maandag 2 januari 2012
Fiets
FINISH
De atleet stond op het veld
en rekte zijn oude benen
toen de dood langskwam en wenkte:
Dag jongen, loop je even mee?
Een korte steek in de zij,
dat was alles. Hij bukte zich
om zijn veters aan te trekken,
maar de schoenen waren al leeg en
hij rende de lucht in.
Gewichtloos en zonder
ooit buiten adem te raken
zwom hij door een sterrenzee,
fietste de melkweg rond
en liep ten slotte
in de witte tunnel van de zon,
als vuur door wind gedragen.
En bij de finish waren vele gezichten
die hem aankeken met zachte ogen,
en die zich verheugden,
want hij was er.
© Alexis de Roode
Uit: Alexis de Roode Geef mij een wonder, Amsterdam, Podium, 2005
zondag 24 juli 2011
Zweet en hamburgers
GRENOBLE - OSLO
- na de aanslagen in Noorwegen -
Edvald Boasson Hagen en Thor Hushovd,
ritwinnaars en Noorse fjordrotsen in de branding:
hoe rijden zij vandaag de tijdrit,
als tuinmannen op de vlucht naar Ispahaan*,
met rouwbandjes om de gespierde biceps,
gehuld in zwart dat alle regenboogkleuren tart?
Ach, koers is maar een spel,
de Tour een megapretpark met zweet en hamburgers,
met spetterende kleuren, vettige geuren
die makkelijk uit shirts te wassen zijn.
Niet het bloed van Oslo na de criminele donderslag,
niet na de gruwelijke jachtpartij op Utøya,
tot gisteren een idyllisch eilandje en levensecht Utopia.
Edvald en Thor:
jullie land is plots niet meer wat het was,
het steunt en kreunt en laat zijn tranen tot een zee aanzwellen.
Ik, ik huil met jullie mee.
23 juli 2011
© Willie Verhegghe
Vers van 'wielerdichter' W. Verhegghe,
naar aanleiding van de gebeurtenissen in Noorwegen waarbij vrijdag jl. tijdens een bomaanslag in de regeringswijk van de hoofdstad en kort daarna bij een schietpartij op een naburig eiland bijna 100 doden vielen.
Het gedicht Grenoble-Oslo werd, een dag nadat de omvang van de tragedie volledig tot de wereld doordrong, voorgelezen en openbaar gemaakt door tv-sportpresentator Mart Smeets.
Dat gebeurde gisteravond bij het begin van de laatste uitzending van het Toursportprogramma De Avondetappe.

Hagen sloot zijn tijdrit af met een 12e plek. Zijn zwaar aangeslagen landgenoot Hushovd, in de regenboogtrui van de wereldkampioen, eindigde op de 105e plaats. Op grote afstand van de Australische outsider en winnaar Cadel Evans, die na drie weken met meer dan 3.000 kilometers op de fiets door Frankrijk, als klassementsleider in een nieuwe gele trui nu de grootste kans heeft op de eindzege, morgen in Parijs.
.
(foto AP - met dank aan NOS Studiosportzomer/De Avondetappe)
* Ispahaan (Isfahan) is een verwijzing naar o.a. het bekende gedicht van P.N. van Eyck (1887-1954)
De tuinman en de dood. Zie ook:
http://rotterdampoetrylakes.blogspot.com/2010/03/knecht.html
zaterdag 23 juli 2011
'Parijs is nog ver!'
TIJDRIT
ode aan de Zevenheuvelenweg*
De laatste wal loopt in de hemel dood
voorziet de renner die - de grens nabij -
met allerkleinst verzet de zwaarte polst.
Wie tijd bestrijdt, schakelt naar
eeuwigheid, schiet de ritmen van dit land
voorbij: ademtocht van wilde orchideeën
in de laagte, wiekslag van de molen bovenin
het dorp, echo's van oorlog rond de heuvels.
De schaduw die aan hem gekoppeld is
stijgt voor hem uit, ontvlucht zijn loden
lijf voordat de top bereikt is, valt.
Zijn schim heeft hem verlaten als hij op-
staat bij de pleisterplaats. Het geurt
naar nacht, zijn mond zoekt de bidon.
