Posts tonen met het label Chrétien Breukers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Chrétien Breukers. Alle posts tonen

woensdag 14 december 2011

Het ruisen


HERBERG ZONDER NAAM



De herberg heeft geen naam, hetzij een die de schaamte
van het grauw dat hier nog samen is kan spreken.
Laatste halteplaats met echte bedden. Het gelag
van sletten en soldaten stoort mij bij het avondmaal.

Ik lees een vers en steel daaruit het vuur
om eigen regels aan te branden. Niet mijn lijf.
Dat gaat vandaag alleen met zichzelf naar bed.

De gelagzaal stroomt pas leeg wanneer het avond is.
Het hormonale ruisen gaat steeds rond –

verwarmt mijn bloed, verdooft mijn oor.


© Chrétien Breukers


Uit: Chrétien Breukers Gysbert Japicx bezoekt het Drielandenpunt, Leeuwarden,
Friese Pers Boekerij, 2009

maandag 28 maart 2011

Klaagtaal


BEZOEK AAN HET GEBOORTEHUIS VAN C.B.


Hier werd mijn jonge vriend geboren!
Met schroom deed ik de voordeur van het
slot. Het huis stond leeg. Rollend pluisstof.
Zonder woorden was toen mijn gebed.

Om mij heen werden de muren broos.

Buitenlucht scheen er doorheen. Stemmen
fluisterden mij verzen in. Klaagtaal
over tijd die te beginnen stond:

eeuwen waar mijn vriend geen weet van had.



© Chrétien Breukers



Uit: Chrétien Breukers Gysbert Japicx bezoekt het Drielandenpunt, Leeuwarden,
Friese Pers Boekerij, 2009

woensdag 13 januari 2010

Zoveel moederlanden


DRIELANDENLABYRINT



Was ik een labyrint, het middelpunt zou Bolsward heten.
Geen Vaals. Het is mij van taal hier niet scherp genoeg.

En zondags zingen ze de ketterse gezangen die mij,
cantor, blijven steken in de keel. Nooit had ik heimwee.

Nooit eerder zocht ik de omhelzing van mijn land,
zocht ik water waar ik gele plomp in planten zou.

Water? Waar komt dat water nu vandaan? Ik ben niet graag
het mikpunt van dit schertsvertoon. En ik beloof: kom ik hier uit,

dán ga ik naar het moederland terug. Zoveel landen!
Zulke schrale taal. Was ik een labyrint, ik zou, ik zou.




© Chrétien Breukers



Uit: Chrétien Breukers Gysbert Japicx bezoekt het Drielandenpunt, Leeuwarden, Friese Pers Boekerij, 2009 (drietalige uitgave)

woensdag 26 augustus 2009

Reislust



ZWARTE HOEK



Hier begint het land, in deze zwarte hoek. Het water
bij De Zwarte Haan ligt bijna spiegelglad. Kleine
rimpels in mijn spiegelbeeld. Ootmoed en geluk
gaan kalm in mij tekeer. Sint Jabik legt zijn hand
op deze vlek. Een vonk ontsteekt de zon. Reislust


suddert op het kleinste pitje gaar. Mijn pelerine en
mijn schoenen zijn behaaglijk aan het stramme lijf.
In het water van de zee doop ik de staf –
oh hoed, bescherm mijn ogen tegen almaar meer,
onstuimig licht, als ik de eerste stappen zet.


Chrétien Breukers

Uit: Chrétien Breukers Gysbert Japicx bezoekt het Drielandenpunt, Leeuwarden, Friese Pers Boekerij, augustus 2009.
De poëzie in deze bundel wordt in drie talen aangeboden: het Fries, het Nederlands en het Limburgs (omgeving Weert).


ZJWARTE HOOK

Hie begintj ’t landj, in deze zjwarte hook. ’t Water
bie De Zjwarte Haan ligktj bienao sjpegelglaad. Klein
rumpels in mien sjpegelbeeldj. Nederigheid en gelök
gaon kalm in mich te seil. Sint Jaobik ligktj zien handj
op dit buurtsjap. Ein vónk óntsjtiktj de zón. Zin väör te reize


suddertj op ’t kleinste pitje gaar. Miene pelgrimsmantjel en
mien sjoon zitte mich wie ein koet aan ’t houte lief.
In ’t water van de zieë duip ich de sjtaaf –
aoh hood, besjerm mien uig taege mier en mier,
broestig leecht, as ich de ieërste traej zit.



SWARTE HOEKE


Hjir begjint it lân, yn dizze swarte hoeke. It wetter
by De Swarte Hoanne leit suver as in spegel. Lytse
ronfels yn myn spegelbyld. Dimmenens en lok
gean kalm yn my te kear. Sint Jabik leit syn hân
op dizze flekke. In fûnk ûntstekt de sinne. Reislangst


soarret op it leechste pitsje gear. De pylgermantel en
de skuon sitte my noflik oan ’t kerbintich liif.
Yn it wetter fan de see doopje ik de stêf –
och hoed, beskermje myn eagen tsjin it al mar mear,
brûzich ljocht, as ik de earste stappen set.



Zie ook:
http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2009/08/de-borst-van-de-grammatica.html

zaterdag 22 augustus 2009

De borst van de grammatica







JAPICX PEINST OVER DE TAAL




Mijn moedertaal is niet de taal die u
nu leest. Ik heb haar zelf gemaakt. Uit klei.
Uit leem. Met ganzenveer en zangersstrot.


