Posts tonen met het label peter swanborn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label peter swanborn. Alle posts tonen

vrijdag 24 augustus 2012

Duintoppen




Bergen (N.H.), Adriaan Roland Holsthuis: 
gedicht van tijdelijk bewoner Peter Swanborn in gastenboek 

maandag 12 december 2011

Drenkeling



DRAAD




Een draad van glas hangt boven
het bed. Hij trilt en schittert, golft
langs kussens, lakens, over huid
naakt en doorzichtig, schermt af,
nodigt uit, maar heeft geen haast.


Lost hij op, straks, achter haar rug,
een ladder na de laatste drenkeling
binnengehaald? Of valt hij neer, wikkelt
het lijf dat achterblijft, klein en koud,
in windsels van onbreekbaar licht.



© Peter Swanborn


Uit: Peter Swanborn Tot ook ik verwaai, Amsterdam, Podium, 2009

maandag 8 augustus 2011

Zandfontein


ZELFPORTRET



Mijn geboorte ben ik vergeten. Volgens overlevering
afgeknaagd en weggeblazen. Wispelturige winden
straalden me omhoog, misbruikten mijn harde kern
om bergen te hervormen. Daarna, alsof het niets was,

gedumpt boven gretige oceanen. Eeuwen duisternis.
Toen onverwacht strand. Door verliefde vingers mocht ik
glijden, kinderen bouwden kastelen. Tot het avond werd.
Iedereen naar huis. Minuscule speelbal van het getij.

Vanochtend was het weer raak. Gegrepen, opgespoten,
zeldzaam moment van trapeze, zandfontein van lichtgeluk.
Zag schepen gekleurd, meeuwen jaloers, mensen verbrand.
Ik dacht, dit is groots, wijds, leven in voorspoed. Helaas.

Klem tussen tegels, op slot onder asfalt. Miljarden boven,
naast en onder. Ik vraag u, geef me een hand, doorzoek
dit lichaam, streel mijn kristal, neem me tussen uw tenen.
Nog even en ik hecht me aan uw zool, aan uw ziel.


© Peter Swanborn


Uit: Woorden in de branding - Dichters aan de Maasvlakte 2
Rotterdam, Gemeentelijk Havenbedrijf, 2009

donderdag 19 augustus 2010

Verbeelding


VROLIJK


Lachend, zonder woord of gebaar, ligt
ze op haar zij. Waarom zo vrolijk?

Zijn het de bramen, de bloemen? Is het
een droom of denk je, die man, die ken ik?

Ze straalt en lijkt te vragen, blijf toch
even, vertel eens iets, het kan nu nog.

Nee, denk ik, dit is verbeelding, ze ziet
niets meer, praat geen zin, is ver weg.

Of is het waar, is ze wakker? Ogen half
open in dun perkament. Beeld ik me in

dat ze knikt en zegt: ik weet wie je bent.



© Peter Swanborn



Uit: Peter Swanborn Tot ook ik verwaai, Amsterdam, Podium, 2009

donderdag 3 juni 2010

Met slagroom


ONTBIJT



Verborgen in rimpels en dekens,

haar vest achterstevoren, een sjaal
hoog om de oren, de haren wild,
lepelt ze traag het kinderontbijt.

Dokter komt langs, fysio masseert,
personeel verzorgt, tv staat aan,
telefoon, wasmachines draaien,
vloeren worden zingend gedweild.

Vroeger had ze zich afgekeerd,
kritiek geuit, gevraagd of het niet
wat minder kon. Nu zit ze stil,
geniet van brinta met slagroom.


Peter Swanborn



Uit: Peter Swanborn Tot ook ik verwaai, Amsterdam, Podium, 2009

donderdag 27 mei 2010

Misschien is het niets


LICHAAM


Handen zoeken langs de bedrand

houvast, herkenning, een andere hand.
Of kent haar hand geen opzet?

Lippen bewegen. Een klank, een woord,
wil ze iets eten? Misschien is het niets,
reflex van cellen die niet anders.

