Posts tonen met het label Hans van de Waarsenburg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hans van de Waarsenburg. Alle posts tonen

dinsdag 28 februari 2012

Zwaaiend



Ik wil niets meer
dan dit mooie uitzicht, naar mij


Zwaaiende vissen. De sluier van je haren en heuvels

Die glooien. Een ode aan alles wat langzaam verdwijnt.
 
 
 
© Hans van de Waarsenburg








- uit de nieuwe bundel van dichter Hans van de Waarsenburg, Schaduwgrens. Verschijnt 10 maart as. bij Wereldbibliotheek, Amsterdam.
 
 
 
 
 

zondag 25 december 2011

Spiegel (1)



Gedicht KRA!, op verzoek van het Letterkundig Centrum Limburg
geschreven door Hans van de Waarsenburg -
aangeboden ter gelegenheid van de jaarwisseling 2011 | 2012.

Spiegel (2)


WINTERREIS


                                     'Eine Krähe war mit mir'

Alles gaat voorbij, streep na streep
De schaduw, het hoesten. Traag

Slaan de deuren dicht, spreekt
Het grijs van veldmutsen. Ieder

Gezicht is een perron, de tijd
Een dovemansoor. In dit

Niemandsland is een bed een
Gebaar, een droom van rust

Waarin je gezichten bedenkt,
Stemmen hoort van alle jaren,

Waarin de zwarte spiegel
Van het raam winters meereist.


© Hans van de Waarsenburg


fragm. uit Winterreis, Nederlands-Engelse bibliofiele eindejaarsuitgave met drie nieuwe gedichten van Hans van de Waarsenburg, grafisch verzorgd en gedrukt bij In de Bonnefant/Hans van Eijk, Maastricht-Banholt.

maandag 4 oktober 2010

Modellen


DE DAMESKAPPER
(II)


De watergolfslag van zijn ambities
liet hem niet onberoerd
In de weekenden reisde hij
met modellen door het land

altijd met vrouwen bezig

Verzilverd, gediplomeerd, gefotografeerd
keerde hij terug en liet dit andere
gewicht inlijsten

Uit al deze lijsten, verkreukeld en vernietigd,
herken ik nog altijd mijn moeder en andere vrouwen.


© Hans van de Waarsenburg



Uit: Hans van de Waarsenburg "Avondlicht", e-book, selected poems
een keuze uit de gedichten

Bron:
http://www.e-books.com.mk/
[Blesok Publishing, Macedonia]

donderdag 30 september 2010

Kanon


TOULON



Geluid dat uit de foto's stijgt
Kale plekken binnen het hoofdgordijn
Wie er allemaal verdwenen zijn
Tegen de lijmstokken van de dood gevaren

Roekeloos, as, verstrooid verleden
Stomme film zonder gebaren

Naar de dood richt ik elk grijs kanon
In de haven van Toulon.



© Hans van de Waarsenburg


Uit: Hans van de Waarsenburg De dorst der havensteden, Amsterdam, J.M. Meulenhoff, 1990

dinsdag 17 augustus 2010

Herschikt, steen voor steen


ROTTERDAM



Eens liep hier een grootmoeder
Kettingen, sprak zij, ratelend en goederen
Gestapeld op de kade. De lucht, lichtend
Als haar naam voor ze werd geborgen
En taai niet wilde breken. Rotterdam
De lege dagen in haar leven. Een stad
Stilzwijgend verhuld. Zandgrond later
Waar ze niet groeide en kinderen, baarde
Scheepsgewijs heimwee, slechts zelden gestild
Soms wandel ik er nu: plat verleden
Steen voor steen herschikt. Denk kort
Aan haar. Zie de grijze ogen, tranend
Gebroken. Oma wachtend op de dood
Die krakend kwam, zo ver van Rotterdam.