Ik heb taal gemaakt. U maakt haar kapot.
Maar ergens is het woord en dat is wreed.
Het slaat u in uw zelfvoldane smoel.
Want woord is wet en wet is goed. Ik zeg:


ik vader over uwe taal. Moeder
over de grammatica. Geef de borst
aan alle lust om nú het woord te nemen



© Chrétien Breukers


Uit: Chrétien Breukers Gysbert Japicx bezoekt het Drielandenpunt, Leeuwarden, Friese Pers Boekerij, augustus 2009.
De poëzie in deze bundel wordt in drie talen aangeboden: het Fries, het Nederlands en het Limburgs (zoals gesproken in de omgeving van Weert).

In Gysbert Japicx bezoekt het Drielandenpunt reist de grote 17e-eeuwse Friese dichter Gysbert Japicx van Zwarte Haan in Friesland naar het Drielandenpunt in Limburg. Een kort bezoek aan het dichtbij dit grenspunt gelegen staatje Moresnet wordt hem echter fataal. Japicx sterft er aan de pest. Welbeschouwd is dat heel toepasselijk, aldus de omslagtekst van de bundel, want Moresnet is de vrijstaat waar ooit het ideaal van een universele taal (het Esperanto) werd beleden.
Behalve een reis door de taal is deze bundel ook een reis door de tijd. Japicx maakt kennis met dichters als Pierre Kemp, Cornelis van der Wal, H.H. ter Balkt en Douwe Tamminga. Bovendien spaart hij de roede niet, waar het contemporaine dichters betreft: ‘Veel te fraai zijn de verbuigingen / van Tjêbbes krullentaal.’


Japicx prakkezeertj äöver de taal

Mien modertaal is neet de taal die gae
noe laestj. Ich höb häör zelf gemaaktj. Oet klei.
Oet leim. Mèt gaozevaer en zengerssjträöt.


Ich höb taal gemaaktj. Gae maaktj häör kepot.
Mer örges is ’t waord en det is wrieëd.
’t Flaertj uch in uer verwaandj gevraet.
Want waord is wèt en wèt is good. Ich zègk:


ich vader äöver uer taal. Moder
äöver de grammatica. Gaef de mem
aan alle zin väör noé ’t waord te pakke.



Japicx prakkesearret oer de taal

Myn memmetaal is net de taal dy’t jo
no lêze. Ik ha har sels makke. Ut klaai.
Ut liem. Mei guozzefear en sjongershals.


Ik ha taal makke. Jo meitsje har stikken.
Mar earne is it wurd en dat is wreed.
It slacht jo yn jo selsfoldiene freet.
Want it wurd is wet en wet is goed. Ik sis:


ik stean as heit oer jim taal. As mem
oer de spraakkeunst. Jou it boarst
oan elk ferlet om nó it wurd te nimmen.

woensdag 2 juli 2008

Ronde van Frankrijk (3)



Begin wielerseizoen


Zwijgplicht die in zwijgdrift om kan slaan. Biechtgeheim
en absolveringsdrang. De enige patron – gezocht door het
met wijwater besprenkelde, door het naar voorjaar hakende
peloton. Het volk. Credo in unum Deum. Offerandes eisend.

Geur van olie; sacrament van alles dat beginnen gaat.
Ondertussen briest en snuift het in de groep van leven
dat naar het schijnt en binnen korte tijd, maar elders,
voor het grijpen ligt en dan wordt bijgezet in afgelegde

meters tussen startschot, wedstrijdduur en finishlijn.


© Chrétien Breukers


vrijdag 9 mei 2008

Verder naar het westen



Verder naar het westen ligt de zee.
Auto’s grommen af en aan, brommen
het watertempeest. Hoogbouw staat
er als bevroren springtij bij.
Lombok is nog niet verzonken.
Maar verzinkt. Met jou. Met mij.

Nog niet, nog niet. Eerst nieuwbouw.
Opkomst. Neergang. Rouw en troost.
Stenen die tot zand verworden.
Duizend dagen, bijna aan elkaar gelijk.
Zeven jaren op en zeven jaren af.
En verder in het westen ligt de zee.

CHRÉTIEN BREUKERS


De hekken rond de bouwterreinen op de kop van Lombok hangen vol kunstwerken, gemaakt door kunstenaars uit deze Utrechtse wijk. Willeke de Boer maakte dit beeld bij het gedicht Verder naar het westen van Chrétien Breukers.

zaterdag 3 mei 2008

Wegens geldgebrek


ALS ER IETS OVERBLIJFT


De kaas mag van de Aldi komen;
De ketchup uit de derde rij daar links.
De margarine is van Gouda's Glorie.
En wijn is straffe kost uit oud karton.

Ik zal een muf stuk kip gaan eten
Gevuld met knoflookresten en tevredenheid.
Een laken hang ik voor het venster
Omdat het geld ontbreekt voor beter spul.

Spiritus zal branden in je mond
En daarom zing je almaar valser,
Als een hond die op zijn falie heeft gehad.

Je buik met Lidl huismerkjam bestreken
Zo lok je mieren op het tafelblad.
De vorken en de messen zijn nog vuil.

De huiswijn van Dirck III gaat in onnoembaar
Gore teugen door je doorgezopen strot.



Chrétien Breukers


Naar: Mijn beurt van Stefan Hertmans

- vrije bewerking van het voorgaande 'eetgedicht' op RotterdamPoetryLakes
(zie bericht hieronder "Koffie met kaneel", zaterdag 3 mei 2008)
Met dank aan www.decontrabas.com