Posts tonen met het label Manuel Kneepkens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Manuel Kneepkens. Alle posts tonen

vrijdag 19 oktober 2012

Sylvia Kristel (1952-2012)


De minnaar spreekt:


Elke nacht met haar was een Kristalnacht

Elke nacht dezelfde kwetsbaarheid

diezelfde lichtblauwe sterren-
lichtheid
van oogopslag

Elke nacht met haar was
bijslaap met mijn eigen ziel

Het woord was vlees geworden in Bangkok

Ik Emmanuel
en
zij Emmanuelle

In al de spiegels van mijn poëzie
- nerveuzer, steeds nerveuzer
herken ik slechts haar rotanstoel

en mijn uiteindelijke leegte




© Manuel Kneepkens


- ongepubliceerd -





Sylvia Maria Kristel (Utrecht, 28 september 1952 - Amsterdam, 17 oktober 2012)
 was een Nederlandse actrice. Ze speelde in meer dan vijftig internationale speelfilms,
waarvan Emmanuelle (1974) de bekendste was.


dinsdag 10 januari 2012

Zuster!



ZOMAAR EEN ZOMERAVOND




Mijn moeder maakte haar nagels schoon
de Marilyn Monroe-roodgelakte
met acetonacetylacetaat

Ik (her)las de Sprookjes van Grimm

Buiten daalde de avond in de perenboom
waar tussen jade bladeren
vruchten, kuis
als (half verborgen) borsten
hingen

Herinneringen
in goudkleurig Technicolor
aan Hollywood-films, eind Jaren Vijftig

Mijn moeder is al jaren dood
Mijn kinderen slapen
Mijn vrouw heeft zomeravonddienst
Zij werkt in het ziekenhuis Sint Annadal

Zuster Madeleine… kunt u komen?
Mijn infuus zit los!!!

Als ze in bed kruipt, vroeg in de ochtend
ruik ik op de moeheid van haar huid
dwars door een vleugje

L’Ange Heurtebise

haar favoriete parfum…

de bittere geur van toen

die van Marilyn Monroe’s
                   te
                vroege
                 dood

O, lange, lange
nagels, doodswitblauw
van Grandma Roodkapje

in Technicolor

in wolvenstad Hollywood!






© Manuel Kneepkens



- ongepubliceerd -


Aantekening van de dichter: 2012 wordt in zeker twee opzichten een gedenkwaardig jaar. Het is op de kop af vijftig jaar geleden dat de Amerikaanse actrice, zangeres en filmdiva Marilyn Monroe overleed. En het is binnenkort ook tweehonderd jaar geleden sinds, in 1812, deel één verscheen van de Duitse sprookjesverzamelaars en broers Jacob en Wilhelm Grimm, Kinder- und Hausmärchen.

donderdag 22 december 2011

Op de lezer!


Digitale wenskaart voor de decemberdagen van dichter Manuel Kneepkens

maandag 5 december 2011

Surprise


SINTERKLAASGEDICHT


Wat concludeert de Jurist op Sint Nicolaasavond? 

Dat Zwarte Piet ‘een racistisch fenomeen’ is
in strijd met art. 1 van de Grondwet…
en de VN-Verklaring van de Rechten van Mens?

Dat de Goedheiligman ten aanzien van zijn paard
dat onafgebroken over gladde daken kletteren
moet
art.16 Gezondheids- en Welzijnswet Dieren
stelselmatig overtreedt?

Dat al dat kwistig pakjes gooien door de schoorsteen
in strijd is met de Warenwet
en de Wet Cadeaustelsel
bovendien?

Welnee! Hij peinst over het auteursrecht

Berust het bij de dichter
of …
bij het Warenhuis “De Bijenkorf”

als daar de dichter in tijdelijk dienstverband
als Hofpoëet van Sint Nicolaas
een kunstig rijm maakt bij uw surprise…?