© Hans van de Waarsenburg



Uit: Hans van de Waarsenburg "Avondlicht", e-book, selected poems
een keuze uit de gedichten

Bron:
http://www.e-books.com.mk
[Blesok Publishing, Macedonia]

woensdag 21 juli 2010

Tikmasjiene




DAN, LANGZAMERHAND DRONKEN WORDEND

van pop, powezie en pils
staat hij uit zijn stoel op

zijn tikmasjiene duvelt op
de grond;
hij weet de rand van de taal bereikt

voorzichtig naar een oude
boekenkast schuifelend
(soms wordt hij eeuwen stof)
negeert hij het dode grijze oog

bij een aantal tijdschriften en bundels
blijft hij staan en probeert zijn leven
in gestrekte sentimeters te schatten
het loont nauwelijks de moeite.



© Hans van de Waarsenburg
schrijver


Uit: Hans van de Waarsenburg Eenenzestig-negenenzestig powezie ('61-'69), met een inleiding van Kees Simhoffer. 's-Gravenhage/Rotterdam, Nijgh & Van Ditmar, 1972

maandag 12 april 2010

Lippenstift


Ik zie haar nog wel eens
blond en aangepaste lippenstift
verkreukeld perkament van dichtbij

een vrouw met bontjas in een bus
tas dichtbij haar
lippen dicht op elkaar want je weet
nooit wat er kan gebeuren

de ogen vosachtig wantrouwend
achter de kooi van een modieuze bril

dan zit ze op de bank en praat
ratelend uit een oud plakboek
en kijkt me aan

haar buik is leeg
de eierstokken reeds lang verwijderd

één koude oorlog heb ik daar vertoefd
en moet toen reeds, in '43 , afscheid
hebben genomen.


© Hans van de Waarsenburg


Uit: Hans van de Waarsenburg Tussen nat mos en een begrafenis,
Amsterdam, Nijgh & Van Ditmar, 1973

woensdag 18 november 2009

Gondelier


RIMPEL




Hij pakt zijn oude handen vast. Een rimpel naar de dood.
Nooit meer wordt hij groot. Nooit meer wacht zij om de hoek.
Ieder woord raakt zoek. Alles was, is waar gebleven? Wend
De steven nu voorgoed en paai de gondelier. Drink wijnen.
Slurp het gistend bier. Stil de honger in de maag. Want
Op de kaaien liggen rood, de taaie haken van de dood.


© Hans van de Waarsenburg



Uit: Hans van de Waarsenburg Avond val, Amsterdam, Meulenhoff, 1993

zaterdag 8 augustus 2009

F*** off ! - Mink (1950 - 2009)



PAARS OVERHEMD
(One night in eternity)

In memoriam Willy ‘Mink’ DeVille (1950 – 2009)

Backstage loeide de zon aan.
De hele dag schroeide het, als
De saté, die we doofden met
Koude bieren. Zo kwam hij

Voorbij in bleek mager lijf en
Paars overhemd. Op weg naar
Zijn caravan. De naald wachtte.
‘Fuck off’, siste hij naar me.

‘I am a Dutch poet and admire…’
De uitgestoken hand, die ik
Schudde en de korte zin:
‘I have a great respect for poets.’

Magdalena had hem zichtbaar
Gekust. En wij zwierven door
Spaans Haarlem, rozen
Krans in ondergaande zon.

Paars overhemd, dat ik kon
Dragen, dat in mijn kast hangt.
Het manchet omgevouwen. Was
Ik er in Berlijn maar bij geweest.

