Posts tonen met het label gerrit krol. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gerrit krol. Alle posts tonen

maandag 30 januari 2012

Wit


ZOMER




Het land is warm.


De weg is wit.


Het duin is leeg.


De zee is stil.


De zon is grijs.


De dag is heel.
 
 
 
© Gerrit Krol
 
 
 
Uit: Gerrit Krol De industrie geneest alle leed - Verzamelde gedichten. Amsterdam/Antwerpen, Querido, 2009

woensdag 30 november 2011

Sommetje


ACH JE MOET GEWOON ALLES OPTELLEN


Ach je moet gewoon alles optellen

Je telt gewoon alles op

Het slechte vergeet de mens en
het goede vergroot-ie,
je telt gewoon alles op.

Dat zeg jij, zegt zij, maar zo werkt het niet
niet bij mij.

Maar we zijn tenminste één.

Welnee, toen wij zogenaamd heerlijk
in het gras lagen zegt zij, lagen we in scheiding,
dat zeg je er niet bij.
En dat van Madurodam is ook niet zo gegaan.

Maar we waren één.

En die liefjes van jou
zegt zij, en die van mij...

En die keren dat we toch weer
bij elkaar kwamen, zeg ik,
- en hebben geschreid, zeg ik er niet bij -


Je telt uiteindelijk
gewoon alles op.


© Gerrit Krol







Uit: Gerrit Krol - 't Komt allemaal goed, gedichten
Amsterdam, Querido, 2005


maandag 15 augustus 2011

Wie snijdt


ARY'S TUIN




Het leuke van een tuin
is dat je hem voortdurend
snoeien moet,
of snoeien, noem het
oogsten, of wat je zoal
met snijbloemen doet,
snijden, in een vaas zetten,
de stelen, in knop
waar men de bloem in ziet,
of bloem, noem het poëzie,
of gewoon verhaal, want
wie niet waagt die knoeit,
wie schrijft die snijdt,
wie snijdt die bloeit.


© Gerrit Krol



Uit: Gerrit Krol De industrie geneest alle leed - Verzamelde gedichten. Amsterdam/Antwerpen, Querido, 2009.



Zie ook: "Gerrit Krol - De zoon van de levende stad"

http://www.youtube.com/watch?v=eOoLfL7K0yk


- met dank aan Niels Roode

zaterdag 22 mei 2010

Bovenzintuiglijk



kleiner dan 2, en terug, en nooit staat hij stil,
zo'n getal heet transcendent.


*


Niet de vlag, maar het wapperen.
Niet de staat, maar het begin.
Niet het paard, maar zijn loop.
Niet de naald, maar het oog.



GERRIT KROL


Twee fragmenten uit:
Gerrit Krol Wie in de leegte van de middag zweeft, Amsterdam, Querido, 1980

zaterdag 23 januari 2010

Tel


KLASSEFOTO



Gedrieën in een bank gedreven,
ondoorgrondelijk ogenblik
van stilte ... de blonde Goudriaan vooraan,
de schele Kast, die jongen van Peen
ruggelings tegen het Periodiek Systeem,
de mooie zware Wieke van der Linden
naast de leraar die zij beminde,
de kleine Vink, de dorre Krol,
magere Kossen, Kooiman de hater,
Spoelstra de schaker, Johnnie de meid,
Rie die zo lachen kon, edoch later
nog zoveel heeft geschreid —
wij waren, voor we heengingen
over de aarde, een tel bijeen.



© Gerrit Krol



Uit: Gerrit Krol Polaroid, Amsterdam, Querido, 1976

zondag 13 september 2009

Balkje


TETONA




'De vrouw die met deze last door het leven moet
trad wel op, maar wenste niet herkend te worden.'
(een zwart balkje voor de ogen)

Maar hoe zou je haar na een voorstelling, ook al
verbergt ze zich lezend achter een boek,
niet herkennen uit duizenden?

Een zwart balkje voor wat
wel gezien, maar niet getoond mag worden?

Hoe zou je haar schier onmogelijke last
niet herkennen, zelfs als je
haar nog nooit had ontmoet?

Het balkje als symbool?

Waar trad ze op?


© Gerrit Krol

Tetona is Spaans voor 'vrouw met grote borsten'.


Uit: Gerrit Krol De industrie geneest alle leed - Verzamelde gedichten. Amsterdam/Antwerpen, Em. Querido, 2009.
- oorspr. uit de cyclus De Nieuwe Natuur in: 't Komt allemaal goed (Querido, 2005).

woensdag 20 mei 2009

Kleurplaat

OVER DE IJDELHEID


Wie met een revolver schiet
wordt soms afgebeeld:
een beetje door de knieen zakkend, pang.
Op een kleurplaat in te sturen.

