Posts tonen met het label dichterswit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dichterswit. Alle posts tonen
vrijdag 8 maart 2013
Woestijnen
Je zult nooit zijn waar ik denk.
De sneeuw valt het hart in.
Ik denk je naam.
Ik kijk je aan.
Ik haal mijn blik van je gezicht.
Het is je plicht het mij te zeggen.
Ik lees je ogen.
Woestijnen met
zand vol onvruchtbaar land.
Waar ooit koren groeide
schieten nu distels uit kwartskristallen.
Salamanders leven daar.
Haal nog eenmaal je handen door mijn haar.
Wat liefde was ben ik verloren.
Je zult nooit zijn waar ik denk.
Niet eens meer vallende sneeuw.
Maar mijn wankelend hart bevroren.
© Wilma Blanken
- ongepubliceerd -
dinsdag 29 januari 2013
Onbereikbaar
O, ZOETE ONBEREIKBAARHEID
als kind al bezat ik een zwak voor glinsterkwallen, keizerpinguïns: zwaar en ijl
maar zacht als paleizen stonden ze rechtop in water en ijs, als wachtkamers
op een uitkijk naar binnen – daarom wilde ik worden: koninginnen
eerst juliana, later de dame die full colour over haar heen kwam.deze, de mantelglanzende ging ik worden: beatrix leek haalbaar in die dagen
ik was vijf, deed mijn best haar geheim te kraken: ’s avonds stond ik in de tuin
sjieke liedjes te neuriën, overdag op de dam wierp ik druiven naar landgenoten
ik struinde kermissen af, stalkte majorettes, tot ik tot mezelf kwam, opgaf.nu pas, vannacht – net nu ik groot, gelukkig en eenzaam was
nu stond zij daar, een schemer aan het hoofd van mijn dromende lichaam
en links van mij duikelde de zon en rechts begon zij rustig te stormen, oranje
daalde ze over me neer, met alle gloeitristesse die ze had, languit stamelend:‘wij wilden een slagregen zijn voor onze geliefden, fluisterdauw uitspreiden
over de doden, de jaren alleen wilden wij breken met koele wintervuisten
groene duinen verflensen met zonlicht, kortom: wat mensen doen, wij wilden
kinderen, ouders, een man wilden wij, maar ze werden windstil rondom ons.’ze toonde mij hoe ze boog en het ging niet: ze werd heldere mist, kou minus hitte
knipte zich los — vannacht lig ik wakker, stuurloos als een wapperend lint.u bent mooi majesteit, soeverein en mooi, nu het verdriet om u heen komt bloeien
u bent mijn eigen aangetaste moeder, diep in haar vermoedde ik uw ijs, uw water
u was mijn jeugd, zoete onbereikbaarheid – en omdat dit mijn laatste verzen zijn
schenk ik ze u, om er onze prinses in terug te vinden: beginnend meisje van vijf.
© Ramsey Nasr
Schrijver-acteur Ramsey Nasr, tot morgen bij het begin van de Week van de Poëzie nog Dichter des Vaderlands, bracht zijn kindertijd begin jaren tachtig door op een montessorischool aan de Rotterdamse Essenburgsingel.
Zie voor live-voordracht van zijn 'Beatrixgedicht', Ramsey Nasr bij Matthijs van Nieuwkerk:
http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/207105
- met dank aan NRC Handelsblad en De Wereld Draait Door (Vara-t.v.) -
zaterdag 17 november 2012
Achter zijn herfst aan
stond de wind daar
buiten de deur en
klopte hij aan
en was daarachter
een ruimte voor ruisen
niet vindbaar
en wist enkel de zoldering
van windgekraai
*
er loopt daar een wolk
over het gras
met zijn armen vol geel
nadert de bosrand
stil loopt het paard achter
zijn herfst aan
het geringe van mens
gaat zijn schaduw
achterna
*
later het jaar lag de akker
in een andere verte, lager
en zonder gezicht
hij lag er zo alleen
ik zou willen liggen gaan
dichterbij hem, ik zou
rand van de akker
willen zijn
*
weggerold ben ik, in
een gat gerold ben ik
maar ik kwam weer boven
werd een ruisende beek
en ritselend als zilver
stroomde ik voort
© Leo Herberghs
Vier korte gedichten uit:
Leo Herberghs De bolle ogen van februari & Hölderlins einde
Utrecht, de Contrabas, november 2012.
maandag 29 oktober 2012
Steen - In memoriam Bernlef (1937-2012)
CIRKEL
Alvorens de cirkel te sluiten
keek hij nog één keer om zich heen
zag hoe de meeuw in de gevel verdween
stof het uitzicht smoorde
met een stormgordijn, de laatste steen
zich opmaakte om te verdrinken.