Hans van de Waarsenburg

(ongepubliceerd)



Willy 'Mink' DeVille, pseudoniem van William Borsay, is op 58-jarige leeftijd overleden in New York.
De Amerikaanse musicus, zanger en liedjesschrijver leed sinds enige tijd aan pancreaskanker. In de punkjaren maakte hij naam als zanger en voorman van de band Mink DeVille, waarmee hij in 1978 de internationale hit Spanish Stroll scoorde. DeVille, die graag met bontkraagjes op podia rondliep, genoot veel respect voor zijn composities vol romantische overtuiging en hunkering. Kenmerkend voor de muziek die hij bij zijn woorden als tekstdichter maakte waren de brede invloeden: van Latin en country tot bluesriffs.
Bij concerten tijdens zijn laatste jaren verving DeVille het traditionele elektrische geluid van een band met rockgitaar steeds vaker door sets met een 'klassieke' begeleidingsgroep; een ingetogener soort muziek, met violen, contrabas, percussie en akoestisch gitaarwerk.
Willy DeVille, wiens carrière steeds meer leed onder zijn drugsverslaving, trad enige malen op in Nederland - ook buiten Amsterdam.

Op deze archieffoto: ‘Mink’ DeVille en de Nederlandse dichter Hans van de Waarsenburg (l.), tijdens Pinkpop 1982.

maandag 1 juni 2009

Misschien word ik water (1)


Er is de zee en daar loop je weer,

Of tijd een ivoren boot is, een
Zilveren sigarettendoos of dasspeld,
Terwijl de bunkers nog ploffen,

De koutsatraap weer speelt.
De hoorndolle eikelventer bezaaid
Met dansende poliepen, koude oorlog
Waait. De moeder hamstert haar

Stille schatten, het meel, de zonlichte
Zeep. Weckt alle fruit. Karnt melk. Roomt
De boter. Er is waan in de rouwenveloppe
Die binnenvalt. Niet gevraagd, niet verzonden.

Mischien word ik water (2)



Er is de zee en daar loop je weer,
Dood tij, noodwater, de oesters οp de tong.

Zilt van vroeger, spoelwijn. Je spuugt,
Gorgelt jaren en het schelpenpad wordt wit.

Misschien word ik water, zout,
Of as ίn de zandkleurige dood van
Mijn vrienden. Mayonaise de la Flandre,

De garnalenkroketten, de tongen

De tonen, de Duvels. Den Hugues
Moet naar de kapper. Zijn haar is
Van whisky, zijn stem is een doodskist,

Zijn kont zit genageld aan de grond.

Misschien word ik water (3)


Er is de zee en hier monkelt en mompelt
Ηij vriendengrοet. Soms zο dichtbij in de avond,
De nacht. Verleden is statiegeld van gestolde
Dromen en dranken. De dood is een vreemde

Roemer met schadelijk vertier rοndοm:
Laat de woorden tot mij komen. Laat de
Woorden die nooit meer geschreven
Worden tot mij komen. Ik wacht.

Gij Ηugues, gij Paul, gij Herman, gij Eddy,
Wοοrdbedriegers, broeders in stenen letters.
Dοοrgewinterde heimweevierders in altijd
Durend vrοuwendrοef. Laat jullie woorden

Tot mij komen, grafzuchten, helse brandwonden,
Liefdesbeten, tοngkussen, nicοtinevlekken.
Ik haal de fles uit de frigo, het glas uit de kast
En vier de jaren. Oesters οp de tong, zilt van toen.


© HANS VAN DE WAARSENBURG


Openingscyclus - drieluik - 'Altijd Durend Vrouwendroef' uit de dichtbundel:
Hans van de Waarsenburg Wie hier nog komt, Amsterdam, Wereldbibliotheek, 2009.

zondag 22 februari 2009

Regels voegen



ALLES STAAT NOG


Alles staat nog op zijn plaats en de storm
Wacht. Het haardvuur van jong laurierhout
Is eindelijk gaan branden en de stad zwijgt.

Nu zou hij moeten opstaan uit zijn zetel om
Regels te voegen, dicht bij de dodentroon,
Waar kruipdier taal aanslagen beraamt.

Alles staat nog op zijn plaats en de storm
Wacht en ik - windoog - prevel gebeden.
Om haar te behoeden, die zo dierbaar is.


*


Alles staat nog op zijn plaats en de hitte
Van deze april schoffeert de huig, stoort
Opstijgend koolzuur. De boeren komen,

Terwijl de nacht, onrustige vrouwenrots, van
Zijn voetstuk tuimelt. Hij wil geen koude
Meer. Of dof geklop tegen de slapen.