© Victor Vroomkoning
* De Zevenheuvelenweg (bij Nijmegen) heeft over bijna 1300 meter een gemiddeld hellingspercentage van 3,7. Voor fietsers:
de steilste driehonderd meter kent een klimgehalte van 8,4%.
Oorspr. uit Gelderland in proza, poëzie en prenten - Arnhem, Stichting Beeldende Kunst Gelderland, 1989.
Voorts in: Ook wij waren winnaars - Sportgedichten uit Nederland en Vlaanderen, samenst. Pascal Delheye en Willie Verhegghe, PoëzieCentrum Gent (B.)/De Geus, Breda, 2005
woensdag 13 juli 2011
In het hooggebergte (Tour de France 2011)
Col d'Ornon
Leeg en gelaten
wacht ik
op de schande
en het erbarmen
van een bezem-
wagen,
nooit eerder
stond mijn fiets
zo droevig
in de schaduw
van een boom
*
La Bérarde
Ze wil naar hoge bergen,
fietsend in de wolken
raken,
ik zal haar brengen,
ik zal haar leiden
waar rotsen
en gekeuvel op wielen
tot de hemel reiken
© Miel Vanstreels
'Tot de hemel': morgen - voor de liefhebbers- eindelijk échte bergen in de 98ste Tour! Een verhaal over overleven: bij slecht weer op Quatorze Juillet gaat de Pyreneeënetappe van 211 km donderdag naar Luz-Ardiden over o.a. de gevreesde Col du Tourmalet (ruim 2100 m).
Twee verzen afkomstig uit:
Miel Vanstreels Behoedzaam dansen op de pedalen (wielergedichten) Maastricht, Haute Folie, 2010.
'Col d'Ornon', 'La Bérarde' en tweede andere gedichten uit deze bundel werden ter illustratie van de woorden bezemwegen, coureur, kassei en wiel opgenomen in Van Dale's Wielersportwoordenboek.
De omslagfoto (door Paul Bastiaens) is gemaakt op de flanken van de Tourmalet.
Méér wielerpoëzie van Vanstreels is te lezen op:
http://fietsvarianten.blogspot.com/
woensdag 11 mei 2011
Pindasnoer
STRAF
Het wil mij maar aan niets ontbreken.
Vrouw, pen en fiets lopen gesmeerd.
Al zittend stijg ik almaar hoger.
Wat deed ik allemaal verkeerd?
*
TOT OVERMAAT
De zonnebloem werd zwart, de schommel rot.
Het pindasnoer is leeg, het gras vertrapt.
De kamperfoelie is kapot gewaaid.
En jij? Jij werd er ook niet mooier op.
*
IK NIET
Biesheuvel lezen. Binnen handbereik
port en sigaren. Naast me het getik
van breinaalden. Vlokje en Borre spinnen.
Wie er ook ongelukkig is - niet ik.
© Anton Korteweg
Drie korte verzen uit:
Anton Korteweg Voor mannen is 't niet erg - veertig jaar dichterschap in veertig kwatrijnen, Amsterdam, Meulenhoff, 2011
maandag 2 mei 2011
Kinderzitje
LEVEN
Leven - doorgaans komt het me ongelegen,
maar iedere morgen moet ik het toch weer.
Was er maar tussen slaap en dood zijn in
een minder alledaags en zeurend zeer.
*
PETRUS
Nadat de haan tot drie keer had gekraaid,
kwam Petrus, kreeg de sleutels, opende het hek,
ging op de rotsgrond schapen weiden.
En wij maar distels grazen, wachtend op de Heer.
*
DANKBAAR
Een lieve vrouw, een mooie baan, een prachtig huis.
'k Dank U hartgrondig voor die gunstbewijzen.
Ook voor mijn snelle fiets, met inbegrip
van niet te demonteren kinderzit.
© Anton Korteweg
Uit: Anton Korteweg Voor mannen is 't niet erg - veertig jaar dichterschap in veertig kwatrijnen, Amsterdam, Meulenhoff, 2011
zaterdag 2 april 2011
Gebeurtenissen
GOD
We liepen de stad in.
Er was een wielerkoers.
Achterin de groep hing een renner die had gelogen,
Zijn vrouw geslagen, zijn hond gedrogeerd
En een poging tot zelfmoord had gedaan.