Maar ga intussen jezelf maar na,
bekijk jezelf in een winkelruit -
als je ervoor staat, kun je ook
je duimen achter de broekriem steken
en achterover staan,
vooral als de ruit een beetje wiebelt door de wind.



© Gerrit Krol




Uit: Gerrit Krol Polaroid, Amsterdam, Querido, 1976

woensdag 22 april 2009

Tube


HARDWARE



Niets ervaar je dat je

niet eerder hebt ervaren
niets zie je dat je
niet ziet in je geest.

Boeken die je niet meer leest

de gebruikte tube

de stropdas

het holle van je hand,
het hoesten dat je vangt

dit alles is van je denken
de ruggegraat

denkt zelf niet mee.



© Gerrit Krol



Uit: Gerrit Krol  't Komt allemaal goed,  Amsterdam, Querido, 2005

vrijdag 20 maart 2009

Bordje


DE DEUR



Ik loop door de lange gang
op zoek naar de deur met mijn naam
tot ik er ben;
ik open hem en trap
hem aan de binnenkant weer toe.

O, de vreugde een deur te hebben
met Krol erop,
de vreugde dat mijn bestaan
wat dit betreft volledig klopt.



© Gerrit Krol



Uit: Gerrit Krol Polaroid, Amsterdam, Querido, 1976

vrijdag 27 februari 2009

Sterker dan het ei



ROODBORSTJE



Een roodborstje dat tegen het raam tikt.
Niet tegen het raam, maar tegen het ei waarin het zit en het ei breekt in tweeën.
Niet het ei, maar het ijs dat scheurt van Groenland naar beneden.

Een zwarte zee, waarin witte vlakten drijven.
Geen vlakten, maar bergen.
Geen ijs, maar graniet.
Nodig voor het roodborstje om zijn snavel te scherpen.

Zijn snaveltje sterker dan het ei.

Sterker dan Groenland.



© Gerrit Krol


Uit: Gerrit Krol Geen man want geen vrouw. Amsterdam, Querido, 2001.

Roodborstje is ook een van de inmiddels ruim honderd "klassieken" op de poëziesite van Meander, zie:
http://klassiekegedichten.net/index.php?id=74

woensdag 21 januari 2009

Potten inkt en rekenen


NIET TE BESCHRIJVEN

Niet te beschrijven
wat een geur doet in je neus
en in het weke van je hersenen,
een bloem, een strandlucht.

Laatst liep ik op de weg
toen langs mij streek een vleug van vroeger,
van potten inkt en rekenen,
wat ik in der eeuwigheid zou zijn vergeten,
ik liep ertegenop.

Men zegt dat van bepaalde vlindersoorten
het reukvermogen
zich uitstrekt over kilometers,
maar of het nu de natuur is
of een oude school,
of een meisje dat in je armen staat
en geurt als zeven jaar geleden
of, als het heeft geregend,
de hartverscheurende kracht van een naaldwoud-
je noemt het,
maar beschrijven kun je het niet.

Gerrit Krol

Uit: Gerrit Krol Polaroid. Gedichten 1955-1976. Amsterdam, Querido 1976.
Ook in: Gerrit Komrij - De Nederlandse poëzie van de 19e en 20e eeuw, in 1000 en enige gedichten. Bloemlezing, Amsterdam, Bert Bakker 1979

zaterdag 3 januari 2009

Vrouw met vinkje


GEEN SEÑORITA




Nee, ik moet geen señorita in mijn armen,
zo'n buitenlands mens.

Hotelregistratie met een vinkje bij señorita -
geen vinkje voor mij.

Want ik houd niet van mensen die ik niet ken.
Zo zal ik nooit naar de hoeren gaan.

Een bordeel - ik heb al moeite met een café.
Al die vreemde mensen daar die niet mijn type zijn.

Ik ken ze niet.
Ik ken alleen maar mensen die ik ken.

Ja, ik ben echt mensenschuw.

Daarentegen, niets is heerlijker dan

de blote kont van een vrouw,

de blote kont van een vrouw in je armen,
je eigen vrouw bijvoorbeeld,

een kont die je kent. 

Niet is heerlijker voor een man
en voor een vrouw,

dan elkaars
kont te beminnen, ergens buiten,

op een zandweggetje of gewoon,
langs een vierbaansautoweg.