Alles staat nog op zijn plaats, maar de
Storm wacht niet meer. Zwijgen is een
Euvele daad, terwijl zij tuinblad veegt.

Hans van de Waarsenburg


Uit: Hans van de Waarsenburg Wie hier nog komt.
Amsterdam, Wereldbibliotheek, februari 2009.

woensdag 18 februari 2009

Wij waren de woorden



Wie komt nog hier?

Je stem is raspgoed.
Oor, sigarettendamp.
Mond, tijd teloor.
Ogen, lege diaramen.

De dagen, de nachten
Waarin we zo veel
Talen spraken. Dronken
En nog aardig waren.

Wij waren alle vlaggen
Van de wereld en het
Waaide niet. Wij waren
De woorden van onze
Zinnen. Wij waren

De veeltalige woorden,
De rollende woorden,
De vloeiende woorden,
De spraak makende woorden.

De nacht een zompige
Peulenschil. De ochtend
Een acceptabel excuus
Voor ontbijt in Hotel Biser.

Aldaar ook gelaten de
Tranen van Biljana, het
Meer dat zich zeewaardig
In het hoofd nestelde.

De liefdesnachten tegen
Roze rotsen en je jonge
Haren, aanminnig over mijn
Lijf verspreid. Zo zwart.


© HANS VAN DE WAARSENBURG



Fragment uit Ohrid - dichter op verlaten terras, in:
Hans van de Waarsenburg Wie hier nog komt, Amsterdam, Wereldbibliotheek, februari 2009.

vrijdag 13 februari 2009

Wie hier nog komt



Alles staat nog op zijn plaats en de storm
Wacht. Het haardvuur van jong laurierhout
Is eindelijk gaan branden en de stad zwijgt.

Nu zou hij moeten opstaan uit zijn zetel om
Regels te voegen, dicht bij de dodentroon,
Waar kruipdier taal aanslagen beraamt.

Alles staat nog op zijn plaats en de storm
Wacht en ik – windoog – prevel gebeden.
Om haar te behoeden, die zo dierbaar is.


Hans van de Waarsenburg





Zojuist verschenen:

Hans van de Waarsenburg Wie hier nog komt, Amsterdam, Wereldbibliotheek, februari 2009.



Hans van de Waarsenburg (Helmond, 1943) debuteerde in 1965 als dichter. Sindsdien bouwde hij aan een zeer omvangrijk oeuvre van meer dan vijftig titels. Zijn bundel De vergrijzing (1972) werd bekroond met de Jan Campertprijs voor poëzie.

In Wie hier nog komt verdiept Van de Waarsenburg, aldus zijn uitgever Wereldbibliotheek, "de vaste thema’s en motieven die zijn werk kenmerken: Herinneringen aan gedroomde landschappen uit zijn jeugd en een toenemend besef van vergankelijkheid".

Van de Waarsenburg schrijft naast poëzie ook kinderboeken. Verder maakte hij radioprogramma's over literatuur en beeldende kunst en werkte hij als literair recensent. Sinds 1997 is hij tevens voorzitter van het tweejaarlijkse festival The Maastricht International Poetry Nights.

Werk van hem is vertaald in o.a. het Duits, Engels, Spaans/Mexicaans en enkele Slavische talen. Van zijn gedichten zijn er ook vele bibliofiel uitgegeven.

woensdag 28 januari 2009

Op toetsen hakken




- HANS VAN DE WAARSENBURG -

Het oneindige lied / Canto ostinato (2008)

Boek in Beeld -
Volledige tekst van dit verfilmde, langere gedicht als SWF-flashvideo op:

http://www.jetzes.nl/oneindig_lied/index.htm
of
http://www.waarsenburg.com.mk/multimedia_nl.asp