Niemand sloeg acht op de koploper,
Men wachtte op de man achterin,
Die bij elke doorkomst een daverend applaus kreeg.
Een kenner met een bierblikje in de hand
Een een pet van IJsboerke op het gezwollen hoofd fluisterde
Dat de gevallen held een aanzienlijk hoger startgeld had gekregen
Dan de vedetten.
Na afloop werd hij, stralend van vreemde opwinding,
Door mooie vrouwen gekust
En terwijl de winnaar als een geslagen hond afdroop,
Werd hem onder luid gejuich
Een enorme beker met fleurige linten overhandigd
Als prijs voor 'de strijdlustigste renner'.
Even later was iedereen weg
En zag de plek er, als in een desolate droom,
Onheilspellend uit.
Toch hadden de gebeurtenissen ons met vreugde vervuld
En gingen we hoopvol gestemd
Op zoek naar een café.
© Alex Roeka
In: fragm. nr. 3 A. Roeka Drieluik van het wielerseizoen, uit De Muur nr. 24, Amsterdam, L. J. Veen, maart 2009
Wielrennen is niet alleen een sport, maar ook "een literair genre". Ontdekte althans Herman Chevrolet, auteur van het recent verschenen Het Feest Van List En Bedrog, die enkele jaren geleden slechts één ambitie had: winnen van de Ronde van Lefkas, een legendarische wedstrijd op een Grieks eiland waar regelmatig slangen over het parcours kruipen.
Morgen, met start in Brugge (B.), een nieuwe aflevering van een mythische eendagskoers: de 95ste Ronde van Vlaanderen.
dinsdag 11 januari 2011
Onzichtbaar stuur
DE WEG EN ZIJN JUKE-BOX
In het geknars van de wielen,
want alleen wielen
draaien subliminaalsgewijs
de zwengel van de autosnelweg,
want alleen zij
meten de uitrekbare zachtheid ervan,
duizelingwekkend verlengd op een onzichtbaar stuur!
In het geknars van de wielen,
want alleen zij
rollen om dat onzichtbare stuur
het lange haar van de autosnelweg,
zodat de wielrijders nooit meer verdwalen
in een bocht in het kapsel ervan!
Want alleen de buurtmeisjes
vatten post op de hoofdweg,
halen met hun plakkerige tongen de munten
uit de parkeermeters
en terwijl ze zwengels verbuigen
als op een reusachtige ringweg,
spuwen ze die naar de roos,
in oude jukeboxen!
Want alleen de buurtmeisjes
- gek op snelheid! -
dansen verdwaasd als op een reusachtige ringweg
en verdwalen onderweg met de wielrijders.
Ja, met de wielrijders die, onder de tweesprongen van de
kruispunten,
gekweld door de amerikanismen van het octaan,
onder de wielen van de maagd van macadam, verhit,
vroegtijdig ontploffen, zonder het te beseffen.
Jawel, in een gekraak!
Ja, onder het geknars van de wielen.
© Linda Maria Baros
- vertaling uit het Frans: Jan H. Mysjkin -
In: Bunker Hill nummer 42, Amsterdam, 2008
zondag 4 juli 2010
Halve prijs (Rotterdam, Le Grand Départ 2)

Het lijkt een modern gedicht van Paul van Ostaijen (1896-1928), maar "EDDY MERCKX" - een groot kampioen - is slechts een collage van willekeurige krantenkoppen uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. Gerangschikt door Daniël van Ryssel, lange tijd redactielid van het onvolprezen letterentijdschrift Yang.

Uit: "Koerszakboekje" - wielergedichten, een uitgave van Curieus, niet in de handel verkrijgbaar, drukwerk dat enige jaren geleden circuleerde onder publiek bij de Ronde van Vlaanderen en andere Belgische wielerwedstrijden.
In de omgeving van de stad Gent voor een habbekrats ook nog steeds verkrijgbaar als koers-affiche.
Vandaag - na de start in Rotterdam - bereikt de Tourkaravaan Brussel, niet ver van de omgeving waar held-in-ruste Merckx woont.
Met dank aan www.2cycle.be
zaterdag 3 juli 2010
Wreed schoon - over geelzucht & de rondemiss, Le Grand Départ

COUREUR (Fin de Siècle)
Ik ben niet gekomen om aan te komen,
ik ben allene maar gekomen om te starten.
