Posts tonen met het label Bertolt Brecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bertolt Brecht. Alle posts tonen
zondag 19 februari 2012
Ik ben niet graag
HET VERWISSELEN VAN HET WIEL
Ik zit aan de kant van de weg.
De chauffeur verwisselt het wiel.
Ik ben niet graag waar ik vandaan kom.
Ik ben niet graag waar ik naar toe ga.
Waarom kijk ik naar het verwisselen van het wiel
Vol ongeduld?
© Bertolt Brecht
Uit: Bertolt Brecht Over de aardse liefde en meer, uit een leven vol gedichten en verzen
- samenst., inleid. en vert. Martin Mooij - Rotterdam, Ad. Donker, 1998
zondag 15 januari 2012
Hoeft niet
Wie A heeft gezegd,
hoeft geen B te zeggen.
Hij kan ook toegeven
dat A fout was.
- Bertolt Brecht
in: Bertolt Brecht Teatereksperiment en politiek, Nijmegen, SUN, 1972 - uit het Duits vertaald door Jacq Firmin Vogelaar en Wim Notenboom (oorspr. Suhrkamp Verlag, Berlin/Frankfurt, 1957).
zaterdag 13 augustus 2011
Waar je ligt

LEESBOEK VOOR STADSBEWONERS
I
Neem afscheid van je kameraden op het station!
Ga 's morgens de stad in met dichtgeknoopte jas
Zoek een onderkomen en als je kameraad bij je aanklopt:
Doe, o doe de deur niet open
Maar
Wis je sporen uit!
Als je je ouders tegenkomt in de stad Hamburg of ergens anders
Ga als een vreemde aan hen voorbij, sla de hoek om, herken ze niet
Trek de hoed die ze je schonken over je ogen
Laat, o laat je gezicht niet zien
Maar
Wis je sporen uit!
En het vlees dat er is! Spaar niet!
Ga elk huis binnen als het regent en ga zitten op elke stoel die er is
Maar blijft niet zitten! En vergeet je hoed niet!
Ik zeg je:
Wis je sporen uit!
Wat je ook zegt, zeg het niet twee keer
Vind je wat je denkt bij iemand anders: verloochen het.
Wie zijn handtekening niet gegeven heeft, wie geen foto achterliet
Wie er niet bij was, wie niets gezegd heeft
Hoe moeten ze die pakken!
Wis je sporen uit!
Zorg als je denkt te sterven
Dat er geen grafsteen staat die verraadt waar je ligt
Met een duidelijke inscriptie die je aangeeft
En het jaar van je dood dat je schuldig bevindt!
Nog één keer:
Wis je sporen uit!
(Dat werd mij gezegd.)
© Bertolt Brecht
Uit: Bertolt Brecht (1898-1956) Over de aardse liefde en meer - samenst., inleid. en vert. Martin Mooij - Rotterdam, Ad. Donker, 1998.
Zondag 13 augustus 1961, vandaag vijftig jaar geleden: begin van de bouw van de Berlijnse Muur.
Een 100 meter brede constructie met obstakels die de inwoners van de Deutsche Democratische Republiek, het 'betere' naoorlogse Duitsland, weg moest houden van het 'vrije' westen. De bloedige scheidingsmuur tussen twee leefwerelden, hét symbool van de Koude Oorlog, hield het uit tot 9 november 1989 toen opstandige
volksmassa's de betonversperring na de val het Oost-Duitse regime aan stukken hakten.
Wat dichter, geëngageerd toneelschrijver en criticus Bertolt Brecht van de bouw van de muur zou hebben gevonden weten we niet. Hij stierf na een hartinfarct op 58-jarige leeftijd in Oost-Berlijn: vijf jaar vóór de bouw van de omstreden Muur.
In oostelijk Berlin, Hauptstadt der DDR, genoot Brecht sinds 1949 - via een Tsjechisch paspoort - onderdak nadat hij eerder twee keer was gevlucht: eerst voor zijn vroegere Duitse landgenoten, de nazi's, en later na de bevrijding nog eens in de VS wegens de toenmalige heksenjacht op alles wat 'links' of vrijdenker was.