Zie voor
Canto Ostinato, de muziekcompositie van Simeon ten Holt:

http://www.dofoundation.com/Canto_Ostinato.html


HET ONEINDIGE LIED

De dichter, diep hurkend, is de nootloze
Aanbieder van alfabet. Hakt op toetsen
Van ivoor. Herleest liefde en letters wit
Papier. Het woord is een vreemdeling en
Zoekt naar onderdak. Hij moet nog met
Haar spreken. De jaren. Ja, de jaren die
Als vloed en ebbewater schaamteloos

Door Zeeland stroomden. Droomloos
Zeeland als ik er niet ben. Gedroomd
Zeeland als ik over het strand loop.
Tonaten van bruisnoten, hoogwaternoten.
Strandvoogd vol mompelend schavot en
Verdronken Duitsers. Hadden ze maar niet,
Hadden ze maar niet. Dat water, dat water.

dinsdag 6 januari 2009

Winterdame (mit Fuchspelz)



PIAZZA DI SAN MARCO

En toen de Venetiaanse Winterdame zich kouwelijk
Omgordde met stola's van vossenbont - het was hartje
Zomer - speelde het orkest kerstliederen. Zij schroefde
Verder in haar duistere dromen. Tot de avond viel.
Het water steeg. De skaters, de terrassen verdwenen.
Haar hoofd dreef als een fluisterboei tussen het rotan.


© Hans van de Waarsenburg


PIAZZA DI SAN MARCO

Und als sich die venezianische Winterdame verfroren
Mit Stolas aus Fuchspelz gürtete - es war mitten im
Sommer -, spielte das Orchester Weihnachtslieder. Sie
Schraubte sich hinein in düstere Träume. Bis der Abend fiel.
Das Wasser stieg. Die Skater, die Terrassen verschwanden.
Ihr Kopf trieb als Flüsterboje zwischen dem Rotang.


uit: Hans van de Waarsenburg So treibt die Insel/ Zo drijft het eiland
tweetalige keuze uit zijn gedichten, in het Duits vertaald door Marinus Pütz. Met een voorwoord door Cees Nooteboom.
Verlag Ralf Liebe, Weilerswist-Köln, 2008

woensdag 31 december 2008

Bleke foto's uit een binnenzak


HET IS WEER DEZE NACHT


Het is weer deze nacht dat tractoren
Grommen in de achtertuin. Als hese honden
Naar mijn trommelvliezen grauwen. Het is weer
Deze nacht dat oeverloos snauwen een
Vuist slaat tegen de sterrenloze hemel. Er

Rouw wordt afgekondigd in verdwenen
Straten. Het is weer deze nacht dat namen
Tollen in de gaten van een schrompelend
Geheugen. Namen als oud textiel in jute
Zakken. Gedroomde namen soms. Het is

Weer deze nacht dat gezichten vergelen in
Kisten, verbranden in ovens, verteren
In aarde. En het is weer deze nacht dat
Ik taal hark, woorden schoffel, in mezelf
Brom, met een klap de luiken laat landen.

*

Het is weer deze nacht dat mijn vader zonder
Klop op de deur aan tafel komt zitten en ik hem
Jenever schenk. Hij gretig zijn eerste glas
Drinkt, een tweede gebaart, zijn stropdas
Ontknoopt en een sigaret opsteekt. Uit zijn

Binnenzak haalt hij bleke foto's, wijst naar
zichzelf en knikt. Ik herken de verleden man
Die zo dicht bij mij staat dat ik opnieuw verlegen
De dood van mijn schouders krab. Het is
Weer deze nacht dat zijn stem naar toon

En zoon zoekt. Iedere borrel is een slok
Toenadering, iedere sigaret een verlegenheid.
En als de fles geleegd is, de sigaretten gerookt,
Stapt hij terug in zijn nacht, blijf ik achter,
Terwijl daglicht tergend langzaam mijn ogen sart.