Zie, hoe hij glimlacht
de Jurist…
te dwaas, te onverwacht is diens conclusie:

Het auteursrecht op het Sinterklaasvers

berust bij Sinterklaas!



© Manuel Kneepkens







De jurist-dichter mr. M.M.M. Kneepkens volgde in de jaren zestig aan de Rijksuniversiteit Leiden o.a. colleges auteursrecht bij de rechtsgeleerde prof. E.D. Hirsch Ballin

woensdag 7 september 2011

Kaartspel


HET ZEEPAARDJE
- het zeperdje
 

Harten

het als Beau monde innig verstrengeld
als zeeanemonen
aan boord van de Titanic op het voordek staan

Schoppen

het sonoor zuchten en steunen in sonar
van potvissen:
“Atlantis, Uw Koninkrijk Kome!”

Ruiten

het zingen van sproetige zeemeerminnen
richting Cyprus
(Ooit suisden Odysseus’ oren van die zang…)

Maar waar is de Klaver?

Vraag het
aan ons nationaal Zeepaardje

zo fris groengeel
gestreept & sepia

Hoor, hoe zij hinnikt, dodelijk
voor de leegte van haar ruif:

Kunduz! Kunduz!

Femina Sapiens

per a-

buis!

 
Aan Jolande Sap

© Manuel Kneepkens


- ongepubliceerd -

donderdag 25 augustus 2011

Mijn oorlog


AAN ZEE



Een Irokees aan zee, een vreemd bepluimde vogelmens
maar op de terrassen, zorgvuldig achter glas
gezeten
bekreunde zich geen Duitser om mij
mijn hele oorlog was allang vergeten

Ik was zomaar een witte indiaan, een Karl May
en niemand zag het blinkend mes
tussen mijn tanden
de revolver verbeten op mijn eigen slaap gericht

"Ober, waar is Mevrouw Cassandra?"

"Pootje baden met de kinderen, kleurling!"



© Manuel Kneepkens


Uit: Manuel Kneepkens Tuin van Eetlust, Amsterdam, De Bezige Bij, 1976


De dichter-jurist en voormalig stadspolitcus Manuel Kneepkens is ook columnist bij de Nederlandse Vereniging van Gemeenten. Zie voor zijn jongste column De moskeeloze gemeente (Madurodam):
http://www.vngmagazine.nl/weblog/3089/de-moskeeloze-gemeente

Méér 'zeegedichten' zijn te vinden op:
http://www.waterwereld.nu/zeegedichten.php

vrijdag 3 juni 2011

Walskeizer André


DONAUSAURUS




Monsieur Mosasaurus is zo idolaat van de Maas

Hij wil niet langer op wonderbare visvangst
in het Meer van Genesareth of het Meer van Genève
of in het whiskybruin Loch Ness

Hij wil terug naar Maastricht

& een lease-auto wil hij & een driedelig krijt-
streeppak
& een vaste job op het Gouvernement

& een Madonna, warmbloedig
om een cosy gezinnetje mee te stichten
van petieterige Mosasauri, vers uit het ei

O, Sterre der Zee!

Helaas! De Mosasaurus is extinct!
De versteende grijns van zijn kakement
rust
in het Natuur Historisch Museum van Parijs


voorgoed ver van de Maas…


Speelt daarom heden Herr Donausaurus
die zwierige Walskeizer van op het Vrijthof
de eerste viool in Maastricht?

Fiedelen gaat niet van Fidel Castro

Fiedelen gaat van… Schönbrunn ♫
Sissi ♫
Sachertorte ♫

Zeg, Maastricht, sinds wanneer klinkt
de parelmoergrijze Maas
dieper blauw dan de Donau?

Nom de Rieu!



© Manuel Kneepkens


(2011, ongepubliceerd)

zondag 17 april 2011

Struik (Palmpasen)


DE INTOCHT VAN CHRISTUS IN MAASTRICHT




 Bij aankomst op het station prijkte een bord


Ten strengste verboden
Maastricht te betreden op een ezeltje


en ook niet op sandalen


of in een T-shirt of bermudabroek
merk Zeemeermin!