Onnavolgbaar ogenblik
waarin sterren hem te binnen schoten
en de uitgesleten drempel vonkte onder
zijn allereerste stap: hij was alleen
en de ontsluiting vond plaats. De hand
van de uitgedreven geliefde cirkelde
boven het pasgeboren lijk. Hij was gesloten.
© J. Bernlef
Gedicht oorspr. uit Bernlefs bundel Niemand wint (1992), naderhand opgenomen in
Voorgoed. Gedichten 1960-2010, Bernlefs verzamelde poëzie volgens de auteur zelf
(Amsterdam, Querido, 2012 - verschenen ter gelegenheid van de 75ste verjaardag
van de dichter in januari jl.).
Schrijver, vertaler en dichter J. (Henk) Bernlef - pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman - is vandaag na een kort ziekbed op 75-jarige leeftijd overleden.
Tussen 1959 en 2012 schreef hij een grote hoeveelheid romans, verhalen en gedichten, waarvoor hij vele malen werd bekroond.
In 1994 werd hem de P.C. Hooftprijs toegekend voor zijn gehele letterkundig oeuvre.
Tien jaar daarvoor brak Bernlef door bij een groot publiek met Hersenschimmen, een roman over een liefde die wordt vernietigd door dementie. Hersenschimmen, naderhand verfilmd en enkele jaren geleden ook nog te zien als theaterstuk, wordt gerekend tot een van de beroemdste en meest verkochte boeken van de twintigste eeuw.
Bernlef was een aimabel, behulpzaam en sociaal voelend auteur. In een recent interview in NRC Handelsblad zei hij: "Ik heb mijn leven verschreven." Nog een uitspraak van hem, over zijn vele publicaties en werken, in een gesprek afgelopen zomer:
"‘Ach, wat blijft er van je over… Meestal twee regels, toegeschreven aan een ander."
zondag 28 oktober 2012
Voor morgen
Ik gluur
naar de mensen
op straat, hoor
ver weg
vogels rond
park en Maas.
Hoe groots zingt
alles vandaag.
Niets is grijs,
de wolken
die kruipen
zijn voor
morgen, klaren
vanzelf op.
© Frans Budé
Stadsgedicht van Frans Budé in het Mestreechs - boven kapsalon in Maastricht, op de gevel van hoekpand O.L.Vrouweplein/Achter de Comedie
woensdag 24 oktober 2012
Geweren
WE GOOIEN ZE PLAT
Iemand zei praten gaat te langzaam, we moeten vuisten gebruiken,
Een ander zei vuisten gaat te langzaam, we moeten stenen gebruiken
Een ander zei stenen gaat te langzaam, we moeten knuppels gebruiken
Een ander zei knuppels gaat te langzaam, we moeten speren gebruiken,
Een ander zei speren gaat te langzaam, we moeten pijlen gebruiken,
Een ander zei pijlen gaat te langzaam, we moeten geweren gebruiken,
Een ander zei geweren gaat te langzaam, we moeten bommen gebruiken.
Laten we Hem dankbaar zijn die ons het vermogen schonk om te denken,
Ons werk wordt dagelijks lichter, lichter dan een blad.
Denk eens hoe ver we zouden zijn als we nog onze vuisten gebruikten.
Ons werk wordt dagelijks lichter, lichter dan een blad.
Denk eens hoe ver we zouden zijn als we nog onze vuisten gebruikten.
De lui die denken dat we geen verstand hebben: we bombarderen ze,
De lui die denken dat we geen doel hebben: we bombarderen ze,
De lui die denken dat we niet kunnen plannen: we bombarderen ze.
De lui die denken dat we geen doel hebben: we bombarderen ze,
De lui die denken dat we niet kunnen plannen: we bombarderen ze.
We gooien ze plat!
We gooien ze plat!
We gooien ze plat!
We gooien ze plat!
We gooien ze plat!
