weer nam Mulisch doodbedaard zijn pijp uit zijn mond en zei:
"Maar, Bob, dan bewandelen wij toch de Koninklijke Weg! Dan houden wij je toch vrij! Dan betalen wij anderen, ieder van ons 75 mark." Zo gezegd, zo gedaan.

Op de terugweg naar de boot liep ik naast Mulisch en Ferron.
Bij de Olympiër verliet weer eens de pijp de omheining zijner tanden.
"Heeft die Bob iets tegen mij?" vroeg Harry.
En Louis Ferron, nooit te beroerd voor wat Haarlemmer olie op de golven - God hebbe zijn ziel – antwoordde toen: "Harry, jij bent een Olympiër. En Bob is maar een eenvoudige Rotterdamse volksjongen. Die kijkt hoog tegen je op. Maar eigenlijk mag hij dat niet van zichzelf, begrijp je?"
"Tja, dat moet het wel zijn", zei Harry, en stak zijn pijp terug in zijn mond.
Ik besloot deze twee Heren even alleen te laten en keerde mij om naar de ‘Rotterdamse Volksjongen’, die een twintigtal meters achter ons liep.

Bob, tot mijn verbazing, juichte!
"Híj heeft voor mij betaald! Híj heeft voor mij betaald!"

Aldus vond in Mainz, in de junidagen van 1984,
de overwinning plaats van 010 op 020…



MANUEL KNEEPKENS



* Toespraak gehouden bij de presentatie van Fraaie vergezichten die onze reis vergallen -
postuum verschenen gids bij een wandeling door Rotterdam aan de hand van Bob den Uyl
(uitgeverij Douane, maart 2010).

Nóg een herinnering



'Twee jaar geleden ging ik met onze oudste dochter naar Amsterdam om te winkelen. Zij hoopte ook BN’ers tegen te komen. Al snel had ze geluk: Chris Zegers kwam langs. Op onze urenlange tocht van het centrum naar Oud-Zuid was de score verder nihil. Tegen vijven pikten we een terrasje in de P.C. Hooftstraat. Naast Harry Mulisch waren nog twee plaatsen vrij. Onze dochter plofte tegenover hem neer en riep: „Wat jammer hè mam, dat we behalve Chris Zegers geen enkele andere bekende Nederlander zijn tegengekomen.” Gelukkig sloeg Mulisch het glas wijn dat ik hem aanbood niet af.'

Mascha Verhagen-Maat



Met dank aan ik@NRC, op de achterpagina van NRC Handelsblad van maandag 1 november 2010

zondag 31 oktober 2010

Harry Mulisch (1927 - 2010)


VERSLAG VAN DE UITGEZONDEN BODE?


Achter duinen zag ik ijzer
In een geul door zand stromen
Toen ik bij de brug kwam. Maar eerst
Zocht ik de bron van het ijzer.
Toen ik de bron van het ijzer
Gevonden had, keerde ik terug
Naar de rivier. Ik verdwaalde
In het ijzer onder de brug
Aan het water. Gekruiste balken,
Klinknagels dreven het zweet
Uit mijn gezicht. Ik ging terug
Naar de bron van het ijzer,
Niet bang voor het ijzer, bang
voor de brug.


© Harry Mulisch



Uit: Harry Mulisch De Gedichten 1974-1983, Amsterdam, De Bezige Bij, 1987.

Een 'oorlogsgedicht' van Mulisch staat op:
http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2009/05/zijn-vader.html

Vervlogen feest (voor Harry)



EIND VAN DE ZOMER
*


Ze worden weer langer, de brieven
naar het licht, getekend op
lichtzinnige bladeren, de verhalen gaan mee
met de zon, licht en spraakzaam,
het dubbelzinnige feest is vervlogen.
De wereld van wat mogelijk is groeit
met de schaduwen. Er is er maar een die zegt:
Het blijft zoals het was.
Als een dief trekt de wind
aan onze kleren, en het water
houdt zich niet meer terug.


©
Michael Krüger


- vertaling uit het Duits: Cees Nooteboom -

vrijdag 27 augustus 2010

Kussenbranding


SONNET VAN HET BED



wanneer de ochtend zacht het labyrinth
van slaap begraaft onder bedauwd licht
van de stad (haar catacomben, gedicht
door meeuwenschreeuw) verschijnt het kind

bij het bed waarin het is volbracht
door ons, in duizelend sterrenuur,
met maanscheuten, die walmende nacht:
roof uit de droom, geschenk aan de duur.

het ruikt zijn oorsprong, plonst in water
van lakens, wollen golven, doorwaadt er
kussenbranding, doorzwemt het ledikant

dat ooit als oerzee dampende het strand
likte, het ongeziene, verbrande land
dat de gast wacht die uit zee kwam, later.



© Harry Mulisch


Uit: Harry Mulisch De wijn is drinkbaar dankzij het glas, Amsterdam, De Bezige Bij, 1976

woensdag 6 mei 2009

Zijn vader




[ONGERIJMDHEDEN 11]



Dat komt gewoon doordat zijn vader eens.
gewoon omdat zijn vader in zijn jeugd.
doordat zijn vader in zijn jeugd gewoon.
gewoon al in zijn jeugd zijn vader toen.

omdat zijn vader ooit eens tegen hem.
ooit gewoon eens in zijn jeugd hem tegen.
dat komt gewoon doordat zijn vader ooit.
gewoon hem in zijn jeugd toen ooit al eens.

ooit eens tegen hem en nooit zijn moeder.
nooit zijn moeder in zijn jeugd zijn vader.
gewoon toen tegen hem zijn moeder ooit.
nooit eens in zijn jeugd gewoon ooit vader.


© Harry Mulisch


Uit: Harry Mulisch De Gedichten 1974-1983, Amsterdam, De Bezige Bij, 1987.

zaterdag 14 maart 2009

Spiegelei



DE TAAL

is een ei. de
poëzie:

het
kuiken. (proza:
spiegelei.)



©
Harry Mulisch



Uit: Harry Mulisch De Gedichten 1974-1983, Amsterdam, De Bezige Bij, 1987.