Posts tonen met het label Fernando Pessoa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fernando Pessoa. Alle posts tonen

zondag 12 september 2010

Palmbos


LISBON REVISITED
(1926)


Niets hecht mij aan niets.
Ik wil vijftig dingen tegelijk.
Ik hunker met een drang van honger naar vlees
Naar iets, ik weet niet wat -
Begrensderwijze door het onbegrensde...
Ik slaap onrustig, en ik leef in het onrustig dromen
Van wie onrustig slaapt, half dromend.
Alle abstracte en noodzakelijke deuren heeft men voor mij dichtgedaan.
Gordijnen getrokken voor alle hypothesen die ik van de straat zou kunnen zien.
In de gevonden steeg bestaat het nummer niet dat mij gegeven was.

Ik ontwaakte voor hetzelfde leven waarvoor ik was ingeslapen.
Zelfs mijn gedroomde legers werden overwonnen.
Zelfs mijn dromen voelden onwaar in het dromen.
Zelfs het slechts verlangde leven staat me tegen - zelfs dat leven...

Ik begrijp op onsamenhangende momenten;
Ik schrijf in tussenpozen van vermoeidheid;
En een weerzin van mijn eigen weerzin werpt me op het strand.

Ik weet niet welk lot of welke toekomst mijn stuurloze wanhoop past;
Noch welke eilanden van het onmogelijke zuiden wachten op mijn schipbreuk;
Op welke palmbossen van literatuur mij althans één vers zullen geven.


© Fernando Pessoa


Uit: Álvaro de Campos (Fernando Pessoa) Poesías/Gedichten 1913-1922. Amsterdam, De Arbeiderspers, 2006 - uit het Portugees vertaald door August Willemsen.

Méér poëzie van Pessoa/ Álvaro de Campos/ Alberto Caeiro/ Ricardo Reis op:
http://www.pessoa.nl/gedichten.htm

zaterdag 20 maart 2010

Volstrekt onbelangrijk


Wanneer de lente komt
En als ik dan al dood ben
Zullen de bloemen net zo bloeien
En de bomen zullen niet minder groen zijn dan het vorig voorjaar.
De werkelijkheid heeft mij niet nodig.

Ik voel een enorme vreugde
Bij de gedachte dat mijn dood volstrekt onbelangrijk is

Als ik wist dat ik morgen zou sterven
En het was overmorgen lente,
Zou ik tevreden sterven, omdat het overmorgen lente was.
Als dat haar tijd is, wanneer dan zou ze moeten komen tenzij op haar tijd?
Ik houd ervan dat alles werkelijk is en alles zoals het moet zijn;
Daar houd ik van, omdat het zo zou wezen ook als ik er niet van hield.
Daarom, als ik nu sterf, sterf ik tevreden,
Want alles is werkelijk en alles is zoals het moet zijn.

Men mag Latijn bidden boven mijn kist, indien men wil.
Indien men wil, mag men rondom dansen en zingen.
Ik heb geen voorkeur voor wanneer ik toch geen voorkeur meer kan hebben
Dat wat zal zijn, wanneer het zijn zal, zal het zijn dat wat het is.




© Fernando Pessoa
(1915)

- uit het Portugees vertaald door August Willemsen -

Uit: Alberto Caeiro (Fernando Pessoa, 1888-1935) De Hoeder van de Kudden, onverzamelde gedichten, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2003

donderdag 2 juli 2009

Oevers



XX



De Taag is mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp,
Maar de Taag is niet mooier dan de rivier die stroomt door mijn dorp.
Want de Taag is niet de rivier die stroomt door mijn dorp.
De Taag heeft grote schepen
En op haar water vaart nog steeds,
Voor degenen die in alles zien wat er niet is
De herinnering aan de galjoenen.

De Taag ontspringt in Spanje
En de Taag mondt uit in zee in Portugal.
Dat weet iedereen.
Weinigen echter weten welke de rivier is van mijn dorp
En waarheen zij gaat
En vanwaar zij komt.
En daarom, omdat zij minder mensen toebehoort
Is vrijer en groter de rivier van mijn dorp.

De Taag is weg naar de Wereld.
Voorbij de Taag ligt Amerika
En het fortuin van hen die het vinden.
Niemand heeft ooit gedacht aan wat er ligt voorbij
De rivier van mijn dorp.

De rivier van mijn dorp doet denken aan niets.
Wie aan haar oever staat staat enkel aan haar oever.


© Fernando Pessoa
(1914)


- uit het Portugees vertaald door August Willemsen -

Uit: Alberto Caeiro (Fernando Pessoa) De hoeder van de kudden, onverzamelde gedichten, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2003

zaterdag 21 februari 2009


'Ik ben niets.

Ik zal nooit iets zijn.
Ik kan ook niet iets willen zijn.
Afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld.'