En voor de gladiolen en de kussen
van de Druivenkoninginne.
Tenminste: als ik winne.
Maar als ik winne, 't is per toeval
of misschien omdat ze mij laten gaan
als 't onder mijne kerktoren is.
En 't is per toeval als ze mij gaarne zien.
'k Ben zelfs niet gekomen om te starten
want 'k ware vele liever niet gestart
en 'k ware liever niet gekomen.
't Probleem met 't starten is
- en vraagt ge 't mij, een groot probleem -
dat ge van kilometers verre aan moet komen
desnoods op uwen veló,
voordat ge eindelijk moogt starten.
't Is altijd were dezelfde miserie:
't is even verre naar den départ
als dat het is naar den arrivée.
En 'k heb, als één van d'enigste,
nog nooit een chique voiture gehad.
Maar 'k wille zo gaarne dat ze mij gaarne zien.
't Is waar dat 't hier wreed schone is.
De boerenhoven, den blauweregen,
en al die merries met dien damp rond hun konte.
Ik ben van den buiten, ik ben van den boer,
en niet van den disco lijk mijn maten.
Ik ben van de frieten, niet van de grieten.
Maar 'k zie zo gaarne de kuiten van de meiskes,
surtout wanneer ik naar beneden kijke
en 'k kijke heel dikwijls naar beneden.
Daar staan ze dan, langs de greppels van de weg,
madelieven tussen madelieven, al mijn lieven,
en ge koerst maar en ge koerst maar
totdat ge bijkans genen asem meer hebt,
ge perst u verdorie de kloten van 't lijf
en ge weet: ge kunt ze toch niet krijgen.
En 'k kijke omhoge tot in hun kruis,
en 'k hapere en mijnen asem stokt.
Ik zie dat liever, vele liever,
dan de billen van mijn maten,
die 'k -à propos- ben beu gezien,
doordat ik meestal vanachteren zitte.
Demarreren? 't Is van 't beste war da 'k kanne,
weg, rap weg van al die stomme konten,
maar 'k doen het niet: voilà!
Misschien omdat ik daar te slim voor benne
of te lui, te leeg lijk dat ze hier soms zeggen,
lijk dat dat niet hetzelfden is:
slim en lui en leeg.
Als tante Fientje aan de kant staat,
tantje Fientje, die maar vijf jaar ouder is,
tantje Fientje met haren drapeau
en met haar proper fraksken an,
en als ze dan allez, Gruwee roept,
dan steek ik d'r dikwijls weer een tandeke bij.
Ze zeggen wel dat 'k fin de carrière benne,
maar 'k hebbe niet eens een carrière gehad.
En 'k hebbe nooit, dat durf ik zweren,
ik hebbe nooit iets willen winnen.
Maar 'k wille zo gaarne dat ze mij gaarne zien.
't Is tegenwoordig overal fin de carrière,
lijk dat de wereld in de solden
en 't heelder dagen avond is.
Ze spreken toch ook van 't fin de siècle?
En siècle of carrière: dat is 't zelfde,
want dat is Frans en Frans dat is de tale
waarin ze iemand gaarne zien.
Gruwee zeggen ze, Gruwee toch
Ge moogt u niet zo laten doen
Ge moogt u niet zo laten gaan
Gij zijt niet fin de carrière.
Dat zit allene maar in uwen kop.
En tegen de avond - leeggereden
en eindelijk, eindelijk gearriveerd -
dan gaan ik onder de douche staan,
met mijnen smoel vol taches de beauté:
't is Frans en 't klinkt veel schoner dan slijk.
Maar 't moet er, Frans of niet, altijd weer af.
Ze mogen morsen, allemale, ikke niet.
En morsen is van 't liefste wat ik doe.
Modder morsen, want ik ben een zwijn.
Maar 't ligt in mijn nature en in heel mijn wezen
het zwijn te zijn van de druivekoninginne
en 't zwijn, vooral, van tante Fientje.
't Is waar dat 't hier wreed schone is,
maar 'k hebbe soms enorm veel goestinge
met al de modder van de wereld
koleirig naar den hemel te smijten.