© Chirikure Chirikure
- vertaald uit het Engels door Peter Boreas -
Kijk voor het volledige festivalprogramma op
http://www.maastrichtpoetry.com/current.asp?lang=mac
vrijdag 19 oktober 2012
Sylvia Kristel (1952-2012)
De minnaar spreekt:
Elke nacht met haar was een Kristalnacht
Elke nacht dezelfde kwetsbaarheid
diezelfde lichtblauwe sterren-
lichtheid
van oogopslag
Elke nacht met haar was
bijslaap met mijn eigen ziel
Het woord was vlees geworden in Bangkok
Ik Emmanuel
en
zij Emmanuelle
In al de spiegels van mijn poëzie
- nerveuzer, steeds nerveuzer
herken ik slechts haar rotanstoel
en mijn uiteindelijke leegte
© Manuel Kneepkens
- ongepubliceerd -
Sylvia Maria Kristel (Utrecht, 28 september 1952 - Amsterdam, 17 oktober 2012)
was een Nederlandse actrice. Ze speelde in meer dan vijftig internationale speelfilms,
waarvan Emmanuelle (1974) de bekendste was.
Sylvia Maria Kristel (Utrecht, 28 september 1952 - Amsterdam, 17 oktober 2012)
was een Nederlandse actrice. Ze speelde in meer dan vijftig internationale speelfilms,
waarvan Emmanuelle (1974) de bekendste was.
maandag 13 augustus 2012
Door mijn wimpers heen
Mijn moeder wijst de plaats aan waar de school was
en het kippenhok waar ze met haar vader lesgaf
als de vliegtuigen, die nu in het bos staan, overvlogen.
Een vader en een dochter leerden boerenjongens schrijven in de zon.
Mijn opa wacht aan tafel onze komst. Warm eten, 's middags.
Hij bidt, zijn ogen zijn gesloten, ik zie het door mijn wimpers heen.
Wij bidden na, met de zachte g die mama
in het Noorden al bijna was vergeten. Wij blijven stil
tot de voorname stem het nieuws over de wereld
heeft verteld. De klok in de radio slaat twaalf uur.
De soep wacht in de borden, pas bij de weerberichten
neemt hij een eerste hap. Mijn moeder en mijn opa spreken
vreemde woorden met elkaar. Ik wacht tot ik ze kan verstaan.
© Ineke Holzhaus
Uit: Ineke Holzhaus Waar je was, gedichten, Maastricht/Amsterdam, Azul Press, 2011
zaterdag 11 augustus 2012
Bezoek
BLAUWDRUK
Hij is ijskoud in haar ontwaakt,
neemt zeer zelfzuchtig stilte aan bij monde
van een opzettelijk doofstomme; de eeuwig-
heden slaat hij aan seconden.
Z'n blauwdruk, tot een lijf vermaakt,
dat zelfs de ochtend slecht verdraagt, voorzegt
hoe hij vernietigd dient te worden.
Ze maakt zich in het licht verstaanbaar:
wees warm, bezoek mij in de zomer en ik
bedrieg je, ik, de meest bedrogen dromer.
© Hester Knibbe
Uit: Hester Knibbe Een hemd van vlees Baarn, De Prom, 1994
vrijdag 10 augustus 2012
Engel
EEN PAAR DECENNIA TE VROEG IN DEZE NACHT VERZEILD
Langs een onbetwiste provinciale weg
kwam je de engelen en vrienden
van je vader tegen.
Bij de eerste bussen naar de stad
of diep in de nacht
op de terugweg van de kermis.
Je vader herinnert zich een stem
die in het voorbijgaan vroeg
waarom de nachten zo onrustig zijn geworden.
De wereld leek een paar decennia te vroeg
in deze nacht verzeild.
Er scheen een ander licht.
Dat zagen wij.
Je vader kon het later niet goed duiden
maar had iets in de ziel gekeken
doende tussen kapotte lantaarns
de weg naar huis te vinden.
Je had het over de lome avonden
en de meisjes die net engelen waren.
Daar nog een overlevende tegenkomen
die je in geen jaren zag.
'Kun jij je dat voorstellen?'
Dat maakt passend wat de tijd verwaarlozen wil.
Of dat ook geldt voor de man
die met ons opliep en diepe steekwonden
van de kermis had meegebracht?
Worstelend met windkracht zes
en andere engelen van de herfst
een heel stuk van de wandeling
uit ons geheugen kwijtgeraakt.
Hebben daar uiteindelijk een vinger verloren
en het de dag daarna op een botsing
een worsteling in het donker gegooid
niet eens zo ver
bezijden de waarheid.
© Jan Baeke
Uit: Jan Baeke Brommerdagen Amsterdam, De Bezige Bij, 2010
donderdag 9 augustus 2012
Geverfde nagels
IK WAS THUIS EN PLEEGDE INTROSPECTIE
Ik was thuis en pleegde introspectie.