Brecht wilde zijn Oost-Europese gastheren publiekelijk niet voor het hoofd stoten, maar na een aantal jaren had hij genoeg gezien van de propaganda en de communistische heilsstaat waarin hij inmiddels leefde. Het land dat zijn eigen volk letterlijk opsloot achter een betonmuur had Brecht na enige jaren zwaar voor het hoofd gestoten met, net als in het geallieerde westen, een publicatieverbod voor een aantal van zijn stukken. De laatste keer dat Brecht, na een eerder onderkomen in zijn theaterschool, in Oost-Berlijn verhuisde was naar een woning aan de fameuze Chausseestraße 125. Niet ver van het Charité-ziekenhuis, direct naast het kerkhof waar Brecht na zijn dood in 1956 op 17 augustus van dat jaar ook begraven werd.
Het gedicht dat Bertolt Brecht wijdde aan een eerder verblijf in het Charité staat op
http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2011/08/gezang.html
vrijdag 11 februari 2011
Ander volk
DE OPLOSSING
(Die Lösung)
Na de opstand van de 17e juni
Liet de secretaris van de schrijversbond
Op de Stalinallee pamfletten uitdelen
Waarin stond dat het volk
Het vertrouwen van de regering verloren had
En het slechts door twee keer zo hard te werken
Terug kon winnen. Was het dan toch
Niet eenvoudiger dat de regering
Het volk ophief en
Een ander koos?
© Bertolt Brecht
Door Brecht, die steeds meer twijfelde over de nieuwe mens in het 'betere' - communistische - Duitsland, geschreven na het bouwvakkersoproer van 1953 in de DDR.
Oorspr. in Buckower Elegien, hier uit:
Bertolt Brecht Over de aardse liefde en meer - samenst. en vert. Martin Mooij - Rotterdam, Ad. Donker, 1998
zaterdag 14 augustus 2010
Gezang
TOEN IK IN DE WITTE ZIEKENKAMER VAN HET CHARITÉ
Toen ik in de witte ziekenkamer van het Charité
Tegen de ochtend wakker werd
En de merel hoorde, stond het voor
Mij vast. Al sinds geruime tijd
Had ik geen angst meer voor de dood. Omdat het mij
Immers aan niets kan ontbreken, voorondersteld
Dat ik zelf ontbreek. Nu
Lukte het me mij te verheugen
Over al dat merelgezang, ook na mij.
© Bertolt Brecht
Oorspr. in Buckower Elegien (1953), Brechts laatste dichtbundel geschreven tijdens een periode waarin hij van enkele kwalen probeerde te herstellen aan een meer vijftig kilometer buiten Oost-Berlijn.
Hier als slotgedicht uit:
Bertolt Brecht Over de aardse liefde en meer - samenst. en vert. Martin Mooij -
Rotterdam, Ad. Donker, 1998
woensdag 18 november 2009
Zaal van het verleden
GETUIGENIS VAN BERTOLT BRECHT (1967)
VOOR EEN MILITAIRE RECHTBANK
Mijnheer de rechter
Ik ben geen soldaat
Wat willen jullie van mij
Wat de rechtbank zegt, heeft niets met mij te maken
Het verleden ging snel naar het verleden
zonder een woord van mij te horen
De oorlog ging naar het koffiehuis om uit te rusten
Jouw piloten zijn veilig teruggekomen
De hemel brak in mijn taal, mijnheer
de rechter — en dit is persoonlijk —
maar uw ondergeschikten sleepten blij
mijn hemel met zich mee
Ze keken naar mijn hart, gooiden bananenschillen
in de bron en liepen haastig voor mij uit
Ze zeiden soms: goeden avond
en gingen naar mijn erf in alle rust
Ze sliepen veilig op de wolken van mijn slaap
zeiden mijn eigen woorden
in mijn plaats
tegen mijn venster en tegen de zomer met jasmijngeur
Ze herhaalden mijn droom
in mijn plaats
en huilden met mijn ogen de psalmen van verlangen
Ze zongen net als ik voor vijgen en olijven
en eigenlijk voor iedereen
Ze leefden mijn leven zoals het hun beviel
in mijn plaats
Ze liepen voorzichtig over mijn naam
en ik, mijnheer de rechter, ben hier
gevangen in de zaal van het verleden
De oorlog is voorbij
Uw officieren zijn veilig teruggekomen
en de wijngaarden zijn in mijn taal verspreid, mijnheer
de rechter – en dit is persoonlijk – als
de kerker mij benauwt dan wordt mijn wereld groter
maar uw mannen hebben woedend mijn woorden afgetast
en schreeuwden tegen Achab* en Izebel*:
erf de rijke tuin van Naboth*
Ze zeggen: onze God
en het land van God
is niet voor anderen!