Jezus! De Messias loopt bij voorkeur op sandalen
over de wateren!
Hij draagt bij voorkeur Zeemeermin! In de woestijn vooral
Het zit Hem als gegoten!


Dus de Stationsstraat nauwelijks uit
was Hij, de Mensenzoon, al gearresteerd
op zijn – Hop! Hop! - ezeltje
door Reviaanse Flikken


En opgesloten in de Dodencel
onder het Gouvernementgebouw
dat Sanhedrin van hypocriet Maastricht


Zijn vonnis: Kruisiging
Tijdstip: Goede Vrijdag
Plaats: Kalvarie


Die dodencel was overcrowded
o.a. zat Hem daar kwijlend aan te staren
die benigne woudreus met het syndroom van down
van Palestijnse afkomst
Bar-Abbas…
Een struikrover, want… hij had een struik geroofd!



Alsook Maria Magdalena, een callgirl met syfilis
eens het stiekeme liefje van de Gouverneur
Pontius Pilatus de Twaalfde
Maar nu in ongenade
De wereld was nog onbekend met het middel Salversan

Zij stond erop Jezus te pijpen
een cadeautje voor zijn laatste uur
die Barmhartige Samaritaanse!

"Ach, doe maar, sweetheart, doe maar
wat doet het er ook toe…

Was wel na afloop van mijn zaadontlading
je lieftallige Facebook-lipstick-mondje
in onschuld, wil je?

want jij, Magdalena
zult met mij zijn in het Paradijs…

en jij, Bar-Abbas
wordt daar dan Prins Carnaval

in een kostuum, sneeuwwit
merk: Thabor

Zowaar ik Jezus Christus heet
van eeuwigheid tot eeuwigheid…

De Groeten aan James Ensor!"
 
 

© Manuel Kneepkens

 
- ongepubliceerd, Palmzondag april 2011 -

donderdag 31 maart 2011

Lusttuin


ROODMAANVOGEL


Hij heeft zijn kooi achter het Nachtdierenpaviljoen
terzijde van de braamstruiken langs de spoorlijn
naar Utrecht
De bulk van dierentuinbezoekers komt daar niet

Bovendien woekert er een enorme rododendron
in z'n volière. En daarachter is het pure donker
van z'n nachthok

waarin Hij zich te allen tijde kan verschuilen
(wat Hij ook doet... )
Hij, Zijne Majesteit Schuwheid
oogverblindender
dan Pauw & Paradijsvogel tezamen!

Het is alsof een rilling over de verliefde lippen
van wijlen de laatste Sjah van Perzië
diep zuchtend
overgaat
in een rilling
over de perzikschoot van Farah Dibah
Sjah's
vruchtbaarste Sheherazade
(ooit, toen Iran nog een seculiere staat was... )


zo intens is het Perzisch miniatuur-
rood
van het pronkkleed van de Roodmaanvogel

O, de boze Sprookjeswereld van alledag
bestaat heel even niet voor eenieder
die een Roodmaanvogel ziet / of hoort...

Diens hals: één vlam van Passie
diens snavel:
louter Liefde…


maar Hij, zo diep achterin in de Tuin der Lusten
als Hij er op zekere nacht vandoor gaat
naar Tibet of Nepal… wie zal 't merken?

En hoe moet dat dan met ons?

Naar Rotterdam keert hij nooit meer terug!