In dienst van de mensheid,
dat sprak vanzelf.
Ik bedacht mij een beroep: verpleegster
in verre werelddelen. Ik speldde mij het woord
'nut' op de revers.
Ik ging en ik kwam en ik zat nog steeds
op mijn kamer. De nagels van mijn tenen
waren inmiddels geverfd
en goed bekeken
was mijn hele eigen leven
© Sylvia Hubers

Uit: Sylvia Hubers Vandaar dit huwelijksleven
Amsterdam, Prometheus, 2009
woensdag 8 augustus 2012
Nee, meer een plas
Droge naald etst hen aan de rand van het bos:
Jager & hond. Nevel arcerend in koper.
Oktober. Een dinsdag in het jachtseizoen.
Zon, nog begraven onder het mos, woelt al
Tussen de wortels. Metaal krult van de plaat.
Metaal als geweerloop. Metalen kogel.
Mist ligt in vitrages over het meer, nee
Meer een plas, trage schaal vloeibare lucht.
Jager & hond roerloos tussen hout en water.
© Harry Mulisch
Uit: Harry Mulisch De vogels - drie balladen (gedichten).
Amsterdam, Atheneum-Polak & Van Gennep, 1974
maandag 6 augustus 2012
Onhoudbaar
OVER LIEFDE
in de nacht
een zachte
een wuivende
huid geplant
op elke vinger
een oog gegroeid
in het donker
een gestreelde deken
te weven
een lieflijke god
onder de leden
ongrijpbaar
onhoudbaar
dit gekke geluk
© Mischa de Vreede
Uit: Mischa de Vreede Met huid en hand, Amsterdam, u.m. Holland, 1959
Vriendje
VERSJE DAT IK TOCH MAAR NIET
IN EEN POEZIEALBUM HEB GEZET
Je vader trekt flessen,
je moeder schaatst scheef,
maar jij blijft mijn vriendje
zo lang als ik leef.
© Cees Buddingh'
Uit: C. Buddingh' Gedichten 1938-1970, Amsterdam, De Bezige Bij, 1971
zondag 5 augustus 2012
Knoopjes
BEKENTENISSEN (2)
Alleen slechte mannen wilde ik aanraken. Ik wilde hun schouders onder
mijn handen voelen, hun knoopjes openmaken, mezelf dan
haastig uitkleden, ze als dekens om me heen slaan,
me in hun armen te slapen leggen.
Ik wilde ze voorzichtig wasssen, hun haar inzepen met een shampoo
die niet prikt, schuim in hun huid masseren, ze glanzend wrijven.
Ik wilde ze auto's geven en kleine huisjes voor ze maken,
ze aan tafel zetten met een vrouw, een bordje eten,
een kind dat papa zegt, een lapjeskat.
Ik wilde ze mee het bos in nemen, ze warm aankleden en
de goede kant op sturen, de kant op waar bomen zo
hecht met elkaar vergroeid zijn dat je er
geen pad meer vindt maar wel,
als het donker wordt,
levensechte beren.
© Ester Naomi Perquin
Uit Ester Naomi Perquin Celinspecties Amsterdam, Van Oorschot, 2012
zaterdag 4 augustus 2012
Grasduinen
BRIEVEN
Die moet ik nog schrijven, en die
dat ik gezond ben
dat ik gisteren dronken was in een grieks café
daarna in een turks café, in een noors
dat ik me instel op een hoge
zeer hoge gasrekening
en andere dingen aan anderen -
grasduinen in een steeds onverklaarbaarder wereld
dat iemand zei: gij hollanders, ge zijt allemaal hetzelfde
terwijl ik toch had betaald
en een franse bril op had
en een duitse gedichtenbundel op zak
en thuis op mijn tafel
Anne Sextons onovertrefbare gedicht
'wanting to die'
en luister hoe ik de stoppen vernieuwde
en het licht opeens weer brandde
en zij op de bank lag te slapen
onder de blauwe deken
Aan deze en gene moet ik schrijven
dat ik het niet doe
dat ik weiger
dat ik ga procederen
dat de dagen hier in regen verslijten
en de wereld nooit groter is dan een stad
dan ik in die stad
mijn voeten op die stenen
en wat ik zie als ik knipper met mijn ogen
en ik moet vragen hoe het gaat
of het huis al gebouwd is
het stuk goed vertaald
of de kinderen voorspoedig groeien
en de vrouwen niet al te ongelukkig zijn
© Remco Campert
Uit: Remco Campert Dichter Amsterdam, Bezige Bij, 1995
vrijdag 3 augustus 2012
Gezichtsbedrog
VROUWENKLACHT
(Op de melodie van Lentelied)
Wat heb ik spijt dat ik getrouwd ben met een koopman:
Het lot beschikte mij een trouweloze kerel!