- Fernando Pessoa (1888-1935, Lissabon)

donderdag 19 februari 2009

Koning


Heb niets in je handen, noch
Een herinnering in de ziel,

Dan zal, wanneer de laatste obool
Men je in de handen legt,

En men je handen openvouwt
Niets je ontvallen.

Welke troon wil men je geven
Die Atropos je niet ontneemt?

Welke lauweren die niet welken
Onder Minos' oordeel?

Welke uren die ook jou niet
Maken tot de schaduw

Die je zijn zult als je gaat
De nacht in en naar 't einde van de weg.

Pluk de bloemen maar laat ze
Los eer je ze hebt bezien.

Ga zitten in de zon. Doe afstand
En wees koning van jezelf.




© Fernando Pessoa
(1914)

- vertaling uit het Portugees: August Willemsen -

Uit: Ricardo Reis (Fernando Pessoa) Odes/Oden, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2002

donderdag 22 januari 2009

Het hart, een opwindtrein



Autopsychografie
(Autopsicografia)


De dichter wendt slechts voor.
Ηij veinst zο door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn.


En zij die lezen wat hij schreef,
Voelen in de gelezen pijn
Niet de twee die hij geleden heeft,
Maar een die de hunne niet kan zijn.


En zο rijdt οp zijn rails in 't rond,
Tot vermaak van onze rede,
Die οpwindtrein, in dichtermοnd
Ook wel `het hart' geheten.



(1.4.1931)



FERNANDO PESSOA


Uit: Fernando Pessoa Gedichten (Poesias), Amsterdam, Arbeiderspers 1982, 2e herz. dr.
© Vertaling uit het Portugees, keuze en nawoord: August Willemsen

donderdag 31 juli 2008

Een ziekte van ons denken



DE NATUUR BESTAAT NIET



Op een buitensporig duidelijke dag,
zo'n dag waarop men zin heeft veel gewerkt te hebben
om daarop juist niet te werken,
zag ik een glimp, gelijk een weg tussen de bomen,
van wat wellicht het Grote Geheim is,
dat Grote Mysterie waarvan de onechte dichters spreken.

Ik zag dat er geen natuur is,
dat natuur niet bestaat,
dat er bergen zijn, valleien, vlakten,
dat er bomen zijn, bloemen en grassen,
dat er rivieren zijn en stenen

maar dat er geen geheel is waartoe dit behoort,
dat een ware en werkelijke samenhang
een ziekte van ons denken is.

De natuur is delen zonder een geheel,
dit is misschien dat zogenaamd mysterie waar ze over praten.

Dat is wat ik zonder denken of bij stilstaan
inzag dat de waarheid zijn moest, de waarheid
die iedereen uit vinden gaat zonder te vinden
en die ik alleen, omdat ik niet uit vinden ging,
gevonden heb.


Fernando Pessoa





Uit: Alberto Caeiro* (heter.)/ Fernando Pessoa, De hoeder van kudden, Amsterdam, De Arbeiderspers, 2003

- vertaling uit het Portugees: August Willemsen -

*Alberto Caeiro was Pessoa's belangrijkste heteroniem; een vorm van een schuilnaam of pseudoniem, waarbij een auteur een fictieve (schrijvers)persoonlijkheid creëert, soms als afsplitsing van zichzelf. Ofwel: een pseudoniem is een andere naam voor het eigen ik, een heteroniem kan worden opgevat als een eigen naam voor een 'ander' ik.

woensdag 21 mei 2008

Zonder koffers



Aan de vooravond van nooit vertrekken

Hoeft men tenminste geen koffers te pakken
Noch plannen op papier te zetten,
Met onbedoelde begeleiding van wat men vergeet,
Voor het vertrek, vrijblijvend nog, de dag daarop.
Men hoeft niets, niets te doen
Aan de vooravond van nooit vertrekken.
Welk een rust niets meer te hebben om van uit te rusten!
Grote gemoedsrust, de gemoedsrust zelfs geen schouderophaal op te brengen
Voor dit alles, alles al gedacht te hebben,
Is het, welbewust te zijn beland bij niets.
Grote vreugde als geen vreugde meer van node is:
Een omgekeerde buitenkans.
Hoe vele malen lang reeds leef ik
Het vegetatieve leven van het denken!
Alle dagen, sine linea,
Rust in ruste, rust...
Grote gemoedsrust...
Welk een vrede, na zo vele reizen, geestelijke en lichamelijke!
Hoe heerlijk kijken is het naar de koffers, starend als naar niets!
Sluimer, mijn ziel, sluimer!
Grijp je kans en sluimer!
Sluimer!
Kort is de tijd die je gegund is! Sluimer!
Het is de vooravond van nooit vertrekken!


© Fernando Pessoa


Uit: Fernando Pessoa - Álvaro de Campos Poesías/Gedichten 1913-1922, Amsterdam, Arbeiderspers 2006
© vertaling uit het Portugees: August Willemsen