© Manuel Kneepkens


Uit: Manuel Kneepkens Een vrolijk dierenalfabet, gedichten en illustraties. Rotterdam, Douane, 2009

zaterdag 26 februari 2011

God van de vlinders


TUIN VAN EETLUST





op koele zomeravonden als de familie smakkend tot zich nam
groene haring, gevolgd door slierasperges in botersaus
biefstuk, salade, pommes frites, en toe
aardbeien, slagroom, mocca en vanille

dan deinden zij, de tantes, als pioenrozen, als zwaargassige
ballonnen op hun steel, of de golfslag van hun lacherigheid
in alle malse borsten koerde hoorbaar wagner

zo dronken zij wijn na wijn
tot elk hoofd paus pius twaalf leek in het Heilig Jaar
zo bleek!

tenslotte nam dan oom na oom, stomdronken, afscheid
en van elke tante wiegelde het romig achterwerk weg
alleen de nacht bleef over, die hele oude dame
die pauwblauwe waaier voor de eenzame glimlach
van het heelal
god van de vlinders, dan sliep je!
de ramen open, kostbare dromen ten prooi



© Manuel Kneepkens




Uit: Manuel Kneepkens Tuin van Eetlust, Amsterdam, De Bezige Bij, 1976

donderdag 10 februari 2011

Mummies


WEG MET DE FARAO



Men noemt Egypte het volk van de farao’s…

O, ja? Hebben zij de piramiden gebouwd
stapelden zij moeizaam, steen op steen
beulden zij zich af in de brandende zon?
Nee, dat deden zij niet
dat deed het volk

Het volk, dat zij sloegen en niet kreeg te eten

Al eeuwen zijn er geen farao’s meer
Hun graven zijn verlaten, hun schatkamers leeg
Hun mummies grijnzen in museumvitrines

O, ja? Zijn er geen farao’s meer?
En Hosni Mubarak dan?
Zijn knokploegen slaan het volk van Egypte
dat roept om vrijheid
waar het recht op heeft. Zoals alle volkeren
En nog steeds heeft het volk niet te eten

Weet, Nederland, als Egypte niet vrij is,
dan zijn wij ook niet vrij
want wij zijn EEN volk op aarde

En daarom zeg ik: Hosni Moebarak
laatste levende mummie van Egypte, verlaat ons!

Farao, go
home !



© Manuel Kneepkens


Gedicht voorgelezen tijdens een Egypte-demonstratie afgelopen zondag bij het Rotterdamse World Trade Center (WTC)

vrijdag 17 december 2010

Zuidenwind



BABY


Je naaktheid is mij als de Lente
broos, uitnodigend tot strelen

als op een schilderij van Sandro Botticelli
door de Zuidenwind

je naaktheid is mij als de roze blos
op Christus’ andere wang…

Jij, kinderlijkste onder alle vrouwen

Jij, onnozele
die denkt… een Engel te hebben gezien

En dat je… zwanger bent van God…!

Baby, het kindje dat je wiegt in je armen
en dat ruikt als een bosje rode rozen
en kleine slaapgeluidjes maakt

is toch heus van Jozef, de klusjesman uit Bartlehiem

Ooit zal het de Elfstedentocht uitrijden, misschien…

Maar de wereld verlossen
van
armoede, honger, oorlog, broeikasgassen?

Dat wordt klunen, Baby !

Levenslang!


© Manuel Kneepkens


december 2010, kerstgroet

dinsdag 2 november 2010

Herinnering aan Harry (1)



HET INCIDENT TE MAINZ *


Rheinreise, am 9. Juni 1984

In den Schleusen hab' ich einen hohen Aufblick
zu den Kaimauern von Silber & Schwarz

Ein Luxusgefangener, ein Dichter…


Zo was daar, zomer 1984, die Rheinreise. Dichters uit de landen waar de rivier de Rijn door of langs stroomt, waren aan boord geïnviteerd van het Rijncruiseschip Deutschland, voor die gelegenheid omgedoopt tot Das Narrenschiff.
De Nederlandse delegatie viel te onderscheiden in een 'Rotterdamse' en een 'Amsterdamse'.
De 'Rotterdamse' bestond uit het echtpaar Buddingh’, Cees en Stien, de arbeidersdichter Wim de Vries ‘uit Puttershoek’ en mijzelf. Gevieren deelden wij een coupé in de internationale trein naar Bazel, het startpunt van de boottocht.