*

Het is weer deze nacht die om mij hangt
Als een natte loden jas, die mij ter aarde
drukt. Waarin ik wankel na een stortbui
Een huis bereik. Het is weer deze nacht
Dat herinnering als een scherp mes schaaft

En schilfers naar beneden dwarrelen.
Een sneeuw van zwijgen waarin doden
Miraculeus worden betast. Het is weer
Deze nacht dat dicht tegen mij huid zich
Vlijt en plooit. Ik je kus met dunne lippen.

Verleden tederheid zich spreidt. Het is
weer deze nacht dat regen drupt op de
Vloer van vroeger, almaar drupt, en het
Hoofd blijft liggen op het doordrenkte
Kussen en je zo moet huilen.


©
Hans van de Waarsenburg


Nieuwjaarsgedicht van Hans van de Waarsenburg, met vertaling in het Engels door Peter Boreas. Bibliofiele uitgave, met de hand gezet in de Claudius van Rudolf Koch en gedrukt op Magnanipapier door Hans van Eijk,
Bonnefant Press, Banholt/Maastricht, december 2008

Het is weer deze nacht verschijnt binnenkort in Van de Waarsenburgs nieuwe dichtbundel Wie hier nog komt, bij uitgeverij Wereldbibliotheek te Amsterdam (voorjaar 2009)

woensdag 24 december 2008

Of er iets is, vraagt ze


POLSKIE TANGO


De houten uitbouw van het dorpscafé.
Daarbinnen de gietijzeren kachel, die
Vuur ademt, was droogt, sterren droomt.
Daar zingt zij tango’s. Haar stem krast

Uit de grijze groeven van de grammofoon.
Of er iets is, vraagt ze en likt zijn oorlel.
Hij kust haar vingers en houdt haar als in
Een Polskie Tango zo vast, dat lijven zich

Hechten, haar kuitbeen oplicht, zich bloot
Geeft. Peperwodka’s worden besteld. Mijn
God, de tango is geen mars voor oorlog.
Dit is voetstaps sluipend gaan, in ongrijpbare

Tijd. Dit is lieflijk falset zingen in donkere
Glazen. Dit is een stil zetten van jaren,
Omdat de doden nog leven. In het dorpscafé
Een glas drinken, luisteren naar haar,

Die dronkaards kust, troost biedt, steels
Een knopen gulp aait. Waar tranen zoutkristallen
Worden. De hand aan het gemoed slaat.
Zwarte Madonna, mag ik deze dans van U?

© Hans van de Waarsenburg


POLSKI TANGO

Der hölzerne Vorbau der Dorfkneipe.
Drinnen der gusseiserne Ofen, der
Feuer atmet, Wäsche trocknet, Sterne träumt.
Dort singt sie Tangos. Ihre Stimme kratzt

Aus den grauen Gravuren des Grammophons.
Ob etwas sei, fragt sie und leckt sein Ohrläppchen.
Er küsst ihre Finger und hält sie wie in
Einem Polski Tango so fest, dass Leiber

Verschmelzen, ihr Wadenbein sich hebt, sich
Entblößt. Pfefferwodkas werden bestellt. Mein
Gott, der Tango ist kein Marsch in den Krieg.
Dies ist schrittweiser Schleichgang, in unfassbarer

Zeit. Dies ist lieblicher Falsettgesang in dunklen
Gläsern. Dies ist ein Anhalten der Jahre, denn
Die Toten leben noch. In der Dorfkneipe ein
Gläschen trinken, ihr zuhören,

Die Betrunkene küsst, Trost spendend, heimlich
Mit warmen Fingern im Schritt. Wo Tränen Salzkristalle
Werden. Die Hand ans Gemüt sich legt.
Schwarze Madonna, darf ich um diesen Tanz bitten?


Uit: Hans van de Waarsenburg So treibt die Insel/ Zo drijft het eiland, tweetalige keuze uit zijn gedichten, in het Duits vertaald door Marinus Pütz, met een voorwoord door Cees Nooteboom.
Verlag Ralf Liebe, Weilerswist-Köln, 2008