Wat vraagt u, mijnheer de rechter
van een passant tussen passanten
in een land waarin de beul verlangt
dat de veroordeelden zijn eretekens prijzen
Het is tijd dat ik schreeuw
en dat ik de sluier van mijn stem laat vallen
Dit is een kerker, mijnheer de rechter, geen rechtbank
Ik ben de getuige en de rechter
u bent de beschuldigde partij
sta op en ga weg: u bent vrij
gevangen rechter
uw piloten zijn veilig teruggekomen
en de hemel is in mijn eerste taal gebroken
– en dit is persoonlijk – opdat
onze doden veilig naar ons terugkomen.
© Mahmoud Darwish

- vert. Kees Nijland en Asad Jaber -
Uit: Mahmoud Darwish Waarom heb je het paard alleen gelaten.
Maassluis, Uitgeverij de Brouwerij, 2009.
* Achab, Izebel en Naboth: zie Oude Testament, I Koningen, 17-22.
Bertolt Brecht (r.)
Labels:
Bertolt Brecht,
dichterswit,
Mahmoud Darwish
dinsdag 9 juni 2009
Zónder
DE ROOK
Het kleine huis onder de bomen aan het meer
Uit het dak stijgt de rook
Was die er niet
Hoe troosteloos waren dan
Huis, bomen en meer.
© Bertolt Brecht
Uit: Bertolt Brecht Over de aardse liefde en meer, uit een leven vol gedichten en verzen
- samenst., inleid. en vert. Martin Mooij, Rotterdam, Ad. Donker, 1998
dinsdag 17 februari 2009
Waar de rookbergen staan
DE TERUGKEER
Mijn vaderstad, hoe zal ik ze vinden?
De zwermen bommenwerpers achterna
Kom ik naar huis.
Waar ligt ze toch? Waar de ontzettende
Rookbergen staan.
Daar in de vuurgloed,
Dat is ze.
Mijn vaderstad, hoe zal ze me ontvangen?
Voor mij komen de bommenwerpers. Dodelijke zwermen
Melden u mijn terugkeer. Vuurzeeën
Lopen voor de zoon uit.
© Bertolt Brecht
Uit: De mooiste van Brecht - samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. Tielt/ Amsterdam, Lannoo-Atlas, 1998.
Augsburg, hoofdstad van Schwaben (Beieren) en geboortestad van Brecht, werd na 1942 tenminste tien keer door de geallieerden gebombardeerd. De stad was een van de belangrijkste plaatsen van de nazi-bewapeningsindustrie, met vliegtuigproducent Messerschmitt AG en de Maschinenfabrik Augsburg-Nürnberg (MAN), die de motoren voor o.a. de Duitse duikboten leverde. De oorlogsindustrie rond Augsburg werd draaiend gehouden door dwangarbeid van duizenden gevangenen uit Dachau, als tewerkgestelden in een zogeheten 'buitenkamp' (Außenlager).
woensdag 28 januari 2009
De slechten, de goeden
OP EEN CHINESE LEEUW UIT THEEWORTELHOUT
De slechten vrezen je klauwen
De goeden verheugen zich over je gratie.
Zoiets
Hoorde ik graag
Over mijn vers.
© Bertolt Brecht
Uit: De mooiste van Brecht - samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. Tielt/ Amsterdam, Lannoo-Atlas, 1998
donderdag 20 maart 2008
Wat Bertolt Brecht 's morgens zag


Bergse Plassen, Rotterdam - Straatweg, achterkant, gezien vanaf Prins Bernhardkade
DER ERSTE BLICK AUS DEM FENSTER AM MORGEN
Genoegens:
De eerste blik uit het raam ’s ochtends
Het teruggevonden oude boek
Geestdriftige gezichten
Sneeuw, de wisseling der seizoenen
De krant
De hond
De dialectiek
Douchen, zwemmen
Oude muziek
Makkelijke schoenen
Begrijpen
Nieuwe muziek
Schrijven, planten
Reizen
Zingen
Vriendelijk zijn
Bertolt Brecht - Vergnügungen (1953)
Abonneren op:
Posts (Atom)