En… Bob den Uyl! Die zwierf op dat moment door Duitsland en zou zich in Bazel bij het reisgezelschap voegen.

De 'Amsterdamse' delegatie was veel groter: Harry Mulisch, Remco Campert, Cees Nooteboom, Gerrit Kouwenaar , Bert Schierbeek en Bernlef.

Adriaan van Dis was mee als journalist.
Verder waren nog van de partij Louis Ferron uit Haarlem en Wiel Kusters uit Maastricht.
Wij werden culinair enorm in de watten gelegd. Iedere ochtend was er een reusachtig ontbijt. Middagmaal en avond werden bovendien rijkelijk met drank besprenkeld. Dichters zijn “heelalcoholici”. Dus dat beviel goed. Al te goed.
Bovendien werd tussendoor van elke Wijnberg die de boot passeerde de Spätlese te proeven aangeboden. Ik kan me niet herinneren ooit zo continu in de lorum te zijn geweest als op die Rijnreis.


Ik herinner me ook dat Remco Campert geheel roze was aangelopen. Naar zijn mening omdat hij te lang aan het dek in de zon gezeten had. Nee, Remco, dichtte een van zijn collega’s toen, dat komt / doordat jij een zuipschuit / op een zuipschuit…
Af en toe legde de Deutschland aan bij een Rijnstad en moest er - met voordrachten - opgetreden worden.

Eenmaal werden wij geacht bovendien zelf voor ons avondeten te zorgen..!
Dat was in Mainz.

Op een of ander manier functioneerde Harry Mulisch als 'leider' van de groep.
De Olympiër was zeer met mij ingenomen. Het was in de tijd van de kruisrakettenkwestie. Ik had in de Volkskrant de stelling ingenomen – niet als dichter, maar in mijn andere hoedanigheid, die van jurist - dat kruisraketten oorlogsrechtelijk bezien verboden wapens zijn.
Harry Mulisch, mordicus tegen plaatsing van de kruisraketten, had dat artikel gelezen. Ik kon geen kwaad bij hem doen!
Meestal ontbeet ik ’s ochtends aan het Rotterdamse tafeltje. Dus met de beide Buddingh's, Wim de Vries en, uiteraard, Bob den Uyl, eigenlijk de enige ‘echte’ Rotterdammer onder ons.

Bob bleek geobsedeerd door Mulisch. Hij hield het Amsterdamse tafeltje goed in de gaten: "Kijk, hij neemt zijn pijp uit zijn mond. Nu gaat Hij Spreken! De Olympiër, zo noemen die grachtengordeltypes hem! En dat laat hij zich aanleunen!"

Die avond in Mainz verkeerde ik in het gezelschap van Mulisch, Ferron en Adriaan van Dis. De laatste bleek voor ons een tafeltje gereserveerd te hebben in een werkelijk overvol Balkanrestaurant.
Terwijl wij daar aan het voorgerecht zaten, kwam plots Bob den Uyl het restaurant binnenwaaien. Hij zag ons. En verstijfde! Mulisch! Hij keek duidelijk rond of hij niet ergens anders kon gaan zitten. Maar, nee, het restaurant was werkelijk stampvol. Dus moest hij wel bij ons aan tafel.
De heren Van Dis, Mulisch en Ferron knikten hem vriendelijk toe, maar gingen vervolgens rustig verder met hun Exclusieve Herengesprek. Bob had alleen mij.
"Mijn kat is overleden", zei Bob. Hij had die middag naar huis gebeld en toen was hem dit droeve nieuws meegedeeld... Hij zag er ontdaan uit. Hij had ook gedronken. Aangenaam gezelschap was Den Uyl sowieso niet als hij had gedronken, en nu dus al helemaal niet.