Hoe doet ge dat, vertel het mij:
niet winnen en d'r toch voor zorgen
dat z'u verdomme gaarne ziet?
LUUK GRUWEZ
(Met dank aan Hugo Claus, Eriek Verpale, Rik van Steenbergen, Briek Schotte, Rik van Looy, Jef Planckaert, Ward Sels en mijn twaalfjarige zelf)
- voor Peter Ouwerkerk -
Uit: Luuk Gruwez Dieven en geliefden, Amsterdam/Antwerpen, de Arbeiderspers, 2000.
Recent ook opgenomen in de bloemlezing Garderobe, een keuze uit Gruwez' gedichten (Amsterdam/ Antwerpen, juni 2010).
Rotterdam-Parijs, dit weekeinde breekt de jaarlijkse geelzucht onder wielrenners weer uit met de start van de 94ste editie van de Tour de France. Le Grand Départ dus - vandaag te beginnen met een amuse, het voorafje: de proloog, een korte tijdrit. Morgen, met start vanaf de Rotterdamse Erasmusbrug, brengt de eerste officiële etappe van het grootste wielerspektakel ter wereld het peloton via de winderige Zeeuwse Deltawerken naar het zondagse Brussel. Vandaar gaat de koers verder zuidwaarts, over vlakten en bergtoppen, tot de eindmeet over drie weken op de Avenue des Champs-Élysées waar het winnaarsgeel en anderen klassementstruien klaar liggen. Hoewel: Parijs is nog ver... wist Joop Zoetemelk indertijd al.
De Tour met het Nederlandse aanvangsrandje wordt dinsdag over de Waals-Franse grens in elk geval definitief weer een Ronde van Gallië, zoals het ook hoort in een stripalbum van Asterix en Obelix.
zaterdag 29 mei 2010
Viool in bad
HOTEL
In de ochtend lig je niet naast me. Iemand is van de
wereldranglijst geschrapt wegens dopinggebruik
en op het station in H. is een kind dat geen
enkele taal sprak gevonden. Harde wind tot
kracht tien aan zee. Iemand begon vannacht
zomaar viool te spelen, ik kan dat niet horen,
het doet me denken aan mijn tijd bij het circus
waar alles snel passeert, sneller dan jij,
sneller dan de haas bij handgeklap. Echt,
we moeten hier weg, iemand vliegt langs het raam,
het wordt hier precies als die keer in Oostende toen het
zo stormde dat alles losschoot, hoefijzers, helmen,
wij woeien pas 's avonds, toen we ons enkel nog
aan elkaar konden vasthouden, platgedrukt terug in het jaar,
rechtdoor naar de lift. Iemand zong op de trap, een kraan liep
en piepte, iemand speelde viool in het bad
en een kind dat geen enkele taal sprak
stond naast de deur bij de kapstok en nam, armen hoog,
onze gekwetterde zinnen aan, je ligt niet
naast me, files op de A9, het went niet.
© Eva Gerlach
Uit: Eva Gerlach Situaties. Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2006
Tijd
DE DRIE MOGELIJKHEDEN VAN HET MENSELIJK DENKEN
Op de fiets gaat alles wel langaam
maar toch nog behoorlijk hard.
Wie heel goed luistert aan een stilstaand
horloge hoort een zacht tikken.
Waar blijft de tijd: Om daar over na
te denken hebben wij het zwerk.
© Rutger Kopland
Uit: Rutger Kopland Alles op de fiets, Amsterdam, Van Oorschot, 1969
vrijdag 7 mei 2010
Postzegels & Pedalen: de Giro d'Italia begint in Nederland

Noord-Italië, wielerbedevaartskerk Madonna del Ghisallo op ruim duizend meter hoogte in de Alpen boven het Lago di Como: maglia rosa, de roze leiderstrui van Fiorenzo Magni, alias "De Witte Wolf", die de Giro won in 1948, 1951 en 1955 . Links naast Magni's trofee aan dezelfde kerkmuur de regenboogtrui van wereldkampioen en vijfvoudig Girowinnaar Alfredo Binda. Binda's record van 41 Giro-etappeoverwinningen in één wielerleven hield meer dan zeventig jaar stand, totdat sprinter Cipollini - ook wel Il Re Leone of "Mooie Mario"- begin deze eeuw zijn totaal aantal ritzeges in de Ronde van Italië op 42 bracht (in 2003).