Ogen dicht van slaap. Eens per uur
gaan ze open. Ze staren, draaien rond,
maar zien ze de kamer, mijn gezicht?

Het hart slaat, pompt zuurstof rond,
vergeet de hersenen. De afstand
te groot, de wegen verstopt.


*


GEBED


Kijk haar aan en wil niets liever

dan zien wat zich niet laat zien,
horen wat ik niet kan horen.

Pak haar hand en smeek: keer
terug, doe open, geef antwoord,
hou me voor de gek, doe alsof.

Maar wie zwijgt, geeft niet op.
Ze tilt haar arm, opent een oog.
Alles is daar. Ik kan er niet bij.


© Peter Swanborn



Twee gedichten uit:
Peter Swanborn Tot ook ik verwaai, Amsterdam, Podium, 2009

maandag 17 mei 2010

Iedereen druk



VERJAARDAG


Familie compleet, bloemen in plastic,
soep met kroket, hard praten,

cadeautjes bedoeld οm goed te maken,
vers kleinkind οnhandig οp schoot gelegd.

Ze ziet niets, hoort alles, keert zich af.
Die mensen, wat willen ze toch?

Iedereen druk met elkaar οf zichzelf.
Het weer, het werk, vakantie, hypotheek.

Ze luistert en zwijgt, zegt niet:
wacht maar, ook jullie zijn alleen.


*


BADKAMER


Bibberend, smekend, doe ik het goed zο?
Ζij, naakt na tachtig jaar, in een warme wolk
water. Ik, vol ongemak, zoekend naar een
antwoord, een houding, een handdoek.

Doe ik het goed zο? Hou je maar vast
aan die beugels. Die hebben we niet voor niets.
Hier heb je zeep. Nee, dat mag je zelf doen.
Kan je best οf wil je dat een zuster?

En ik denk aan de keren dat zij, vroeger,
mij moest wassen, de badzaal, de zinken
bak, de ruwe doek langs mijn natte benen.

En de schrik bij eerste schaamharen,
nu moet je maar zelf. De οngrijpbare afstand
eindelijk verdwenen. Doe ik het goed zο?


©
Peter Swanborn


Twee gedichten uit:
Peter Swanborn Tot ook ik verwaai, Amsterdam, Podium, 2009

dinsdag 4 mei 2010

Koekje


BEZOEK


Koffie in de serre. Haar gezelschap,

ouders, leraar, dokter en dominee.
Ze trekken in zwartgerokte slierten

langs resten van planten. Beleefd

biedt ze een koekje aan, alstublieft.
Haar gasten kruipen in de grond.


Peter Swanborn


Uit: Peter Swanborn Tot ook ik verwaai, Amsterdam, Podium, 2009

zondag 2 mei 2010

Zo zal het, misschien


ANGST



Had ik moeten blijven, haar niet alleen,
de nacht op de bank? Had ik haar mee
naar huis? Is ze echt naar bed, geen val
van de trap? Had ik de deur dubbel op slot?

Wie zegt dat ze niet het gas of een kaars,

dat ze naar buiten? Naar de rivier, onder
de brug, maan en sterren koud gezelschap
voor wie dwaalt door een verdwenen stad.

Ooit, de kamer donker, word ik wakker

en weet dat zij is, in mij, een stem vreemd
en vertrouwd. Zo zal het zijn. Misschien.

Maar nog koester ik mijn angst die graag

verhult hoe liefde groeft. Bang voor de dag
waarop ik geef, en geen lichaam ontvangt.


© Peter Swanborn



Uit: Peter Swanborn Tot ook ik verwaai, Amsterdam, Podium, 2009

zondag 11 april 2010

Verrekijker


B. EN NUMMERS ONTELBAAR, INITIALEN ONBEKEND

 
 

Een bergbeek in Noorwegen, eind
jaren zeventig, een verrekijker voor
vogels en buren, maar opeens
was daar mijn vader poedelend.

Zijn naaktheid nieuw, zo ook zijn
plezier. Onbewust van spionage
genoot hij zon en water, een moment
geen chauffeur of kostwinner zijn.