De boot zou stipt om tien uur vertrekken. Het was inmiddels half tien, we moesten er nog naar toe lopen, en bovendien afrekenen. Een ober kwam met de rekening. Het was, als we naar boven zouden afronden voor een fooi, 300 mark.
"Mooi", zei Mulisch "dat is dan voor ieder van ons 60 mark…"
"Nee", meende Bob, "ik heb veel minder gehad dan jullie."
Hij pakte de rekening en begon minutieus te tellen hoeveel iedereen, met name hijzelf, precies bijdragen moest.
Het was duidelijk dat wij in dat barstensvolle restaurant, met niets dan gejaagde obers, ons geen langdurige discussie over de rekening konden permitteren. De tijd drong!
Weer nam Mulisch doodbedaard zijn pijp uit zijn mond en zei:
"Maar, Bob, dan bewandelen wij toch de Koninklijke Weg! Dan houden wij je toch vrij! Dan betalen wij anderen, ieder van ons 75 mark." Zo gezegd, zo gedaan.

Op de terugweg naar de boot liep ik naast Mulisch en Ferron.
Bij de Olympiër verliet weer eens de pijp de omheining zijner tanden.
"Heeft die Bob iets tegen mij?" vroeg Harry.
En Louis Ferron, nooit te beroerd voor wat Haarlemmer olie op de golven - God hebbe zijn ziel – antwoordde toen: "Harry, jij bent een Olympiër. En Bob is maar een eenvoudige Rotterdamse volksjongen. Die kijkt hoog tegen je op. Maar eigenlijk mag hij dat niet van zichzelf, begrijp je?"
"Tja, dat moet het wel zijn", zei Harry, en stak zijn pijp terug in zijn mond.
Ik besloot deze twee Heren even alleen te laten en keerde mij om naar de ‘Rotterdamse Volksjongen’, die een twintigtal meters achter ons liep.

Bob, tot mijn verbazing, juichte!
"Híj heeft voor mij betaald! Híj heeft voor mij betaald!"

Aldus vond in Mainz, in de junidagen van 1984,
de overwinning plaats van 010 op 020…



MANUEL KNEEPKENS



* Toespraak gehouden bij de presentatie van Fraaie vergezichten die onze reis vergallen -
postuum verschenen gids bij een wandeling door Rotterdam aan de hand van Bob den Uyl
(uitgeverij Douane, maart 2010).

zaterdag 3 april 2010

Tuinbroek van stapelwolken





HORTUS CONCLUSUS



Dagpauwogen
Jullie die de dood ontkennen

op jullie donzen triangels

PASCHA EST





Ik hield als kind al van zonnebloemen
Ik vereerde de hortensia

Ook wandelde ik herhaaldelijk met de Onzichtbare
langs de buxushagen in mijn vaders tuin

Τussen de schorseneren en de Brussels lof
wipten vrolijk koolmees & kwikstaart

Bijen zoemden. Tomatenplanten
richtten zich, blozend, naar ons op

Ach, het leek wel voorgoed zomer
Komkommertijd voor wesp & serafijn!

En Híj? Klimop omrankte de oudheid
van zijn T-shirt

zijn tuinbroek van stapelwolken
(couturier: Michelangelo)

"God, wat zal ik worden?" vroeg ik

"Word maar als mijn Zoon
Versier
Marla Magdalena!"

En ik dan, onnozel tuinman op Paasmorgen
tot de Grote Bloem‑
lezer Heelal:

"God, géén gebrek aan Mooie Doden
in uw Paradijs...

Marilyn Monroe,
zacht
klap­-
wiekend zoenen
op haar paarse wimperpaar

als 's zomers
Dagpauwogen
doen
op de kolven van Buddleias

mag dat ook?"