FIETSTOCHT
Het verre postkantoor was de magneet.
Niet om de luchtpostzegels of de taal
van overzeese stempels - nee, het deed
op tweehoog 's middags dienst als jeugdleeszaal.
Tweemaal, op dinsdag en op donderdag,
verdween ik in het ruime trapportaal
en kwam weer buiten met een brede lach.
Ik had mijn voorraad boeken andermaal.
Met in mijn hoofd een eerste regel die
ik vluchtig had gezien bij een verhaal
werd, fietsend, al naar het vervolg gegist.
Toch geselde ik vervaarlijk het pedaal
om sneller thuis te zijn, omdat ik wist:
het boek is beter dan de fantasie.
Gerrit Komrij
Uit: Gerrit Komrij Luchtspiegelingen, Amsterdam, De Bezige Bij, 2001

Aan het kerkplafond, links: de groene Bianchi-fiets waarmee Felice Gimondi in 1976 de Giro d'Italia won. Onderop: gezegende en vervolgens weggeschonken olympische en wereldkampioenstruien van Italiaanse wielerhelden, op het altaar van de Madonna del Ghisallo. [fotoarchief 2005]

Méér over het wielerbedevaartsoord Madonna del Ghisallo bij Como (It.) op:
zondag 25 april 2010
Nieuw uitzicht
RISICO
We weten niet wat de bergen
vandaag met ons zullen beginnen.
We hebben voedsel en drank en
stevige schoenen. En we vertrekken.
De top en niets anders verwacht ons.
Een nieuw uitzicht op de wereld. En
misschien komt een moment waarop
we niet hoger meer durven en
evenmin nog terug. Wanneer het
duister valt en de bergen rondom
dus toch ongenaakbaar en wij die
dat altijd al hebben geweten.
Marc Tritsmans
- poëziekaart van Plint, Eindhoven, 2004 -
zaterdag 17 april 2010
Veruit
JAN NOLTEN
Duizend maal verteld, daar
boven op de Maasberg,
een jonge slungel die in de slot-
klim op de Puy de Dôme
Robic, Bartali en Géminiani
uit de wielen reed
maar in het zicht van de meet
door Coppi himself
werd achterhaald,
't was veruit
zijn mooiste
nederlaag
© Miel Vanstreels
Uit de reeks "Maas, Peel & Mijn" van Miel Vanstreels in wielertijdschrift De Muur, nr. 26,
oktober 2009 (Amsterdam, L.J.Veen)
Zondag, met start in Maastricht en finish op de Cauberg in Valkenburg, een nieuwe editie van de enige Nederlandse wielerklassieker: de Amstel Gold Race. Lengte: 257,8 km. Profieltype: "Zwaar heuvelachtig/licht bergachtig", over voorjaarshellingen en door dorpjes in het glooiende decor van Zuid-Limburg.
vrijdag 2 april 2010
De achterkant van het wielrennen
GENT-WEVELGEM
Mocht ik herbeginnen, ik zou het net zo
doen: niet om de poen, maar om die
nieuwe pakken. Die zo glimmend spannen
om je billen, en om die van elke ploegmaat
in het peloton. Ik zou mijn hele leven
willen trainen, net iets slechter dan de
ander, dan zit ik altijd achteraan,
genietend van de erotiek. Iets anders
wil ik niet. Of toch: in Gent vertrekken
met fanfares en champagne, vendelzwaaiers
en konfetti, als voor een allerlaatste
rit, een feestelijke rouweditie. Dan, nog
maar pas vertrokken, springt die klotegroep
al weg, ik zit kapot en godverlaten op de
rechte baan als op het slappe koord. Geen
supporter wordt gehoord, geen achterkant
van renners nog gezien. Een paar keer
vallen bovendien. Misschien is herbeginnen
ook dan mogelijk, maar ik zou precies
hetzelfde doen: riempjes dicht en trappen
maar, wie houdt hem tegen, wie onderwijst
hem schade en fatsoen, wie haalt hem weg
van een schitterende zege, de zegen van een
stevig rennerszadel? O Grote Wielergod,
o Sister Brainstorm, heb genade met
uw gade. Neem van zijn hand bezit en
leid zijn fiets: hij is op weg naar
Wevelgem, hij is op weg naar niets.