Ik schrok van mijn schrik, van mijn ogen
niet af kunnen houden, de kijker
uit schaamte als een geweer in aanslag.

Nu hij in zijn beste pak verteert, gluur ik
dagelijks naar prooien die poedelen.
Niemand die mij ziet. Zij genieten zichzelf.




© Peter Swanborn




Uit: Peter Swanborn Bij het zien van zijn lichaam Utrecht-Nijmegen,
De Contrabas/ BnM Uitgevers, 2007

vrijdag 22 januari 2010

Mijnen in Friesland



DRUK


Zorgvuldig wordt papier verplaatst,
van stoel naar tafel naar bank.
Planten krijgen soep en rijst, nog
warm, vuile lakens terug οp bed.

Eerst Maastricht, dan Middelburg,
οf andersom, toen ik uit huis ging,
de oorlog, Delft, waar ik later, nee,
dat was Bussum οf Zutphen, of?

Uren gevuld met recοnstructie,
ieder antwoord direct verloren.
Mijnen in Friesland, schaatsen
in Limburg. De afwas in haar tas.


*


NAAM


Ik zie hoe ze mij negeert, nauwlettend
vanuit ooghoeken volgt, zich afvraagt
wat οf waarom die man in haar huis.

Toch vraagt ze niet wie ik ben, waarom
ik kasten open, jassen lucht, ongevraagd
post opruim, schoonmaak, thee zet.

Ben ik een dokter, een klusjesman, een
zoon misschien? Ze spreekt me aan met u,
je weet maar nooit, en glimlacht beleefd.

Ik speel mee, alstublieft mevrouw, uw thee
en schrik als ze vraagt wie dat is, die foto,
die vrouw met een kind οp de arm.


*


BUURTSUPER


Jas aan, tas mee, lift in, deur door,
straat over, daar is de supermarkt.

Mandje, kar, heb jij de lijst? Brood,
koffie, melk en kaas, niet meer.

Ze loopt door de gangen, staat stil,
kijkt rond en zegt: wat doen we hier?

Brood en melk, zeg ik, anders nog?
Koekjes, toetjes, fruit misschien?

Ze pakt de kar en stuk voor stuk
keert alles in het vak terug. Zo,

dat is klaar. Jij nog iets?



Peter Swanborn




Drie gedichten uit:

Peter Swanborn Tot ook ik verwaai,
Amsterdam, Podium, 2009

woensdag 18 november 2009

Aquarium, heimwee



AVOND




Laat op de avond schuifelt ze
door haar kamer, zoekt kranten
bij elkaar, gaat zitten, loopt rond.

Ik sta op de gang voor het raam
en zie hoe ze rusteloos draait
en keert in haar zwart aquarium.

Om mij heen is alles stil. De lift
slaapt, de klok zwijgt, het boeket
staat droog, een tl knippert.



*



TRAP


Ze daalt af, tegen haar zin, twee treden
omlaag, één terug. Beneden wacht geduldig
de gastheer, een schim die weet, zij komt.

Haar voeten zoeken als ze stapt,
of wordt gestapt. De hand op een leuning
die golft en zweeft en misselijk maakt.

Hoogtevrees kent ze niet, heimwee
des te meer. Νiemand die haar vertelt:
wat was ligt niet achter maar voor.

Peter Swanborn


Openingsgedicht en tweede vers uit:
Peter Swanborn Tot ook ik verwaai, Amsterdam, Podium, 2009.

Dementie is het onderwerp van deze poëziebundel van Peter Swanborn. Hij beschrijft de ziekte van zijn moeder in 37 gedichten.
Swanborns vorige bundel Bij het zien van zijn lichaam werd in 2008 genomineerd voor de C. Buddingh'prijs voor Nieuwe Nederlandstalige poëzie.
In Verborgen in rimpels en dekens leest de dichter enkele gedichten uit zijn nieuwste werk voor, zie:
http://www.lezen.tv/content/view/165/1/