© Manuel Kneepkens


Uit: Manuel Kneepkens Het Dolfijnenkostuum, Rotterdam, Donker, 2003

- illustratie van auteur uit betrokken dichtbundel

donderdag 11 maart 2010

Kolendorp



Winseler koekoeksei



Een wildzang voor Jan, Spencer
& Sander ‘Moenen’ Bays




Hoor, de leeuwerik jubelt de korenvelden vol zon
zoals de nachtegaal de braamstruiken
richting Strijthagen vol nieuwe maan

en in de Vloedgraafstraat fluit de merel
de tuintjes
vol ridderspoor & monnikskap

Maar jij, koekoek, die je echo
in de Casinolaan zo glanzend legt te Vondel
in andermans nest, jij zingt:

K( )k( )k! K( )k( )k!

K( )k( )k! K( )k( )k!

De waarheid, niets dan de waarheid :

( Ei) = (mc² )

Einsteins lichtzinnige Prelude
op de
Snarentheorie:

Het Heelal dobbelt niet

het Heelal speelt viool
op de Heistraat


O, melancholieke zonen van voorheen het kolendorp Terwinselen
Heelals
Koekoeksei:


de schittering van al die Jaren Vijftig-sterrennachten
- trillende membranen antraciet
boven de Staatsmijn Wilhelmina

Einsteins idee van het sublieme

formules Niets
op het zwart bord Eeuwigheid
voor onze kop


© MANUEL KNEEPKENS


(ongepubliceerd)


Illustratie: Mijnwerker, beeldje, gehakt uit steenkool (dagbouw). Souvenir, USA, West-Virginia, 1981

zaterdag 17 oktober 2009

Schuw als antraciet




LIED VAN DE PARALLELWEG


's Nachts fonkelden er aan de Parallelweg
hoog boven de natriumlichten
van de Staatsmijn Wilhelmina
de Galaxieën...

schuw als 't anthraciet
oplichtend
in de kοp‑
lampen van witte zwarten, ondergronds

: "Jongen, wij zijn (sterren)stof
en tot (sterren)stof... /"

Kuchten hun zinnen nooit af... /

Parallelweg in die eindeloze
Jaren Vijftig
parallel
aan wie οf wat?

Aan de sirenes van de Wilhelmina
huilend
in het zwarte gat van de ochtend?

(οm de silicose-longen van de kompels
rochelend οp de Parallelweg?)

Arbeidersparadijzen Bestaan
Niet!
Arbeidersparadijzen
Bestaan Niet!

(οm de dood van kameraad Stalin
Fossiel Sovjet-Unie?)

Ach, vrome koude Jaren
Vijftig
toen aan 't oostblok van 't firmament
't knip‑
οοg
van de Spoetnik nog ontbrak...

En kompel Jοep maar bidden
tot het as‑
grauw
van de ochtend

tot Sint Joseph in de Hemel
links
van God!


© Manuel Kneepkens


Uit: Manuel Kneepkens Zuiderlinks - gedichten & illustraties, Rotterdam, Bèta Imaginations, 1999

dinsdag 13 oktober 2009

Wie mij neemt en eet



LANDSCHAP MET BEROETE AARDBEI



Wie een aardbei neemt

zo'n beroete rode
eet zijn jeugd
terug


z'n Moeder, zingend
onder het wasgoed van de wolken

liederen uit de Duisternis

0, als de merels
verstrikt
in Vaders aardbei-net...


In het vuilst van de Mijnstreek
onder de ligusterheg
moest je ze begraven...


Hoor, hoe ze moeizaam musiceren, sindsdien
een Requiem
onder elke voetstap die je zet op aarde


"Want ik ben de Vredesvorst, de Ware..."

aldus bloost
de aardbei:


"Wie mij neemt & eet
eet
zijn jeugd terug..."


En zie, de kruisbes
& de aalbes
& de klap‑
bes


ruisen
& buigen & wuiven
als in Driekoningen‑
mantels, brokaat van Aanbidding


"Dus, Moeders, zoen in mijn naam
op wangen Nirwanah
't bloot van jullie babies
aardbiedig


Want ik ben de Aardbei
Wie mij neemt & eet eet
zijn jeugd terug..."

Aldus zoent de Aardbei de roetzwarte vorst!