© Tom Lanoye
Uit: Tom Lanoye In de Piste, Amsterdam, Bert Bakker (1987)
Voor de fietsliefhebbers onder de letterengekken, en dat zijn er meer dan u lezer vermoedelijk lief zijn: zondagmiddag, met start in Brugge en aankomst in Meerbeke/Ninove (B.), de 94ste editie van de Ronde van Vlaanderen.
Ter ere van deze klassieker op de internationale wieleragenda een gedicht over een kleinere koers voor flandriéns: van Tom Lanoye, slagerszoon uit Sint-Niklaas, ooggetuige van het verbond tussen de geheimzinnige rondingenvan fiets en vers, en voormalig student talen in de poëziestad Gent.
woensdag 22 juli 2009
Weg
Slapen is een andere vorm van denken.
Denken is een andere vorm van dromen.
Dromen is een andere vorm van niet zijn.
Niet zijn is een andere vorm van bestaan.
Het wiel draait en draait.
De wegen rollen zich op
rond het wiel
en het wiel neemt ze mee
als stoffige linten.
Het wiel draait en draait,
maar er is geen weg meer.
(voor Roger Meunier)
© Roberto Juarroz
Uit: Roberto Juarroz Verticale poëzie - uit het Spaans vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu - Sliedrecht, Wagner & Van Santen, 2003
woensdag 1 juli 2009
Met z'n allen op de racefiets
ALS GOD IN FRANKRIJK
we zijn een vrolijk volk
we laten graag een ballonnetje op
we laten het wetboek van strafrecht herschrijven
door een bouwvakker en een huisvrouw
waarom niet door een bakker en een kleermaker
of door drie verpleegsters en een hondentrimster
zou de sharia-rechtbank om de hoek
een huisvrouw en een bouwvakker toelaten als rechters
het moet niet veel gekker worden
als het zo doorgaat
ontvluchten we dit land
stappen straks met z’n allen
op de racefiets
en rijden in een rechte streep
naar de finish in parijs
ze hebben 56 kerncentrales
in la douce france
maar volgens veel nederlanders
is het een paradijs
en leven ze daar één maand per jaar
als god in frankrijk
Hans Wap

geschreven voor programma Dit Is De Dag, Radio 1, 1 juli 2009.
dinsdag 30 juni 2009
Remmen
DOOD OP DE FIETS
Deze zomer, onder Groesbeek, de St. Jansberg afdalend,
de zuidelijke, steile helling,
oordeelde ik het nodig te remmen maar
mijn remmen schoten door - het effect was
of ik een geweldige duw in mijn rug kreeg.
Heel merkwaardig.
Het naarste ogenblik van mijn leven.
Hoewel, wat is het naarste ogenblik, ik herinner me
ineens hoe ik, door een technische onvolkomenheid,
tijdens een keeloperatie uit de narcose
bijkwam, ik geef het je te doen.
Nu, na bijna zeventien jaar, raak ik nog in paniek
als ik toevallig een dokter tegenkom.
Goed, je moet dood, maar waarom
moet je eerst tientallen malen sterven?
Bob den Uyl
Uit: Bob den Uyl (1930-1992) Gauw tevreden zijn is een gave, samenst. Nico Keuning, Rotterdam, Douane, 2008.
Zaterdag 4 juli as. start in Monaco de 96e editie van de Tour de France.
maandag 8 juni 2009
Amen
LEERLING
Iedere ochtend gaat hij trouw naar school,
door weer en wind, van kilometers ver
- moe heeft z'n brood gesmeerd, hem uitgezwaaid -.
Hij zet z'n fiets weg, en haast zich gedwee
naar het lokaal. Gaat zitten. Dan 't gebed:
Dat ze vandaag maar weer kracht-van-omhoog
ontvangen mogen en hun werk met ijver
volbrengen. Amen. Dan begint de les.
Zo gaat dat alle dagen door. Hij leert
en leert en leert, en doet goed zijn best.
En later zal hij veel verdienen en vanuit
de hoogte neerzien op het ouderlijke nest.
© Anton Korteweg
Uit: Anton Korteweg De stormwind van zijn hand, Amsterdam, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1975