© Gerrit Krol



Uit: Gerrit Krol - 't Komt allemaal goed, gedichten. Amsterdam, Querido, 2005

woensdag 18 juni 2008

Als je er geweest bent


foto Niels Roode


OVER DE BOSSEN BIJ HOOGHALEN


Over de bossen bij Hooghalen – dat is ook iets waar je
niet over schrijven kan,
tenminste niet als je er geweest bent.

(Over de kracht van weemoed.)



GERRIT KROL



in: Gerrit Krol Polaroid, gedichten 1955-1976, Amsterdam, Querido, 1976

Tussen sparren en lariksen in de heidebossen van
Hooghalen (Dr.) zijn het Herinneringscentrum Westerbork
en de Radiosterrenwacht gevestigd.

zondag 8 juni 2008

Een reageerbuis bestuderen


Memento

Jongens waren wij nog, namen meisjes
achterop de fiets naar een espressobar,
en 's morgens terug met onder het zadel
ons middaguurtje, al die jaren
dat wij in een witte jas, vlijtig
een reageerbuis bestudeerden, c.q.
op een dij op elkaars bureau gezeten
opereerden aan de rand der wetenschap,
lachten, ons verloofden-

ik sta aan de ingang
van dit instituut, het hek is dicht,
het pad is eender, de bomen zwaarder
waaronder Yvonne liep, en kraaide;
die woont vandaag in Amerika, na veel
verdriet of is reeds dood, een wonder
dus dat zij ooit hier liep, kwiek
en mager; zo kan ik, een uurtje later,
bij Scheltema gezeten, op het terras met
wat vrienden uit het heden, of ik wil of niet,
mij indenken dat wij reeds lang
zijn overleden; in het kader
daarvan bestudeer ik mijn levende
pils, schijnt de zon, zeg ik iets.


© GERRIT KROL


Uit: Gerrit Krol Polaroid, Amsterdam, Querido, 1976

woensdag 7 mei 2008

Ze waggelden nog even


HUNZECENTRALE

Op de horizon de elektrische centrale.
Vijf rokende pijpen. 120 meter.

Geen rook, maar water.
Geen water, maar methaan.

Vijf pluimen tegen de hemel. Vijf evenwijdige pluimen die schrijven dat de wereld volmaakt is.

Niet de wereld, maar de mens.
Niet de mens, maar zijn hand.

Zijn handen. Hij heeft er twee.

Twee handen heeft hij om uit de mouwen te steken.

Twee mouwen, maar één zonder hand.

De hand van Edu Waskowsky. Zijn laatste. De hand die hij niet schiep.

De vijde schoorsteen is van ons, zei Rob de M., directeur van het KVI.
Rob gebruikt de energie om zijn deeltjes de nodige snelheid te geven.
Om te weten wat voor deeltjes het zijn. Of er nieuwe deeltjes bij zijn gekomen.
Of hij misschien een nieuw deeltje heeft ontdekt.

Ik kan ze zien, zegt hij, vanuit mijn slaapkamerraam.
Zondagmorgen, als ik het raam uit kijk. Als de vijfde pijp rookt. Dan
kan ik zeggen, we zijn aan het werk.

Dat is nu voorbij.

25 april 1998, 's morgens kwart voor negen - kwamen ze naar beneden.
Knikkend. Bijna knielend.

Nee, niet knikkend. Ook niet bijna knielend. Voorover, languit op hun
bek.

Drie voorover, twee opzij.

Er zijn foto's van genomen.

Kun je zien wat je in het echt niet ziet.
Een glas dat breekt.
Vlak voor hij in stukken valt: een lang, laag-bij-de-gronds kanon van steen.

Je kon zien hoe ze nog even hebben gewaggeld.

Alsof niet wetend naar welke kant.


GERRIT KROL


[Uit: Geen man, want geen vrouw. Amsterdam,
Em. Querido, 2001]

maandag 24 maart 2008

Gelijkmatig


DE KAMEEL





De kameel heet wel
het schip van de woestijn,
daar kan ieder over meepraten
die op zo'n beest gezeten heeft.
Je zit hoog op een stoel
als het ware, je gaat
wel heen en weer, maar je voelt
je daarbij op je gemak,
terwijl in de diepte de
kop van het beest
gelijkmatig naar voren glijdt
als de boeg van een
roeiboot, met schokjes.



© Gerrit Krol



Uit: Gerrit Krol Polaroid, gedichten 1955-1976. Amsterdam, Em. Querido, 1976