Naar Soochow ging hij, zei hij mij bij zijn vertrek
En ruim drie jaar later
Krijg ik me daar een brief uit Canton!
© Xu Zaisi (14e eeuw)
DE WOORDEN VAN EEN GEKOCHTE CONCUBINE
Voor duizend goud hebt u mij aangeschaft -
U kocht mijn lichaam, u kocht niet mijn hart.
Ik weet dat u een echtgenote hebt:
Iedere nacht zal zij uw ontrouw klagen.
© Yang Weizhen (1296-1370)
Uit: Klasssieke Chinese poëzie - van het Boek der Oden tot de Qing-dynastie, samengesteld en
vertaald door W.L.Idema. Amsterdam, Meulenhoff, 1991
donderdag 2 augustus 2012
Zweven
WAT DE TOEKOMST BRENGEN MOGE
Een junimorgen vroeg de tuin in gaan
zien hoe spanrupsen zweven aan
dunne trapezes. In het gras bloeien
toe maar! beloften, geheimen groeien
rondom. Zo licht is dit, ik ken het niet
ik hoor een lied dat ik al evenmin,
en niet vertrouw. Wat willen
deze woorden in het groen
wat zingen ze, zijn ze soms bang
dat dit moment geen leven lang?
Laat het toch even nu zijn, hier
precies dit ogenblik van leven
dat ik zo liefheb, redeloos -
© Marjoleine de Vos
Uit: Marjoleine de Vos Een kat van sneeuw, Amsterdam, Van Oorschot, 2003
woensdag 1 augustus 2012
De overlevenden
ONTHEEMD
Het lijkt precies, dit land,
op dat waar wij gedwongen werden
scheep te gaan. Na de bekende ramp
zijn wij weer aangespoeld, gered,
zoals dat wordt genoemd.
Wij zijn nu voortaan overlevenden
terwijl degenen die aan land
gebleven zijn niet zo hoeven te heten.
Het land, nu we er weer terug zijn
is wel hetzelfde, maar getekend.
Getekend en beschreven. Alleen
in de herinnering zichzelf gebleven.
© Judith Herzberg
Uit: Judith Herzberg Het vrolijkt, Amsterdam, De Harmonie, 2008
dinsdag 31 juli 2012
Streling
ODE AAN EEN BEJAARDE KWAL
In het smerige water van de haven
leeft nog een kwal.
Amechtig,
met haar trage, kwabbige lijf,
dat zijn blauwe kleur heeft verloren en overdekt is
met de verschrikkelijke tekenen van het onafwendbare,
vervloekte vlekken van haar geslacht,
beweegt ze zich langzaam voort tussen uitwerpselen,
tussen condooms en olievlekken.
Hier werd ze geboren, hier groeide ze op, hier maakte ze
de magische reizen van haar jeugd
naar het eind van de wereld: naar de golfbreker.
Hier werd ze verliefd en voedde ze mettertijd
kinderen en kleinkinderen op om, uiteindelijk,
al haar illusies stuk voor stuk te verliezen,
over zogenaamd schone zeeën die ergens
- dat kan niet anders - móeten bestaan.
Elke ochtend zie ik haar huilen,
ik kniel voor haar neer
en streel haar met mijn blik.
Ze is oud, lelijk en alleen,
met haar kwabbige lijf: maar ze geeft niet op.
In het grote riool van de wereld
houdt zij de soort in stand.
© Anéstis Evangélou
- uit het Grieks vertaald door Kirsti de Hek -
in: Verslag van een balling, Kruispunt #179, literair kwartaalschrift, Brugge 1999.
Anéstis Evangélou [1937-1994], pseudoniem van Anéstis Papadopoulos, was na een studie rechten zijn hele leven werkzaam bij de douane in de havenstad Thessaloniki. Hij behoort tot de zogeheten tweede generatie naoorlogse dichters in Griekenland (1950-1970). Over deze tijdgenoten maakte hij een lijvige bloemlezing, een standaardwerk waaraan hij vlak voor zijn dood de laatste hand legde.
Evangélou publiceerde naast korte verhalen acht gedichtenbundels; werk van hem is vertaald in diverse landen.
- met dank aan Kees Klok en Meander-63 van 14 november 1999 -
Abonneren op:
Posts (Atom)