© Manuel Kneepkens


Uit: Manuel Kneepkens Zuiderlinks - gedichten & illustraties, Rotterdam, Bèta Imaginations, 1998

woensdag 19 augustus 2009

Kompellicht




ZONNEBLOEMLIED


Een oor aan de grond...


Onze diepste herinneringen
afgevoerd
met wagonladingen cokes naar de Hoogovens


en nu zitten we alle dagen op een keukenstoel
met wankele
longen


Leeg is het duivenhok
& 't bier van Valkenburg 't

smaakt ons naar stof

Stop ons, afgedankte
zwarte Toeth‑
Ank-Amons


terug
ondergronds, in de melanome

schachten van je zonne­bloemen

Licht
schilderen voor dood-

­gewone kompels

op de nachtelijke piramiden
van de Oostelijke Mijnstreek
dat was toch je verlangen, rode Faraoh


Vincent
van Zwart

Goud?


© Manuel Kneepkens


Uit: Manuel Kneepkens Zuiderlinks, Rotterdam, Bèta Imaginations, 1999
- met illustraties ('doodlings' of telefoonkrabbels) van de auteur zelf

zondag 16 augustus 2009

Guur weer - hervatting (4)



DE REGENJAS



Het is niet de trainer, maar de regenjas!
Diens kraag, opgezet, is het
die de spelers nauwlettend gadeslaat
zijn revers zijn het die
Mannuuhh, aanvalluuhh
brulluuhh!

O, vraag mij daarom niet het verschil
tussen de trainer van Excelsior
& de exhibitionist
in het Kralingse Bos bij guur weer...

Vraag het Excelsiors ballen!




Manuel Kneepkens




Uit: Ode aan mijn kleren - over poëzie en beeldende kunst, bundel naar aanleiding van een gedicht van Pablo Neruda; project i.s.m. Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, redactie & samenstelling Cathrien Berghout. Oss, Uitgeverij Reinart Edities, 1997.

Ook in: Zeg eens bal - poëzie voor hart en knie, bloemlezing van 'voetbalgedichten', Rotterdam, uitg. Bèta Imaginations, 2000.

woensdag 10 juni 2009

Praalbed






SCHALOENESKE


Ik ben een man, lichtzinnig van liefde
daarom wandel ik graag met de Heer

althans met zijn zonlichte schaduw
langs de buxushagen van kasteel Schaloen
op en neer

“Pluk ons!” roepen de fuchsia’s:
“Kus ons! Fuck ons!”

O, jee!

Ik, arme hommel, schommelend
boven de pioenen
ben er gloeiend bij

Word ik, al dansende
de Gezalfde
de in nectar Gebalsemde?

Mijn zinnen weten het even niet meer…

Hoe dan ook, ’s nachts logeer ik hier
in een praalbed van maanlicht
onder een klamboe van siererwt

Baronesse Kwikstaart?
Freule Lelie?


Volrijpe markiezin Pompoen?

Wie, o, wie wekt mij
met zoenen van Oost-Indische kers?

Wat! Alle drie?

En alle drie naakt?

Is
ongebreidelde lust
soms de doem van Schaloen?



Manuel Kneepkens

(ongepubliceerd)


Kasteel Schaloen in Oud-Valkenburg (L.), alias "de duurste woning van Nederland", staat te koop! Wie tussen de 17 en 20 miljoen euro te veel heeft mag zich de nieuwe kasteelheer noemen op een landgoed van net voor het jaar 1200, met twee meters dikke muren, inclusief slotgracht. Een vermogende particulier kocht het slecht onderhouden voormalige gemeentelijk onroerend goed een aantal jaren geleden. De eigenaar biedt, om gezondheidsredenen, het opgeknapte paleis nu in de 'stille' verkoop aan. De laatste decennia had het kasteel een restaurant-, hotel- en opleidingsfunctie.
Schaloen ligt in het Geuldal aan de Molenbeek, in een glooiend heuvellandschap.