Ik wist het sinds december en stelde de waarheid uit tot ik haar las. Zelfs tijdens de slapeloze nacht die ik in je straat heb doorgebracht.
Zozeer in beslag genomen door een afscheid tussen levenden. Ik logeerde op nummer acht. Dichter zouden wij elkaar nooit meer naderen.
Tegen beter weten in bleef ik je verwachten op Poetry International. In de bar van Hotel Central waar je zo dikwijls mijn tongval aandachtig imiteerde.
Geen junimaand ging voorbij zonder dat wij hadden afgesproken dat je naar Antwerpen zou komen. Ik ben het blijven geloven tot ik je in ademnood uitgesproken woorden aanhoorde.
In de zaal waar ik een jaar voordien nog onnozel van vreugde staande applaudiseerde, nam ik mij voor je te schrijven. Ik wachtte tot nu en schaam mij zeer.
EDDY VAN VLIET
Uit: Half slapend in een hotel vol gedichten in de maak, in: Kijk, het heeft gewaaid - Veertig jaar Poetry International Festival (1970-2009) in Rotterdam. Veertig jaar in veertig gedichten, red. en samenst. Janita Monna, Amsterdam / Antwerpen, De Arbeiderspers, juni 2009.
De dichter en collega die Eddy van Vliet verwachtte in Hotel Central, de 'poëtenverblijfplaats' van het festival, was Hans Faverey. Wegens ziekte kon Faverey niet naar Rotterdam komen. Faverey (1933) overleed in de zomer van 1990, toen de Belgische dichter-jurist Van Vliet sinds 1973 al meer dan drie Poetry-optredens op zijn naam had staan. Eddy van Vliet (1942) stierf in 2002.
Zonder begeerte, zonder hoop op beloning, ook niet uit angst voor straf, de roekeloze, de meedogenloze schoonheid
te fixeren waarin leegte zich meedeelt, zich uitspreekt in het bestaande.
Laat de god die zich in mij verborgen houdt mij willen aanhoren, mij laten uitspreken, voor hij mij met stomheid slaat en mij doodt waar ik bij sta, waar jij bij staat.
en wil er niet uit. Zij rekt zich uit en maakt met haar handen van die schokkende beweginkjes boven haar hoofd.
De wind is intussen gaan liggen. Het riet beweegt niet meer en op de plavuizen vloer is ook mijn schaduw vervluchtigd. Rozenmond in haar denken is leeg. Gedachtenloos strijkt zij de kleine luchtbelletjes uit haar schaamhaar, van haar dijen. Rozenmond ligt in bad, wil niet uit bad, komt ook niet uit bad. Zij draait de mengkranen open, duwt het hefboompje omhoog en laat het nog uren en uren
De mooiste vogel, die door ijsvogels kan worden gemaakt, is zelf
een ijsvogel.
Al het water van de zee wast niet al het water van de zee weg, en tussen de stekels van de egel in de heg krioelt het van de vlooien. Zo heeft het mijn daimoon gericht, hij die
het bestaande erkent het vernietigt en onophoudelijk herleidt tot zichzelf.
Laat iemand eerst maar eens vertrekken naar zijn lege stoel en deze zien te omsingelen, alvorens zich
tot zinken te brengen. Wat een verdriet stond de kοοi niet uit οm Dοmenicο Scarlatti te behouden. Voor wie gaat de zon οp, als het niet is οm dezelfde wanorde te bevestigen, een kamer die eindelijk alleen wil zijn met zijn stille getuigen, zijn over‑
heersende warmbloedige zοοgdieren de deur uitgelοοdst, alle licht weg, alle kleuren weg, deze kamer zonder ons, prijsgegeven aan miljarden stοfmijten.